‘Waar is die fucking finish?’

21mrt 2011maart 2011

FTM’s Mark Koster kraakte zondag de LA Marathon, in 3 uur en 25 minuten. “Je rechterknie begint te huilen als een kind op de achterbank in de file op zwarte zaterdag in Parijs.” Een hels verslag.

Een tweede marathon lopen is als de tweede keer seks. Je weet je beter te beheersen en kent de gevoeligheden van je lijf. De LA Marathon is op papier een lekker wijf, waar je fijn op tekeer kan gaan. Tenminste, als de zon schijnt.

Als we ons om 7.00 uur kleumend verzamelen bij het Dodgers Stadium, waar we in het startvak een paar klassieke hotdogs naar binnen duwen, is er niets meer over van die verliefde voorgloed.

 

Het stortregent in de stad van de engelen. Het rennersveld, relatief langzaam trouwens – de dikste marathon-man ter wereld, een oud sumo-worstelaar, kondigt een record-poging aan – bestaat uit veel van die typisch Amerikanen, die deze race als de scheidslijn zien in hun leven. De overwin-jezelf-cultuur is nergens groter dan aan de Westkust.

We zingen het volkslied, en huggen elkaar. K-swiss opperhoofd David Nicols – zijn bedrijf is sponsor- doet een boks met voorbijgangers, en daar gaan we. (het kwakkelende K-Swiss, sinds 1966 een tennismerk, probeert sinds twee jaar met een hardlooplijn een nieuwe doelgroep te vinden).

 

Bergafwaarts

De sexiest marathon blijkt als snel de wettiest te zijn. Uw verslaggever, die eigenlijk net te weinig heeft getraind voor de Olympische dodenmars, geeft de hoop op een zweterig ochtendje siteseeing in Hollywood meteen op.

Tinseltown in de regen voelt als Moskou in 1980. Koud, grauw en lelijk. De muziek uit de i-pod is de enige esthetische afleiding, met vandaag Donna Summer, Henny Vrienten & Herman Brood (‘Als je wint heb je vrienden), Coldplay (‘Sparks op de repeat is de ultieme pijnuitdrijver), Henny Rollins, Sonny Rollins, Steely Dan natuurlijk, The Hellacopters, een Noorse punkband, The Kooks, Het Goede Doel (‘Waar is hier de nooduitgang), en nog 125 bij elkaar geraapte loopaudio.

Het parcours schijnt zwaar te zijn, vooral vanwege hoogteverschillen. 50 miles loper Josh Cox vertelt op de pasta-avond voor de wedstrijd, dat de race eigenlijk pas begint op 20 miles, want lacht hij zijn te witte tanden bloot: ‘Vanaf dan gaat het bergafwaarts.’

Het is een grote leugen. De wedstrijd is een continue berg op, berg af race. Met de hoogste top op 6 miles bij Bunker Hill (Deze naam zal ik nooit meer vergeten).

 

Pijn is fijn

 

Uw verslaggever bevindt zich dan – totale overschatting natuurlijk – in een groepje met 3.10 lopers. Het tempo ligt laag, beoordeelt hij vlekkerig. Dit hou je wel even voel, misschien wel tot de meet. Maar net als dronken seks moet je durven toegeven: dit moet je niet willen. Dit gaat veel te hard.

 

De tweede marathon is de race met geschiedenis in je benen. Radmilo Sado, de bekende personal trainer van veel BN-ers, en aanwezig om zangeres Do te begeleiden (ze loopt voor een goed doel), zegt het treffend: ‘Je spieren hebben een geheugen.’

 

De 3.10-ers worden aldus strategisch gelost. Dag, jongens. Ik zie jullie later.

 

Hierna komt de loper in het terra incognita van het afzien. Je weet dat de pijn ondraaglijk zal worden, en je weet dat je zelf kan bepalen hoever je kan gaan. Het gaspedaal met de zuurscheuten kun je nu beter bedienen, omdat je eerder in Amsterdam op 35 kilometer zoveel naalden in je bovenbeen voelde dat je even moest stoppen. Dat zal en mag nooit meer gebeuren. Stoppen is voor verliezers. Omarm de pijn. Pijn is fijn. Pijn is relatief. Het bestaat alleen als je eraan toegeeft.

 

Maar in die duistere wereld zijn we nog niet. Op 18 miles zwaaien we naar een bevriende fotograaf en een filmende collega (hij legt Do’s martelgang vast – ‘ik moest vanaf de start al poepen’) en hier voelen we ons nog redelijk. De bovenbenen doen pijn door het klimmen en dalen, maar het is te weerstaan. Nog 2 miles en dan gas erop, was de les.

 

Just one mile

 

Maar waarom blijven we stijgen? Het lijkt gvd wel of we de Alpe D’Huez beklimmen. Het lijf protesteert, de benen zijn boos dat er geen afdaling volgt (overigens net zo pijnlijk als klimmen).
Op 20 miles en een beetje kijken we ineens aan tegen een Himalaya van beton. We moeten een talud bestijgen waar een rivier van regen naar beneden stort. Het is zo stijl, dat de benen zonder waarschuwing stoppen.

 

Nee! Niet knakken nu. Je sjokt verder. Het tempo zakt weg. Oude man kan zijn benen niet meer optillen. Ontploffingen in je bovenbenen. Je achillespees zegt nu ook fuck you. Je rechterknie begint te huilen als een kind op de achterbank in de file op zwarte zaterdag bij Parijs. Je kunt niks doen, je moet verder. Je neemt nog een hap van je halfaangevreten muesli-reep. Dat ging goed deze keer, geen hongerklop. Maar nu is er alleen de pijn, die we niet meer kunnen ontkennen.
23 miles. Nog 4,5 kilometer. Anderhalf rondje Vondelpark. Dat is niks. Harder. Je ruikt de stal.

 

Ineens passeert de groep van 3.20 je. Een lopende metronoom houdt een bordje met  ‘ 3.20′  in zijn hand, en wordt als de rattenvanger van Hamelen gevolgd door ongeveer 15 mannen, en een lekker wijf, die jij eerder nog zo superieur had ingehaald. Hela, dit is niet de bedoeling. Een man op blote voeten, in een veel te kort strak broekje met daarop de Amerikaanse vlag, en met een blonde pruik haalt je in. Hij snuift even arrogant naar je.

 

Dan volgt de tweede leugen.

 

Amerikanen zeggen allemaal dat de finish’ just one mile’ is, maar dat zeggen ze nu al een paar miles. Waar is die fucking finish. Daar is ie. De oranje boog doemt op als een horizon. Alleen is er geen zon vandaag. Je stond 3 uur 24 minuten en 58 seconden onder een koude douche.

Het is tijd om in actie te komen. In een wereld waar alles om geld draait, kunnen we alleen samen het verschil maken