Op de klippen

21okt 2011oktober 2011
Ewald Engelen
Ewald Engelen

FTM columnist Ewald Engelen vraagt zich af of de Europese ‘bazooka’ niet opnieuw slechts een proppenschieter zal blijken.

 23 oktober weten we het. Of onze politieke leiders er in zullen slagen om na 19 tumultueuze maanden met een majeur plan de rust op de financiële markten te herstellen. De voortekenen zijn niet gunstig. Duitsland heeft reeds aangegeven dat er geen haast is: pas tijdens de G20 in Cannes op 3 en 4 november moet er iets liggen. En ook dat er niet teveel moet worden verwacht: revoluties passen niet bij de Europese Unie, zo heeft Merkel laten doorschemeren. 

 

Wolf roepen
Maar belangrijker is dat Europa de schijn tegen heeft. Wie te vaak ‘wolf’ heeft geroepen, verliest zijn geloofwaardig. Hoezeer hij het deze keer ook wel bij het rechte eind heeft.  De ‘bazooka’ die ons is beloofd, is de vierde sinds mei vorig jaar. Toen presenteerde de Eurozone een plan van 110 miljard euro dat Griekenland tot 2013 uit de wind moest houden. Nadat een paar maanden later ook Ierland onderuit ging en beleggers eveneens aan Portugees en Spaans schatkistpapier begonnen te knagen, reden de Europese leiders schielijk een reddingsfonds van 750 miljard euro uit de schuur. Dat moest voldoende zijn om iedere speculant ervan te overtuigen dat de lidstaten pal staan voor de Euro. En het bedrag was niet toevallig 50 miljard hoger dan het Amerikaanse reddingsplan van Hank Paulson van oktober 2008. Wat daar toen hielp, zou hier nu zeker helpen. Niet dus. Onduidelijk was hoeveel er in zat, wie over de besteding ervan ging en waarvoor het was bestemd. En zo begon het grote knagen opnieuw. 

 
Het pact van 21 juli jongstleden moest daar definitief een einde aan maken. Met een Marshallplan voor Griekenland, Ierland en Portugal; met het isoleren van Italië en Spanje; met het afwaarderen van Griekse staatsschuld met 21 procent; met het uitbreiden van het mandaat van het Europese reddingsfonds. Weer ging het mis. Ditmaal door onduidelijkheid over de bijdrage van de banken. Hoe? Wanneer? Wie? Hoeveel? Maar ook door Finse garanties in ruil voor deelname. En door juridisch gemeier over wat het fonds nu wel en niet mocht. 
 
De grootste fout was echter dat de Europese leiders hadden verzuimd de omvang van het fonds te vergroten. Je kan wel leuk het takenpakket uitbreiden met kapitaalinjecties voor banken en je kan wel fijn bezweren dat je alles zult doen om Spanje en Italië te isoleren, maar als er na de reddingen van Griekenland, Portugal en Ierland nog maar 250 miljard euro in dat fonds zit heb je simpelweg niet genoeg geld om te overtuigen. En dan zijn al je bezweringen, beloftes, toezeggingen, garanties en verzekeringen gewoon loze praatjes. En toen begon het wrikken, schrapen en knagen pas goed. Zozeer dat nu de toekomst van de Euro, de Eurozone en zelfs de Europese integratie op het spel staat.
 
Hoe heeft het in Godsnaam kunnen gebeuren? Hoe kan het dat het grote Europa zich zo door dat futiele Griekenland – niet meer dan een corrupte theaterstaat en een agrarische pygmeeëneconomie met een omvang van nog geen drie procent van de Eurozone — in zijn hemd laat zetten? Het is niet zo dat Merkel en Sarkozy doelbewust va banque hebben gespeeld om tegen de zin van de kiezers een federaal Europa af te dwingen. Integendeel, Europa is grotendeels onbedoeld, ongewild en onverwacht in deze situatie beland. 
 
Banken en democratische legitimiteit 
Dat wil niet zeggen dat zij vrijuit gaan. Terugkijkend kan je twee momenten identificeren waarop zij het hebben laten afweten. Ten eerste hadden ze na de val van Lehman Brothers net als de Amerikanen hun banken moeten dwingen om nieuw kapitaal aan te trekken. Als dat was gebeurd, zouden Commerzbank, Dexia, BNP Paribas, RBS makkelijk het schokgolfje van Griekse afwaarderingen hebben kunnen trotseren. In plaats daarvan kraaiden Merkel en Sarkozy eind 2008 triomf: de crisis demonstreerde het falen van het Anglo-Amerikaanse en het succes van het Europees model. Niet dus. Europese banken opereerden met dunnere buffers dan hun Amerikaanse collega’s en haalden zo mogelijk nog dommere streken uit.
 
Het tweede moment was juni 2005, toen twee van de ‘founding fathers’ van de EU — Nederland en Frankrijk — de Europese Grondwet per referendum verwierpen. Een duidelijker signaal dat het electoraat zijn buik vol had van het technocratische Europa was nauwelijks denkbaar. Weer kraaide de politieke kaste triomf: men was er toch maar mooi in geslaagd de politieke belangstelling voor de EU aan te blazen. Ondertussen denderde de trein voort: uitbreiding volgde op uitbreiding, verdrag op verdrag, reddingsplan op reddingsplan. 
 
Gemangeld tussen verwaarloosde kiezers en hardleerse bankiers rest Merkel en Sarkozy nu weinig anders dan de kar in blinde paniek op de klippen te rijden. Eeuwig zonde.