Redden de Arabieren de Europese zonnesector?

21jun 2012juni 2012
Arne van der Wal

De plannen van Saoedi-Arabië om de grootste producent van zonne-energie te worden bieden enorme kansen voor de Europese solar industry. Deel 2 in ons tweeluik over zonne-energie.

Saoedi-Arabië wordt over het algemeen niet direct geassocieerd met duurzame energie. Hoewel het land in de weelde verkeert te beschikken over een overvloed aan zonne-energie, doet het daar zo goed als niets mee. Maar daar komt nu verandering in. 
 
Onlangs presenteerde de regering van Saoedi-Arabië een een plan waarbij er in 2032 41 GW aan zonne-energie moet zijn geïnstalleerd. 16 GW daarvan zal uit fotovoltaïsche zonnepanelen bestaan en 25 GW uit thermische energiecentrales. Ter vergelijking: in koploper Duitsland is een kleine 25 GW aan zonne-energie geïnstalleerd. Al die zonnepanelen wekken op een zonnige zomerdag inmiddels net zoveel energie op als een twintigtal kerncentrales.
 
Het Saoedische plan is het meest ambitieuze project voor zonne-energie ter wereld. Het loopt ver voorop op bijvoorbeeld Nederland. Alleen India komt qua ambitie een beetje in de buurt. Dat land wil de komende tien jaar 20 GW aan zonne-energie installeren. Naast zonne-energie wil Saoedi-Arabië zijn energiemix verder diversificeren met windenergie, geothermische centrales, afvalenergie en nucleaire energie. (Meer details over de Saoedische plannen in PV Magazine)
 
Weggevaagd
De vraag uit Saoedi-Arabië zou een godsgeschenk kunnen zijn voor de zieltogende Europese industrie voor zonnepanelen. Want het succes van zonne-energie vertaalt zich tot nu toe niet in ondernemingen die succesvol zijn. In Nederland is de sector na een veelbelovend begin goeddeels weggevaagd door de concurrentie uit China. Ook in marktleider Duitsland vallen er harde klappen. Illustratief zijn de faillissementen van Solarwatt en van Q-Cells, dat enkele jaren geleden nog de grootste producent ter wereld was. Het ging ten onder ging aan een curieuze mix van succes, concurrentie en een teveel aan duur en slecht strategisch advies.   Deze week werd het Belgische Photovoltech failliet verklaard. 
 
Kortom, het is kommer en kwel. Naast de concurrentie uit het Verre Oosten speelt ook het terugdraaien van subsidies in onder meer Duitsland (het land met het grootste geïnstalleerde vermogen aan zonne-energie in de wereld) en Spanje een rol. Het gevolg: er heeft in de sector een enorme shake out plaats, constateert Energiebusiness.nl. Het ene na het andere bedrijf valt om. 
 
Zelfs de gesubsidieerde Chinese bedrijven ontkomen niet aan de misère. De op de Nasdaq genoteerde Chinese zonnepaneel-bedrijven doen het allemaal slecht
 
De panelen die Chinese bedrijven leveren zijn momenteel zo’n 30 procent goedkoper dan Europese. De enige manier waarop de Europese zonne-industrie nog kan overleven is dus technologische innovatie. De technische kennis is er wel in Europa (zie de verbazingwekkende successen van het Nederlandse Nuon Solar Team in de World Solar Challenge) maar voor investeringen in echte doorbraken ontbreekt op dit moment het geld. 
 
Innovatie 
De grootste drempel voor een volledige doorbraak komt er op neer dat het rendement van PV-zonnepanelen (die licht  in stroom omzetten) veel te laag is. De opbrengst per vierkante meter zonnepaneel moet verder omhoog om écht concurrerend te worden met andere energiebronnen. De huis-tuin-en keuken panelen die op Nederlandse daken zijn gemonteerd, zetten slechts zo’n 15 procent van de energie die ze opvangen om in elektriciteit. In zeer zonnige landen met onbewoonde woestijnen hoeft dat niet zo’n groot probleem te zijn, maar in de noordelijke landen beperkt dat matige rendement toch de bruikbaarheid van zonnepanelen.
 
Een van de nieuwe technologieën waarmee het rendement kan worden verhoogd is Concentrated Photovoltaics (CPV),  dat gebruik maakt van lenzen om meer elektriciteit uit het licht te halen. Dat vereist echter meedraaiende panelen, en prijzige koeling. Sharp maakte onlangs een paneel dat 43,5 procent van het licht omzet in elektriciteit. De sterke groei van de productie van elektriciteit uit zonlicht en de snel dalende kosten lijken op het eerste gezicht een groot succes, maar verhullen dat het hier eigenlijk gaat om achterhaalde en inferieure technologie. De vraag daarna is kleiner dan het aanbod, waardoor de prijzen kelderen.
 
