Toezicht op slibverwerker SNB rammelde

14jul 2012juli 2012
Redactie Follow the Money

Het toezicht op overheidsbedrijven schiet vaak te kort, bij SNB werd dat in 2011 door hoogleraar Rienk Goodijk geconstateerd

Het toezicht op de directie van Slibverwerking Noord-Brabant (SNB) laat te wensen over. Dit was vorig jaar de conclusie van Rienk Goodijk, professor governance in de publieke sector aan de Universiteit van Tilburg. Goodijk deed in opdracht van de Raad van Commissarissen van SNB onderzoek en stelde vast dat de ‘governance bij de slibverwerker aan verbetering toe is’. Goodijk werd In 2009 door de RvC van SNB gevraagd om het onderzoek te doen. In het jaar 2009 werd SNB ook geconfronteerd met de enorme waardedaling van zijn derivatenpositie.

Donderdag 12 juni publiceerde de Volkskrant een uitvoerige reconstructie over SNB en hoe het semi-overheidsbedrijf in 2007 met Deutsche Bank een complex derivatencontract ter waarde van 270 miljoen euro sloot. De waarde van dit contract is inmiddels met 209 miljoen euro gedaald (77 procent) waardoor de slibverwerker mogelijk dit boekjaar technisch failliet zal gaan. De transactie werd indertijd voorgelegd aan de Raad van Commissarissen (RvC) van SNB. Daarin hebben leden van de waterschappen zitting die tevens de aandeelhouders zijn van SNB. De algemene besturen van de afzonderlijke waterschappen – waarin ook akkerbouwers en fruittelers zitting hebben – werden op hun beurt weer door de commissarissen over de op handen zijnde deal geïnformeerd. Uiteindelijk werd eind 2007 het voorstel om het derivatencontract af te sluiten, door de RvC van SNB goedgekeurd.
De RvC en de Algemene vergadering van Aandeelhouders zijn (de algemene besturen van de waterschappen) zijn de enige gremia die toezicht houden op de slibverwekende semi-overheidsdienst, zo liet SNB FTM weten. Onafhankelijke, kritische buitenstaanders zaten daar in 2007 nog niet bij.

 

Spagaat

De vraag of de kwaliteit van het toezicht van de RvC van SNB voldeed, rees in 2009 ook bij de commissarissen zelf. In het jaar waarin de derivatentransactie van SNB honderden miljoenen euro aan waarde had verloren, besloot de Raad van Commissarissen van SNB om onderzoek te laten uitvoeren naar de corporate governance structuur van SNB. Hoogleraar Goodijk verrichte dat onderzoek en stelde vast dat de ‘governance bij SNB aan verbetering toe is.’ De RVC-leden hebben last van een ‘dubbelrol en voelen zich in een ‘spagaat’ gedrukt, concludeert Goodijk in zijn adviesnota. ‘De RvC functioneert als een soort kleine aandeelhoudersvergadering.’ Goodijk pleitte dan ook voor een ‘beter onderscheid tussen de rollen/verantwoordelijkheden van bestuurder van een Waterschap enerzijds en toezichthouder bij SNB anderzijds en tussen aandeelhouder en commissaris.’

De hoogleraar adviseerde om in de vijfkoppige RvC drie onafhankelijke externe leden op te nemen. Een daarvan zou iemand moeten zijn met deskundigheid op het gebied van financiën en risicomanagement.

Goodijk publiceerde vorige maand het boek ‘Falend toezicht in semipublieke organisaties?’ Zoeken naar verklaringen. In een interview met de Volkskrant zie hij over de vele schandalen bij overheidsinstellingen: ‘De schandalen kennen een patroon en als daaraan niets wordt gedaan, is het wachten op de volgende affaire.’
Volgens de Tilburgse hoogleraar blijkt het toezicht op afstand niet te werken ‘in de complexe wereld van geprivatiseerde ziekenhuizen, hogescholen en corporaties, waar ambtenaren ondernemer moesten worden.’

 

Onvoldoende toezicht

Goodijk is niet de enige die meent dat het toezicht bij overheidsinstellingen als SNB sterk kan worden verbeterd. In juni publiceerde de Algemene Rekenkamer het rapport Reikwijdte en implementatie van de Kaderwet zbo’s met dezelfde conclusie. ‘Het Rijk heeft onvoldoende toezicht op publieke organisaties en hun private activiteiten’, luidt een van de conclusies van de Rekenkamer. De in 2007 van kracht geworden kaderwet Zelfstandige Bestuursorganisaties (zbo’s) die het toezicht op publieke organisaties als de Brabantse slibverwerker regelt, is door tal van uitzonderingen slechts op een beperkt aantal instellingen van toepassing. Onder die instellingen blijkt ook SNB niet te vallen.
‘Het ontbreken van heldere wettelijke kaders is ook van toepassing op
de private activiteiten van publieke organisaties’, zo blijkt uit de achtergrondstudie. ‘Organisaties in de publieke sector geven aan dat zij ook zelf hinder hebben van diffuse wet- en regelgeving’.

(Hier het persbericht van de Rekenkamer bij het rapport)

 

Jesse Frederik en Eric Smit