© ANP / Jerry Lampen

  • Van het trickle down effect is al bewezen dat het niet bestaat. zie onder meer Robert Reich

Meer investeringen, meer werkgelegenheid: in de argumenten voor afschaffing van de dividendbelasting worden nogal wat causale verbanden verondersteld. Wat klopt daar eigenlijk van? In dit tweede artikel van hun serie over de dividendbelasting onderzoeken Rodrigo Fernandez en Frans Bieckmann de argumenten.

In dit tweede artikel in onze serie over de dividendbelasting hebben wij de argumenten van de voorstanders van afschaffing op een rijtje gezet. Die zijn het beste samen te vatten met drie woorden: investeringsklimaat, investeringsklimaat, investeringsklimaat. Daaronder liggen een aantal aannames die veelal een causaal verband veronderstellen. 

Dat minder dividendbelasting automatisch leidt tot meer investeringen, bijvoorbeeld. En dat dat op zijn beurt weer meer banen oplevert. Klopt dat wel? Zijn die verbanden wel zo vanzelfsprekend? We zetten de vijf meest prominente claims op een rijtje. 

Geen directe belasting

Allereerst: de dividendbelasting is geen directe belasting op de winst van ondernemingen — daar hebben we de vennootschapsbelasting voor. Dividendbelasting wordt geheven op de winstuitkering aan de aandeelhouders, dividend dus. Nederlandse aandeelhouders kunnen deze belasting verrekenen met de inkomstenbelasting; hetzelfde geldt voor de meeste buitenlandse aandeelhouders.

Al in november vorig jaar heeft SOMO berekend dat de belasting over Nederlandse dividenden in slechts 23 procent van de gevallen niet op deze manier verrekend kan worden. Het gaat dan voornamelijk om aandeelhouders in het Verenigd Koninkrijk en een aantal belastingparadijzen. In die gebieden wordt namelijk geen dividendbelasting geheven, waardoor er ook geen optie is om deze te verrekenen met de lokale inkomstenbelasting.

In hoeverre draagt die 300 miljoen euro bij aan het Nederlandse investeringsklimaat?

Voor de overige driekwart van de aandelen geldt dat de dividendbelasting die Nederland nu niet meer heft, wordt geïncasseerd door de belastingdienst in het land waar de aandeelhouder gevestigd is. Met andere woorden: van de 1,4 miljard euro die de afschaffing van de dividendbelasting de Nederlandse schatkist kost, vloeit 1,1 miljard euro direct door naar de schatkist van andere landen. De reële lastenverlichting komt dus slechts uit op zo’n 300 miljoen euro en gaat uitsluitend richting aandeelhouders die in belastingparadijzen gevestigd zijn.

De vraag is nu: in hoeverre draagt die lastenverlaging van 300 miljoen euro concreet bij aan het Nederlandse investeringsklimaat? En, concreter: hoeveel banen levert het op?

Uit de memo’s die op 24 april openbaar werden, blijkt dat het ministerie van Financiën er in ieder geval weinig vertrouwen in heeft: de kosten zijn hoger dan de baten. De gebruikte argumenten in de memo (zie hieronder) zijn grofweg dat de dividendbelasting nu verrekend kan worden en eigenlijk toch geen last is voor buitenlandse aandeelhouders. Het afschaffen van deze belasting verandert hier dus weinig, behalve dat er 1,1 miljard uit de Nederlandse kas naar buitenlandse belastingdiensten stroomt.

Om te begrijpen waarom voorstanders van de afschaffing dan tóch een causaal verband zien tussen de dividendbelasting en het investeringsklimaat, hebben we gekeken naar de hoorzitting die de Tweede Kamer op 14 december 2017 over het onderwerp organiseerde. Specifieker: naar de ‘position papers’ die voor deze hoorzitting zijn ingebracht.

