Marco Meerdink
© Careyn

    Topman Marco Meerdink vertrekt in december 2015 bij zorginstelling Espria. Via een stichting doet hij in 2016 onderzoek waarvoor hij in totaal 292.000 euro opstrijkt, betaald uit de collectieve zorgpot. Het eindrapport wordt voor een flinke vergoeding door anderen geschreven, is een copy-paste-feest en ligt al twee jaar in een la. ‘Het rapport is nooit gepubliceerd en heeft geen enkele externe werking.’

    Dit stuk in 1 minuut
    • Zorgconcern Espria, met een jaaromzet van 712 miljoen euro, betaalde oud-Espria-topman Marco Meerdink in 2016 257.266 euro salaris en een lease-Volvo die dat jaar 34.392 euro kost.

    • Meerdinks salaris en lease-auto werden in de Stichting Onderzoek Systeemvraagstukken Zorgstelsel ondergebracht. Als tegenprestatie zou Meerdink in 2016 een rapport over de toekomst van de zorgsector schrijven.

    • Deze Stichting Onderzoek Systeemvraagstukken Zorgstelsel huurde voor het onderzoek en schrijfwerk de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in. Kosten: 77.501 euro. Dat bedrag werd niet gekort op Meerdinks salaris.

    • In het eindresultaat (een notitie en drie deelrapporten) is niet één traceerbare bijdrage van Meerdinks hand te vinden. De Stichting blijkt een schijnconstructie om Meerdink een gouden handdruk te kunnen geven.

    • Van het honderd pagina’s tellende eindresultaat bestaan er zestig uitsluitend uit teksten uit andere rapporten en notities, zonder duidelijke bronvermelding. ‘Plagiaat’, oordeelt de Maastrichtse hoogleraar gezondheidseconomie Wim Groot.

    • Meerdink is inmiddels de hoogste man bij Careyn, een zorgconcern in crisis.

    Lees verder

    Een markant karakter, een man die weinig tegenspraak duldt. Zo staat Marco Meerdink (60) in de zorgsector bekend. In 2014 scoort hij met 322.789 euro bezoldiging een vierde plaats op de jaarlijkse Actiz Top50, de lijst van grootverdieners in de zorg. In zijn huidige functie als topman van zorgconcern Careyn is hij trots op zijn goede banden met de ambtelijke top van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de banken. ‘Zij geloven in onze strategie,’ zegt hij in juli 2018 tegen Zorgvisie Magazine. Zichzelf typeert hij, in datzelfde interview, als ‘richtinggevend sterk en snel in mijn analyses’.

    Ondanks die analyse-snelheid verlengt de Raad van Commissarissen in december 2015 zijn contract als voorzitter van de Raad van Bestuur van Espria niet. Want: ‘Espria is bezig met een strategische heroriëntatie, waarbij zij haar koers en organisatie kritisch tegen het licht houdt,’ meldt Espria in december 2015 in een persbericht over Meerdinks vertrek, dat inmiddels van de website verwijderd is. Voorzitter van de Raad van Commissarissen Han Noten zegt nu: ‘Meerdink en wij waren het niet eens over de te volgen strategie.’

    Wel meldt het bericht over zijn vertrek nieuwe werkzaamheden: ‘Meerdink gaat het komend jaar onderzoek doen naar de samenwerking en coördinatie van zorg en welzijn op lokaal niveau.’ In het persbericht stelt Marco Meerdink het zelf zo: ‘Dit is een maatschappelijk relevant vraagstuk, waar ik graag met een breed palet van mensen over ga nadenken en praten. Het onderzoek moet wat mij betreft inspireren tot nieuw beleid in de VVT-sector.’

    In het jaarverslag 2015 dankt de Raad van Commissarissen ‘de heer Meerdink’ beleefd ‘voor hetgeen hij de afgelopen jaren voor Espria heeft betekend. Wij wensen hem veel succes in zijn verdere carrière.’ Voor het vervolg van die carrière richt de Raad van Commissarissen, zo meldt datzelfde jaarverslag, speciaal de Stichting Onderzoek Systeemvraagstukken Zorgstelsel op. En die Stichting legt de financiële rode loper voor Marco Meerdink uit. Hij wordt de enige werknemer met ruwweg hetzelfde salaris dat hij in 2015 van Espria ontvangt: 257.266 euro. Zijn lease-Volvo mag hij in 2016 blijven rijden, à 34.392 euro. Bij elkaar opgeteld tikt hij in 2016 zo 291.658 euro binnen, betaald uit collectieve zorgpotten: ziektekostenpremies, ZVW-premies, eigen bijdragen en belastinggeld. De resultaten van Meerdinks onderzoek naar ‘vraagstukken op het gebied van organisatie en structuur van het zorgstelsel’ zullen ‘in de tweede helft van 2016’ verwacht worden.

