Bonbon bij de viering van 25 jaar Verdrag van Maastricht op 9 december 2016 in MECC in Maastricht.
© Chris Aalberts

Gesprek over Europa

Een goed gesprek over de Europese Unie komt maar niet van de grond. Follow the Money wil daar verandering in brengen. Samen met jou. Wat willen we met Europa? Dit dossier is een eerste aanzet voor een gesprek over een andere Europese Unie. Lees meer

Iedereen heeft er een mening over, maar een echt gesprek over de Europese Unie wordt nauwelijks gevoerd. En dat is jammer, want het voortbestaan van de Unie is niet zo vanzelfsprekend als het ooit was. Niet alleen de eenheidsmunt euro wankelt, het hele Europese project zelf dreigt als een kaartenhuis ineen te zakken. Het uiteenvallen van de EU zou enorme gevolgen voor elke Nederlander – en elke Europese burger – hebben. Die angst lijkt politici en beleidsmakers te verlammen. Discussies over de EU worden doodgeslagen met  apocalyptische visioenen, van zowel voor- als tegenstanders. 

Tegelijk is het duidelijk dat dit niet het Europa is waarvan gedroomd werd. Europese samenwerking blijkt in de praktijk vaak een ondoorzichtig spel van lobby's en achterkamertjespolitiek. De parlementaire controle daarop is gebrekkig. 'Brussel' is bijna synoniem geworden met bureacratie, spilzucht, gesjoemel, bemoeizucht, zelfverrijking en zelfs corruptie. 

Bij veel burgers in alle lidstaten leeft het gevoel dat de voordelen van de Unie niet langer opwegen tegen de nadelen. Dat zij in wezen niet zoveel aan de EU hebben en dat het een moloch is die over hun identitieit heenwalst. Een Unie die de economische voordelen vooral sluist naar grote ondernemingen. 'Een verzorgingsstaat voor multinationals', zoals onze columnist Christiaan Vos dat noemde.

Is het mogelijk om de EU op zo'n manier te hervormen dat niet grote, multinationale ondernemingen het meest profiteren van de Europese samenwerking –  maar de Unie de belangen van de Europese burger dient? Zo ja, hoe dan? En zo nee, hoe gaan we dan wél verder? Daarover willen we op Follow the Money samen met jou een constructief gesprek voeren. We willen dat doen met behulp van ons panel Europa, wat nu? Op die plek zullen we je onder meer vragen stellen en kunnen we het gesprek met elkaar voeren.

54 Artikelen

Bij het Maastricht-feestje van de EU heeft niemand last van de realiteit

25 jaar geleden sloten de toenmalige twaalf landen van de Europese Gemeenschap het Verdrag van Maastricht. Dit vormde het formele begin van de EU en de euro, en bleek de opmaat tot heel veel kritiek. Op alle punten is een oplossing nog ver weg. Niettemin vond de EU het tijd voor een feestje.

9 december 1991 was een historische dag voor de Europese Unie: op die dag werd het Verdrag van Maastricht geschreven. Dat verdrag is het formele grondvest van de EU en vormt samen met het Verdrag van Rome het fundament van de huidige Europese samenwerking. Het belangrijkste gevolg van het Maastricht-verdrag was ongetwijfeld de invoering van de euro: die munt zou tot grote problemen gaan leiden en in combinatie met de toegenomen integratie aanleiding vormen voor meer euroscepsis dan ooit.

Afgelopen vrijdag vond de herdenking van het verdrag plaats, op dezelfde locatie waar het 25 jaar geleden werd geschreven: het Maastricht Exhibition & Conference Centre (MECC). Op het podium staat de tafel waaraan de regeringsleiders destijds hun handtekening plaatsten. Talloze hoogwaardigheidsbekleders van toen en nu zijn aanwezig. Onder hen zijn Europese Commissievoorzitter Jean Claude Juncker, voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz, Eurogroep-voorzitter Jeroen Dijsselbloem en de voormalige voorzitter van de Europese Raad Herman van Rompuy. Deze dag toont ons vijf lessen over 25 jaar Verdrag van Maastricht.

Les 1: Desinteresse alom

Er is veel moeite gedaan om van de herdenking een feestje te maken. Het verdrag wordt herdacht met meerdere evenementen onder de naam Europe Calling! De publieke interesse in de verjaardag van het verdrag is echter minimaal, ondanks de vele grote namen die komen spreken. De grote zaal in het MECC is deels afgesloten om enigszins te verhullen dat deze in de ochtend maar half vol zit. In de middag lijkt een aanzienlijk aantal bezoekers alweer naar huis te zijn gegaan. 

De grote zaal in het MECC is deels afgesloten om te verhullen dat deze maar half vol zit

Het publiek van deze conferentie bestaat voor het grootste deel uit studenten van de Universiteit Maastricht en de Hogeschool Zuyd en scholieren van het United World College. Het lijkt nu alsof de verjaardag van het verdrag – dat werd gesloten toen veel van de aanwezigen nog niet eens geboren waren – op veel enthousiasme van jongeren kan rekenen, maar feitelijk zijn de meeste aanwezigen verplicht voor school aanwezig. Dit alles illustreert de brede desinteresse van burgers in bestuurlijke EU-kwesties.  

