Foxconn is geen Dickens

20mrt 2012maart 2012
Redactie Follow the Money

Een schrijnende radioreportage over de producent van iPhones blijkt totaal verzonnen. Het échte Foxconn is nogal gewoon, saai zelfs.

Of het er echt leuk is om te werken blijft natuurlijk de vraag. Maar inmiddels staat vast dat de tearjerker van de Amerikaanse journalist Mike Daisey over Foxconn verzonnen is. Geen spoor van 12-jarige meisjes die gehuld in giftige dampen iPhones en iPods inelkaar solderen voor hun generatiegenootjes in het rijke Westen, bewapende bewakers of kreupele arbeiders. 
 
Dat was het beeld dat de radioreportage van Daisey bij zijn luisteraars opriep. Het verhaal is inmiddels ingetrokken door  het aan de publike radio gelieerde This American Life (lees hier de verklaring over de ontmaskering van de journalist).
 
Het onderwerp Foxconn spreekt om meerdere reden tot de verbeelding. Het is nogal een geheimzinnig bedrijf. Journalisten zijn er er zelden welkom. Verder produceert het onder meer iPhones en iPads voor Apple. In gigantische hoeveelheden. Maar dat is niet de enige klant. Bijna elke pc-fabrikant laat wel iets door Foxconn maken, dat tientallen fabrieken heeft in Shenzen, de werkplaats van de wereldeconomie.
 
Zelfmoord
In 2010 kwam Foxconn in het nieuws door een reeks zelfmoorden van werknemers. Die trokken de aandacht en werden in verband gebracht met de enorme werkdruk die er zou heersen als gevolg van het succes van de iPhone. De radioreportage speelde in op het gevoel van onbehagen dat er is ontstaan over de duistere kanten die aan Apple’s succes kleven. En in de VS klinkt de vraag ‘waarom maakt Apple geen iPhones in Amerika?’ steeds luider.
 
Bloomberg-reporter Tim Culpan volgt het bedrijf al een jaar of tien en sprak wél met werknemers, managers en oprichter Terry Gou, een Taiwanees. Ook keek hij rond in de tientallen fabrieken, kantines en woonbarakken.
 
Conclusie: Foxconn is bepaald geen paradijs. Maar een hel op aarde? Nee. Eigenlijk is het een typisch Chinees bedrijf. Dat wel beter betaald dan de concurrentie en goede medische voorzieningen heeft, maar waar het lopendebandwerk even geestdodend en saai is als elders in Shenzen. En waar de arbeiders net zoveel last hebben van heimwee of liefdesverdriet. 
 
‘De werkelijkheid is niet zo sexy als het beeld van een Evil Empire dat Amerikanen zo graag koesteren’, concludeert Culpan.