4e ronde in de Piketty discussie: Jansen vs Fransman

    Columnist Ewoud Jansen reageert op Robin Fransmans aanname dat R=G onder bepaalde omstandigheden. Er zijn altijd meer scenario's mogelijk, betoogt Jansen, en een gewoonte is nog geen wet. Dat vindt Piketty zelf overigens ook, merkt Jansen op.

    Een ogenschijnlijk eenvoudige ongelijkheid kan veel discussie opleveren. Zoals bekend lanceerde Thomas Piketty in zijn boek Capital in the 21th Century de inmiddels wereldberoemde ongelijkheid R>G. R staat hierbij voor rendement op kapitaal en G is de groei van de economie. Maar R>G kan helemaal niet stelde Robin Fransman in zijn column Piketty begrijpt het net niet van 5 november. Op langere termijn geldt volgens hem de ‘ijzeren wet’ van vermogensbeheer R=G. Dit leek mij weer niet te kloppen, schreef ik in mijn reactie Fransman vs dé Fransman. Om dat duidelijk te maken, nodigde ik hem uit eens uit te gaan van, bijvoorbeeld, een economie die niet groeit. Ook dan zullen bedrijven winst maken, zo betoogde ik, ook dan is er een rendement en is R dus groter dan de groei G van nul.

    Hoe meet je R?

    Ik merkte daarbij op dat Robins conclusie overeind zou kunnen blijven als hij bij zijn definitie van R enkel waardestijgingen meeneemt. Het is inderdaad niet houdbaar dat prijzen van aandelen en andere kapitaalgoederen structureel sneller groeien dan de economie. Uitgaande van die enge definitie van R zou inderdaad moeten gelden R=G. Maar tel de kasstromen als uitgekeerde dividenden erbij op en je krijgt R>G. Dat was mijn hoofdargument. Nu beweert Robin in zijn repliek Derde ronde in de Piketty discussie dat ik alleen de kasstromen in mijn definitie van R betrek maar dat heb ik nergens gezegd. Ik heb die kasstromen expliciet genoemd. Dat deed ik omdat het mij, zoals gezegd, voorkwam dat deze niet werden meegenomen in Robins definitie van R.
    We zijn het dus wel eens over hoe R gemeten wordt
    We zijn het dus wel eens over hoe R gemeten wordt. Zowel capital gains als kasstromen maken er deel van uit. Intussen is het bewijs van de R=G-wet nog steeds niet sluitend. In zijn repliek borduurt Robin verder op de G=0 casus. Hij stelt terecht dat economische groei kan voortkomen uit twee bronnen: groei van de bevolking en groei van de productiviteit. De eerste zorgt voor groei van het BBP. Als er sprake is van het tweede, krijgen we (ook) groei van het BBP per hoofd van de bevolking en stijgt de welvaart. In een situatie van G=0 zal de bevolkingsomvang licht dalen en de productiviteit licht stijgen stelt Robin. Dit zorgt voor dalende omzetten en winsten. En omdat die lagere winsten leiden tot (per saldo) lagere bedrijfswaarderingen, krijgen we dus een situatie dat de ene component van R (waardeverandering) de andere component (kasstroom) teniet doet en op nul uitkomt. 'Ergo R=G' is de conclusie. Nu is het niet onmogelijk dat dit zo gaat, maar daarmee is het nog geen ‘wet’. De redenering sluit andere scenario’s namelijk niet uit.

    Een wet is iets anders

    Om te beginnen lijkt het me geen wet dat in een situatie van G=0 de bevolking per se (licht) afneemt en de productiviteit tegelijkertijd stijgt. Ook scenario’s met een stabiele bevolkingsomvang- en productiviteit zijn denkbaar. Afzet- en winstniveau’s zijn dan stabiel evenals, per saldo, de bedrijfswaardes. Tellen we daar de kasstromen weer bij op dan krijgen we een R die groter is dan nul en dus R>G. Maar ook al zou de bevolking inderdaad dalen en de productiviteit stijgen dan hoeft dit niet te leiden tot lagere omzetten en winsten bij bedrijven. Zeker, minder mensen betekent, ceteris paribus, minder vraag. Maar als die mensen per hoofd welvarender worden door de veronderstelde hogere productiviteit kunnen vraag, omzet en winst op peil blijven met gemiddeld gelijkblijvende bedrijfswaardes.
    niet bewezen is, dat de waardedaling en de kasstromen elkaar precies compenseren
    Ten derde kunnen we opmerken dat als Robins scenario van krimpende bevolking met lagere vraag en winst zich inderdaad ontvouwt, het ook niet bewezen is dat de waardedaling en de kasstromen elkaar precies compenseren. Wat Robin doet is een scenario schetsen waarin R=G kan gelden. Daarmee is het geen wet. Overigens beschouwt Piketty zelf R>G ook niet als ‘wet’ maar als een op empirische basis vastgesteld historisch feit en daarmee niet als een logische noodzakelijkheid. Ook voor R=G is geen logische noodzakelijkheid aangetoond en de historische feiten geven ook geen reden om dat verschijnsel als een wet te beschouwen. Ewoud Jansen is econoom en publicist Twitter: @ewoudjansen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 312 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren