Bonussen voor bankiers? Ja, natuurlijk!

31mrt 2011maart 2011

Voormalig bankier en FTM-columnist Peter Verhaar vindt dat banken die moeten concurreren wél een bonuscultuur nodig hebben.

Eric Smit gaat op FTM uitgebreid in op een artikel van mij over de bonus van Hommen. Ook wordt in het artikel Schaberg (artikel uit NRC) geciteerd.

 

Volgens de auteur tillen Schaberg en ondergetekende ‘Hommen op het schild’. Ik ken het verhaal van Schaberg niet, maar als de het stuk van Smit lees, dan is Schaberg het volkomen eens met het toekennen van de bonus, maar ook met het accepteren van de bonus. Smit gaat hier wat mijn persoon betreft in de fout en dit is niet mijn het enige punt van kritiek.

Ik ben het inderdaad eens met het toekennen van de bonus. Dit is namelijk de afspraak die de Tweede kamer heeft gemaakt met minister de Jager. De banken kregen de kans om via zelfregulatie – de ‘Code Banken’, overigens veel meer dan alleen een afspraak over bonussen, maar dat terzijde – te laten zien dat het klantbelang vanaf nu eerste prioriteit heeft.

 

Je kan dat leuk vinden of niet, je kan de Code lang niet ver genoeg vinden gaan, zoals SP’er Irrgang vele maken heeft betoogd en waar ik achter sta, zeker daar wat het de reikwijdte van de Code betreft, de afspraak is er en ook de politiek zal zich eraan moeten confirmeren (in ieder geval tot de Monitoringcommissie eind dit jaar met haar rapport komt).

 

In mijn column neem ik het de politiek dan ook kwalijk dat zij dat in woord en geschrift bepaald niet doet (met name motie van Vliet van de PVV inzake terugvorderen van alle bonussen sinds 2008 bij banken met staatssteun is onfatsoenlijk en schaadt vertrouwen in de politiek).

Geen "blinde verering"

 

Ik laat in mijn column echter overduidelijk laten blijken dat wat mij betreft Hommen de bonus niet had moeten accepteren, maar heb dat een ethische kwestie genoemd, juist omdat de bonus, zelfs met 92 procent van het vaste salaris, nog altijd binnen de Code Banken valt. Ik til Hommen dan ook zeer nadrukkelijk niet op het schild (zie hier). In een aantal blogs heb ik betoogd dat de Alt-A hypotheken deal ING en de belastingbetaler, die 80 procent van het commerciële risico heeft overgenomen, nog wel eens zwaar op de maag kan komen te liggen.

 

 

Het heeft geleid tot mijn kritiek en een flinke aanvaring met de woordvoerder van ING (zie hier). Van ‘blinde verering’ is dus helemaal geen sprake en ik stoor mij eraan dat Smit mij, door het gebruik van de woorden ‘net als Verhaar’,  gelijk stelt aan Schaberg die blijkbaar in het NRC verhaal de grootmoedigheid van Hommen (als gevolg van het terugstorten van de bonus) heeft geroemd.

Smit vindt mijn vergelijking met raadspensionaris de Witt ‘ongelukkig’. Hij noemt twee redenen. In de eerste plaats simplificeer ik de toedracht van de moord en in de tweede plaats loopt de vergelijking mank. Dit roept om een weerwoord, want ik vind de vergelijking juist zeer actueel, hoewel elke historicus weet dat historische vergelijkingen gevaarlijk zijn en dus omzichtig behandeld dienen te worden.

Ik zie juist een interessante parallel. De Witt had net de staatsfinanciën gesaneerd en kon dat met de dood bekopen. Hommen heeft net de ING-financien weer op de rails (het is speculeren of het businessplan van Nationale Nederlanden voor een belangrijk deel aan het afbrokkelen is) en kan het met de virtuele dood bekopen.

