Een keiharde muntunie

31mei 2010mei 2010
Edin Mujagic

Sommige muntunies overleven wel. Die van Duitsland bijvoorbeeld. Welke lessen zijn er te trekken uit de fusie van de West -en Ost-mark?

Nog één maand en dan is het zo ver. Op 1 juli bestaat de muntunie 20 jaar. Denk nu niet dat ik heel slecht in rekenen ben en stop niet met lezen. De euro is – want daar dacht u aan toch? – nog niet zo oud (en of die zo oud wordt is maar de vraag). Nee, ik heb het over een andere muntunie, die tussen West- en Oost-Duitsland. 
 
Op 1 juli 1990 ging het licht uit voor de Oost-Duitse mark. Alles behalve in stilte stak de West-Duitse mark op die dag de grens over, maar geen Oost-Duitser die het symbool van de kracht van het kapitalisme tegen hield. Sterker nog, voor de DM werd de rode loper uitgerold. 
 
20 Jaar later is de conclusie dat de Duitse hereniging veel meer heeft gekost dan verwacht. Aan de vooravond van de Duitse hereniging ging de West-Duitse regering ervan uit dat belastingverhogingen om de Wiedervereinigung te financieren niet nodig zullen zijn en dat de totale kosten circa 450 miljard euro zouden bedragen. De belastingen moesten echter wel omhoog en de meest recente schattingen over de totale kosten (tot en met 2009) reppen van zo’n 1.600 miljard euro. Elk jaar komt daar nog eens ongeveer 100 miljard euro bij. 
 
Bondsrepubliek
De Oost-Duitse economie presteert nog steeds heel slecht. Deels kwam dat door de komst van de DM. De omrekenkoers voor de lonen was 1:1 waardoor Oost-Duitse arbeiders, gezien hun veel lagere productiviteit, erg duur werden. Allerlei subsidies moesten er aan te pas komen (en structureel worden) om bedrijven te verleiden iets in voormalig DDR te doen. En dan nog is de situatie 20 jaar na dato erbarmelijk te noemen. 
 
De komst van de euro in 1999 leidde er juist toe dat de tot dan toe landen met hoge inflatie en lage economische groei, opbloeiden. De Italiaanse, Spaanse, Ierse, Portugese en Griekse economieën kwam plotseling in de economische evenknie van het Hof van Eden terecht. 
 
En toch klagen de Duitsers steen en been over die jongere muntunie terwijl de 20-jarige unie, met aanzienlijke kosten, op steun kan blijven rekenen. Vreemd? Op het eerste gezicht wel. Maar in werkelijkheid niet. 
 
Het grote verschil schuilt in het feit dat de unie tussen Bondsrepubliek en DDR veel meer was dan alleen een muntunie. Op 1 juli werden de twee Duitslanden ook (sociaal-)economisch en politiek een. Het economisch en sociaal beleid werd op een plek voor het hele land bepaald. Hetzelfde gold voor politiek beleid. 
 
Dat is het cruciale verschil met de Europese muntunie die bijna negen jaar later zou ontstaan. Van Helsinki in het noorden tot Athene in het zuiden van Europa had iedereen dezelfde bankbiljetten in portemonnees. En de gezamenlijke centrale bank ECB in Frankfurt bepaalt sindsdien de kortetermijnrente voor iedereen. Maar tegen welke voorwaarden iemand een uitkering kan krijgen, voor hoe lang en hoe hoog die is, dat bleven nationale aangelegenheden, net als het jaarlijks opstellen van de begrotingen en dus beslissen waaraan en hoeveel geld uitgegeven zal worden en waar dat geld vandaan moet komen. 
 
500 miljard euro
Wie dat moet doen en of en hoeveel samenwerking wenselijk is, is uiteraard een politiek vraagstuk. Als econoom wil ik me daarmee niet bemoeien maar er louter door een economische bril naar kijken. Iedereen die die bril opzet, ziet dan hetzelfde: ook op dat gebied is iets wat op een unie lijkt nodig. 
 
In de jaren negentig, toen de plannen voor de komst van de euro gesmeden werden, is dat nagelaten. Mede daardoor, eigenlijk vooral daardoor, kampt Europa nu met een diepe crisis. Mede daardoor is de vraag of de euro levensvatbaar is, actueel. Erger nog, die vraag is terecht. Als het onterecht twijfel was geweest konden we het met zijn allen lekker negeren. 
 
Het gebrek aan iets wat op een fiscale of economische unie lijkt is de reden voor te inmiddels vele vergadering van de Europese ministers van financiën die de hele nacht duren. Het is ook de reden waarom de eurolanden uiteindelijk een oorlogskas van 500 miljard euro moeten aanleggen, zonder dat succes na zo’n jaar of twee of drie hooguit, gegarandeerd is of dat de kans op succes op zijn minst hoog te noemen is. Tenslotte is het ook de reden waarom de onafhankelijkheidsmasker van de Europese Centrale Bank definitief afgevallen is. 
 
Begin dit jaar zwoer de bank dat die nooit de regels zou versoepelen om staatsobligaties van een euroland die niemand vertrouwt als onderpand te accepteren voor leningen. Dat is enkele weken na de laatste strijdlustige herhaling van die belofte wel gedaan. 
 