Acht van de elf experts die bij die hoorzitting spraken, waren namelijk op de een of andere manier verbonden aan de lobby vóór afschaffing. Ofwel direct, omdat ze spraken namens een grote multinationals, VNO-NCW, of een andere bedrijvenlobby; ofwel indirect, omdat ze verbonden waren aan belastingadvieskantoren die werken voor de multinationals. In hun acht position papers zijn vijf aannames over het afschaffen van de dividendbelasting te ontwaren, die we hier zullen bespreken.

1. Afschaffen van de dividendbelasting leidt tot meer investeringen

In haar position paper noemt werkgeversorganisatie VNO-NCW het afschaffen van de dividendbelasting een ‘onmisbaar onderdeel van de bredere investeringsagenda die Nederland klaar maakt voor de toekomst.’

"De afschaffing van de dividendbelasting is alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden economisch relevant"

Één van de argumenten die de organisatie daarbij aanvoert, is dat de dividendbelasting allerlei ‘ongewenste economische bijeffecten’ voor Nederland heeft. Zo schrijft VNO-NCW: ‘Door de dividendbelasting liggen de kosten van kapitaal hoger. Een buitenlandse investeerder zal de combinatie van vennootschapsbelasting en dividendbelasting laten meewegen bij zijn investeringsbeslissing. Buitenlandse aandeelhouders verlangen hogere bruto-rendementen op hun investeringen wanneer ze dividendbelasting moeten betalen. Lagere kapitaalkosten kunnen op termijn leiden tot hogere bedrijfsinvesteringen en werkgelegenheid.’

In zijn artikel 'Blind gokken met de dividendbelasting' laat econoom Bas Jacobs zien wat er schort aan dit argument: ‘Afschaffing van de dividendbelasting kan theoretisch een positief effect hebben op de investeringen en de werkgelegenheid,’ schrijft hij, ‘Maar de condities waaronder dat het geval is, zijn empirisch uitermate onwaarschijnlijk: i) bedrijven zouden niet goed financiering kunnen krijgen op internationale kapitaalmarkten, ii) er zouden geen belastingverdragen zijn ter voorkoming van dubbele belastingheffing, en iii) bedrijven zouden alle investeringen aan de marge financieren met aandelenuitgiftes. De economische effecten van de verlaging van de dividendbelasting zijn waarschijnlijk verwaarloosbaar.’

Jacobs visualiseert zijn redenering als volgt:

Uit het schema kunnen we duidelijk afleiden dat de afschaffing van de dividendbelasting alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden economisch relevant is. De afschaffing van de dividendbelasting in Nederland heeft een verwaarloosbare invloed op de wereldmarktprijs van kapitaal: het is een druppel in een hele grote oceaan van kapitaal dat wereldwijd op zoek is naar rendement.

Ook hoogleraar Internationale economie Harry Garretsen haalt dit aan in zijn position paper. Hij stelt dat meer dividend voor beleggersop zichzelf niet betekent dat bedrijven meer gaan investeren: ‘dat verband is er alleen als afschaffen van de dividendbelasting de kapitaalkosten voor Nederlandse bedrijven zou verlagen’. Ook Garretsen vindt het niet waarschijnlijk dat zoiets gebeurt, om dezelfde redenen als Jacobs: de kosten voor kapitaal worden internationaal bepaald, en Nederland heeft met veel andere landen belastingverdragen om dubbele heffingen te voorkomen.

2. Het maakt ons minder afhankelijk van schuld

Volgens VNO-NCW leidt de dividendbelasting ertoe dat vreemd vermogen — schuld dus —  aantrekkelijker wordt voor bedrijven dan eigen vermogen, oftewel investeringen. Volgens VNO-NCW worden die investeringen immers duurder door de dividendbelasting. Omdat de rente op schuld aftrekbaar is bij de fiscus, wordt het aannemen van vreemd vermogen goedkoper.

