Groei groene grutter Marqt ondanks crisis

18jun 2012juni 2012
Libben Reeskamp

De natuurlijke voedingsbranche groeit als kool ondanks de crisis. Reden genoeg voor het Nederlandse supermarktbedrijf Marqt om dit jaar nog drie nieuwe vestigingen te openen.

Marqt ofwel de Nederlandse variant op de succesvolle Amerikaanse groene grutter Whole Foods opent dit jaar nieuwe winkels, één in Amstelveen en twee in Rotterdam. Dat nieuws valt te lezen op de website van het retailmanagementbureau MVRO, dat verantwoordelijk is voor de inrichting van de Marqt-winkels. Daarnaast krijgt Amsterdam er een derde Amsterdamse vestiging bij, zo meldt MVRO. Verder wil Marqt vòòr 2013 nog eens zeven winkels openen en dan in eerste instantie in de Randstad, zo meldt het MVRO-persbericht.

 

Vier jaar geleden begon Marqt in Amsterdam met zijn winkelformule, die valt of staat met biologische en verse voeding en delicatessen. Ook trok het bedrijf de aandacht als trendsetter met het uitbannen van contante betalingen aan de kassa. Er kan alleen nog worden gepind.

 

De gestage uitbreiding van de winkelketens van Marqt kunnen onmogelijk los gezien worden van de florerende biologische markt in Nederland. Zo is de afgelopen tien jaar de consumentenomzet in bologische producten in ons land verdubbeld naar een totaal van 750 mlljoen euro in 2010, zo blijkt uit cijfers van Bio-monitor.

 

Bloeiende maar bescheiden nichemarkt
Eervorig jaar is de besteding aan biologisch voedsel met 13,1 procent gegroeid van 665,1 miljoen euro in 2009 euro naar 752,1 miljoen euro in 2010. Tegelijkertijd moet aangetekend worden dat het bloeiende biologische segment een bescheiden nichemarkt is. In 2010 was de totale voedselbesteding in Nederland goed voor 43,7 miljard euro en daarmee even groot als in 2009.

 

Wie dus denkt dat consumenten in tijden van crisis het zuinig aandoen bij het boodschappen, slaat de plank mis in de biologische voedingsbranche. Maar niet alleen de biologische levensmiddelenmarkt blijkt crisisproof te zijn. Ook groene grutter Marqt, die een markplaats wil zijn voor producten van boeren, tuinders en vissers en veel waarde hecht aan gezond en duurzaam voedsel, heeft geen reden tot klagen.

 

‘Consumenten in crisistijden open voor verandering’
Dé man achter Marqt, Quirijn Bolle, merkt duidelijk dat steeds meer consumenten open staan voor zijn verswinkelformule ondanks de recessie. “Van lagere omzetten merken we niks”, vertelt Bolle. “Ik durf te stellen dat consumenten in crisistijden open staan voor verandering. Steeds meer mensen stellen zich de vraag of we met ons eten om moeten blijven gaan zoals we nu doen. Of we de dieren moeten blijven behandelen zoals nu gebeurt. Als je een boterham met kaas eet, eet dan de kaas zonder rare additieven, geur- kleur- en smaakstoffen.’

 

Marqt spint dan ook garen bij het “veranderende bewustwordingsproces” van de consumenten, vervolgt de bedrijfskundige. “Klanten komen vaker terug en geven per bezoek meer uit.”

 

 

Dé man achter groene grutter Marqt: Quirijn Bolle

Link met Whole Foods geen toeval
Wie de Marqt-winkel aan de Overtoom bezoekt, kan dat beamen. Op een doordeweekse middag is het er gezellig druk. De keuze aan vers en gevarieerd voedsel is overweldigend en de inrichting van Marqt _ hoge, lichte ruimte, uitnodigende uitstallingen, glanzende roestvrijstalen vitrines voor gekoeld vlees en vis, ruime toonbanken _  doet denken aan aan de succesvolle en duurzame Amerikaanse supermarktketen Whole Foods.

 

Die Amerikaanse link is geen toeval. New York is de woon- en werkplaats geweest van Bolle, die samen met Meike Beerens directeur-eigenaar is van Marqt. In 2006 zegde hij zijn goedbetaalde baan op bij US Foodservices, dochterbedrijf van supermarktconcern Ahold. Om vervolgens met hulp van enkele particuliere investeerders en de Rabobank na bijna drie jaar van ‘keihard bikkelen’ zijn eigen duurzame winkelketen op te zetten.

 

Bij Ahold stak Bolle naar eigen zeggen veel op, maar leerde hij bovenal hoe het niet moet. “In die wereld draait alles om grootschaligheid en massaproductie, met als doel zo gunstige mogelijke winstmarges. Enkele grote bedrijven hebben er het voor het zeggen, supermarkten leggen leveranciers hun wil op wat ze moeten produceren. En leveranciers betalen extra voor een gunstige plek van de schappen om hun producten op de schappen te leggen. Uiteindelijk verdienen supermarkten het meeste geld door veel troep te verkopen.”

 

Verdienmodel van kleinschaligheid
Met Marqt heeft Bolle daarentegen uitdrukkelijk gekozen voor een verdienmodel van kleinschaligheid en lokale producten zonder tussenkomst van de groothandel. “Alleen zo kan je ervoor zorgen dat je duurzame en smakelijke producten verkoopt. En door de tussenkanalen over te slaan, besparen we een hoop kosten terwijl de primaire producent meer geld krijgt voor zijn waar. Tegelijkertijd is de prijs voor de consument niet veel hoger dan die in de gewone supermarkt.”

