Dans rond het vastgoedkalf

10feb 2012februari 2012
Ewald Engelen
Ewald Engelen

De vastgoedmarkt is de thermometer voor financiële excessen.

Bancaire crises worden vrijwel altijd veroorzaakt door vastgoed. Dat was in Nederland in 1982 zo, in Japan in 1992, in Scandinavië in 1994, in Azië in 1997 en natuurlijk in de VS in 2007. Je zou er zo een gulden regel voor beleggers van kunnen maken: als in Meppel de huizenprijzen sneller stijgen dan de economie, hoed je dan. Zoals je dat ook moet doen als de CEO van pak ‘m beet Ahold met een nieuwe bimbo in het Stan Huygen-journaal staat. Of wanneer overheden een ‘starchitect’ met hoornen bril in de arm nemen om een Atrium, Campus of Museumkwartier uit de grond te stampen.

 
Geen wonder. De drie ton die het Nederlandse huishouden gemiddeld aan een woning besteedt, is pakweg zes maal het jaarsalaris en voor de meeste Nederlanders de grootste uitgave die ze ooit zullen doen. Datzelfde geldt voor het nieuwe hoofdkantoor, Campus of Museumkwartier. Voor bedrijven, instellingen en overheden zijn vastgoedinvesteringen ook zo ongeveer de meest majeure uitgaven die een bestuursvoorzitter, rector magnificus, ziekenhuisdirecteur of wethouder kan doen. 
 
En net zomin als Jan Modaal zijn woning uit eigen zak kan bekostigen, beschikken rector, wethouder of bestuursvoorzitter over voldoende vermogen voor hun projecten. En dus gaan banken en vastgoed samen als wit en zwart, links en rechts, dag en nacht. Vastgoedfinanciering is veruit de grootste post op de bankbalans. En dus geldt: hoe duurder het vastgoed, hoe beter voor de banken en de bankiers. En omgekeerd, als vastgoed losslecht blijkt, dreigt bancair bankroet en mag de belastingbetaler bijlappen. 
 
We hebben ons de afgelopen jaren allemaal stilletjes verkneukeld over de spectaculaire ‘vreugdevuren der ijdelheden’ die in de VS, Ierland en Spanje rond vastgoed zijn ontbrand. Stijgende huizenprijzen zetten daar een koophysterie in gang waar de dolle, dwaze dagen van De Bijenkorf hoogtepunten van beschaving bij zijn. En omdat niets te groot, te gek of te wild was, popten op de vreemdste plekken woonwijken, bedrijfspanden, villa’s, museumkwartieren en campussen op. 
 
Sterker nog: Spanje en Ierland steunden voor hun imposante economische groei zwaar op een bouwsector die zich meer en meer had losgezongen van de werkelijkheid. Vastgoedtycoons penetreerden de politiek, zaten aan tafel bij het Vorstenhuis, werden behangen met lintjes, klommen moeiteloos naar de top van de Quote 500, waren graag geziene gasten in showprogramma’s en leidden levens waar vanzelfsprekende normen van mijn en dijn, ‘een-eerlijke-betaling-voor-een-eerlijke-dag-werken’ en terughoudendheid ten aanzien van het etaleren van pas verworven rijkdom geen opgeld meer deden. Met dank aan overoptimistische kopers, gemakzuchtige toezichthouders, goedkoop geld, banken met losse crediteringszeden en bouwvakkers uit Polen en Noord-Afrika, die bereid waren zich voor een habbekrats het leplazarus te timmeren aan wat uiteindelijk luchtkastelen bleken.
 
Fascinerend aan deze verhalen van mateloosheid, collectieve roes en ontnuchtering is dat ze ook voor Nederland opgaan. Ook hier scherp gestegen huizenprijzen. Ook hier torenhoge hypotheken. Ook hier een uit de klauwen gegroeide bouwsector. Ook hier banken die zich hebben vetgemest op een dieet van hypothecaire kredieten en vastgoedleningen. En ook hier te veel bouwputten voor megalomane projecten die tot in lengte van jaren zullen drukken op begrotingen die ooit bedoeld waren voor onderwijs, gezondheidszorg, onderhoud van de publieke ruimte en meer van dat soort futiliteiten.
 
En ook in Nederland reikt de mateloosheid dieper dan de financiële problemen rond woningmarkt en vastgoedsector. Of het nu gaat om de verhoren van de Commissie de Wit, de Klimopzaak of de Vestia-affaire, het onthutsende eraan is steevast het totale gebrek aan moreel besef dat de hoofdrolspelers aan de dag leggen. In plaats van spijt te betuigen of schuld te bekennen, wentelen de heren zich in platitudes als: ‘Als ik het niet had gedaan, had een ander het wel gedaan’. Of, nog erger: ‘Wat ik deed was niets bijzonders; iedereen deed het’. 
 
Ook in Nederland heeft de roes van goedkoop geld (in goed Engels) een ‘culture of entitlement’ gebaard. Ditmaal niet bij de onderklasse, maar bij een wijdvertakte bovenklasse die zich slim rond het vastgoed heeft geplooid – inderdaad, als klimop – en die reikt van bankiers tot politici, van corporatiebestuurders tot vastgoedcowboys, van universiteitsbestuurders tot architecten, van polderjongens tot schemerige adviseurs en van wethouders tot academici. 
 
En ook in Nederland staan ons nog de nodige ‘vreugdevuren’ te wachten. Al langer kijken IMF, OESO en sinds kort Eurocommissaris Olli Rehn zorgelijk naar de hoge hypotheekschulden. Vorige week waarschuwde DNB voor een derde bancaire crisis door afwaarderingen op vastgoed. En wie weet wat Vestia en de corporaties nog voor ons in petto hebben? Of gemeentes, universiteiten en zorginstellingen die zich hebben vertild aan megalomane vastgoedprojecten?
 
Met dank aan een afromende elite. Wanneer worden we wakker?

Het is tijd om in actie te komen. In een wereld waar alles om geld draait, kunnen we alleen samen het verschil maken