Snoeien om te groeien: een illusie

04aug 2011augustus 2011
Jesse Frederik

Mark Rutte verklaarde tijdens de verkiezingen dat Nederland moet ‘snoeien om te groeien’. Er is echter geen enkel bewijs dat bezuinigingen zullen leiden tot hogere economische groei, in tegendeel, investeringen zijn nodig om de economie te laten groeien.

Keynesianisme, het stimuleren van de economie in tijden van recessie, vond tijdens het begin van de crisis een hernieuwde rol in vrijwel elke ontwikkelde economie. De recessie werd bestreden doormiddel van overheidsuitgaven en belastingverlagingen. Zelfs Gregory Mankiw, economisch adviseur van George W. Bush, schreef in november 2008 over de terugkeer van Keynes. 

 

Hoewel Keynesianisme aan het begin van de crisis plots opnieuw werd ontdekt, is het Keynesiaanse recept alweer even plotseling verdwenen van de politieke agenda als het verscheen. ‘Keynes is dood,’ zo constateerde de Democratische senator Dick Durbin naar aanleiding van het Amerikaanse akkoord over bezuinigingen en het verhogen van het schuldplafond. De bezuinigingsideologie beheerst nu het politieke klimaat in de VS en Europa. 

 

Bezuinigen in een recessie zou volgens het Keynesianisme desastreus zijn en de economie dieper in een recessie duwen. Toch zijn er onderzoeken die zouden aantonen dat bezuinigingen –zelfs op de korte termijn- kunnen leiden tot hogere economische groei. Het vertrouwen zou zich herstellen en bedrijven en huishoudens zouden zich geen zorgen meer hoeven te maken over toekomstige belastingverhogingen. 
 
Het onderzoek van Harvard econoom Alberto Alesina is waarschijnlijk het meest bekende onderzoek in deze categorie. In dit onderzoek concludeert Alesina dat bezuinigen, met name het korten van de overheidsuitgaven, in tegenstelling tot het Keynesiaanse dogma, effectief kan zijn om de economische groei te stimuleren.  
 
Dit onderzoek is invloedrijk onder opinie- en beleidsmakers. Zo constateert FD-columnist Mathijs Bouman in een column getiteld ‘Wij zijn klaar met Keynes’ dat we ons van ‘de angstvisioenen van de Keynesianen weinig hoeven aan te trekken,’ waarbij hij expliciet verwijst naar het werk van Alesina. Ook Europese beleidsmakers grijpen het onderzoek van Alesina dankbaar aan. Zo hield Alesina een presentatie op een bijeenkomst van Europese ministers van financiën, waarin hij de resultaten van zijn onderzoek presenteerde.
 
‘Expansief bezuinigen’
Alesina’s onderzoek is één van de weinige onderzoeken die empirisch bewijs zou leveren van het succes van de ‘snoeien om te groeien’ formule, of wat Alesina noemt ‘expansief bezuinigen’. Alesina onderzocht bezuinigingsoperaties in OESO landen tussen 1970 en 2009. Van de 107 door hem geïdentificeerde episodes van bezuinigingen resulteerden er 26 in een ‘expansieve bezuiniging’. Bij 21 van deze episodes was er sprake van een reductie van de staatsschuld met 4,5% van het BBP of meer.  
 
Alesina hanteert in het onderzoek een vrij opmerkelijke definitie van groei. In 7 van de 26 succesvolle bezuinigingsoperaties remde de groei af in de drie jaar na de bezuiniging. Toch worden deze bezuinigingsoperaties door Alesina als succesvol bestempeld. Groei is in Alesina’s onderzoek relatief aan de groeiontwikkeling in andere OESO landen. Als een land bezuinigt en de economische groei remt af, maar het land doet het nog steeds beter dan 75% van de andere OESO landen, dan is het, volgens Alesina’s definitie, een ‘expansieve bezuiniging’. 
 
De manier waarop de gegevens zijn verzameld laat ook te wensen over. De cijfers alleen laten niet altijd zien of er ook sprake was van bewust bezuinigingsbeleid. Zo rekent Alesina Nederland in 1996 mee in zijn onderzoek, omdat Nederland in 1995 een groot begrotingstekort had. Dit grote begrotingstekort was echter geheel te wijten aan een eenmalige lump sum betaling aan woningcorporaties. In 1996 werd er dus eigenlijk helemaal niet bezuinigd. Dit is niet de enige foutieve diagnose van een bezuinigingsoperatie in Alesina’s onderzoek, zoals ook het IMF in haar eigen onderzoek constateert.  
 
Snoeien in een recessie
Keynesianen geloven dat een recessie niet het juiste moment is om te bezuinigen. Pas wanneer de economie oververhit raakt en inflatie een probleem wordt moet de overheid ingrijpen door de belasting te verhogen of de uitgaven te beperken. Dit onderscheid tussen bezuinigen in een recessie en bezuinigen tijdens de hoogconjunctuur wordt in Alesina’s onderzoek niet gemaakt. Van de 26 succesvolle bezuinigingsoperaties vonden er maar 6 plaats tijdens een recessie en van deze 6 was in slechts twee gevallen de groei hoger na de bezuinigingen, Ierland in 1987 en Noorwegen in 1983.  
 
Noorwegen begon in 1983 met een staatsschuld van 20,83% van het BBP en zag de teller drie jaar later staan op 34%. Noorwegen groeide weliswaar, maar bezuinigde eigenlijk niet. Ierland kan wel worden bestempeld als een succesvolle expansieve bezuiniging. De Ierse bezuinigingen gingen echter ook gepaard met een devaluering van de munteenheid en forse rentedalingen. Daarnaast maakte Ierland’s grootste handelspartner, het Verenigd Koninkrijk, een hausse door waaraan Ierland zich kon optrekken.  
 
Binnen de Eurozone is een devaluering van de munteenheid voor individuele landen onmogelijk. Het bevorderen van de export kan ook niet werken voor ieder land, immers tegenover elk handelsoverschot, staat een handelstekort. Een renteverlaging zal ook weinig effect berokkenen omdat de rente al ligt op een historisch laag niveau. Bovendien kampen veel Europese landen met erg hoge private schulden. Bedrijven en huishoudens proberen hun schulden af te betalen en zullen daarom niet snel geneigd zijn meer geld te lenen, hoe laag de rente ook is.  
 
Bezuinigingen en economische krimp
In een onderzoek van het IMF wordt het groeipotentieel bij bezuinigingsoperaties in meer detail onderzocht. Het onderzoek concludeert dat de methodes gebruikt door Alesina en andere bezuinigingshaviken de positieve effecten van bezuinigingen overschatten. Het onderzoek komt zelf, na allerlei statistische tests, tot de klassiek Keynesiaanse conclusie, bezuinigingen zorgen voor economische krimp.  
 
Het IMF concludeert bovendien dat dit ook geldt voor landen met een schuldenprobleem, zoals de PIIGS.  “Our main finding that fiscal consolidation is contractionary holds up in cases where one would most expect fiscal consolidation to raise private domestic demand. In particular, even large spending-based fiscal retrenchments are contractionary, as are fiscal consolidations occurring in economies with a high perceived sovereign default risk,” schrijven de IMF onderzoekers. 
 
Kortom, ‘snoeien om te groeien’ is zelfs volgens het IMF, een organisatie die bekend staat om de drastische bezuinigingsoperaties die het aan landen oplegt, een illusie. Waarom bezuinigen nu zo universeel wordt gezien als het verantwoorde en juiste beleid is een groot mysterie. Er zijn eigenlijk geen succesvolle voorbeelden van landen die in een recessie hun uitgaven hebben teruggebracht, al helemaal niet wanneer de rente erg laag staat en het devalueren van de munteenheid onmogelijk is, zoals bij de PIIGS. Iemand moet uitgeven om de economie weer aan de praat te krijgen, als er vanuit het buitenland geen vraag is en als de binnenlandse private sector schulden gaat afbetalen, dan blijft er maar één sector over die het gat kan opvullen.

Het is tijd om in actie te komen. In een wereld waar alles om geld draait, kunnen we alleen samen het verschil maken