De bank fulmineerde toen het idee werd geopperd dat het Internationaal Monetair Fonds een rol is de redding van de euro moest spelen. Wat de President van de ECB eerst als ‘een zeer, zeer slecht idee’ omschreef, verdedigde hij slechts enkele dagen later. Niet erg geloofwaardig. 
 
Read my lips
Wat na die twee voorvallen wel overeind bleef staan is dat de ECB nooit en te nimmer staatsobligaties van eurolanden zou kopen. Daarmee zouden allerlei gevaarlijke en nauwelijks meer te sluiten deuren open gaan. Het bleef echter niet heel lang overeind staan. 
 
Toen de Europese leiders besloten hadden dat ze samen 500 miljard euro ter verdediging van de euro bijeen gaan sprokkelen, kondigden ze ook aan dat de ECB staatsobligaties zal kopen van eurolanden. Daar is zelfs geen beperking voor, in theorie kan de ECB heel erg ver gaan. Weet u nog, die deuren niet nauwelijks gesloten kunnen worden? Die zijn eigenlijk met scharnieren en al uitgerukt door deze stappen van de centrale bank waarvan bij de geboorte van de euro beloofd werd dat die net zo onafhankelijk zal zijn als de Bundesbank. 
 
Wat in de jaren negentig nagelaten werd, lijkt er nu alsnog te komen. Het definitieve besluit is niet genomen, maar alles wijst erop dat er iets unie-achtigs eraan zit te komen. Zo kunnen de nationale begrotingen nog voordat de nationale parlementen zich daarover uitspreken al naar Brussel gaan voor goedkeuring. Dat om begrotingsproblemen in de eurozone voor te zijn. Ook worden de omvangrijke geldstromen van de Europese Unie naar de (arme) lidstaten nu wel verbonden aan het zich houden aan de spelregels op het gebied van economie en begrotingsbeleid. En een land dat toch zondigt zou zomaar zijn stemrecht kunnen verliezen in Europa. 
 
Of neem die 500 miljard aan echt geld en garanties voor elkaars leningen binnen de eurozone. Wanneer is het voor het laatst gebeurd dat de politiek, de nationale of de Europese, iets wat ze gecreëerd had heeft opgedoekt? Een zonsverduistering komt nog vaker voor. 
 
Hier en daar zijn geluiden te horen dat het nu de goede kant op gaat met de eurozone. Dat is, in theorie, ook zo. Alleen is het volgens mij zo’n 12 jaar te laat. Mijn vrees is dat het daarmee ook te laat is om die stappen – die overigens nog slechts voorstellen zijn – te beschouwen als redding van de euro en de eurozone. 
 
Te laat voor de euro
Harde ingrepen in met name het zuiden van de eurozone zijn nodig. Maar daardoor gaan de economische verschillen, die sinds de komst van de euro al groter zijn geworden, nóg verder toenemen. Daarmee zullen spanningen binnen de eurozone verder oplopen. Neem de ECB. Nu al is het zo dat welk beleid de centrale bank ook voert, er altijd groepen eurolanden zijn voor wie de rente te hoog of te laag is. Met de verder toenemende verschillen zal dat alleen maar erger worden. Het bestuur van de bank vormt ook niet meer één blok naar de buitenwereld toe. Het virus der onenigheid is ook het ECB-kantoor in Frankfurt binnengeslopen. Onenigheid en oplopende spanningen binnen de ECB zullen dan ook verder toenemen. 
 
Zelfs als de Europese landen nu alles zouden doen wat er gedaan moet worden om een muntunie levensvatbaar te maken op de lange termijn en alle pijnlijke maatregelen, zoals verregaande economische hervormingen, zouden doorvoeren, is de kans groot dat het weinig zal uitrichten. Dat is een heel grote als, al is het maar omdat nergens in Europa voldoende steun van de bevolking daarvoor te vinden is. 
 
Europa groeit uiteen, op alle fronten. Als dezelfde dingen waarover nu wordt gesproken samen met de euro waren opgesteld dan was het voldoende geweest. Europa heeft dat toen nagelaten en probeert de zaak nu te redden. Tot mijn grote spijt, want ik ben een groot voorstander van een gezamenlijke munt in Europa, lijkt Europa te laat het licht te hebben gezien. 
 
Bij de invoering van de euro besloot Europa de muntunie op twee pijlers te bouwen: de onafhankelijke centrale bank en het Stabiliteits- en Groeipact dat begrotingsregels bevatte. Beide poten hebben het eerste decennium van de euro niet weten te overleven. De nieuwe structuur die eraan zit te komen moet het nieuwe poot zijn waarop de muntunie oud moet zien te worden. De nieuwe poot is sterk, maar de schade aan het hele bouwsel is te groot. De plank (de euro) die het poot houdt is door de jaren heen te zeer verrot geraakt. Beyond repair zouden de Britten zeggen.
 
 
Helaas, voeg ik eraan toe. 
 
 
Later dit jaar komt bij Follow the Money het boek ‘De euro is gedoemd’ van Edin Mujagic uit. Daarin zal uitvoering beschreven worden waarom de euro gedoemd is maar ook een oplossing worden gepresenteerd. Mujagic zal antwoord geven op de onder meer de vraag wat Nederland zou moeten doen en wat beleggers, spaarders en ondernemers kunnen doen om de gevolgen van de oplopende spanningen en het falen van de eurozone voor hen te minimaliseren. 
 

Het is tijd om in actie te komen. In een wereld waar alles om geld draait, kunnen we alleen samen het verschil maken