Verslavingsindustrie

23jun 2012juni 2012
Jacob Gelt Dekker

‘Legalize it!,’ betoogt FTM columnist Jacob Gelt Dekker.

 “Ach, vader lief, toe drink niet meer, ik vroeg het al zo menige keer, want moesje lief huilt telkens weer, ach vader lief, toe drink niet meer….”

 
De smartlap van Maria Servaes Bey, de Zangeres-Zonder-Naam, bracht in de jaren ’60 nog even  het leed terug uit het begin van de eeuw, van een verhongerend gezin, terwijl de ooit eerzame huisvader als een drankzuchtig  monster zijn weekloon verbraste in een kroeg.
 
“Toch verdient hij, de drankzuchtige, onze diepste medelijden,” meende Hervormd dominee, Steven Adama van Scheltema ( 1815-1897). De nodige dwangverpleging haalde het in de Drankwet van 1905 echter niet, en vele malen daarna ook niet. In Nederland behield eenieder het grondrecht zich dood te zuipen, of zoals nu, te creperen aan de drugs. Daar diende de wetgever zich niet mee te bemoeien en als het uit de hand liep moest de samenleving  maar voor de kosten van verpleging opdraaien.
 
Celebrity verslaving
Schrijvers, Karel Reve, Remco en Jan Campert, Simon Carmiggelt, Adriaan Roland Holst en showbizzechtpaar Ramses Shaffy en Joop Admiraal met dichteres Frizi evolueerde drankverslaving tot een elitaire, Jean Paul Sartre-achtige subcultuur van existentieel intellectualisme, waar aspirant intellectuelen maar al te graag bij wilden horen. Harry Mulisch bleef , maar wel tot zijn laatste snik als een statige eenzame aristocraat-drinkebroer.
 
Robert Jasper Grootveld en Simon Vinkenoog in hun magische Sigma- en Provo centra van Amsterdam, voegden toe aan het overmatige cultuur drinkgelag, marihuana, hasjiesj en LSD, geestverruimende middelen voor de “deprogrammering: het loskomen van vastgeroeste patronen en schijnzekerheden.” Het bleef nog wel intellectueel en elitair.
 
Met Fantasio, Paradiso en de Melkweg groeide de deftige anti cultuur snel uit tot een massa hippiecultuur, vol amfetamine en opiumderivaten. Een junkie, als de rechtenstudent Rob Le Coutre, werd het levende rollenvoorbeeld. De gebruikerspopulatie groeide in 1983 tot 30.000 spuitende menselijke wrakken in de roes van schone heroïne dromen.
 
De streep werd getrokken met de drug-nota van 1983, maar het hek was al jaren van de Amsterdamse Dam. In dat jaar alleen, waren er in  de stad  32,699 diefstallen uit auto’s en iedereen was het er over eens, die overlast was echt  te groot.
 
In de volgende tien jaar ontstond een overschakeling op recreatief gebruik met veel drugtoerisme; Nederland werd Partyland.  Cocaïne, de champagne onder de drugs, nam de scene over, spoedig gevolgd door de liefdesdrug, MDMA (ecstasy).
 
Drugsboot
Chris van den Berg, commandant van de HMLNS Holland nodigde me uit om een kijkje te nemen op zijn futuristische 108,4 meter lange cocaïnesmokkel- bestrijding  patrouille schip, dat de Nederlandse belastingbetaler €511,5 miljoen heeft gekost  (helikopter niet meegerekend) en nu rondvaart in het Caribische gebied met een volledige bemanning voor vele tientallen miljoenen per jaar. Nederland in binnen de NATO nu eenmaal loyaal aan de War on Drugs.
 
De drug- en drankverslavingsindustrie moge een lieve cent kosten aan onze maatschappij, maar in de Verenigde Staten kost de War on Drugs — vanaf President Nixon — zo’n US $ 15 miljard per jaar. Wie had dat ooit in zijn wildste opiumdromen kunnen bedenken.
 
Harvard econoom Jeffrey A. Miron berekende al in 2008 dat de legalisering van drugs in de VS $ 76.8 miljard zou opbrengen. $44,1 miljard aan law enforcement besparingen en tenminste US $ 32,7 miljard aan belasting inkomsten ( $6,7 uit marihuana en $22,5 uit cocaïne, heroïne en de rest.).
 
Als Mark Rutte weer eens krap komt te zitten zou hij eens moeten overwegen onze HNLMS Holland te verhuren aan de Yankees, dan achterover te leunen en een joint op te steken met een legaal belastingbanderolletje.
 
* * * 
 
Referentie: "Ziek of zwak, Geschiedenis van de verslavingszorg in Nederland," Gemma Blok. Uitgeverij Nieuwezijds, 2011.

Het is tijd om in actie te komen. In een wereld waar alles om geld draait, kunnen we alleen samen het verschil maken