Dead man walking

05jul 2011juli 2011
Jacob Gelt Dekker

De zieke Hugo Chavez heeft niet lang meer te leven. Jacob Gelt Dekker kijkt alvast even terug op de regeerperiode van een rode maniak.

Levensverzekeraars weigeren de levens van Moammar Gadaffi, Fidel Castro en Hugo Chavez te verzekeren. De kans dat de heren nog enige tijd zullen leven en hoge premies betalen, is nagenoeg nul.

Politici bookmakers gissen dagelijks voor de media hoe lang de Libische kolonel het nog zal uithouden onder de dagelijkse NATO bommenregen. President-Kameraad Fidel Castro met colonkanker komt ook al jaren niet meer uit zijn trainingspak en broer Raoul schijnt rijp te zijn voor de dementia afdeling van het staats bejaardentehuis in Havana. De Bolivariaanse Bandista Generaal President Hugo Chavez heeft zich bij het clubje van stervenden gevoegd met een naar het bekkenbot gemetastaseerd schildkliercarcinoom. Het is niet waarschijnlijk dat ook maar één van de drie heren het einde van 2011 zal halen.

Hugo’s haat
Venezuela ’s vice president Elias Jaua liet er op 2 juli geen twijfel over bestaan: hij marcheerde mee in de steunmars voor de zieke leider, maar in een khaki uniform en niet zoals Chavenisten en de massa, in het rood. Jaua is een intellectueel en geen militair, hij moet niets hebben van Chavez ’s liefdes affaires met agressieve dictators in de wereld en wil zijn eigen nieuwe koers varen. De ongelukkige bondgenootschappen van Venezuela met Gadaffi ’s Libië, Ahmadinejad ’s Iran en Castro’s Cuba waren op Hugo’s haat tegen de VS gebouwd en brachten Venezuela niets, in tegendeel.

De horde geïmporteerde Cubaanse volksdokters brachten het al falende Venezolaanse gezondheidszorgsysteem tot de rand van de afgrond. "De president is naar Cuba gevlucht voor behandeling, immers in een Venezolaans ziekenhuis zou hij zeker snel sterven," meende Dr. Jose F. Yeguez, één van Venezuela’s meest vooraanstaande artsen, die zelf sinds 2007 naar Miami en Delray is uitgeweken. Venezuela zou Cuba ook nog voorzien van goedkope olie omdat anders het Castro revolutionaire sprookje snel over zou zijn. De Venezolaanse oppositie ziet dat als niets dan een verkwanselen van haar natuurlijke rijkdommen aan achterhaalde mislukte ideologieën.

Raketten
Gadaffi mag in de stad Caracas zijn onthaald als een held van de Bolivariaanse revolutie, maar hij bracht geen olie-ingenieurs, die Chavez zo had nodig had in Barranquilla voor zijn staatsbedrijf Petrolas de Venezuela S.A. (Pdvsa) dat in problemen verkeerde nadat Hugo duizenden deskundigen had ontslagen en vele bedrijven uit het land had verdreven. Hugo’s militairen, die de olie ingenieurs moesten vervangen, zagen geen kans de raffinaderijen op meer dan 55 procent capaciteit te laten draaien.
Ondanks vele besprekingen en bezoeken van Chavez aan Iran, kwam dat land ook nauwelijks over de brug met enige oliesteun en zag eerder een kans om haar nucleaire energie kennis te gelde te maken. Chavez zou  kerncentrales  voor energie willen bouwen. Iran zou ook met de gedachte spelen van een soort tweede Cuba lanceer basis voor raketten tegen de VS.

Kortom, de dure Chavez avonturen hebben niets dan ellende opgeleverd voor het land en het is te verwachten dat President Jaua die snel zal afsluiten en meer naar het midden sturen, waarbij hij natuurlijk niet zijn nieuwe Chavenistische middenklasse kan vergeten. Of dat ook zal betekenen dat buitenlandse bedrijven zich spoedig weer zullen kunnen vestigen in het land en een stroom van intellectuele ballingen mag terugkeren, is niet helemaal duidelijk, maar wel zeer waarschijnlijk.

Chavez heeft onomstotelijk aangetoond dat een communistische revolutie, gefinancierd uit olie opbrengsten, een land radicaal kan veranderen van een gesloten elitaire aristocratie naar een vorm van democratie met enige welvaart voor de massa. Of die veranderingen houdbaar zijn en een opstap vormen naar een blijvend producerende economie, moet nog bewezen worden. Hugo Chavez bewees ook dat allianties uit haat zeker nooit iets zullen opleveren.

Het is tijd om in actie te komen. In een wereld waar alles om geld draait, kunnen we alleen samen het verschil maken