Fraudeverdachte Borgers helpt vaderlandse journalistiek

08mrt 2012maart 2012
Eric Smit

De Amsterdamse rechtbank stelt fraudeverdachte Marcel Borgers in het ongelijk. Volledige namen noemen van verdachten mag.

Fraudeverdachte Marcel B., herstel, de van economische delicten verdachte Marcel Borgers heeft de Nederlandse journalistiek een mooie duw in de rug gegeven. Dankzij een door hem gestarte rechtszaak tegen NRC Handelsblad-journalist Philip de Witt Wijnen, is de vrijheid van journalist om transparant te berichten over economische delicten voor het eerst duidelijk vast komen te staan.
Donderdagochtend maakte de Amsterdamse rechtbank het vonnis openbaar in zijn zaak tegen De Witt Wijnen. Alle eisen van de verdachte werden van tafel geveegd en dat leverde voor de journalistiek belangrijke jurisprudentie op: het noemen van de volledige naam van een fraudeverdachte is niet per se onrechtmatig. Borgers werd ook veroordeeld tot het betalen van de proceskosten.

De Witt Wijnen had in zijn boek Joep! Van held tot hoofdverdachte, de naam van de oud werknemer van Joep van den Nieuwenhuyzen volledig opgeschreven. Op zich had hij daar nog niet eens zo veel problemen mee, bleek tijdens de zitting in januari, hij had volgens eigen zeggen vooral veel ellende ondervonden van de voorpublicatie van het boek van De Witt Wijnen in het glanzende zakenblad Quote. De Witt Wijnen had zich niet aan de journalistieke mores gehouden door slechts de voorletters te gebruiken. Daardoor zou zijn privacy ‘disproportioneel zijn geschaad’.
Zo had een buurman na de publicatie van dat artikel in Quote hem onheus bejegend: ‘Zo, Marcel weer lekker frauderen vandaag?’

Ook zou hij de nodige schade hebben geleden doordat na de publicatie in Quote zijn telefoon minder vaak rinkelde. B./Borgers eiste dan ook een schadevergoeding van 95.288 euro. Een ongekend hoog bedrag.

De van valsheid in geschrifte en bedrieglijke bankbreuk verdachte oud-controller van Wilton Feyenoord had De Witt Wijnen eerder voor de Raad voor de Journalistiek (RvJ) gesleept. De RvJ oordeelde vorig jaar dat Borgers gelijk had. Dat voerde Borgers ook aan in zijn zaak.

Voor de meeste kranten geldt nog steeds de uit 1953 stammende onderlinge gedragscode. Die code vormt ook voor de RvdJ een richtlijn. Maar, ‘de zelfcensuur die sommige media zichzelf opleggen behelst geen recht, maar is een interne richtlijn’, zo betoogden de advocaten van de uitgevers en De Witt Wijnen tijdens de zitting.

 

Ernstige misdaad
De Amsterdamse rechtbank gaat mee met die redenering en oordeelde dat aan de uitspraak van de RvJ ‘geen doorslaggevende betekenis’ kan worden gegeven. ‘Het schenden van een journalistieke afspraak om slechts de voorletters van diegenen die het onderwerp zijn van justitieel onderzoek te vermelden (zoals neergelegd in de Leidraad voor de Raad van (sic!) de journalistiek), kan niet gelijk worden gesteld aan schending van een wettelijke bepaling’.

Volgens de rechtbank is grootschalige faillissementsfraude en de (mogelijke) betrokkenheid van een financial controller ‘een ernstige misdaad’. Het maatschappelijk belang dat De Witt Wijnen en Quote zagen om over de misstand rond het faillissement van SP Aerospace ‘in al zijn facetten’ te kunnen publiceren, wordt door de rechtbank erkend.

Opvallend is ook dat de rechtbank oordeelt dat het vermelden van volledige namen in overeenstemming is met de in de literaire non-fictie – als Joep!, De Prooi en De vastgoedfraude – gehanteerde stijl en opzet.

"Het is zeker in deze tijd van het grootste belang dat over financieel-economische misstanden zo transparant mogelijk kan worden bericht", laat Matthijs Kaaks, de advocaat van De Witt Wijnen, in een reactie weten. "Dat kan zich ook uitstrekken tot de naam van een verdachte. Het is prachtig dat de rechtbank dat hier zo expliciet heeft bevestigd."

 

Het is tijd om in actie te komen. In een wereld waar alles om geld draait, kunnen we alleen samen het verschil maken