Nieuwe getuige Boekhoorn in hoger beroep tegen Cyrte

22mei 2012mei 2012
Eric Smit

Het ging er weer hard aan toe in de strijd tussen Boekhoorn en Botman en er was nieuws: ex-werknemer investeringsmaatschappij Cyrte getuigde voor Boekhoorn tegen zijn oude werkgever Botman.

Maandag was in het Amsterdamse Gerechtshof de zitting in het hoger beroep van Marcel Boekhoorn tegen investeringsmaatschappij Cyrte en haar baas Frank Botman

Marcel Boekhoorn kwam met een nieuwe getuigenverklaring op de proppen; die van een voormalig werknemer van Cyrte; Willem Jansonius. Zijn verklaring ondersteunt het verhaal van Boekhoorn.

Botman wilde eind 2007 met De Persgroep optrekken om te pogen een openbaar bod uit te brengen en het bestuur van TMG te vervangen.

Botman/Cyrte stelt dat verklaringen van Jansonius “lariekoek” zijn, dat de getuige door Boekhoorn is ingepalmd en suggereert dat er sprake zou zijn van omkoping.

‘Wie liegt over iets tamelijk onbenulligs, liegt zeker over iets belangrijks’

Ruim een jaar was het stil rond de vete tussen Marcel Boekhoorn en Frank Botman. Nadat Boekhoorn vorig jaar de eerste ronde tegen Botman aan zijn broek kreeg, ging hij stilletjes in hoger beroep. En daar bleef het niet bij. In zijn verbetenheid om aan te tonen dat Botman in zijn getuigenverhoor van januari 2010 om een tamelijk triviaal feit had gelogen, procedeerde hij door tot de Hoge Raad. Zo bleek maandagochtend in het Amsterdamse Gerechtshof tijdens de zitting in het hoger beroep. Boekhoorn kreeg gelijk, althans, vast is komen te staan dat de baas van investeringsmaatschappij Cyrte al bij aanvang loog over waar hij zich voorafgaand aan zijn verhoor had bevonden. En “wie liegt over iets tamelijk onbenulligs, liegt zeker over iets belangrijks”, stelde advocaat Paul Olden, die samen met kantoorgenoot Joost Italianer het aanvalsteam van Boekhoorn vormde.
Met die zin maakte Olden al vroeg in zijn pleidooi duidelijk dat partijen nog even diep in de loopgraven liggen als een jaar eerder. Misschien nog wel dieper.

Nieuwe informatie

Het geschil draait om een mondelinge afspraak met een pittig prijskaartje van 60 miljoen euro. Boekhoorn had vanaf maart 2008 een grote positie genomen (5 procent) in de Telegraaf Media Groep (TMG). Botman had het idee om samen met enkele andere grootaandeelhouders het krantenconcern van de beurs te halen en Boekhoorn kon hem daar goed bij helpen. Botman zou de Nijmeegse investeerder toen ook hebben beloofd tegen kostprijs ‘uit te nemen’ indien hij dat wenste. Van die toezegging kon hij zich later niets meer herinneren.

Wel of geen putoptie? Dat is dus de vraag waar het in de al jaren slepende rechtszaak allemaal om draait. Voor het tweetal aanwezige journalisten was maandag de grote vraag of er, naast de eerder ingenomen (afgezwakte, dan wel aangescherpte) standpunten, ook nieuwe informatie ingebracht zou worden. Dat gebeurde.

Samen met De Persgroep

Uit het pleidooi van Olden bleek dat Boekhoorn, dankzij een ter elfder ure afgedwongen getuigenverhoor, informatie boven tafel heeft weten te krijgen waaruit zou blijken dat Botman in oktober 2007 samen met De Persgroep, eigenaar van onder andere de Volkskrant, heeft willen optrekken om het bestuur van TMG te vervangen en een openbaar bod op het krantenconcern uit te brengen.
Persgroep to inject new management“, luidde de specifieke missie voor Van Thillo c.s. Botman en Cyrte hebben altijd beweerd dat er van zulke plannen geen sprake was.
Ook bleek dat Boekhoorn zijn hand heeft kunnen leggen op een presentatie uit juni 2008, waarin staat voor welke prijs Botman TMG van de beurs wilde halen. Belangrijk. Dit nieuwe bewijsstuk bevatte voor Boekhoorn een detail dat volgens zijn raadsman van groot belang was: een weergave van de prijs die Botman later tegen Boekhoorn zou hebben genoemd. Botman heeft altijd ontkent dat hij bezig was een delisting van TMG voor te bereiden, laat staan daar prijzen voor te hebben genoemd (Cyrte stelt sinds 2010 dat er geen “concreet” of “relevant” voornemen was).

