© ANP/ Fabrice Coffrini

Handelshuis Glencore moet 100 miljoen dollar aftikken voor fraude met biodiesel

's Werelds grootste handelshuis, Glencore, heeft in de Verenigde Staten een recordboete gekregen vanwege fraude met biodiesel. In het gecontroleerde handelssysteem voor biobrandstoffen in de VS gaan miljarden om — en het blijkt zo lek als een mandje. Eerder gingen Shell, ExxonMobil en het Nederlandse handelshuis Nidera al in de fout.

De grootste boete met betrekking tot het frauderen met Amerikaanse biodiesel is eind september op het conto gekomen van het Zwitserse handelshuis Glencore, 's wereld grootste oliehandelaar en koperproducent en nummer 14 in de Fortune 500. De gigant mag bijna 100 miljoen afschrijven op zijn afdeling biobrandstoffen.

Eind september werd bekend dat het megaconcern een schikking heeft getroffen met de Amerikaanse milieu-autoriteit Environmental Protection Agency (EPA). Samen met het Amerikaanse ministerie van Justitie beschuldigt de toezichthouder Glencores dochteronderneming Chemoil ervan tussen 2011 en 2013 minstens 48,5 miljoen gallon (185 miljoen liter) biodiesel de Verenigde Staten te hebben uitgevoerd zonder de bijbehorende Renewable Identification Numbers (RIN’s) in te leveren.

Het Systeem

Een wonderlijke fraude, die mogelijk wordt gemaakt doordat  de Amerikaanse overheid in 2007 een enorm complex handelssysteem heeft opgetuigd om het gebruik van de biobrandstoffen ethanol en biodiesel te stimuleren. Ze heeft daarvoor destijds het Renewable Fuel Standard-programma geïntroduceerd. Daarmee werd een kunstmatige markt gecreëerd, compleet met vraag en aanbod. Het product dat op die markt wordt verhandeld zijn die zogeheten RIN’s.

Importeurs van fossiele benzine moeten jaarlijks een bepaalde hoeveelheid biobrandstof kopen

Deze Renewable Identification Numbers zijn unieke serienummers, bestaande uit 38 cijfers, die verwijzen naar oorsprong, volume, basisgrondstof en overige details van een specifieke lading biobrandstof die in Amerika is geproduceerd of geïmporteerd. Het aanbod van RIN’s is voorbehouden aan de Amerikaanse biobrandstoffabrieken en Amerikaanse importeurs die (buitenlandse) biobrandstoffen invoeren. Zij mogen de serienummers, RIN’s, aanmaken. Iedere gallon ethanol (dat bijgemengd kan worden bij benzine) staat daarbij gelijk aan 1 RIN. Een gallon biodiesel levert 1,5 RIN op.

De kunstmatige markt voor RIN's werkt zo: de vraagzijde wordt gevormd door obligated parties, de Amerikaanse raffinaderijen van fossiele benzine en fossiele diesel, Shell US bijvoorbeeld, of BP of ExxonMobil. Daarnaast zijn Amerikaanse importeurs van fossiele benzine en diesel verplicht zich te melden aan de vraagzijde. Jaarlijks krijgen zij de verplichting, aangeduid als een mandate, een bepaalde hoeveelheid biobrandstof aan te kopen. Zo betrof het totale mandaat voor 2016 18,11 miljard gallons (ca. 68 miljard liter) aan verschillende soorten biobrandstof die ze moeten bijmengen bij ‘gewone’ Amerikaanse transportbrandstof. Om aan dat mandaat te voldoen, moeten de fossiele brandstofleveranciers op deze kunstmatige markt voor RIN’s op. De RIN's kun je zien als een soort koopzegeltjes die de maatschappijen en importeurs verzamelen om op een 'spaarkaart' te kunnen plakken. 

 

Spaarkaart inleveren

De fossiele partijen kloppen gedurende het jaar aan bij biobrandstofleveranciers en -importeurs om biobrandstof met de bijbehorende RIN’s te kopen. Aan het eind van elk jaar moeten ze het opgelegde aantal RIN’s inleveren bij de EPA — ze moeten, met andere woorden, hun 'spaarkaarten' inleveren waarna de betreffende RIN's uit de markt worden gehaald. Alle 'zegels' die de partijen teveel hebben, mogen ze meenemen naar het volgende jaar. Of ze mogen de RIN’s los verhandelen, als financieel product.

"De wonderlijke fraude was mogelijk door het complexe handelssysteem van de Amerikaanse overheid om het gebruik van biobrandstoffen te stimuleren"

Het staat de obligated parties vrij hun ‘spaarkaart’ te vullen op een manier die ze zelf kiezen. Zij kunnen een fysieke lading biobrandstoffen plus de bijbehorende RIN’s kopen en die daadwerkelijk mengen bij hun fossiele brandstoffen. Ze kunnen er ook voor kiezen losse RIN’s kopen, dus zonder bijbehorende gallons biobrandstof, van partijen die meer RIN's hebben dan ze willen gebruiken. De waarde van een RIN schommelt momenteel rond een dollar.

Een belangrijke spelregel is dat RIN’s alleen maar betrekking mogen hebben op biodiesel die in de Verenigde Staten wordt verbruikt. Als een partij als Shell of een handelaar als Chemoil een lading biodiesel importeert, kormen er RIN’s op hun 'spaarkaart'. Maar die moeten afgemeld (retired) worden, zodra de lading biodiesel Amerika weer verlaat. Het doel is tenslotte om het gebruik van biobrandstoffen ín de VS te stimuleren. Wat Chemoil nu heeft gedaan is het volgende: het bedrijf exporteerde 48,5 miljoen gallon biodiesel zónder de verkregen RIN’s af te melden. Dat is een overtreding van de regels. De Amerikaanse justitie en EPA leggen het bedrijf daarom een boete op van 27 miljoen dollar, een record. Bovendien moet Chemoil de 71 miljoen dollar aan niet ingeleverde RIN’s alsnog doorhalen.