 

Een groot deel van het verse aanbod van Marqt komt van dichtbij: de biologische groente en fruit komt in de regel van een boeren- en tuinderscollectief uit Noord-Holland, boerenzuivel uit de Overijsselse Weerribben, vlees komt van extensieve veeteelthouders uit het Noord-Hollandse Waterland, de in en rond de Noordzee gevangen vis is maximaal drie dagen oud en de waddengarnalen hebben werkelijk nooit pellers aan de lopende band in Marokko gezien.

 

‘Eigen vers eerst’
Als het aan Bolle ligt, verdient het Marqt-model met de nadruk op “eigen vers eerst” wereldwijd navolging. “Duurzaam consumeren belast het voedselsysteem veel minder.” Kleine maar krachtige boerencoöperaties zouden in elk geval nieuwe voedselcrises kunnen helpen oplossen, stelt hij. “Nu zijn er in de wereld veel te weinig lokale landbouwbedrijven met een sterke regionale functie.”

 

En Bolle lijkt niet alleen te staan in zijn visie. Verschillende keren zijn buitenlandse landbouwexperts, zoals van de Europese Commissie, op bezoek geweest bij zijn winkels om kennis te nemen van het succes van Marqt.

 

Tegelijkertijd onderkent Bolle dat de voedselvoorziening in de wereld veel efficiënter geworden dankzij de grootschalige landbouw. “Deels klopt dat wel, maar de laatste voedselcrisis toont aan dat we te ver zijn doorgeschoten. De voedselmarkt is verziekt door grote producenten, die alles opkopen om het vervolgens naar de hoogste bieder te verkopen. Zo exporteert Afrika steeds meer agrarische producten naar China, terwijl de regionale markt wordt verwaarloosd in Afrika. Met als gevolg: meer werkloze kleine boeren en meer hongerige stedelingen.”

Kiloknallers en prijsvechters
Vooral de vleesindustrie heeft zich vergallopeerd in grootschaligheid, vindt Bolle. “Kiloknallers en prijsvechters bepalen deze markt, de kwaliteit van het vlees doet er niet toe.”

 

Sla de bestseller Fast Food Nation’ van onderzoeksjournalist Eric Schlosser  _ over mens- en dierenonwaardige praktijken in de machtige hamburgerindustrie in de VS _ er maar op na, vervolgt Bolle. “Een echte eyeopener. Daarna eet je nooit meer een goedkope kipfilet.”

 

Bolle kan zich helemaal vinden in het gedachtegoed van de Amerikaanse publicist Michael Pollan. Vooral dankzij zijn twee bestsellers The Omnivore’s Dilemma en Defense of Food is Pollan in en buiten de VS uitgegroeid tot één van de grootste critici van het moderne voedselsysteem.

 

Volgens Pollan kan de westerse consument met zijn eetgedrag daadwerkelijk een bijdrage leveren aan een duurzame wereld. Een kwestie van kiezen voor écht, onbewerkt en vooral plantaardig eten dat ook onze overgrootmoeder zou herkennen. Zelf koken met verse producten _ als het even uit de eigen moestuin _ helpt ook. Daarnaast moeten we de supermarkt mijden evenals producten met ingrediënten met onuitsprekelijke namen omdat die vaak iets te verbergen hebben.

 

Verder moeten we vooral duurzaam en lokaal geproduceerd voedsel eten en dan vooral niet te veel, want de voedselindustrie heeft ons toch al te dik gemaakt en overdaad schaadt. Dat geldt vooral voor vlees. Productie van vlees is namelijk nogal graanverslindend: voor één kilo vlees is zeven tot acht kilo graan nodig.

 

‘Yuppenpubliek’
In Nederland krijgt Pollan weer steun van een andere vermaarde voedseldeskundige Louise Fresco. Volgens Fresco, hoogleraar duurzaamheid aan de Universiteit van Amsterdam en ex-topvrouw van VN-voedselorganisatie FAO, kan een sterk regionaal voedselaanbod en bewustere consumptie ervoor zorgen dat de kans op nieuwe voedselcrises wordt verkleind.

 

Winkels en markten, die producten van lokale boeren verkopen, verdienen dan ook lof in haar ogen. Maar Fresco voegt er direct aan toe dat de groene sector in Nederland wel erg klein is met een marktaandeel van ruim 2 procent en het voornamelijk goed doet bij “yuppenpubliek” uit de grote stad.

 

Interieur Marqt-vestiging aan de Utrechtsestraat in Amsterdam

 

‘Niet alleen goedverdienende consumenten
Marqt-ondernemer Bolle voelt zich niet aangesproken. ‘Marqt moet het echt niet alleen hebben van goedverdienende consumenten. We richten ons vooral op gemiddeld verdienende maar goedopgeleide consumenten, die bewuster leven en eten. Deze markt is een nichemarkt maar neemt langzaam maar zeker in omvang toe.’

Al met al genoeg reden voor Bolle om de lat hoog te leggen. Binnen enkele jaren mikt de duurzame entrepreneur op 25 nieuwe Marqt-filialen, verspreid over het hele land. Op dit moment telt het bedrijf vier vestigingen, twee in Amsterdam, één in Haarlem en één in De Haag. Maar het succes van Marqt smaakt naar meer wat Bolle betreft. ‘Onze winkelketenformule slaat duidelijk aan. De tijdgeest hebben we mee. De economische crisis stimuleert mensen juist tot bewuster eten. Steeds meer consumenten hebben het gehad met supermarkten en zijn toe aan écht eten.’

Het is tijd om in actie te komen. In een wereld waar alles om geld draait, kunnen we alleen samen het verschil maken