Deze verstoring kan ertoe leiden dat bedrijven investeringen te veel met vreemd vermogen financieren,’ schrijft de werkgeversorganisatie. ‘De toenemende mondiale schuldniveaus lijken dit beeld te bevestigen. Ook het Internationale Monetaire Fonds heeft erop gewezen dat fiscale bevoordelingen van vreemd vermogen ten opzichte van eigen vermogen de mondiale economie minder robuust en crisisbestendig maakt.’

Ook in het position paper van Euronext komt dit argument terug. De beursmaatschappij acht het van belang ‘dat de afschaffing van de dividendbelasting investeringen in eigen vermogen stimuleert. Dit leidt tot een mindere afhankelijkheid van schuld, wat in lijn is met de voorstellen van de Europese Commissie met betrekking tot de Kapitaalmarkt Unie.’

Het moet minder lucratief worden om je in de schulden te steken

Het argument dat de balans tussen vreemd vermogen (bijvoorbeeld bankleningen of bedrijfsobligaties) en eigen vermogen (aandelen) verstoord is, klopt natuurlijk. De enorme schuldenlast van niet-financiële ondernemingen vormt een serieuze bedreiging voor de stabiliteit van onze economie.

De vraag is echter of die scheve verhouding te verklaren is door de dividendbelasting. De aftrekbaarheid van schuld bij de belasting lijkt ons een belangrijkere factor, evenals het feit het gebruik van vreemd vermogen voor grotere winstmarges zorgt, en de wijze waarop dit in intra-concern leningen gebruikt kan worden om belasting te ontwijken

Het zou dus logischer zijn om iets aan deze zogenaamde ‘pull-factoren’ van schuld te doen: het moet simpelweg minder lucratief zijn om je in de schulden te steken. Er wordt hier echter besloten om deze factoren volledig te negeren; VNO-NCW verzet zich bijvoorbeeld zelfs actief tegen hogere buffers bij banken. Om dan wél de dividendbelasting als schuldige aan te wijzen, komt op ons over als een zeer gezocht argument.

3. Het levert meer banen op

Gaan we naar de volgende aanname in de logica van VNO-NCW: lagere kapitaalkosten leiden tot meer investeringen en dus meer werk. De eerste stap bespraken we hierboven al: als de kapitaalkosten niet omlaag gaan door de dividendmaatregel, is er ook geen causaal verband met de veelbesproken banen. Maar als we for the sake of argument toch even aannemen dat de kapitaalkosten dalen, klopt het tweede deel van de redenering dan wél?

In zijn artikel verwijst Jacobs naar het geloof in een ‘trickle down’-effect: het geloof dat meer rijkdom bij de ‘top’ van de markt automatisch naar beneden ‘druppelt’ in de vorm van meer en beter betaald werk. Jacobs mist hier echter een empirische onderbouwing.

Bedrijven zijn om te investeren evident niet afhankelijk van nieuwe aandelen

Ook Garretsen stelt in zijn position paper dat er weinig empirisch bewijs is. Hij haalt daarbij het Centraal Planbureau aan, die bij de doorrekening van het regeerakkoord niet uit kon rekenen wat de invloed van de dividendbelasting op de werkgelegenheid zou zijn: ‘Daarom is in de doorrekening van de financiële bijlage van het regeerakkoord geen macro-economisch effect (op bbp en werkgelegenheid) van de afschaffing van de dividendbelasting opgenomen.’

De vraag is of bedrijven om te groeien überhaupt afhankelijk zijn van nieuwe aandelenemissies. Volgens Jacobs is dit evident niet zo: de meeste investeringen worden gedaan uit ingehouden winsten, de zogenaamde bedrijfsbesparingen. Dat is ook logisch: aandelenemissies zijn nu eenmaal een erg dure manier om kapitaal op te halen.

Er is alleen een probleem: hoewel de ingehouden winsten op dit moment historisch hoog zijn — zowel in absolute zin als in vergelijking met onze buurlanden — zijn de investeringen sinds 2000 alleen maar gedaald (p. 32). Met andere woorden: het verkrijgen van kapitaal mag op dit moment dan erg goedkoop zijn, het is niet de bepalende factor voor het doen van investeringen. Ook het argument dat eventuele lagere kapitaalkosten leiden tot meer investeringen — en in het verlengde daarvan tot meer banen — klopt dus niet.  

