Vestia-claim blijft overeind jegens banken

20jun 2012juni 2012
Redactie Follow the Money

Ondanks een akkoord acht Vestia zich volkomen vrij om banken aansprakelijk te stellen voor de verkoop van derivaten aan de financieel noodlijdende woningbouwcorporatie.

Elf banken mogen dan een akkoord hebben gesloten met Vestia over de afwikkeling van de schulden, ze kunnen nog altijd rekenen op een juridische claim van de financieel noodlijdende woningbouwcorporatie uit Rotterdam. Met deze opmerkelijk kanttekening opent Het Financieele Dagblad vanochtend.

In de overeenkomst die Vestia met banken heeft gesloten over de afwikkeling van haar derivatenportefeuille is namelijk geen finale kwijting opgenomen, zo constateert het FD.

Niet voor niets was dit ook de strekking van de brief van demissionair minister Liesbeth Spies van Binnenlandse Zaken die zij gisteren naar de Tweede Kamer stuurde. Hierin schrijft Spies dat het behoud van het recht om banken aansprakelijk te stellen ‘een belangrijk uitgangspunt’ was voor het akkoord.

 

Deze optie moest open worden gehouden voor het geval dat banken zich schuldig hebben gemaakt aan ‘fraude, omkoping of andere ernstige verwijtbaarheid’. Hiermee doelt Spies op mogelijke nalatigheid van banken in hun zorgplicht bij het sluiten van derivatencontracten met Vestia.

 
‘Goede redenen voor een claim’

Een insider aan het FD meldt dat een claim jegens de banken niet wordt uitgesloten door minister Spies. Volgens de bron zitten bij de derivaten ‘producten waarvan de minister vindt dat ze niet kunnen. Er zijn volgens haar goede redenen om op basis daarvan een claim in te dienen.’

 

Vorige maand wees Gerard Erents, interim topman van Vestia, de beschuldigende vinger richting de banken. In een interview met het FD stelde Erents dat de banken willens en wetens allerlei riskante beleggingsproducten door de strot geduwd hebben bij Vestia.

 

Rekening aan bijna vierhonderd andere corporaties

Het eergisteren beklonken akkoord tussen Vestia en betrokken banken maandag  voorziet in het afstoten van de derivaten van Vestia ter waarde van 2 miljard euro. De woningbouwcorporatie draagt zelf 1,3 miljard bij. Dat bedrag staat gelijk aan het onderpand dat Vestia eerder heeft moeten bijstorten voor diens dieprode derivatenposities.

 

Naar dat geld kan de grootste woningbouwcorporatie fluiten. Voor de resterende 700 miljoen euro kan Vestia op een lening van tien jaar rekenen tegen lage rente van de betrokken banken met garantie van toezichthouder Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV). CFV legt die rekening, die wordt uitgesmeerd over tien jaar, neer bij de bijna vierhonderd andere corporaties. Zij moeten samen jaarlijks 70 miljoen ophoesten.

 

‘Prijs heel erg hoog’
Deze laatste afspraak is bij minister Spies niet goed gevallen. ‘De prijs die andere corporaties moeten betalen, is heel erg hoog’, meldde ze gisteren. ‘Ik ben onthutst dat door moedwillig gedrag van corporatiebestuurders de zaken zó scheef zijn gelopen. Dit wil ik nooit meer meemaken.’

Tegelijkertijd stelt minister Spies dat de deal ‘de minst slechte uitkomst’ is en vooral bedoeld is ‘om erger te voorkomen’. Zonder een akkoord zouden de rapen voor de semi-publieke sector pas echt gaar zijn volgens de bewindsvrouw.

 

Nu er een akkoord op tafel ligt, kan Vestia eindelijk beginnen met saneren. Voor Voor het onderpand van 1,3 miljard heeft Vestia flink moeten bijlenen. Om die leningen af te lossen, zal de corporatie een aanzienlijk deel van haar woningbezit moeten verkopen. Insiders houden rekening mee dat 15 duizend van de bijna 90 duizend wooneenheden in de verkoop worden gezet.

 

Overigens hebben twee van de elf betrokken banken geen overeenstemming bereikt met Vestia. Dat zijn Credit Suisse en het Duits-Ierse Depfa. Vestia zou bij de twee zakenbanken voor 50 miljoen tot 100 miljoen euro aan derivaten hebben uitstaan volgens het FD.

 

(L)