Baanbrekend

 

Smit linkt in zijn verhaal door naar een NRC artikel waarin het proefschrift van Reinders (Printed Pandemonium, in het Nederlands Gedrukte Chaos) wordt besproken. Reinders heeft baanbrekend onderzoek verricht naar de vloedgolf van politieke pamfletten in 1672 en kwam tot de conclusie dat de moord op de Witt niet alleen maar het werk was van ‘redeloos gepeupel’, maar dat de stedelingen een eigen agenda hadden en niet willoos achter de Orangisten aanliepen.

 

Het loont de moeite het boek van Reinders te lezen en te onderzoeken waar die miljoenen pamfletten over gingen. Hoewel de moord wel degelijk werd gepleegd door het ‘grauwe gepeupel’, waren het de burgers die in hun pamfletten de weg hadden bereid. De inhoud van de pamfletten maakt duidelijk dat er weinig sprake was van ideologische stellingname, nee de burgers waren  boos over de corruptie en de contractbreuk van de regenten.

 

Smit’s bron toont aan dat de schrijvers van de pamfletten de gebroeders de Witt als de verpersoonlijking zagen van alle misstanden, waarbij de in het latijn opgestelde juridisch getinte stukken van de Witt geen indruk konden maken.  En het waren juist de ‘aensienlijkcke’ burgers die getroffen werden door de maatregel van de Witt om de uitkeringen op lijfrentes (zeg maar het pensioen) door de Staat omlaag te brengen. Ik ben van mening dat mijn redenatie bepaald geen simplificatie is! Zeker niet als je in ogenschouw neemt dat na zijn dood die maatregel weer snel werd teruggedraaid!

Prachtige verwijzing

 

De parallel met ING, dat zwaar onder vuur ligt in het woekerpensioen/polissen, waarbij ING toch vooral naar zichzelf heeft gerekend, was te mooi om te laten liggen. Smit heeft gelijk dat Hommen vooral dacht aan de aandeelhouders van ING, terwijl de Witt de (volgens Smit lange termijn) belangen van de burgers voor ogen zou hebben gehad. De studie van Reinders maakt nu juist duidelijk dat de Witt helemaal niet de belangen van de burgers voor ogen had, maar de belangen van zijn broodheer, de Staten van Holland. Na zijn terugtreden als raadspensionaris, trad hij als financieel deskundige in dienst bij de Regenten.

Voor mij is duidelijk dat beiden de toorn van de publieke opinie hebben onderschat. In een recensie van Van den Bosch (zie hier) eindigt de recensent met een prachtige verwijzing naar het heden. Ik citeer maar even: "Behalve die invloed op het onderzoek, geeft Gedrukte chaos nog een aardig inzicht in de tijdloosheid van het karakter van politieke discussie. Er waren Johan de Witts juridische betogen.

 

Maar de andere pool van de non-digitale blogosfeer van 1672 ligt in pamfletten van het genre Houd den Beck, waarin titel en argumentatie extreem veel overeenkomsten vertonen. Er is ook wat dat betreft de afgelopen driehonderdvijftig jaar niet veel veranderd".

Zwalkende Buffett

 

In zijn reactie gaat Smit ook in op de vraag of bonussen goed of slecht zijn voor een bank. Een goede vraag, die zich leent voor uitvoerige discussie. Ik ben inderdaad in mijn stuk hierop niet ingegaan. Daar was het stuk ook niet voor bedoeld. Niettemin wil ik er wel iets over zeggen.

Maar laat ik voorop stellen dat het citeren van Warren Buffet getuigt van lef. Want was het niet Buffett die op het hoogtepunt (of is het dieptepunt?) van de crisis Goldman – wiens topman zei dat zijn bank ‘het werk van God uitvoert’- Sachs de helpende hand toestak en voor 5 miljard aandelen kocht? 

 

Waar was Buffet toen Goldman overheidssteun aanvroeg en kreeg? Topman Blankfein verhoogde zijn vaste salaris van $600.000 naar $2 miljoen. En ook zijn bonus is er niet lager op geworden $12,6 miljoen in aandelen en daar is de cashbonus nog niet bij opgeteld. Hoezo dan dit citaat van Smit: " Ter verduidelijking: toen Warren Buffett  "come away with nothing," zei, bedoelde hij dat de CEO en zijn partner [ if he ever has to go to the federal government for help]  zijn of haar totale vermogen zouden verliezen, niet slechts de verdiensten van een enkel jaar".

