Lijkenpikken is big business

19jul 2012juli 2012
Redactie Follow the Money

Volgens een onderzoek van de International Consortium of Investigative Journalists schort er een hoop aan de internationale handel in menselijk weefsel.

Lijkenpikken is big business zo onthult een groot onderzoek van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ). Bedrijven die handelen in menselijk weefsel zijn dochters van grote medische conglomeraten en men kan inmiddels zelfs aandelen kopen in bedrijven die menselijk weefsel verkopen. Het ICIJ laat in haar onderzoek echter zien dat de groothandel in menselijke weefsel erg schimmig is. 

 

Transparantie
De Verenigde Staten zijn de grootste importeurs en exporteurs van menselijk weefsel. Tweederde van het aanbod is uit de Verenigde Staten afkomstig. Desondanks houdt de Food and Drug Administration (FDA) niet goed bij waar het geïmporteerde weefsel vandaan komt en waar het geëxporteerde weefsel heen gaat. 
 
Lang niet alle import wordt gemarkeerd als menselijk weefsel, maar krijgt vage benamingen als ‘orthopedisch implantaat materiaal’. Bovendien is het land van herkomst onduidelijk. Weefsel uit Oekraïne kan bijvoorbeeld via Duitsland naar Amerika worden verscheept, waarbij deze geregistreerd wordt als Duits weefsel. 
 
Door de slechte registratie is het moeilijk om illegaal verworven menselijk weefsel op te sporen. In Oekraïne spanden tientallen families bijvoorbeeld rechtszaken aan toen bleek dat weefsel van hun overleden naasten in het mortuarium werd verwijderd. Dit weefsel werd vervolgens naar Tutogen, een Duitse dochter van het Amerikaanse bedrijf RTI Biologics, verscheept. De FDA gaf tegen de ICIJ aan niet op de hoogte te zijn van deze lopende zaken en wilde verder geen commentaar geven. 
 
Ook in de VS zelf is er niet altijd sprake van toestemming. In een ernstig geval in 2006 moest de FDA 25.000 weefseltransplantaten terugroepen, omdat deze zonder toestemming waren vergaard. Achthonderd transplantaten die naar het buitenland waren verscheept werden nooit teruggevonden.
 

 

Ziekten
Een ander probleem zo constateert de ICIJ is dat de registratie van organen en weefsel slecht is, waardoor het vaak moeilijk is om mogelijke slachtoffers van medisch falen op te sporen. 
In het ICIJ onderzoek wordt het voorbeeld genoemd van een overleden man uit Kentucky wiens weefsel in medische producten werd verwerkt en ingebracht bij vijftien Amerikanen. Vrij snel na het inbrengen van het weefsel bleek echter dat de man Hepatitis C had en een voorgeschiedenis van drugsgebruik. De weefselbank had een fout gemaakt en niet de juiste test uitgevoerd. 
 
Hoewel de registratie van organen goed geregeld is, is dit bij menselijk weefsel als bot, huid en pees niet het geval. Een team van epidemiologen moest handmatig op zoek naar mogelijke slachtoffers door ziekenhuizen te bellen en dokters te bevragen. Pas na een maand wist het team alle betrokken chirurgen te verwittigen. Een kind dat hartweefsel had ontvangen had toen al Hepatitis C gekregen. 
 

Het is tijd om in actie te komen. In een wereld waar alles om geld draait, kunnen we alleen samen het verschil maken