Duw in de rug
These days, bullishness on solar is a contrarian view,’ schreef het Amerikaanse businessblad Forbes in april.  Het negatieve sentiment van de financiële markten ten aanzien van zonne-energie is begrijpelijk, gezien de magere resultaten van de afgelopen jaren en de overduidelijke overproductie. Niet alleen de energiemarkt snakt naar doorbraaktechnologie, ook de financiële markten. 
 
En toch is men te pessimistisch, vindt strategisch consultant McKinsey. Zonne-energie bevindt zich niet in een crisis, maar heeft alleen last van groeistuipen.
 
McKinsey publiceerde onlangs een rapport over zonne-energie met de veelzeggend titel Darkest before dawn. De strekking is helder: het potentieel van zonne-energie wordt onderschat. Het is een gigantische industrie aan het worden en de beschikbaarheid van goedkopere panelen heeft verstrekkende gevolgen voor de hele wereld. Die zijn bijna allemaal positief: ook op tot nu toe onbereikbare plekken bijvoorbeeld wordt lokaal opgewekte, goedkope elektriciteit beschikbaar. 
 
Duurzame energie krijgt ook een onverwachte duw in de rug door de ontwikkelingen bij andere energiebronnen. Gas is goedkoper geworden, maar dat geldt niet voor bijvoorbeeld steenkool dat in verhouding duur is. Niet zozeer vanwege de delvingskosten, maar vooral door de transportkosten. Die zijn veel hoger dan voor olie. Het is een van der redenen waarom staalproducent Tata in maart een energietransitie aankondigde van steenkool naar wind- en zonne-energie. 
 
Energiecentrales in India en China kampen daardoor nu met brandstoftekorten. Interessant getal, in het Bloomberg-artikel: de economische plannen van deze landen gaan uit van een kilowattuur-prijs van 4 dollarcent, maar met de huidige steenkoolprijzen kost een kilowattuur met 10 cent tweeëneenhalf keer zo veel. De Chinese windindustrie kan al elektriciteit leveren tegen 7 tot 13 cent per kilowattuur. ‘Coal is dead‘, concludeert Bloomberg. Niet alleen omdat een ‘high carbon‘ groeipad tot een riskant hoge CO2-concentratie in de atmosfeer leidt, maar ook omdat steenkool simpelweg te duur is voor Aziatische economieën. 
 
Varkenscyclus
McKinsey verwacht dat de prijs voor een eenvoudig doorsnee PV-systeem rond 2015 40 procent lager zal zijn dan nu. En rond 2020 nog eens 30 procent lager. De groei van het aandeel zonne-elektriciteit zal dus gewoon doorgaan, ook al worden in veel landen op dit moment de subsidies geschrapt. 
 
De boom-bust cyclus van PV-panelen begon in 2005. In 2009 begon de ballon scheuren te vertonen. In Nederland ging bijvoorbeeld Econcern failliet, een van de grote en snelgroeiende spelers op het gebied van duurzame energie. Dat proces van destructie is voorlopig nog niet voorbij. McKinsey verwacht dat de concurrentie van de fabrikanten voorlopig zal blijven bestaan. De sterkste en slimste overleven. ’Fabrikanten kunnen zich onderscheiden met het ontwikkelen van eigen technologie’, concludeert de consultant. Op het gebied van fabricageprocestechnologie bijvoorbeeld, maar ook voor nieuwe types zonnepanelen. Die nieuwe technologieën zullen minder kostbaar zijn, verwacht McKinsey.
 
Verder liggen er enorme kansen in de systeemtechnologie zelf. Installateurs, supermarkten, bouwmarkten kunnen hiervan profiteren door alternatieven aan te bieden en nieuwe diensten te ontwikkelen. Dit is een aantrekkelijke markt voor alerte investeerders: 
 
‘As the solar investment pool swells, financial institutions, professional investors, and asset managers are likely to be drawn to the sector, since solar projects that are capital-heavy up front but rely on stable contracts will become attractive in comparison with traditional financial products. New types of downstream developers and investment products will emerge to aggregate low-cost equity and debt and to structure financial products with risk-return profiles aligned with the specific needs of institutional investors.’
 
Voor de financiële sector is het McKinsey-rapport verplichte literatuur. Investeren in Europese zonne-technologie zal zich dubbel en dwars uit betalen. De techische voorsprong is er. Nu nog het geld om een sprong voorwaarts naar de commercialisering te kunnen maken.
 
 
Lees hier deel 1 in het FTM-tweeluik ‘Zonne-energie wordt volwassen