Ik heb nooit onder stoelen of banken (sic) gestoken dat ik voor variabele beloning ben, ook voor banken, maar niet als bij  de overheid het handje moet worden opgehouden. Voor mij zijn banken namelijk wel echte ondernemingen, althans dat zouden ze moeten zijn. Helaas heeft de overheid/politiek ervoor gekozen de banken altijd te beschermen onder het mom van ‘systeembanken’ .

 

Dat is een vrijbrief voor onbehoorlijk en roekeloos bestuur. Als de overheid een klimaat zou scheppen waarbinnen banken moeten concurreren en vechten voor de klant, dan zal het gedrag ook veranderen. De beste manier om de bonuscultuur te bestrijden is te zorgen dat er niet zoveel verdiend kan worden.


Bonuscriteria

 

Ik zou mij ook heel goed kunnen voorstellen dat er weer een nieuwe ‘rijkspostspaarbank’ wordt opgericht. Mensen die geen risico willen lopen op hun spaargeld kunnen dan daar terecht, met garantie van de overheid,  maar dan hoort daar ook een lage rente bij en natuurlijk geen bonus. Dat is die bank waar Hazelhoff op doelt. Klanten moeten dan maar kiezen.

De bonus is voor mij in de eerste plaats een winstdeling, een beloning voor hard werken in dienst van de onderneming. Ik had bij Alex die financiële doping wél nodig, want het was uiteindelijk mijn prijzenkast, waarin de bonus de gouden medaille was. En Alex was zeer succesvol met bonus, net zoals Triodos en ASN het zijn zonder.

 

Voor elk wat wils. Maar mijn bonus hing voor belangrijk deel af van de klanttevredenheid en risicomanagement. En de bonus was een drietrapsraket: (1) deel individueel (2) deel groepsactiviteit en (3) omdat wij echt moesten concurreren kon de bonus ook afhankelijk worden gemaakt van de winst van de gehele onderneming, want die was niet zomaar aan komen waaien (overigens nadat de winst was gecorrigeerd voor kapitaalsbeslag en risico-opslag). En dan waren de bonuscriteria niet een ‘momentopname’, maar die werden bij Alex continue gemeten.

Stoppen met onnodige bescherming

 

Maar ik wil nog wel een stap verder gaan. Een bedrijfstak waarbij alleen vaste (en dus hoge) salarissen worden betaald, maakt zich zeer kwetsbaar voor conjuncturele tegenslag (gegeven de starre arbeidsmarkt in Nederland). Het zal de creativiteit en innovatie doodslaan, want elke stimulans om het beter te doen dan je collega en concurrent, is er niet meer.  Dat is waarschijnlijk uitstekend in volledig gemonopoliseerde bedrijfstakken (zoals overheid), maar niet in de harde werkelijkheid van bedrijven die met elkaar concurreren.

 

Smit houdt van duidelijkheid, ik ook. Bonussen en de bonusmethodiek moet transparant en bekend zijn, zowel intern (uiterst belangrijk om iedereen scherp te houden, mijn bonus was bekend) en extern. Het is teleurstellend dat SNS weigert de vertellen welke functies en functieniveau’s bonussen hebben ontvangen. Een gemiste kans voor de bank die nu juist alle kaarten zet op transparantie en daardoor voer voor media en politiek om hun vox populi te laten klinken.

Bankiers moeten ‘dienend’ zijn, schrijft Smit. Helemaal eens, maar er zijn meer dienende bedrijfstakken. Daarom maken m.i. banken wel deel uit van de echte economie, hoewel het product virtueel is geworden. Want dat kan ik overigens ook zeggen van mijn internetprovider of zoekmachine (en denk eens aan Apple dat straks onze portemonnee runt).

 

Dienstverlening is in onze economie de leidende sector geworden en banken maken daar onderdeel van uit. Om die reden moet de overheid ook de banken veel meer gaan zien als ‘echte’ economie en ophouden met onnodige bescherming.