De strijd om de Falkland-eilanden gaat niet zozeer om schapen, vis of soevereiniteit. Het gaat om olie en vooral de inkomsten voor de Britse staatskas.
Beschermheer van het Britse olierijk
De 200-mijlszone rond de Falkland-eilanden herbergen enorme fossiele rijkdommen. En wel in de vorm van 4,7 miljard vaten olie. Ter vergelijking: het grootste recent ontdekte olieveld in de Noordzee telt slechts 300 miljoen vaten.
Dat is goed nieuws voor de Britse schatkist, concludeert een rapport van Edison Investment Research. De potentiële opbrengst in belastinginkomsten is zo'n $180 miljard. Een schril contrast met de armzalige $23 miljoen die de visvangst nu oplevert.
Lange strijd
De eilanden zijn waarschijnlijk het eerst ontdekt door een indianenstam, maar ze waren onbevolkt toen de Portuees in Spaanse dienst Fernando Magelhães de eilanden in 1520 aandeed tijdens zijn expeditie rond de wereld.
Ook de Nederlander
Sebald de Weert bezocht in 1598 de eilanden, en noemde ze de Sebald Eilanden. Tot ver in de 18e eeuw werden de Falklands zo genoemd. Maar de Nederlanders maakten nooit aanspraak op de winderige eilanden. De Fransen en later de Britten waren de eersten die op de eilanden een handelspost vestigden. Sinds 1813 staan de eilanden onder Brits gezag, onderbroken door een Argentijns en Amerikaans intermezzo.
In 1840 nam de Britse regering het besluit om de eilanden écht te koloniseren, zeer tegen de zin van Argentinië dat de eilanden groep als Argentijns beschouwd. In 1982 vielen de Argentijnen de eilanden binnen, hetgeen leidde tot de Falkland oorlog.
Inmiddels is RAF-helicopterpiloot prins William naar de Falklands gestuurd om de Argentijnse aanspraken op de oliestaat-in-spe de kop in te drukken. Er staat tenslotte $180 miljard op het spel.