Peptalk in de Friese Leeuwenstad

23aug 2012augustus 2012
Jacob Gelt Dekker

Columnist Jacob Gelt Dekker bezoekt een groep norse Friezen en denkt mee over de economische toekomst van de pompeblêden-provincie en de bakermat van Epke Zonderland.

Geert Dales, de ex-burgemeester van Leeuwarden, was zeer goed in staat "bûter, brea en griene tsiis,” te zeggen (boter, roggebrood en groene kaas), maar de Friezen hebben hem toch maar weggepest, omdat ze onverdraagzaam waren ten opzichte van de sekse van zijn echtgenoot. Daar hebben ze nu toch wel een beetje spijt van, vooral nu het economisch zo slecht gaat. Ik moest ze een avondje oppeppen en dacht vrolijk mee over nieuwe trekpleisters voor Fryslan.

 

Friese leeuwen en homohuwelijken
“U kunt natuurlijk Geert Dales, die nu half met pensioen is, vragen om op het Hofplein en in uw horeca gelegenheid same-seks-bruiloften te organiseren," opperde ik bij de Friese genodigden. "Dat is tegenwoordig heel goede business, vooral internationaal. Ik kan wel een interview in New York voor u regelen voor Glorified Gay Weddings met de wereldberoemde journalist, David Toussaint, als u wilt.”

Hyt en Mem van het Hofpleinrestaurant zijn nog wat schuchter en toch een beetje in de war van mijn pardoeze opmerkingen. Ze wijzen naar de vergulde leeuw op het blauw blazoen van het Hofplein. “En hoe staat het met de Friese leeuwenstand?” vroeg ik beleefd. “Heeft u al een safaripark voor die bedreigde  dieren?”

“Nee! Meneer maakt grapjes,” zei hyt een beetje verbolgen.“ Friese leeuwen hebben nooit bestaan. Ja wel op het blazoen, natuurlijk, maar niet in het bos van Gaasterland. Wij hebben daar dassen, meneer." "Maar die kun je nooit zien, overdag!” wierp iemand anders uit het gezelschap tegen.

Ik vertelde dat het Arabische luipaard fokprogramma in het emiraat Sharjah een groot succes was geworden. Niet alleen kwamen er meer luipaarden, maar er kwamen nog veel meer toeristen. "Kom, u hebt vast wel ergens een Friese leeuw in een achtertuin," zei ik. "Desnoods kruizen we een Friese leeuw met een Hollandse. Dat hoeft toch niemand te weten, niet?”

Hangjeugd
De knoestige knotwillige nakomelingen van Grutte Pier, blijkbaar opgegroeid op een dieet van bezemstelen, vertelden mij al kreunend over hun economische leed. Over de Alvestêdetocht die alweer niet was door gegaan en natuurlijk de Antilliaanse hangjeugd. De voorraad Alvestedetocht soepblikken zou nog wel jaren opgeslagen moeten blijven met de strenge ijsmeesters van de Schaatsbond en de sukerbole hadden ze allemaal moeten weggooien. En dan komt het: “Daar weet meneer toch ook alles over, die Curaçaose hangjeugd van swarties?”

Die Swarties zou je toch van grote afstand moeten kunnen ontwaren, dacht ik, maar hield wijselijk mijn mond. Even keek ik door het raam naar de keurige gerestaureerde 17de-eeuwse gevel van het Hoffelijke Leeuwenpaleis aan de overkant van het plein, maar zag nergens bosjes negerjeugd hangen.

“Bosjes Jantjes-van-Leyden (of wat daar van over is) aan de stadsmuur van Munster zijn sinds 1536 de grootste toeristische attractie van de stad. Waarom hangt u die vermeende hangjeugd uit Curaçao dan niet te kijk aan de muur? ” mompelde ik nog even, maar dat werd niet verstaan of mijn gehoor leed plots aan een acute aanval van Oost-Friese doofheid.

 

 

 

 

Altijd elfstedentocht
Nu was het pas echt oorlog besefte ik en om de moeizame stilte te breken gooide ik maar eens een kaatsballetje op. “In de woestijnhitte van Dubai kun je dagelijks skiën,” Ja, knikten de achterdochtige noordelingen, want dat hadden ze op de televisie gezien. Ja, meneer had gelijk. “Dat was een wonder!”

“Dus,“ ging ik aangemoedigd door. "Het lijkt me dat een 200 kilometerlange ijsbaan over de Friese moddersloten technisch makkelijk is te realiseren. Dan kan uw autonome landje van december tot april wekelijks massale schaatsfestijnen organiseren van de ‘Van Benthum –Paping stedentocht’, de ‘Sjoukje Dijkstra sierdansballetparade’ tot en met het ‘Abe Lenstra wereld ijsvoetbaltournooi’. “Maar op fûle aaien sitte wie [we zitten op zwart zaad red.], meneer, dat kost ook viel te viel stroom.”

Naar mate de avond vorderde leek de Bokma oude Friese Jenever, als antivries, de knottig bevroren lieden te ontdooien tot zwiepende wilgentakken. “Skûtsjesilen,” riep iemand, “Tichelaar- Makummer aardewerk,” een ander, “De Vries jachtbouw, Centre Water Onderzoek (CWR), Nederlands Obesitas Centrum.” Daarna hield het niet meer op.

Ik besloot de avond plechtig met mijn epiloog. “Als u dan ook eens uw blazoen wat gaat oppoetsen en die gouden leeuw vervangt voor een das, dan komt er ten minste symbolisch wat oprechtheid in uw reclame campagne. Het moet immers eerst donker zijn voor u het ziet en stekels prikken en dat hebben we blijkbaar allemaal nodig.”

Het is tijd om in actie te komen. In een wereld waar alles om geld draait, kunnen we alleen samen het verschil maken