It’s politics, stupid!

13feb 2012februari 2012
Wouter Leenders

De Groningse hoogleraar Jakob de Haan vindt dat economen meer aandacht moeten schenken aan de politiek

Het begint misschien wat cliché te worden; Bill Clintons "it’s the economy, stupid" als titel gebruiken en dan ‘economy‘ veranderen door welk ander woord dan ook. Een uitzondering op dit thema is gerechtvaardigd. Het is dit keer namelijk geen politicus die pleit voor meer aandacht voor de economie, het is nu een econoom die pleit voor meer aandacht voor de politiek. Zijn naam: Jakob de Haan hoogleraar Politieke Economie te Groningen. De Haan was  in 1995 promotor van de huidige president van onze Centrale Bank, Klaas Knot. De Haan is niet alleen bekend met de hoogste baas binnen De Nederlandsche Bank (DNB), hij kent de toezichthouder ook goed van binnen. Sinds 2009 is hij er hoofd van de research-afdeling. In een interview met Follow The Money bespreekt De Haan de rol van de politieke economie in de crises van de afgelopen jaren.

Klaas Knot
Hoogleraar De Haan loopt al enige tijd rond in de academische wereld en is een veel geciteerd (politiek) econoom. Zijn eigen onderzoek gaat, niet verrassend, voor een groot deel over centraal bankieren. Zorgt hoge inflatie bijvoorbeeld voor het ontslag van centrale bankiers? En hoe belangrijk is de onafhankelijkheid van een centrale bank nu eigenlijk? Sinds 1995 heeft De Haan ook enkele studies gepubliceerd die het verband tussen begrotingsbeleid en de rente bekeken. Deze studies zijn niet alleen interessant vanwege hun hoge actualiteit door de eurocrisis. Ze zijn ook interessant vanwege de jonge co-auteur, van wie De Haan de promotor was; prof. dr. K. Knot. Waar het DNB betreft, antwoordt De Haan, vanwege zijn functie bij DNB, diplomatiek en terughoudend. Over Knot zegt de Groningse hoogleraar, “Klaas Knot doet hetzelfde als zijn voorgangers, namelijk een onafhankelijke lijn kiezen vanuit de verantwoordelijkheid die een centrale bank heeft en zo hoort het ook”. “Benoemingen van centrale bankiers zijn altijd politiek”, zo zegt De Haan, “maar dat betekent nog niet dat iemand die dicht bij de minister staat, bij hem of haar aan het lijntje hangt”.

Mede-economen
Kritischer is De Haan op zijn mede-economen. Niet zozeer op politiek economen, maar wel op ‘de gemiddelde’ econoom, “De gemiddelde econoom heeft toch een wat andere kijk op de wereld. Die heeft toch vaak als standaardveronderstelling dat consumenten hun eigen nut maximaliseren, producenten hun eigen winst maximaliseren, en poltici die doen heel anders, die hebben alleen maar het grotere goed voor ogen. Ik heb nooit geloofd in die benadering en velen met mij, dus die politieke economie is in die zin anders dan de mainstream.”

Duits onderzoek
Jakob de Haan pleit voor meer aandacht voor de politieke factoren die relevant zijn voor hoe een economie functioneert. Een goed voorbeeld van een dergelijke factor is de minister van financiën. Twee Duitse economen namen de rol van deze minister nader onder de loep. Het resultaat werd de publicatie vanThe perfect ?nance minister: Whom to appoint as ?nance minister to balance the budget? Dit onderzoek is een voorbeeld van een nieuwe stroming binnen de politieke economie. “Wat deze studie doet, is het onderzoek naar politiek-institutionele factoren, die van invloed zijn op het begrotingsbeleid, combineren met een recente lijn van onderzoek, waar gekeken wordt naar personen en met name bepaalde achtergrondkenmerken van personen”, zo zegt De Haan. De belangrijkste conclusie van de Duitse economen is dat, als je kijkt naar het begrotingstekort, niet de opleiding van een minister van financiën, maar voornamelijk zijn beroepservaring in de financiële sector van belang is. En hoewel de Groningse hoogleraar, heel wat slagen om de arm houdt, is hij voorzichtig optimistisch over het onderzoek. “Dit is allemaal nieuw, de rol van personen in begrotingsbeleid, dus vooralsnog zou ik denken ‘even kijken hoe robuust die resultaten echt zijn’, maar goed, er zijn wel een aantal eerste resultaten, die heel interessant zijn. Als die blijken robuust te zijn, is dat voor de toekomst iets om rekening mee te houden”.

Bezuinigen niet schadelijk voor reputatie
Als De Haan wordt gevraagd naar de belangstelling van politici voor politiek economische onderzoeken, kan hij een enigszins cynische lach niet onderdrukken. De hoogleraar wordt door politici ‘hoogst zelden’ over politiek economische inzichten bevraagd. Ten onrechte, meent De Haan. “Ik denk dat het nuttig is voor de politiek om kennis te nemen van politiek economisch onderzoek, omdat het toch vaak implicaties heeft voor het beleid. Er is bijvoorbeeld een heel populaire opvatting onder politici als je moet bezuinigen, dat je daar dan door het publiek op wordt afgestraft. Toch blijkt uit diverse onderzoekingen dat het gewoon onzin is. Sterker nog, partijen die juist wel bezuinigen en de boel op orde brengen, die worden vaak herkozen of die winnen verkiezingen”.

Alberto Alesina
Met die laatste boodschap kwam Harvard-professor Alberto Alesina enkele weken geleden naar Amsterdam. Alesina, een van bekendste en meest omstreden politiek economen – hij probeerde tot vreugde van FD-columnist en RTL-Z-commentator Mathijs Bouman de tot kort daarvoor volprezen John Maynard Keynes definitief af te schrijven, maar kreeg bergen van kritiek van de wat meer progressieve economen, waaronder uiteraard Paul Krugman – sprak bij de Duisenberg School of Finance Nederlandse economen, waaronder Jakob de Haan, en andere belangstellenden toe. “Alesina’s voordracht ging nadrukkelijk erover dat pijnlijke maatregelen niet per se leiden tot verkiezingsnederlagen. Ik hoop dat die boodschap goed landt bij politici.”.

 

Naschrift:


Mathijs Bouman heeft zijn mening omtrent het onderzoek van Alesina inmiddels bijgesteld. Bouman: "Onderzoek van Alesina is afgelopen tijd door diverse economen, waaronder die van het IMF, overgedaan en gekritiseerd. Het typische Alesina-resultaat van: bezuinigen zorgt niet voor een recessie, verdient nuancering". Bouman benadrukt dat de colum "Wij zijn klaar met Keynes" geschreven is in de zomer van 2010, toen de economie zich juist weer leek te herstellen. "Procyclisch begrotingsbeleid is niet slim", besluit Bouman, zoals hij eind 2011 al in Het Financieele Dagblad aangaf.