Les 2: Een te hoog PR-budget

Het jonge publiek draagt bij aan het beeld wat de organisatoren graag uitdragen: dat er massale steun bestaat voor de EU. Het PR-budget van deze conferentie is hoog. Het 'Europe Calling!' -logo komt terug op flessen water, vlaggetjes op tafel, boekjes en speciaal gemaakt bonbons. In de ochtend is er Limburgse vlaai en tussen de middag is er een luxe lunch, die vooral wordt verorberd door studenten en scholieren. Op Politico staat gesponsorde content over het evenement.

Het programma wordt geleid door een moderator van buiten Nederland en het programma bevat meerdere professioneel gemaakte filmpjes met studenten die Europese politici een vraag mogen stellen; de videoregistratie doet niet onder voor die van een echte televisieshow. In deze tijden van toenemende euroscepsis doet de EU er alles aan om het beeld van Europa positief te houden. PR is daarvoor het meest geëigende middel.

Les 3: Een eurofiel onderonsje

Op deze herdenking komt uitsluitend een eurofiel publiek af. Een Deense oud-premier vindt Brexit een ramp en denkt dat we geduld moeten opbrengen: de Britten moeten slechts gaan inzien dat er een tweede referendum moet komen. Er volgt hard applaus. Dit geldt ook voor de speech van Herman van Rompuy, die vol voorstellen zit om de EU meer macht te geven. Ook de Belgische oud-minister van buitenlandse zaken Eyskens oogst applaus voor zijn idee dat 'intelligente mensen Europa beter moeten uitleggen.'

"Bij de lunch brengen de gasten een toast uit op de komende 25 jaar EU"

Bij de lunch brengen de gasten een toast uit op de komende 25 jaar EU. Geen enkele spreker heeft een eurokritisch profiel en geen enkele student stelt een eurosceptische vraag. Wel klagen meerdere sprekers over de opkomst van 'eurosceptici, populisten en demagogen' die de EU willen vernietigen terwijl de EU in hun ogen alleen maar vrede en voorspoed heeft gebracht. De meest kritische opmerking van de dag komt van Frits Bolkestein, die vanuit het publiek opmerkt dat de euro een rampzalige beslissing was. Zijn opmerking wordt echter massaal genegeerd.

Les 4: Tussenvisie of misleiding?

De eenzijdige samenstelling van het publiek maakt het mogelijk uitspraken te doen die elders ferm zouden worden bestreden, maar hier geen enkele kritiek oproepen. Een voorbeeld komt van Commissievoorzitter Juncker die meldt dat het ontstaan van de euro geen enkele relatie heeft met de Duitse eenwording. Talloze betrokkenen buiten deze zaal spreken dat ferm tegen, maar Juncker noemt dit verband 'historisch fout'.

De euro is volgens vele experts geen succes, maar hier melden sprekers dat de munt vooral economische voorspoed bracht en burgers beschermt tegen valuta-problemen. Oud-minister van buitenlandse zaken van Luxemburg Poos vindt het belangrijkste probleem van de euro dat de landen zich niet aan de regels hebben gehouden. Van Rompuy is blij dat zijn land tegenwoordig een zetel in de ECB heeft. Niemand heeft hier Stiglitz’ boek over de euro gelezen. Dat de euro in essentie een goed idee was en ook daadwerkelijk als groeimotor kan gaan functioneren, daarover is nauwelijks twijfel.

Met de ontevreden burger is men hier nog nooit in gesprek geweest

Les 5: Geen idee van de burger

De enorme eensgezindheid over de verdiensten van de EU ontneemt de aanwezigen de mogelijkheid om kritisch naar zichzelf te kijken, zelfs als dit in hun eigen voordeel kan werken. Hier komt meerdere keren het idee terug dat de EU vroeger ‘werd gezien als oplossing en nu als probleem’. Maar het is helemaal niet zeker dat dit klopt. Immers: goed opinieonderzoek over de EU was — en is — schaars. Het is maar de vraag of burgers 25 jaar geleden massaal wél blij waren met de EU. Misschien haalden burgers vroeger eveneens hun schouders op over de EU en doen ze dat nu nog steeds.

Toen burgers in Nederland ‘tegen de EU konden stemmen’ bij het referendum in april, bracht maar 20% van de bevolking zo’n nee-stem uit. De PVV is in de peilingen het grootst, maar een meerderheid van Nederland stemt niet op Wilders. Hoe groot de onvrede is en waar die door komt, weet hier niemand. Met de ontevreden burger is men hier nog nooit in gesprek geweest, om de doodsimpele reden dat die burger het volgens de aanwezigen sowieso verkeerd ziet: de EU moet beter worden uitgelegd, verzucht de ene na de andere politicus. Het PR-budget van de Unie zal de komende tijd dus nog wel verder stijgen.