Never mind the (output) gap

22mrt 2011maart 2011
Edin Mujagic

Het is onzin dat een lage economische groei de stijging van de inflatie beperkt. Het is juist andersom, betoogt FTM-columnist Edin Mujagic. Een hoge inflatie beperkt de economische groei.

Goed, de inflatie loopt nu wel wat op, maar maakt u zich vooral geen zorgen, het is slechts tijdelijk. Dat is de boodschap die sommige economen en analisten de wereld inslingeren.

Een van de belangrijkste argumenten die dan worden aangewend is dat de output gap zeer negatief is. Output gap… Op een niet-econoom kan het gebruik van zo’n stoer klinkende term al gauw de indruk wekken dat de spreker verstand van zaken heeft.

Ik zal proberen wat licht te werpen op die redenering. Het begint natuurlijk met de vraag wat dat is, een output gap.  De officiële defintie luidt ongeveer zo: het verschil tussen de werkelijke productie in een land en de maximale productie die de economie van een land aan kan zonder oververhit te raken.

 

Geblinddoekt
Je kunt het ook zo zien: probeer maar eens het verschil te raden tussen de werkelijke snelheid van de auto waarin je zit en de maximale snelheid ervan. Een koud kunstje, toch? Je weet welke snelhied je auto maximaal haalt. En hoe hard de auto op een gegeven moment gaat, is gemakkelijk op te maken uit de snelheidsmeter. Maar nu gaan we langs de weg staan.

U mag even een blik werpen om te zien welke auto zo meteen langs u komt rijden. Daarna wordt u geblinddoekt. Nu gaat de auto die u gezien heeft rijden. Na enige tijd passeert het voertuig u en u moet vertellen hoe groot het eerder genoemde verschil is. Lastig? Natuurlijk, want u heeft geen idee hoe hard die auto kan (u kunt hooguit een grove schatting maken) en hoe hard het voertuig daadwerkelijk reed toen het langs u scheerde. Dit is echter precies wat economen moeten doen om de output gap te bepalen.

Zij moeten zoals gezegd het verschil berekenen tussen de werkelijke productie (het bruto binnenlands product) en het maximale productiepotentieel. Het is vergelijkbaar met het schatten van het aantallen ballen in de ballenbak bij de Ikea. Hoe je je best ook doet, je zit er altijd naast.

Hopeloze missie
Wie de stelligheid waarmee sommige economen uitsluiten dat de inflatie verder zal stijgen beluisterd, zal geneigd zijn te denken dat ze die output gap tot minstens twee cijfers achter de komma precies kunnen berekenen. Niets is echter minder waar. Sterker nog, het blijkt al zeer lastig te zijn het cijfer vóór de komma goed te raden. De waarheid is dat economen er altijd naast om de simpele reden dat de output gap niet te meten is.

Het meten van het bruto binnenlands product (BBP) – wat niets anders is dan de optelsom van de waarde van alles wat we met zijn allen maken in een jaar – is al een lastige klus. Zo zal het Centraal Bureau voor de Statistiek pas in de zomer van 2013 de wat het noemt ‘definitieve raming’ publiceren van het Nederlandse BBP in 2011. Bijstellingen na de zomer van 2013 over het BBP in 2011 zijn mogelijk. Het beste wat economen in het hier en nu kunnen doen met betrekking tot 2011 is dus een zeer ruwe schatting maken. En dat is nog het gemakkelijke deel voor de berekening van de output gap!

Als het meten van iets tastbaars, zoals het meten van het BBP al zo’n lastige opgave is, dan is het niet moeilijk voor te stellen dat het meten van iets ongrijpbaars zoals het bepalen van een maximale productie helemaal een hopeloze missie is. Ergo: het meten van de output gap is zo onnauwkeurig dat het trekken van vergaande conclusies op zo’n wankele basis niet verstandig is.

Geschiedenis herhaalt zich
Bovendien is het niet dat we ons nooit eerder aan die steen hebben gestoten. Ruim twintig jaar na de inflatie-ellende uit de jaren zeventig kwamen wetenschappers met een verklaring voor de vraag hoe het toch zo mis kon gaan. De belangrijkste reden: de output gap werd in die tijd stelselmatig onderschat. Ik heb sterk de indruk dat de output gap ook nu zwaar onderschat wordt.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over het vele onderzoek dat heeft uitgewezen dat de output gap en inflatie negatief gecorreleerd zijn. Dat betekent niets anders dan dat niet de stand van de economie (output gap) de inflatie bepaalt, maar dat het juist andersom is: de inflatie is bepalend voor de ontwikkeling van de economie.

Bovendien barst het in de geschiedenis  met voorbeelden van landen waarin de economie in een belabberde situatie verkeerde (lees: de output gap was negatief) maar die tegelijk gebukt gingen onder zeer hoge inflatie en soms zelfs regelrechte hyperinflatie. Brazilië in de jaren zeventig en tachtig is een voorbeeld, maar ook de Europese landen in de jaren zeventig. Momenteel verkeert een land als Griekenland in een recessie, maar de inflatie is er wel bijna drie keer zo hoog als in Nederland.

We kunnen nog een stap verder gaan en het output-gap argument tot op het bot ontleden en daaruit conclusies trekken met betrekking tot de ontwikkelingen op het gebied van de inflatie. Daarbij kijken we dan naar de VS en China, de twee belangrijkste (en grootste) economieën ter wereld. Dit is echter geen plek voor die analyse. Wie die analyse op prijs stelt, kan zich aanmelden voor de gratis nieuwsbrief van mijn site Inflatieblog.nl. Binnenkort krijgen abonnees van die nieuwsbrief onder meer die analyse opgestuurd.