    Zeemeeuwmanager bij Careyn

    Marco Meerdink is sinds de zomer van 2017 de hoogste baas van het in crisis verkerende zorgconcern Careyn. Hij is een van de vele topmanagers van het grote Careyn: 340 miljoen jaaromzet, zevenduizend medewerkers, 17.000 cliënten, een verslechterde financiële positie, toezicht door de Inspectie Gezondheidszorg.

    Bij een van de Careyn-instellingen, het Utrechtse verzorgingshuis Tuindorp-Oost, werd afgelopen zomer een verzuimpercentage van boven de 20 procent geconstateerd, blijkt uit Careyn-stukken. Bewoners wantrouwen het management. Ze spreken smalend over zeemeeuwmanagement: ‘Managers komen langs, schijten de boel onder en vertrekken naar een volgende locatie.’ Bij Careyn is het al jaren een komen en gaan van managers. De 100-jarige Maria Piël, bewoner van een Careyn-huis, zegt het zo: ‘Toen ik hier kwam, waren we bejaarden. Daarna heetten we bewoners. Toen werden we cliënten. Daarna producten. En nu zijn we afvalproducten.’

    Vandaag, donderdag 20 december, maakt de Inspectie Gezondheidszorg bekend, of het al jaren bestaande verscherpte toezicht op Careyn wordt opgeheven. Bij het concern is volgens de Inspectie sprake van gebrekkige kwaliteit, tekort schietende medicijntoediening en slecht bestuur.

    Lees verder Inklappen

    Die tweede helft van 2016 haalt Meerdink niet: hij heeft meer werk- en schrijftijd nodig. In januari 2017 publiceert de Stichting zijn onderzoekswerk: de zeven pagina’s tellende notitie Naar een waarde(n)volle zorg en drie onderliggende deelrapporten: Institutioneel perspectief (60 pagina’s), Klantperspectief (19 pagina’s) en Sturingsperspectief (14 pagina’s).

    Opmerkelijk genoeg is Marco Meerdink níet de auteur van deze notitie en ook niet de schrijver van de drie onderliggende deelrapporten. Drie onderzoekers van de aan het Lange Voorhout in Den Haag gevestigde Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) worden als schrijvers van de notitietekst genoemd: prof. dr. Mark van Twist, drs. Nancy Chin-A-Fat en Ilsa de Jong MSc. Op pagina één schrijven zij: ‘Het bestuur van Stichting Onderzoek Systeemvraagstukken Zorgstelsel (SOSZ) heeft ons gevraagd een verkennend onderzoek te verrichten…’ 

    Bedankt voor de inbreng

    Professor Van Twist bevestigt dat de rapporten door zijn medewerkers, op zijn school, onder zijn verantwoordelijkheid zijn geschreven. Van Twist, hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, is tevens decaan en bestuurder van de NSOB, een prestigieus instituut dat veel onderzoeksklussen uitvoert voor kabinet, ministeries en andere overheidsinstellingen. Voor de werkzaamheden voor SOSZ brengt de NSOB 77.501 euro inclusief btw in rekening. ‘Dat is de vergoeding voor een traject van ruim negen maanden,’ verklaart Van Twist dat bedrag. ‘Door een team van drie NSOB-onderzoekers is gewerkt aan een uitgebreide documentenstudie, een ruime interviewronde, een analyse van kwantitatieve informatie en het schrijven van een eindrapportage met drie achtergrondstudies en meerdere bijeenkomsten met betrokkenen in de zorg.’

    Uit de jaarrapporten 2016 en 2017 van de Stichting Onderzoek Systeemvraagstukken Zorgstelsel blijkt dat de Stichting de nota voldoet. En de Stichting wordt weer betaald door Espria, dat het betaalt uit de collectieve zorgpotten.  

    Meerdink wordt in de notitie in één regel genoemd: ‘De auteurs danken drs. Marco Meerdink voor zijn inbreng ten aanzien van dit traject.’

    Een groot deel van het werk is door anderen gedaan

    Welke inbreng had Meerdink? Professor Mark van Twist heeft daar een goed idee van: ‘Een groot deel van het werk is door anderen gedaan.’ Hij weet ook wat Meerdink wél heeft gedaan: ‘Er was een ronde van ongeveer honderd gesprekken,’ zegt Van Twist. ‘Daarvan heeft hij er ongeveer dertig gevoerd. Dat kostte hem misschien wel vijftien dagen. Uit die interviews schreef hij een tekst van ongeveer dertig pagina’s. Laten we zeggen ook nog eens tien dagen werk.’ Professor Van Twist ontkent dat Meerdinks gespreksverslagen niet verwerkt zijn. Op een verzoek die fragmenten aan te wijzen, reageert Van Twist niet. In de stukken zelf ontbreekt iedere verwijzing naar Meerdinks inbreng.

    Meerdink heeft voor zijn salaris ‘misschien wel’, ‘laten we zeggen’ 25 dagen gewerkt. Dat is, inclusief lease-auto, 11.640 euro per dag en exclusief lease-auto 10.290 euro per dag. Of per pagina tekst: 8.575 euro. In één klap de best betaalde interviewer van het land.

    In notitie en deelrapporten is echter niet één traceerbaar interviewcitaat van Meerdinks hand te vinden. Een verzoek om inzage in de dertig pagina’s tekst die Meerdink produceerde, wordt door Han Noten, voorzitter van het Stichtingsbestuur én Espria-commissaris, afgewezen. Wel stelt hij dat Meerdinks werk zinnig was. Met de interviews en het honderd pagina’s tellende rapport heeft Meerdink ‘tenminste gepresteerd’, zegt hij. Op de vraag of hij die prestaties kan kwantificeren, antwoordt Noten: ‘Wij hebben hem geen urenverantwoording gevraagd.’ Nota bene: verpleegkundigen en verzorgenden moeten bij Espria  ieder uur verantwoorden. Waarom is onderzoeker Meerdink daartoe niet verplicht? Met Meerdink, zo vervolgt de oud-senator voor de PvdA en tot 1 december burgemeester van Dalfsen, is immers een prestatieafspraak gemaakt. ‘En daar laat ik het bij.’

    Als we Meerdink hadden ontslagen, had het Espria zes ton kunnen kosten

    Noten vindt niet dat de 257.266 euro voor Marco Meerdink én zijn lease-auto én 77.501 euro voor de onderzoekers aan de prijzige kant is: ‘Als we Meerdink hadden ontslagen, had het Espria tegen de zes ton kunnen kosten. Zijn arbeidsovereenkomst viel onder oude contracten. Het viel niet onder de beperking van gouden handdrukken die in de Wet Normering Topinkomens is vastgelegd.’

    Samen, zo zegt Noten, zouden ze op zoek gaan naar een passende taak voor Meerdink. ‘We hadden het vaak over het thema systeemvraagstukken in het zorgstelsel gehad. We hebben ons niet afgevraagd of dit wéér een rapport over dit thema zou worden.’

    Gewoon niet erg precies

    De schrijvers van notitie en deelrapporten citeren naar hartelust uit vele tientallen andere stukken, lezingen en boeken. Minstens zestig van de honderd pagina’s bevatten uitsluitend tekst uit andere rapporten en notities. Voetnoten worden gemeld, maar omdat aanhalingstekens ontbreken, blijft de lezer onwetend van de voortdurende ‘copy-paste’-methode. Als professor Van Twists werkwijze aan hem wordt voorgelegd, zegt hij: ‘Daarvan ben ik niet op de hoogte.’ Wanneer Follow the Money hem, op zijn verzoek, een willekeurige steekproef van letterlijk gekopieerde stukken teksten en de bronnen stuurt, bevestigt Van Twist de werkwijze.

    Hij reageert desgevraagd per mail: ‘Onder mijn verantwoordelijkheid is een intern rapport voor de Stichting Onderzoek Systeemvraagstukken Zorgstelsel geschreven die in termen van verwijzingen naar het onderliggende bronmateriaal gewoon niet erg precies is.’ En: ‘Het zou netter/beter zijn geweest om bij overnemen van letterlijke citaten aanhalingstekens te gebruiken.’

    Van Twist voegt daar nog aan toe: ‘Mijn enige verweer hiertegen is dat het gaat om een intern rapport dat geen andere status heeft dan die van bijlage bij het interne eindrapport voor het bestuur. De tekst als zodanig is nooit gepubliceerd en heeft geen enkele externe werking, anders dan dat de tekst is gebruikt om de gedachtevorming binnen het bestuur van de Stichting en met de gesprekspartners die de Stichting op het oog had een stap verder te brengen. Ik schaam me niet voor dit rapport.’

    ‘Zoiets heb ik nooit eerder gezien. Dit is heel kwalijk,’ aldus professor Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie in Maastricht, die de notitie en de drie deelrapporten heeft gelezen. Hij zegt: ‘Gezien de lengte van de citaten, het feit dat het een aaneenrijging van citaten is zonder enige verbindende tekst en dat de bronvermelding wel aanwezig is, maar er geen aanhalingstekens worden gebruikt, vind ik dit een geval van plagiaat.’

    Ik voel me niet bekocht. Twynstra Gudde zou duurder zijn geweest

    Ook opdrachtgever Han Noten heeft de honderd pagina’s gelezen, zegt hij. ‘Het was mij niet opgevallen dat er erg veel gekopieerd is.’ Hij zegt dat een ‘merkwaardige gang van zaken’ te vinden, maar: ‘Ik voel me niet bekocht. Twynstra Gudde zou duurder zijn geweest. Ik ben blij met het rapport, al bevat het geen nieuwe inzichten. Het is het begin van een proces. We hebben het niet laten maken om het in een la te schuiven.’

    Stichtingsbestuurder Paul Loven herinnert zich het rapport niet, bestuurslid Barbara Fransen laat het beantwoorden van vragen over aan voorzitter Han Noten. Het trio Noten, Loven en Fransen vormt het Stichtingsbestuur en - met drie anderen - de Raad van Commissarissen van Espria.

    Brainstorm met vijftien topmensen

    Het onderzoek van opgeteld 369.334 euro is nu bijna twee jaar uit. Heeft het enig effect? Na de verschijning van het onderzoeksrapport is er in 2017 een brainstormconferentie in het Utrechtse hotel Karel V. ‘Ongeveer vijftien topmensen uit de zorg waren daarbij aanwezig,’ stellen Han Noten en Mark van Twist. Wie dat waren, willen beiden niet openbaren. Van Twist zegt dat ook in 2018 een conferentie over het onderzoek plaatsvond, ook in Karel V.

    Hoogleraar gezondheidseconomie Wim Groot stelt dat professor Van Twist en zijn medeschrijvers door lijken te hebben dat notitie en rapporten in een la verdwijnen. ‘Ze schrijven zelf dat de Stichting Onderzoek Systeemvraagstukken Zorgstelsel moet bepalen wat het verder met de inzichten uit de rapporten wil doen. Dat klinkt zowel enigszins cynisch als berustend, wetend dat er niets met het rapport wordt gedaan. Terecht, trouwens, want de rapporten bevatten vooral veel geklets. Ze zijn saai en oninteressant.’

    En de onderzoeker die geen onderzoeker bleek, Marco Meerdink, wat zegt hij over de betekenis van het rapport? Op verzoeken om een toelichting reageert hij met een formeel: ‘Voor wat betreft het onderzoek verwijs ik u gaarne naar voornoemde Stichting.’

    Zorgreus Espria

    Bij het grote publiek is Espria onbekend. Zorginstellingen als Evean, Icare, Zorggroep Meander en GGZ Drenthe beheren als Espria-dochters honderden instellingen, van verpleeghuizen tot thuiszorg, psychiatrische instellingen, jeugd- en gehandicaptenzorg. De huidige jaaromzet is 712 miljoen euro. In 2009, voor Meerdink er werkt, raakte Espria door een cultuur van zelfverrijking in opspraak. In de Espria-Raad van Commissarissen maakt voorzitter Elco Brinkman plaats voor Martin van Rijn. Van Rijn benoemt begin 2010 Meerdink als topman.

    Negen jaar geleden kwam Espria in opspraak. Het was toen de prille megaorganisatie voor verstandelijke en lichamelijk gehandicapten en ouderen. Een fusie van Philadelphia, Evean en Woonzorg Nederland maakte Espria tot een van de grootste Nederlandse zorgbedrijven: een omzet van 1,4 miljard, 38.000 medewerkers, 224.000 cliënten. Klagende ouders van gehandicapten zorgden ervoor dat aan de cultuur van zelfverrijking bij Espria een einde kwam. Voorzitter van de Raad van Commissarissen was in die tijd Elco Brinkman.

    Philadelphia stapte in 2009 uit Espria. Dat ging daarna afgeslankt door.

    Espria-Commissarissen in de afgelopen jaren: onder anderen Han Noten (dan burgemeester Dalfsen, oud-PvdA-Eerste Kamerlid), Barbara Baarsma (hoogleraar UvA, kroonlid Ser, directeur bij Rabobank), Paul Loven (oud-bankier en oud-financieel bestuurder PGGM) en Barbara Fransen (dochter van Ferdinand Fransen, ooit ARKE Reizen).

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Cees Grimbergen

    Cees Grimbergen is journalist en televisiepresentator bij Omroep Max. Cees volgt onder andere geldsporen in de de pensioensec...

    Volg Cees Grimbergen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Zorgcowboys

    Gevolgd door 2389 leden

    Er zijn veel manieren om meer geld te verdienen in de zorg dan gerechtvaardigd is. In dit dossier gaan we op jacht naar zogen...

    Volg dossier