Vinken vs Tabaksblat

07nov 2011november 2011
Arne van der Wal

Pierre Vinken transformeerde uitgeverij Elsevier tot een wereldconcern. De fusie met Reed pakte echter niet goed uit en bracht hem in conflict met Morris Tabaksblat. ‘Ik zag het romeinse rijk in handen vallen van de barbaren.’

In zijn imposante biografie Tegen het idealisme schetst auteur Paul Frentrop een fascinerend beeld van de onlangs overleden Pierre Vinken. De out-topman van uitgeverij Elsevier was een opmerkelijk veelzijdige neurochirurg, kunsthistoricus, redacteur, hoofdredacteur, ondernemer, atheïst, republikein, vriend en, uiteraard, ondernemende topmanager. 
 
Als voorzitter van de raad van bestuur van Elsevier (1979-1995) maakte Vinken het bedrijf, zoals hij dat zelf noemde, ‘schoon’. Hij sneed in de kosten en introduceerde een platte organisatiestructuur, waarin werd gestuurd op cijfers en afspraken. Het leverde hem de reputatie op van een kil en klinisch manager.
 
Waar de groei van uitgeverijen in de jaren tachtig overal stagneerde, groeide Elsevier uit tot de meest winstgevende van Europa. Dat was te danken aan Vinken, die inzag dat in de informatiepiramide van publieks-, vak- en wetenschappelijke informatie de hoogste marges bij de laatste zijn te behalen. Laagrenderende activiteiten, zoals onder meer de Nederlandse Dagblad Unie, stootte hij af. Met het geld dat dat opleverde werden hoogrenderende titels en uitgeverijen overgenomen.
 
In de vijftien jaar dat Vinken er aan het hoofd stond was Elsevier 34 keer meer waard geworden. Vinken werd de kampioen van het aandeelhouderskapitalisme, maar verloor nooit uit het oog waar het in uitgeverijen om draait: alleen vrijdenkend, creatief intellect kan waarde creëren.
 
Opvolgingstrijd
In het hoofdstuk ‘Strijd om de troon’ schetst Frentrop het laatste jaar van Vinken als chairman van Reed Elsevier. Na het stuklopen van de fusie met Wolters Kluwer in maart 1998, kampte Reed Elsevier met een leiderschapsprobleem. Het vinden van een nieuwe ceo duurde lang en werd door de Britten getraineerd. Nigel Stapleton (Reed) en Herman Bruggink (Elsevier), in feite beiden ceo, spraken nauwelijks meer met elkaar, schrijft Frentrop, en gaven in feite al lang geen leiding meer. 
 
De onlangs overleden Morris Tabaksblat leek, als commissaris en beoogd opvolger van Vinken als chairman, met zijn Unilever-achtergrond de kloof tussen de Nederlandse en Britse bloedgroep te kunnen dichten na zijn benoeming in 1999. Dat bleek echter niet het geval. Met het vertrek van Vinken in datzelfde jaar werd diens levenswerk Reed Elsevier de facto een Brits bedrijf. Dat ging gepaard met een heftige machtsstrijd. 
 
Een citaat uit Tegen het idealisme
 
‘In de vijf jaar na mijn pensionering zag ik het romeinse rijk in handen vallen van de barbaren. Hoewel Engelsen en Nederlanders formeel nog steeds evenveel macht hadden, heerste de Engelse directie al snel over de Nederlandse, maar als commissaris kon ik natuurlijk niet meer ingrijpen in de dagelijkse gang van zaken. Ik heb toen al overwogen af te treden, zodat ik deze neergang niet hoefde mee te maken, maar dan overtuigden Elsevier-collega’s mij vervolgens dat dan niemand de volksverhuizing meer zou kunnen verhinderen of vertragen. Uiteindelijk is mij dat toch niet gelukt. Ik zat tegen die onzinnige wettelijke leeftijdsgrens van 72 aan; de Engelsen zaten gewoon te wachten tot ik moest vertrekken. Dat was een afschuwelijke ervaring.’
 
Coulissen
Vinken toont zich zeer kritisch over de rol die Tabaksblat tijdens de opvolgingskwestie speelde. De voormalig Unilever-topman koos, toen het er op aankwam, de facto voor het Britse kamp. Dat leidde er toe dat de rol van de Nederlanders in de top van Reed Elsevier was uitgespeeld.
 
Verraden voelde hij zich niet, vertelde Vinken Frentrop. ‘Persoonlijk voelde ik mij niet door Tabaksblat verraden, want je verraden dat kan alleen een vriend – althans iemand met wie je een band hebt, en die had ik niet met hem. Ik vond het wel ontnuchterend om mee te maken hoe deze nieuwkomer bij Elsevier het toneel betrad en vervolgens weer in de coulissen verdween om daar op een betere rol te wachten. Hij heeft die gekregen, maar wel in een veel slechter stuk. Later realiseerde ik mij dat hij er als directievoorzitter van Unilever tussen 1994 en 1999 ook niet al te veel van had gebakken.’ 
 
Reed Elsevier kreeg, na lang zoeken, de Brit Crispin Davis als topman. Het duo-ceo systeem verdween. Davis slaagde er ondanks zijn recordsalaris – hij werd enkele keren uitgeroepen tot best betaalde topman van het Verenigd Koninkrijk – maar moeizaam in duurzame aandeelhouderswaarde te creëren. Vanwege de discrepantie tussen zijn salaris en de teleurstellende prestaties van zijn concern plaatste het blad FEM Business, dat werd uitgegeven door Reed Elsevier, Davis op de eerste plaats in de jaarlijkse kandidatenlijst van ‘Vallende Topmannen’ van 2008. (Disclaimer: schrijver dezes was toen hoofdredacteur van FEM Business) 
 
Voor Vinken maakte het niets meer uit. Hij had na zijn gedwongen pensionering al zijn aandelen verkocht en nooit meer ook maar een blik geworpen op de aandelenkoers van Reed Elsevier. Hij weigerde het bedrijf ook als zijn levenswerk te zien. 
 
Toen Davis in 2009 vertrok, liet hij Reed Elsevier achter met een flink financieringsprobleem. Hij werd opgevolgd door de totaal ongeschikte bouwondernemer Ian Smith. Die hield het nog geen acht maanden uit en werd opgevolgd door eigen kweek Erik Engström, de huidige ceo van Reed Elsevier. Met het vertrek van Jan Hommen als chairman – toen hij ceo werd van ING – verdween de laatste Nederlandse topman in de one-tier board van het Brits-Nederlandse concern. 
 
 
 
 
 

Het is tijd om in actie te komen. In een wereld waar alles om geld draait, kunnen we alleen samen het verschil maken