Het klapstuk was een nieuwe getuigenverklaring van de voormalige werknemer van Botman, Willem Jansonius. Jansonius was in de bewuste periode bij Cyrte binnen het zogenoemde Private Equity Portfolio Transaction team (PEPT-team) verantwoordelijk voor grote transacties. Olden citeerde uit de verklaring van Jansonius die Botman persoonlijk over de ‘putoptie’ had gesproken:

“U vraagt mij of ik bekend ben met de toezegging die is gedaan aan de heer Boekhoorn: Ja. Die toezegging is mij bekend…Feitelijk heeft Botman gezegd dat hij Boekhoorn had toegezegd dat die het belang dat hij in TMG had genomen altijd weer aan hem zou kunnen verkopen tegen kostprijs…”.

Geen schriftelijk bewijs

Cyrte-advocaat Egbert Vroom en zijn confrère Johan Spijksma, serveerde in hun verweerpleidooi volle schalen “lariekoek”. Boekhoorn was uit op een “fishing expedition“. Een “welles nietes spelletje” dat door toedoen van Boekhoorn was ontaard in een “moddergevecht”. De rechters van het Hof werden nog even herinnerd aan hoe Boekhoorn Botman ten overstaan van de media had uitgemaakt voor een ‘laaienlichter met een stropdas’. Met als doel Botman, Cyrte en ook Delta Lloyd zo zwaar mogelijk te beschadigen.

De kern van het pleidooi was simpel. De putoptie had nooit bestaan. Er was geen schriftelijk bewijs, andere bewijsstukken waren “circumstantial” en de verklaringen van de getuigen van Boekhoorn waren op zijn minst dubieus. Zo hadden de opnamen van verschillende telefoongesprekken, waarmee Cyrte later aankwam, volgens Vroom en Spijksma aangetoond. Om dit te illusteren werd tien minuten uitgetrokken om naar de doorrookte stem te luisteren van voormalig ABN Amro-bankier Wilco Jiskoot, die voor Boekhoorn had getuigd. In een opname van een telefoongesprek met Botman repte Jiskoot met geen enkel woord over een putoptie. Voor Cyrte het bewijs dat die afspraak ook niet heeft bestaan en dat Jiskoot in zijn eerdere verklaring onder ede, de waarheid geweld had aangedaan. Wel bleek, eens te meer, dat er plannen waren om TMG over te nemen. Maar die waren volgens Cyrte niet “concreet” want zie, het bedrijf was nog steeds niet van de beurs gehaald.

 

Nog steeds niet van de beurs, dus…

 

Klare wijn

Enkele zinnen die Jiskoot en Botman uitwisselde, lieten sommige aanwezigen grinniken. Jiskoot opperde in een poging om de partijen nader tot elkander te brengen, dat het tijd werd om over en weer “klare wijn te schenken”. Waarop Botman – die met het opnemen van het gesprek al munitie aan het verzamelen was – reageerde: “Ok, nee, dat gaan we doen”.

Volgens Boekhoorn zouden er veel meer gespreksopnames bestaan die Cyrte om moverende redenen niet vrij wil geven en in “de kluis” blijven liggen. Cyrte beweerde dat die opnames eenvoudigweg niet bestaan.

Met de verklaringen van Jansonius wisten de advocaten van Cyrte niet veel raad anders dan veel op kleine details in te zoemen waaruit zou blijken dat zijn verklaringen “rommelig”, “inconsequent”, “ongeloofwaardig” en uit eindelijk ook “onwaar” zouden zijn. Volgens een andere getuige – eveneens een ex-werknemer van Cyrte – zou Jansonius “lariekoek” hebben verkondigd, hij had in elk geval nog nooit van de putoptie gehoord.
Boekhoorns belangrijke nieuwe getuige werd vooral in een twijfelachtig daglicht geplaatst. In de finale van het pleidooi haalde Vroom keihard uit door te suggereren dat Jansonius door Boekhoorn zou zijn omgekocht. “Boekhoorn [uiteindelijk] leeft in een wereld waarin hij meent dat alles te koop is” een “feodale landheer omringd met horigen”. Vroom: “Ik ben nog steeds bijzonder benieuwd naar de contacten die Jansonius met Boekhoorn onderhoudt”.

Daarmee eindigde de zitting in stijl: met modder gooien.

Vonnis: 3 juli.