Multinationals achter het rookgordijn

12jul 2012juli 2012
Dennis Mijnheer

Transparency International legde de 105 grootste beursgenoteerde ondernemingen langs de transparantie-meetlat. Wat blijkt? Financiële instellingen scoren opvallend laag. Met als uitschieter: HSBC.

Het anti-corruptie onderzoeksinstituut Transparency International onderzocht op basis van openbare informatie in hoeverre de multinationals transparant zijn. Ze hanteerden drie dimensies in het onderzoek:

1. Publieke rapportage over de code of conduct om corruptie te bestrijden. De items hebben betrekking op het (interne) beleid omtrent steekpenningen, facilitaire betalingen (legale steekpenningen om een proces/uitkomst te versnellen), openbaring politieke giften en de bescherming van klokkenluiders. De items zijn gebaseerd op de 10th Principle against Corruption van de UN Global Compact Reporting Guidance.

2. Transparantie met betrekking tot de organisatiestructuur. Kortom, wordt er wel of niet gerapporteerd over de holding op de Kaaimaneilanden en die joint-venture in Nigeria?

3. Financiële rapportage per land. Wordt er enkel geconsolideerd of wordt er ook per land afzonderlijk gerapporteerd? Dit met het oog op het inzichtelijk maken waar daadwerkelijke winsten worden gemaakt en er belasting wordt betaald.

See no evil

De onderzoekers constateren op punt 1 (anti-corruptie beleid) een verbetering ten opzichte van drie jaar geleden. In een vergelijkbare studie in 2009 wilden nog minder dan de helft van de bedrijven uitweiden over het (interne) beleid om corruptie te bestrijden, inmiddels is dat 68 procent. N.B. Of de gedragsregels ook daadwerkelijk gevolgd en gecontroleerd worden, valt buiten dit onderzoek. Een opvallend taboe zijn donaties aan politieke partijen; slechts 26 van de 104 multinationals geeft daar inzage in.
De organisatiestructuur (dimensie 2) wordt een stuk meer in nevelen gehuld, want de helft van de multinationals ontbloot niet de gehele organisatiestructuur. Vooral holdings in arme, corrupte landen worden liever onder de radar gehouden – See no evil, hear no evil, speak no evil. Financiële rapportage over de winsten en belastingen per land, vindt nog sporadischer plaats.

Statoil meest transparant, Bank of China het minst
De Noorse oliegigant Statoil belandt met het rapportcijfer 8,3 op nummer 1 qua transparantie. Ze geven openheid over de interne gedragsregels om corruptie te bestrijden, geven grotendeels inzage in de cijfers in de 37 landen waarin ze actief zijn, en de bedrijfsstructuur wordt sans gêne blootgelegd. Het Noorse bedrijf heeft blijkbaar wijze lessen getrokken uit het corruptieschandaal waar ze in 2002/2003 een centrale rol speelde. Via Horton Investment betaalden ze toen 15,2 miljoen dollar om Iraanse oliecontracten binnen te halen.
Koninklijke Shell belandt op een respectabele 19e plaats en Unilever behoort met een 5,7 tot de middenmoot.

De onderste regionen worden bevolkt door merken als Apple (3,1), het in België gevestigde Anheuser Busch-InBev (2,9) en the usual suspects zoals Gazprom (2,8) en Chinese Banken. Hekkensluiter Bank of China krijgt toch nog eentiende snoeppuntje en eindigt daardoor met het cijfer 1,1.

Financiële sector in dichte mist
Het onderzoeksinstituut heeft aan de financiële sector een apart hoofdstok gewijd. De reden laat zich raden: het is ‘slecht’ gesteld met de transparantie in deze sector. Het gemiddelde rapportcijfer van de 24 financiële instellingen komt uit op een 4,2. Het schort aan openheid over interne beleidsregels om corruptie tegen te gaan, maar Transparency International concludeert dat het nog dramatischer is gesteld met het inzage geven in de resultaten bij buitenlandse vestigingen. Banco Santander scoorde relatief gezien het hoogst op dit punt.
HSBC Company wordt bestempeld als de meest transparante financiële instelling met het cijfer 6,7. Het is een opsteker voor de bank die op het gebied van witwassen nog steekjes laat vallen.

Het volledige rapport is hier te lezen
 

Op de hoogte blijven van de ontwikkelingen bij Follow the Money? Schrijf u in voor de nieuwsbrief: