Is een geldsysteem dat niet gedekt is met schulden beter is dan het systeem dat we hebben? Nee, schrijft columnist Robin Fransman beslist in zijn antwoord op de open brief van Martijn Jeroen van der Linden van Stichting Ons Geld. En: ‘"Schuldenvrij" geld is daarbij ook immoreel.'

    Beste Martijn Jeroen van der Linden, Ik vermoed dat je mijn brief niet helemaal begrepen hebt zoals ik hem heb bedoeld. Waarschijnlijk was ik niet duidelijk genoeg. Het ‘schuld’ aspect van geld heeft namelijk twee kanten. De eerste is of geld, zoals ik betoog, altijd het functionele karakter heeft van een schuld. De tweede is of geld gedekt moet worden met schuld, zoals in het huidige systeem inderdaad gebeurt. Jouw brief, en jullie initiatief, gaan over dit tweede aspect. Laat ik daar eerst op ingaan. Nee, geld hoeft niet gedekt te worden met schuld. In die zin is een schuldenvrij geldsysteem, zoals je terecht zegt, gewoon mogelijk. Geld is altijd een sociale en juridische constructie, dus we kunnen gebruiken wat we willen, zo lang mensen het maar massaal accepteren. Wat dat betreft heb je natuurlijk gewoon gelijk en dat heb ik ook nooit ontkend. Waar het debat mijns inziens dan ook over moet gaan, is of een geldsysteem dat niet gedekt is met schulden beter is dan het systeem dat we nu kennen. En daarop is mijn antwoord nee. Dat zal ik nader toelichten.

    Hoe schep je geld?

    Laten we eerst even kijken wat er gebeurt als in het huidige systeem geld gemaakt wordt. Dat wordt gemaakt zodra iemand een lening aangaat en vernietigd als die lening wordt afgelost. Het is bijvoorbeeld een bakker die een lening aangaat voor een oven en een deegmachine. Wat die bakker daarmee doet is dat hij de maatschappij belooft om brood te gaan produceren. Tegenover het nieuwe geld staat ook nieuwe productie. In dit geval wordt het nieuwe geld dus gedekt door de productie van de bakker. Als dat misgaat, dan zijn de machines zelf nog het onderpand. Het is dan ook niet zo dat het geld uit het ‘niets’ gemaakt wordt. Er staat immers een promesse tegenover. Hetzelfde gebeurt als iemand een hypotheek neemt. Je belooft dan aan de samenleving als geheel dat je een deel van je arbeid, een deel van je arbeidsinkomsten gebruikt om rente te betalen en de aflossing. Opnieuw een promesse op basis van toekomstige productie. En als het misgaat, dan is het huis het onderpand. Ook dit nieuwe geld is dus gedekt. Het zijn de verkoper van het huis en de verkoper van de oven en de broodmachine die in eerste aanleg de bijbehorende geldtegoeden, het nieuw gecreëerde geld, ontvangen. En daar willen ze rente op, want de dekking, de promesse is altijd in enige mate onzeker.

    Rente als beloning voor risico

    Je weet immers niet wat dat geld in de toekomst waard zal zijn. Daarbij komt ook nog eens het risico dat er in de toekomst helemaal geen productie zal zijn. Het kan misgaan met de bakker, mensen kunnen hun baan verliezen en de hypotheek niet meer betalen, en onderpanden kunnen minder waard worden. Rente is de compensatie voor die risico’s. De rente bestaat dan uit een vergoeding voor het inflatierisico, een vergoeding voor het wanbetalingsrisico, waardedaling van het onderpand en daarvan afgeleid, een risico voor de tijdwaarde van de lening. Hoe langer de lening loopt en hoe langer de rentevaste periode is, hoe onzekerder de risico’s van wanbetaling en inflatie zijn en hoe hoger dus de rente.

    Geld zonder schuld

    Maar geld zonder dekking met promesses, zonder dekking met schulden, dat hoeft inderdaad niet. Ook onder het huidige systeem niet. Er zijn veel mogelijkheden om wat jullie ‘schuldenvrij’ geld noemen te maken. De overheid kan bijvoorbeeld renteloze, aflossingsvrije obligaties uitgeven en die laten kopen door banken.
    Er zijn veel mogelijkheden om wat jullie ‘schuldenvrij’ geld noemen te maken
    Door de centrale bank, dat heet dan ‘monetaire financiering’, maar we kunnen de private banken ook dwingen om die te kopen. Zodra de overheid dat geld uitgeeft, komt het dan bij huishoudens en bedrijven terecht. De centrale bank zou ook gewoon nieuw geld direct op de bankrekeningen van huishoudens kunnen storten, het zogenaamde ‘helicopter money’. Daar is ook weer een variant op, de zogenaamde ‘debt jubilee’, waarbij huishoudens met schulden verplicht zijn om met die ‘helicopter money’ hun schulden af te lossen. Het Chicago plan uit 1933 is ook een vorm van ‘schuldvrij’ geld. En jullie plan ook. Het kan, maar is het ook beter? Dat is hier de vraag.

    Geld als claim

    Die vraag kunnen we niet beantwoorden zonder eerst het eerste aspect van geld te doorgronden. De vraag of geld niet altijd en overal schuld is, ongeacht de specifieke dekking van het geld. Want ook geld dat niet gedekt wordt door schulden, is toch altijd een schuld. Het is namelijk een claim op productie en daarmee een schuld van hen die produceren. Zonder die ‘verschuldenis’ zou de claim, het geld, geen enkele waarde hebben. Stel je voor een eiland in de grote oceaan. De bewoners van het eiland zijn vissers en boeren met kokospalmen en bananenbomen. Er is ook een koning; die heeft een goudmijn, en iedereen die geen visser of boer is, werkt in de goudmijn. Het geld op het eiland is goud. Dus ze hebben daar ‘schuldvrij’ geld. Iedereen woont op het eiland in hutten gemaakt van hout en palmbladen. Er is een levendige handel in bananen, vissen, kokosnoten en bouwmaterialen, maar ook bestaande hutten worden verhandeld. Vooral de hutten aan zee zijn populair. De productie van nieuw goud houdt gelijke tred met de groei in de productie van bananen, vissen, kokosnoten, bouwmaterialen, en de bijbehorende bevolkingsgroei. Prijzen zijn jaren achtereen stabiel. Een kokosnoot is al lang één nugget goud waard.
    Er wordt meer goud gedolven dan nodig is, maar de Koning weet precies hoeveel goud hij in omloop moet brengen
    Er wordt meer goud gedolven dan nodig is, maar de Koning weet precies hoeveel goud hij in omloop moet brengen. Dat doet hij door de arbeiders in de goudmijn een salaris te betalen. Die kopen daar bananen, vissen en kokosnoten van en zo komt het goud bij de rest van de bevolking. Wat overblijft gaat in een gat in de grond. Als reserve. De bevolking spaart ook in nuggets. Vooral om als ze oud zijn toch vis te kunnen eten. En jongeren sparen om een eigen hut te kopen. Die gespaarde Nuggets zijn dus een claim op de rest van de bevolking. Van oud op jong om vis te eten, en van jong op oud om een hut te kopen. De jongeren zijn de oudjes vis, kokosnoten en bananen verschuldigd. En de omvang van die claim, van die schuld van jong naar oud, wordt bepaald door het aantal nuggets en de prijs van vis, kokosnoten en bananen. Wat voor de oudjes een bezit is, een claim op productie, namelijk de gespaarde nuggets, heeft voor de jonkies het effect van een schuld. Zij staan immers een deel van hun productie af. Krijgen daar nuggets voor terug, maar omdat die ook weer een claim op productie vertegenwoordigen, bijvoorbeeld om een hut te kopen, is iedereen gelukkig.

