De olijfboom en de eurocrisis

29mei 2012mei 2012
Roel Janssen
Roel Janssen

Niet knoflook, maar olijfolie vormt de economische scheidslijn in de eurozone. Columnist Roel Janssen over het gevolg van de extreem lage prijzen van de extra virgine.

Alsof voor de Zuid-Europese landen de eurocrisis niet genoeg is: de prijs van olijfolie is gezakt naar het laagste niveau van de afgelopen tien jaar. Vergeleken met enkele jaren geleden is de prijs gehalveerd. Fijn voor Nederlandse liefhebbers van eerste persing extra virgine, maar een ramp voor productielanden Spanje, Portugal, Italië en Griekenland. De export van olijfolie is voor deze landen een traditionele bron van inkomsten. De extreem lage olijfolieprijs, veroorzaakt door goede oogsten in Spanje en minder vraag door de gedrukte koopkracht, brengt ze nog dieper in de financiële prut. 
 
Er loopt van oost naar west door Europa een scheidslijn, de olijfoliegrens. Ten zuiden van deze grens zijn de samenlevingen sinds mensenheugenis gebaseerd op het gebruik van olijfolie, ten noorden ervan op dierlijke vetten. Deze onzichtbare scheidslijn heeft meer dan een culinaire of agrarische betekenis: de olijfolie- en de vetlanden verschillen historisch in opvattingen over openbaar bestuur, economische structuur en naleving van regelgeving.
 
Bankroet
De eurocrisis illustreert de noord-zuid tegenstelling. Met uitzondering voor Ierland (dat bekend staat als land van Guinness en aardappelen) behoren alle probleemlanden tot de olijfzone van Europa. Daar doen zich de grootste tekortkomingen voor met de belastingmoraal, ordentelijke overheidsfinanciën en concurrentievermogen. 
 
De vooruitzichten voor Griekenland zijn toch al dramatisch. Lucas Papademos, de tijdelijke minister-president die inmiddels is afgetreden, heeft (in een uitgelekte notitie) gewaarschuwd dat Griekenland afstevent op een bankroet zodra het IMF en de Europese Unie besluiten de kraan van het euro-infuus dicht te draaien. Op 17 juni, de dag waarop opnieuw parlementsverkiezingen worden gehouden, beschikt Griekenland nog over 700 miljoen euro aan reserves, vanaf 20 juni duiken de reserves in het rood. Dan kan de overheid geen salarissen meer betalen en komen er, letterlijk, geen euro’s meer uit betaalautomaten.
 
De kapitaalvlucht uit Griekenland maakt het eurotekort alleen nog maar nijpender. Ook al is het rationeel uit het oogpunt van individuele burgers die hun geld in veiligheid willen brengen, het versnelt de collectieve neergang. 
 
Duivels dilemma
De dramatiek van de situatie verheldert de keuze waar de Grieken bij de nieuwe parlementsverkiezingen voor staan: stemmen ze in meerderheid voor partijen die de bezuinigingsafspraken met het IMF en Europa willen openbreken, dan zijn bankroet en vertrek uit de euro onafwendbaar. Kiezen ze voor volharding, dan blijven de euro’s mondjesmaat binnendruppelen. Net genoeg om de zaak draaiend te houden, te weinig om de economie te herstellen. 
 
En dan nu ook nog de tegenvaller van de gekelderde prijzen voor olijfolie.