4. Het trekt hoofdkantoren aan (en dat is een goed ding)

Zou afschaffing dan van nut zijn om in ieder geval de hoofdkantoren van een paar grote multinationals in Nederland te krijgen of te houden? Dat is een van de wezenlijke argumenten die vaak wordt aangehaald wanneer het over het vestigingsklimaat gaat. In het position paper van Shell wordt het zelfs gebracht als een nauwelijks verholen dreigement: ‘In een wereld van toenemend protectionisme en groeiende concurrentie om investeringen, zijn hoofdkantoren van multinationals geen rustig bezit voor landen met een kleine lokale kapitaalmarkt.’

"De memo van Wiebes bevat ‘meerdere onjuiste of misleidende claims’"

De op 24 april gepubliceerde memo’s bevatten een zogenaamd ‘partijstuk’ van de VVD,geschreven door ambtenaren van het ministerie van Economische Zaken en in opdracht van toenmalig staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes.

In dit VVD-stuk wordt een reeks internationale bedrijven genoemd die volgens Wiebes als gevolg van de dividendbelasting niet naar Nederland zijn gekomen. Om welke bedrijven het gaat, is niet te zien: die informatie is weggelakt. RTL Z, dat de claims van Wiebes onderzocht, weet echter een aantal namen te noemen: de ‘farmaceut’ is Mylan, de chemiereus LyondellBasell. Verder noemt RTL Z Fiat Chrysler, verzekeraar AON, Snap Inc en cosmeticabedrijf Avon Products.

Echter: wanneer de redactie van RTL Z de voorbeelden langsloopt en de opgevoerde bronnen checkt, blijkt dat niet één van deze bedrijven naar een ander land is uitgeweken vanwege de Nederlandse dividendbelasting. RTL Z concludeert dan ook dat dat de memo ‘meerdere onjuiste of misleidende claims’ bevat.

Deze passage is verder interessant vanwege de keuze voor de specifieke bedrijven die Wiebes hier opvoert. Als het de bedoeling is om ‘Fiat Chrysler’ naar Nederland te lokken, dan is het kabinet actief bezig om brievenbusfirma’s naar Amsterdam te halen. Met ‘Fiat Chrysler’ zou immers geen reëel hoofdkantoor of productie naar Nederland verplaatst worden, maar slechts een lege huls waar kapitaal doorheen stroomt. De enige werkgelegenheid die dit zou opleveren, is voor het fiscaal-financiële complex dat in Nederland geworteld is: accountants, trustkantoren, fiscalisten, notarissen en adviseurs.

Ook het ‘farmaceutische bedrijf’ Mylan is een goed voorbeeld van het door presidenten Obama en door Trump sterk bekritiseerde ‘inversion’. Dat is een bijzonder impertinente manier van het ontwijken van belastingen, waarbij een overname van het moederbedrijf door een dochter in Nederland (of een ander doorsluisland) wordt ingezet om de totale belastingafdracht in de VS in één keer te stoppen.

Het moge duidelijk zijn dat hierdoor geen banen naar Nederland komen

Het moge duidelijk zijn dat hierdoor geen banen naar Nederland komen (behalve in de fiscaal-financiële dienstverlening) en dat het huisvesten van dit soort brievenbusconstructies de internationale betrekkingen met bijvoorbeeld de Verenigde Staten niet ten goede komt — om het mild te stellen. Wat Wiebes en de VVD hier in feite doen, is het koppelen van belastingontwijking aan de discussie over het ‘vestigingsklimaat’, maar dan ook nog eens met onjuiste claims over de rol van de dividendbelasting daarbij.

