Estland versterkt de eurozone

31dec 2010december 2010
Edin Mujagic

In monetair opzicht is Estland een modelleerling. De toetreding tot de eurozone is dan ook een verrijking. Met een Ests lid in het bestuur van de ECB krijgen de Nederlandse, Duitse en Finse hardliners er bovendien een bondgenoot bij.

 Het is ongelooflijk maar waar. Al maanden wordt er gesproken over de vraag of de euro de crisis wel zal overleven. En midden in die crisis trekt een nieuwe eigenaar het eurogebouw in. Op 1 januari voert Estland de euro is en komt het totaal aantal eurolanden op 17 te staan. Hoewel het een klein land is, er wonen er slechts 1,3 miljoen mensen in het land dat qua oppervlakte iets groter is dan Nederland, is de komst van Estland een goede ontwikkeling voor de eurozone. 

 
Economisch gezien stelt Estland niet veel voor. Met een bruto binnenlands product van iets meer dan 20 miljard euro is het te vergelijken met de economie van de stad Maastricht en omgeving. Maar om een aantal andere redenen is de toetreding van Estland tot de eurozone wel belangrijk en toe te juichen. 
 
 
Braafste jongetje
Zo krijgt de eurozone er bijvoorbeeld met Estland een qua overheidsfinanciën kanjer bij. De staatsschuld van Estland bedraagt ongeveer 7 procent van de totale economie van dat land. Dat is veel minder dan de sterke landen van de eurozone op dit moment, Nederland en Duitsland, waar de staatsschuld ruim 60 procent bedraagt. Ter vergelijking, in het probleemland Griekenland en een mogelijke toekomstige probleemlanden België en Italië, ligt de staatsschuld (ver) boven de grens van 100 procent van de totale economie. 
 
Estland is ook het land dat bewijst dat economische tegenspoed niet hoeft te betekenen dat de overheidsfinanciën uit het lood moeten liggen. Hoewel het land zwaar te lijden had en heeft van de crisis – vorig jaar kromp de economie met 15 procent en dit jaar wordt niet heel veel beter – komt het begrotingstekort dit jaar uit op iets meer dan 1 procent van de totale economie. Dat geeft aan dat Estland de wil en het lef heeft zelf pijnlijke maatregelen te nemen om overheidsfinanciën in het gareel te houden, waar Griekenland bijvoorbeeld daartoe gedwongen moest worden en ook pas toen het mes op de keel zat. Het Griekse begrotingstekort zal ook dit jaar zeer hoog zijn.
 
Voor Griekenland is een (hoog) tekort niets nieuws, het land heeft sinds de komst van de euro ruim een decennium geleden niets anders gemeld aan Brussel. Voor Estland is het minieme tekort dit jaar wel een enorme verandering. Sinds 2002 noteerde de overheid er namelijk alleen maar overschotten. 
 
Het meest belangrijk is echter dat de toetreding van Estland tot de eurozone ook betekent dat het bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) met een extra lid wordt uitgebreid. Het hoofd van de Estse centrale bank beslist voortaan mee over het beleid van de ECB. Binnen het ECB-bestuur geldt het principe ‘een man/vrouw, een stem’, ongeacht de omvang van het land.
 
De komst van een centrale bankier van een land dat gezonde overheidsfinanciën hoog in het vaandel heeft staan, niets moet hebben van het financieren van overheidsschulden door staatsobligaties op te kopen en het bestrijden van inflatie altijd voorrang wil geven op andere wensen, is alles behalve een slechte ontwikkeling. Het biedt de Nederlandse, Duitse en Finse monetaire beleidsmakers een nieuw bondgenoot erbij. 
 
Populariteit
De conclusie kan niet anders luiden dan dat met Estland de eurozone een ideale bewoner bij krijgt. Maar er is ook een reden om bezorgd te zijn. Waar tot voor kort een ruime meerderheid van de Esten vurig voorstander was van de euro, is de steun inmiddels geslonken naar ongeveer 50 procent. 
 
De populariteit van de euro is in Oost-Europa behoorlijk minder dan een paar jaar geleden. Dat is verontrustend voor de toekomst van de eurozone. Hoeveel een club waard is, is af te leiden uit de wens van niet-leden om lid te worden. Als dat de maatstaf is, dan is de waarde van de eurozone met de week bijna hard aan het zakken. De nieuwe Estse kroon, zoals de nationale munt nog een paar dagen heet, is in de zomer van dit jaar 18 jaar oud geworden. Het wordt spannend om te zien welke munt ouder zal worden, de kroon of de euro.