Dag euro

11mei 2011mei 2011
Ewald Engelen
Ewald Engelen

Zachte heelmeesters, bankiers die met hun kleffe handjes in de gulpen van politici zitten en stinkende bancaire wonden hebben ervoor gezorgd dat de schuldenlanden de vinger aan trekker konden leggen.

Politici die zich genotzuchtig laten bepotelen door bankiers — dat is nog steeds het beeld dat opdoemt uit de euroklucht die deze week zijn beslissende bedrijf is ingegaan. Eind 2009 begon het in Griekenland. De geruchten dat het niet snor zat werden luider en luider, gevolgd door afwaarderingen door kredietwaardigheidbureaus die er als de kippen bij waren om hun geschonden reputatie op te poetsen; de Griekse overheidsbegroting was een spiegelpaleis. En wat deed Brussel? Praten, praten, praten. Over luie Grieken, op hol geslagen markten, het primaat van de politiek en het verdedigen van de euro tot de laatste snik – en dat allemaal door elkaar.

Staatshaat
Het moest veel erger worden voor er een coherente reactie kwam. Rentestanden voor Griekse overheidsobligaties die net als worteltjes meer verteren dan ze opleveren. En dus zwol het prijskaartje: 110 miljard euro voor Griekenland bleek niet genoeg om de markten te kalmeren. Griekenland moest namelijk voor meerdere jaren uit de wind worden gehouden en tevens geloofwaardig bezuinigen. Tijdelijke middelen boden maar tijdelijk soelaas en lieten de echte problemen — staatshaat en geringe concurrentiekracht – ongemoeid.
Bovendien steeg de opslag op Ierland en Portugal, gevolgd door Spanje, Italië, België en zelfs Frankrijk. Weer paniek en over elkaar buitelende regeringsleiders. En werd na lang dralen een fonds van 750 miljard uit de schuur gereden dat de markten voorgoed tot bedaren moest brengen. Dit moest de streep in het zand zijn die de veenbrand zou stoppen. Het symbool van politieke daadkracht waar de markten al maanden op wachtten. Eind goed al goed, dachten we. Totdat bleek dat er minder in het fonds zat dan bedoeld, dat er onduidelijkheid was over wat er mee te doen, en dat er onenigheid was over wie wat moest betalen.

Rectale reiniging

Ondertussen had niemand in de gaten dat het eigenlijk om iets heel anders ging. Bij Ierland en Portugal was de inzet niet de boel bij elkaar houden – samen uit, samen thuis — maar het schragen van banken die op hoge bergen overgewaardeerde activa zaten. Anders dan Amerikaanse toezichthouders waren de Europese zachte heelmeesters gebleken. Hoezo rectale reiniging in de vorm van een fonds voor rotte producten gevolgd door dwangvoeding in de vorm van kapitaalinjecties? De crisis was toch van Amerikaanse makelij? Onze banken hadden zich toch keurig gedragen? Niet dus. Maar toezichthouders deden of hun neus bloedde en vertrouwden op de tijd die alle wonden heelt. Pas toen het echt niet anders kon, stelden ze een stresstest voor waar iedereen voor slaagde en dus niemand in geloofde.
Even later zakte ook Ierland door het ijs en daalde de waarde van de toezeggingen en garanties van Europese regeringsleiders nog verder. Toen de huizenbel barstte en het grote afschrijven begon, zagen de Ieren maar een uitweg: uw schulden zijn de onze. Niet omdat ze nou zoveel van hun bankiers hielden maar omdat die vervloekte Fransen, Duitsers en Belgen zo aandrongen. Als jullie je banken onderuit laten gaan, gaan ook de onze en dat kunnen ook jullie je niet veroorloven. En zo verviervoudigde van de ene op de andere dag  de Ierse staatsschuld en kwam ook Ierland in de greep van de doodgravers van het IMF.

Rectale reiniging vond in Europa niet plaats

Stinkende bancaire wonden
Portugal was het derde slachtoffer. Ten onder gegaan aan een combinatie van Griekse, Ierse en Spaanse zondes: een uiteenspattende huizenmarkt, een wankel bankwezen, een niet-concurrerende economie en een onbetrouwbare staat. En ook hier bestond het struikeldraad uit negatieve obligatiecalorieën: nieuwe leningen werden alleen verstrekt tegen rentestanden die de begroting onhoudbaar belastten en de beleidsruimte dus verder verkrapten.

Het eindspel werd vorige week ingeluid door de demissionaire premier van Portugal die meldde dat hij betere voorwaarden had bedongen dan de Grieken en Ieren. Natuurlijk was dat voor binnenlands gebruik. Maar binnen en buiten lopen in de EU nu eenmaal  door elkaar. En dus kondigden de Ieren alvast aan in 2013 hun schuldbetalingen te zullen staken terwijl de Grieken op een geheim weekendje in Brussel een tweede kapitaalinjectie en verlenging van het goedkope kredietprogramma van de ECB wisten te bedingen omdat de bezuinigingen toch zouden stranden. Inmiddels heeft de ECB zoveel Griekse schuldpapieren dat afwaardering onmogelijk is geworden.
Daarmee is de dreigmacht stilletjes verschoven naar de debiteuren en is het grote bal der schuldenaren begonnen: na ons de zondvloed. Met dank aan zachte heelmeesters, stinkende bancaire wonden en bankiers die nog altijd hun kleffe handjes in de gulpen van onze politici hebben. Langs de achterdeur is de fiscale unie die niemand wilde een feit geworden. Totdat Duitsland het genoeg vindt. Dan is het dag euro. En dat zou weleens eerder kunnen gebeuren dan we denken.

 

De juiste heelmeester?
 

Het is tijd om in actie te komen. In een wereld waar alles om geld draait, kunnen we alleen samen het verschil maken