Glencore

Handelshuis Glencore werd in 1974 opgericht door de in Antwerpen geboren Marc Rich, een controversiële grondstoffenhandelaar. Hij haalde de most wanted list van de FBI wegens overtreding van internationale sancties, omkoping en belastingontwijking. Rich moest in 1983 de Verenigde Staten ontvluchten, maar kreeg in het jaar 2000 een, omstreden, presidentieel pardon van Bill Clinton. Rich had in de tussentijd Glencore al verkocht. Het handelshuis groeide uit tot een wereldspeler op het gebied van brandstoffen en andere commodities. Glencore deed in 2009 een grote overname: het kocht Chemoil, het bedrijf van de Indiase ondernemer Robert Chandran. Deze handelaar had van het door hemzelf opgerichte Chemoil een miljardenspeler in scheepsbrandstof weten te maken. Chandran verongelukte in 2008 in een helikoptercrash en het jaar daarop bemachtigde Glencore 51 procent van de aandelen Chemoil en betaalde daar 233 miljoen dollar voor. Om enkele jaren later volledig eigenaar te worden.

Chemoil is niet de enige grote overname geweest van Glencore. In 2012 nam Glencore voor maar liefst 29 miljard dollar mijnbouwbedrijf Xstrata over waarmee het handelshuis zich een directe aanvoer verschafte van koper, nikkel en zink. Glencore behaalde in 2015 een omzet van 170 miljard dollar. Op de Blaak in Rotterdam zit het hoofdkantoor van de Glencores graanhandelstak. 

 

Lees verder Inklappen

Fraude met RIN’s

De kunstmatige markt van biobrandstoffen en de bijbehorende RIN’s is allesbehalve waterdicht. Zoals de Chemoil-zaak laat zien, is het lucratief om gespaarde RIN’s stiekem niet af te melden bij export. Daarnaast kunnen die biobrandstofproducenten die biodiesel maken van een product als soja-olie, de waardevolle RIN’s aanmaken: voor iedere gallon biodiesel mogen ze tenslotte 1,5 RIN aanmaken, die op de markt weer 1,5 dollar waard is.  

De kunstmatige biobrandstoffenmarkt en de bijbehorende RIN’s zijn allesbehalve waterdicht

Daarmee frauderen is zeer lucratief. Toen in 2005 het RIN-systeem werd opgetuigd onder de naam Renewable Fuel Standard, betrad een zekere Philip Rivkin de markt, met zijn biodieselfabriek Green Diesel in Houston. Het voordeel: voor iedere batch biodiesel was hij als producent gemachtigd om de RIN’s aan te maken. En dat deed hij dan ook volop. In 2011 was hij uitgegroeid tot een productieve nieuwe speler die in de drie jaar daarvoor maar liefst 50 miljoen gallon (189 miljoen liter) biodiesel had geproduceerd.

De bijbehorende RIN’s vonden gretig aftrek bij onder meer Shell, BP en ConocoPhillips. Die vulden hun spaarkaarten ermee aan. Maar in augustus 2011 bracht een controleur van de EPA een bezoek aan de Green Dieselfabriek. (Lees hier een schitterende Bloomberg-reportage daarover). Wat bleek: de fabriek was allesbehalve in operatie. Eigenaar Rivkin produceerde alleen op papier biodiesel en vulde zijn zakken met de opbrengst van de RIN’s.

In maart van dit jaar werd Rivkin  veroordeeld tot 10 jaar cel en tot terugbetaling van bijna 90 miljoen dollar, voor de ten onrechte aangemaakte RIN’s. Zijn indrukwekkende fotocollectie ter waarde van 15 miljoen dollar, met onder meer werk van Man Ray, Stieglitz en de 19e-eeuwse fotograaf Gustave Le Gray, ging onder de hamer om zijn schuld te voldoen.

Er werden enorme hoeveelheden biodiesel geproduceerd – op papier

Goudkoorts

Rivkin was niet de enige goudzoeker. Een soortgelijke partij is Clean Green Fuels, waarvan de eigenaar Rodney Hailey miljoenen RIN’s aanvroeg – zonder daadwerkelijk biobrandstoffen te hebben geproduceerd. Desondanks vonden de RIN’s gretig aftrek bij partijen als Shell Amerika, Trafigura en het Rotterdamse handelshuis Nidera. Na ontdekking van dit bedrog kregen 24 afnemers een brief van de EPA waarin de aangekochte RIN’s ongeldig werden verklaard. Hailey ging in 2012 voor 12,5 jaar de gevangenis in. Hij moest 42 miljoen dollar terugbetalen. De klanten van Hailey, waaronder Nidera Energy US, verklaarden niet op de hoogte te zijn geweest van het feit dan de RIN’s vals waren. Nidera wist een schikking van 66.624 dollar te treffen.

De  'fossiele' brancheverenigingen American Petroleum Institute en de American Fuel & Petrochemical Manufacturers hebben inmiddels de Chemoil-fraude aangegrepen om kritiek te spuien op het duurzame brandstoffenbeleid. Het programma biedt volgens de verenigingen 'een ongewild raamwerk dat zorgt voor een nieuw en aanhoudend veld om te frauderen.'

 

Meer lezen over fraude in de grondstoffenhandel?

>> Lees hier de longread van FTM over de frauduleuze praktijken van het Rotterdamse handelshuis Nidera.

Lees verder Inklappen
Dennis Mijnheer
Dennis Mijnheer
Ontspoorde bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping.
Gevolgd door 1800 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren