“Ik kan bewijzen dat Joep van den Nieuwenhuyzen onschuldig is”

30jan 2012januari 2012
Eric Smit

Voormalig Wilton Fijenoord-controller en fraudeverdachte Marcel B. haalt uit naar FIOD. “Ze knippen en plakken alles bij elkaar”.

Fraudeverdachte Marcel B. wenst niet bij zijn achternaam genoemd te worden. De voormalige controller van het teloorgegane RDM-concern daagde een week geleden NRC Handelsblad-journalist Philip de Witt Wijnen, auteur van het boek Joep, van held tot hoofdverdachte, voor de Amsterdamse rechtbank. De Witt Wijnen had B. in zijn boek over de zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen en in een voorpublicatie over het boek in Quote met naam en toenaam genoemd. B. zegt sindsdien forse schade te lijden en eist 95.000 euro schadevergoeding van de journalist en de uitgevers Prometheus (Joep!) en Hearst Magazines (Quote). De hoogste schadevergoeding die ooit in Nederland is geëist voor het noemen van de volledige achternaam van een verdacht persoon.

Lekker frauderen
“Zo, Marcel weer lekker frauderen vandaag?’, had een buurman hem toegeroepen. Ook bij zijn tandarts was hij niet ontkomen aan vragen over zijn vermeende frauderen. Hij had er ook zakelijk last van. Bij zijn eigen bedrijf in financiële controlling rinkelde de telefoon minder, een specifieke opdracht ketste er zelfs op af, zo beweerde de voormalige werknemer van Joep van den Nieuwenhuyzen.
De Witt Wijnen vond het geoorloofd om in zijn boek de namen van de hoofdrolspelers in het zakelijke drama te noemen. “Om de leesbaarheid te vergroten”. Hij had het precies zo gedaan als de auteurs van de Vastgoedfraude. Dat De Witt Wijnen Marcel B. in het boek hem ook bij de achternaam had genoemd, had geen merkbare gevolgen gehad. De publicatie in Quote daartegen, had hem dus de nodige averij bezorgd, privé en zakelijk. Het volledig noemen van zijn naam was onrechtmatig, maakte de advocaat van B. duidelijk. Eerder was de Raad van de Journalistiek al in deze redenering meegegaan. Voor de meeste kranten geldt nog steeds de uit 1953 stammende onderlinge gedragscode. Die code vormt ook voor de RvdJ een richtlijn. Maar, “de zelfcensuur die sommige media zichzelf opleggen behelst geen recht, maar is een interne richtlijn”, zo voerden de advocaten van de uitgevers en De Witt Wijnen daar tegen aan.

 

Leuke uitdaging
B. speelt niet voor niets een rol in het boek van De Witt Wijnen, hij wordt door justitie verdacht van valsheid in geschrifte en bedrieglijke bankbreuk. Ondeugdelijke klusjes die hij voor held annex hoofdverdachte Joep van den Nieuwenhuyzen zou hebben verricht. Na de zitting blijkt B. uitzonderlijk gewillig om over zijn zaak te praten. In tegenstelling tot vele anderen ex-RDM’ers gaat hij nog steeds “vriendschappelijk” met Van den Nieuwenhuyzen om. Daar is B. volstrekt open over. Ook over het feit dat hij nog steeds eens per jaar een jaarrekening van een van Joeps vennootschappen door hem wordt opgemaakt. “Het is geen moeite, het betreft een lege B.V.”, zegt B. “En ik doe het onbezoldigd”.

Maar daar blijft het niet bij. Op het adres van M2K4 Services Ltd. in Apeldoorn, wordt ook de post besteld van vier vennootschappen die Van den Nieuwenhuyzen ooit toebehoorden. "Die bedrijven zijn niet van Joep, zijn kinderen zijn er bestuurder en de familie Van der Valk is de eigenaar". B. ziet er geen kwaad in. "Ik ga nog steeds vriendschappelijk met de familie om".

Werken bij Wilton Fijenoord leek B. ooit een “leuke uitdaging”. Hij maakte vol goede moed de overstap naar het dochterbedrijf van RDM en werd er controller. B. zat er tot het faillissement in 2006. Hij legt uit dat een periode van 3 maanden en 9 dagen hem later fataal werden. “In die tijdspanne zou ik de mij ten laste gelegde misdrijven hebben begaan”.

“Ik ben betrokken geweest bij overeind houden van SP Aerospace, ik weet daarom dat de aanklachten tegen Joep van den Nieuwenhuyzen, inzake SP Aerospace (faillissementsfraude en valsheid in geschrifte. ES) niet deugen”, zegt B. “Ik kan ook bewijzen dat Joep onschuldig is. Daarom kijk ik uit naar de inhoudelijke behandeling van mijn zaak ”.
B. stelt dat de onderzoekers van de FIOD, maar ook SP Aerospace curator Louis Deterink hun werk niet naar behoren hebben gedaan. Met name op de werkwijze van de FIOD heeft B. grote kritiek. “Het is niet te bevatten dat met alle technologische hulpmiddelen die tegenwoordig voorhanden zijn, FIOD-mensen de gesprekken met verdachten niet opnemen. Daarna begint het rommelen. Ze knippen en plakken alles bij elkaar. Ik kan aantonen dat de FIOD in mijn zaak heeft gefraudeerd, ze hebben stukken vervalst. De FIOD denkt misschien dat ik bluf, maar ze kennen mij nog niet. Ook dat zal later in de inhoudelijke behandeling uitkomen.”

 

De Fennek

Schoffelen in Haarlem
“Wij zouden willens en wetens SP onderuit hebben getrokken, het feit is echter dat de staat daarvoor verantwoordelijk is. De staat heeft SP de nek omgedraaid door het Fennek-project (de nieuwe pantserwagen van defensie. ES) bij SP weg te halen. De Fennek leverde de helft van de omzet van SP!”
Een onderzoeksrapport van Ernst & Young speelde volgens B. een cruciale rol bij die beslissing. “Dat rapport vormde de juridische kapstok om het Fennekproject bij SP weg te halen”, zegt B. Maar voordat het rapport werd gemaakt, was volgens hem al duidelijk dat een verdere samenwerking van defensie met SP – ofwel Joep van den Nieuwenhuyzen – door de staat werd uitgesloten. “En ook dat kan ik bewijzen”.

Het had ook anders kunnen lopen voor B. als hij het schikkingsvoorstel van officier van Justitie Koos Plooij had aangenomen. “Ik kon voor 5000 euro en een beetje schoffelen in Haarlem schikken zonder een schuldbekentenis te doen, maar ik heb zijn voorstel afgewezen. Ik schik niet voor iets dat ik niet heb gedaan. Plooij heeft me toen gezegd dat hij een gevangenisstraf zou gaan eisen.” En zo geschiedde.
Inmiddels is B. technisch failliet, ligt zijn loopbaan aan diggelen en is hij niet meer in staat om zijn advocaten te betalen. Spijt heeft B. echter niet van zijn keuze om de door Plooij opengehouden nooduitgang weer dicht te smijten. “Spijt moet je hebben als je weet dat je iets hebt gedaan dat niet deugt, maar dat is niet zo. In een interview met NRC Handelsblad (betaalde link) zei Plooij dat hij iemand is die tot het gaatje gaat. Ik zal je iets verklappen: ook ik ga tot het gaatje”.
 

De rechtbank doet op 7 maart uitspraak in de zaak van Marcel B. tegen Philip de Witt Wijnen.

 

Het is tijd om in actie te komen. In een wereld waar alles om geld draait, kunnen we alleen samen het verschil maken