    Geldcreatie en inflatie

    Iedereen? Nee. De arbeiders in de goudmijn zijn ontevreden. 'Onze salarissen zijn te laag, we delven veel meer goud dan we zelf krijgen!' Met pikhouwelen melden ze zich bij de paleisdeur, en de Koning geeft toe, hij verdubbelt het salaris van de arbeiders. De welvaart is daarmee herverdeeld. De arbeiders van de goudmijn worden allemaal dik van te veel bananen, vissen en kokosnoten eten. Voor de rest van de bevolking is er minder. En de arbeiders kopen de beste hutten op. Die aan zee. Maar de Vissers en Boeren zijn niet gek. Ze verhogen de prijzen. Een kokosnoot is voortaan twee nuggets. De arbeiders, ontevreden met hun verlies, gaan weer met pikhouwelen naar het paleis. De grote verliezers zijn vooral de oudjes, met hun gespaarde nuggets kunnen ze minder kokosnoten kopen. Hun claim op de productie wordt kleiner, de ‘schuld’ van de jonkies aan de oudjes daarmee ook. Dit verhaal lijkt een sprookje, maar is in de geschiedenis vaker voorgekomen. Het ontdekken van goud in Amerika, bracht bijvoorbeeld in de 16de eeuw inflatie in Spanje. Geldcreatie zonder hogere productie leidt tot hogere prijzen.
    Iedereen die een schuld maakt, en dat kan elke burger en elk bedrijf en de overheid zijn, maakt geld.
    Dit effect is de reden dat met schuld gedekt geld superieur is. In een met schuld gedekt systeem kan er alleen maar meer geld komen als er meer arbeid, meer productie, meer onderpand tegenover staat. In een schuldenvrij systeem moet er een centrale autoriteit zijn, de koning in dit geval. In ons huidige schuldensysteem is dat volledig gedecentraliseerd. Iedereen die een schuld maakt, en dat kan elke burger en elk bedrijf en de overheid zijn, maakt immers geld. En al die beloftes samen maken groei mogelijk. Het gedecentraliseerde systeem bepaalt in hoge mate zelf hoe hoog de geldgroei moet zijn. Er is een automatische verankering met de groei in arbeid, in productie, in innovatie en bevolkingsgroei.  Een centrale autoriteit, die alles moet weten om te bepalen hoe hoog de groei in de geldhoeveelheid moet zijn ontbreekt, dat is juist de grote kracht. De wisdom of the crowds.

    Schuldenvrij geld en hyperinflatie

    ‘Schuldenvrij’ geld is daarbij ook immoreel. Je geeft één institutie het recht om claims op ons allemaal uit te geven, zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat. Het geeft een immense macht tot herverdeling, en die leg je dan op één centrale plek. Combineer dat met politieke instabiliteit die altijd wel een keer komt en hyperinflatie is verzekerd.
    We hebben te weinig geïnvesteerd, en te veel krediet verstrekt om reeds bestaande productiemiddelen, vooral woningen, in prijs omhoog te kopen
    Maakt dat het bestaande systeem ideaal? Nee, natuurlijk niet. We hebben net de moeder aller crises meegemaakt om dat aan te tonen. We hebben te weinig geïnvesteerd, en te veel krediet verstrekt om reeds bestaande productiemiddelen, vooral woningen, in prijs omhoog te kopen. Geen consumenteninflatie, maar wel een vorm van hyper inflatie in assets. Dat moest een keer misgaan. Op ons eiland zou dat ook kunnen gebeuren. Als mensen vinden dat ze genoeg kokosnoten en vissen en bananen hebben, of onzeker zijn voor de toekomst, dan kunnen en willen ze alleen nog maar nuggets oppotten. En de prijs van hutten omhoog kopen. En daarmee dwingen we nieuwe generaties tot hogere schulden, zonder dat daar extra productie tegenover staat. En dat is precies wat er hier voor de crisis ook gebeurd is en nog steeds gebeurt. Dat gebeurt namelijk in een samenleving die vergrijst, steeds ouder wordt en waar de bevolking niet meer groeit of krimpt. Dat is de crux van mijn visie op het geheel, dat ik in mijn boek Sparen is geen Deugd beschrijf. Dat er daarom iets moet gebeuren, daar zijn we het snel over eens, Martijn. De private schulden zijn te hoog en dus de vermogens ook. Kredietrantsoenering moet. Maar naar zogenaamd ‘schuldenvrij’ geld gaan is geen oplossing. Je moet het zoeken in de echte economie. In fiscale maatregelen. In anders omgaan met pensioen. In minder afhankelijkheid van financiële waardepapieren. In meer investeren. Maar goed, dat is een ander onderwerp. Daarvoor verwijs ik je toch heel graag naar dit.   Robin Fransman is bereikbaar op Twitter: @RF_HFC
    Over de auteur

    Robin Fransman

    De dwarse denker Robin Fransman was jarenlang adjunct-directeur bij Holland Financial Centre (HFC). Daarvoor werkte hij onder...

    Lees meer

    Volg deze columnist
    Dit artikel zit in het dossier

    Van wie is ons geld?

    Gevolgd door 267 leden

    Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Ofwel: kunne...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid