Vestia en de roofzuchtige elite

03feb 2012februari 2012
Ewald Engelen
Ewald Engelen

Ewald Engelen is woedend. “We hebben een juridisch schemergebied geschapen waarin de polderbaronnen leuk ondernemertje kunnen spelen, zich eens fijn kunnen verrijken en elkaar eens lekker op de rug kunnen kriebelen”.

Crony capitalism’ noemen Johnson en Kwak het in hun magistrale Thirteen Bankers. De tollende draaideuren tussen politiek en Wall Street, de adembenemende partijdonaties en de honderden lobbyisten die namens de banken Washington masseren.

In het keurige Nederland komt dit niet voor. Denken we. Mis. Ook bij ons heeft de blazerbrigade met aardappel in de keel de rekening voor het bancaire gelag doodleuk bij de belastingbetaler gedeponeerd. Ook hier is de wereld te klein als wetgeving ter sprake komt die banken pijn doen. En ook bij ons zijn de relaties tussen staat en bancaire sector hecht.

Maar het bontst maakt de vastgoedsector het. Eerst was daar de bouwfraude. Een weemakend kartel van ‘koninklijke’ bouwbedrijven die jarenlang via prijsafspraken de belastingbetaler een poot hebben uitgedraaid. Toen was daar de vastgoedfraude. Een zo mogelijk nog zieker stel dat goedgelovige pensioenfondsen misbruikte om goedkoop vastgoed duur aan te slijten en het verschil in eigen zak te steken. En ook daar waren mannen bij die maar een handdruk waren verwijderd van de polderelite.

Tweemaal dom
Begin deze week kwamen daar de megaverliezen van Vestia bovenop. De grootste woningbouwcorporatie van Nederland bleek aan te hikken tegen twee miljard verliezen op tien miljard rentederivaten. Voor de goede orde: er is niks mis met derivaten. Wie geld leent met lange looptijden loopt nu eenmaal renterisico’s. Dan ben je een oen als je ze niet afdekt. Bijvoorbeeld door derivaten te kopen die de rentestand fixeren. Dat doen de meeste bedrijven. Dus waarom corporaties niet?

Maar bij Vestia zit het toch wat anders. Niet alleen is tien miljard wat veel, Vestia heeft bovendien alleen derivaten gekocht die beschermen tegen opwaartse risico’s, niet tegen neerwaartse. En wat erger is: Vestia heeft ook nog eens derivaten gekocht op (nog) niet bestaande leningen. Met als gevolg dat als de rente onverhoopt zakt er geen lagere renteverplichtingen zijn om de pijn van vergoedingen aan de tegenpartij te compenseren. Tweemaal dom dus. En dat suggereert dat het Vestia niet ging om functionele derivaten – het afdekken van risico’s op leningen bedoeld om huizen te bouwen – maar om pure speculatie. Daartoe verleid door de handelsreizigers van Crédit Suisse en Deutsche Bank die een spoor van vernieling door Europa hebben getrokken. En met dank aan domme, zelfgenoegzame bestuurders die er goed van boerden. Topman Erik Staal ging in 2010 met een half miljoen naar huis. Zijn collega’s bij woningcorporaties, ziekenhuizen, universiteiten en pensioenfondsen deden daar nauwelijks voor onder.

Seks, drank en sigaretten
Brancheorganisatie Aedes spreekt van een incident. Maar inmiddels zijn er elf van dit soort incidenten geweest en dan heb je het toch echt over een patroon. Vanaf het midden van de jaren negentig zijn publieke organisaties geprivatiseerd en op afstand van de overheid geplaatst. Onder het motto: de overheid moet zoveel mogelijk op een onderneming lijken. Ondernemingen kennen immers de tucht van de markt en zijn dus efficiënter dan de staat ooit zal zijn.

Nou valt daar veel voor te zeggen bij wapens, drank, sigaretten, seks, post en telefonie maar niet bij huisvesting, pensioenen, gezondheidszorg en openbaar vervoer (en, zo hebben we tijdens de crisis geleerd, bancaire diensten). En dus kwam er in veel van deze sectoren een halfbakken compromis uit. Wel een marktconform hoofdkantoor, marktconforme ambities, marktconforme bedrijfsuitjes, en vooral: marktconforme salarissen, maar geen marktconforme risico’s. Omdat het gaat om cruciale maatschappelijke functies is faillissement geen optie.

En zo hebben we een juridisch schemergebied geschapen waarin de polderbaronnen leuk ondernemertje kunnen spelen, zich eens fijn kunnen verrijken en elkaar eens lekker op de rug kunnen kriebelen. En als het mis gaat – zoals nu bij de woningcorporaties dreigt maar ons ook in pensioenland en de zorgsector te wachten staat – is het de belastingbetaler die voor de verliezen opdraait.

Met marktwerking heeft het allemaal geen moer te maken. Met een roofzuchtige elite des te meer. Ooit noemden we dat een bananenrepubliek. Nu heet het bedrijfsmatige overheid. Voor de burgers maakt het geen verschil. Zij worden linksom of rechtsom genaaid.

Het is tijd om in actie te komen. In een wereld waar alles om geld draait, kunnen we alleen samen het verschil maken