Maar trekt de afschaffing van de dividendbelasting dan helemaal geen bedrijven aan? Niet echt, aldus UvA-hoogleraar Jan van de Streek, een van de weinige onafhankelijke experts die aan de hoorzitting deelnamen. In zijn position paper stelt hij dat slechts een handvol bedrijven baat heeft bij afschaffing van de dividendbelasting: ‘Ik wijs erop dat de afschaffing van de dividendbelasting potentieel slechts het vestigingsklimaat zou kunnen verbeteren voor één categorie van bedrijven, te weten de Nederlandse multinationals. Of algemener gezegd: bedrijven met een topholding in Nederland waarvan het aandelenbezit verspreid is.’

Uit de memo’s blijkt dat ook ambtenaren van Financiën de analyse van Van de Streek onderschrijven:

Als we in de bedrijvendatabank van Orbis kijken naar het aantal topholdings in Nederland, dan krijgen we ruim 40.000 hits. Dit zijn grotendeels MKB-topholdings; als we de zoektocht verkleinen naar de relevante grote bedrijven, krijgen we de usual suspects: het hierboven genoemde Fiat Chrysler en Mylan, maar ook Ikea en Steinhoff NV. Die laatste was onlangs in het nieuws vanwege illegaal uit het pensioenfonds verdwenen miljarden.

De topholdings in Nederland vormen een gemêleerde groep waar alle grote Nederlandse bedrijven zoals ASML, Philips, DSM, Ahold, Post NL tot aan Beter Bed samen met brievenbus-bv’s onderdeel van zijn. Hier gaat het investeringsklimaat moeiteloos over in het belastingparadijs.

5. Nederlandse bedrijven blijven Nederlands

Een volgend argument voor de afschaffing van de dividendbelasting, is de dreiging van overname van Nederlandse multinationals door buitenlands kapitaal. ‘Unilever werd belaagd!’, citeert bijvoorbeeld het NRC Handelsblad op 9 november een ‘betrokken onderhandelaar’ tijdens de kabinetsformatie. Een dergelijk overnamerisico bestond eerder bij AkzoNobel.

Volgens VNO-NCW heeft afschaffing van de dividendbelasting ‘een opwaarts effect op de aandeelhouderswaarde’: ‘Een hogere beurskoers maakt Nederlandse bedrijven een minder gemakkelijke prooi waarmee werkgelegenheid in Nederland blijft behouden […] De extreem lage rente en de monetaire verruiming in de VS en de EU zorgen ervoor dat er extreem veel goedkoop geld beschikbaar is. Deze ontwikkeling draagt bij aan een grote consolidatieslag tussen ondernemingen. De recente overnamestrijd rond Nederlandse iconen als Unilever en Akzo zijn voorbeelden van deze ontwikkeling.’

Waarom juist de dividendbelasting afschaffen?

Bas Jacobs geeft aan dat het zou kunnen dat Rutte III erop gokt dat de aandelenkoersen inderdaad stijgen, met name voor bedrijven met aandeelhouders in Groot-Brittannië. In dat geval worden Nederlandse bedrijven minder aantrekkelijk voor (vijandige) overnames door Britse aandeelhouders.

Maar, schrijft hij: ‘Dat er geen enkel effect is waar te nemen op de beurskoersen is [...] een aanwijzing dat de kapitaalkosten van deze multinationale bedrijven aan de marge niet worden beïnvloed door de Nederlandse dividendbelasting, maar worden bepaald door de financieringscondities in de internationale kapitaalmarkten. Dit is daarmee indirect bewijs dat geen grote effecten te verwachten zijn van verlaging van de dividendbelasting.’

Sterker nog, zo stelt Alfred Kleinknecht in Trouw, het tegendeel lijkt het geval te zijn: ‘Beruchte fondsen hebben de neiging om het overgenomen bedrijf de overnamekosten grotendeels zelf te laten betalen. Dat werkt zo: de opkoper steekt het overgenomen bedrijf diep in de schulden. Vervolgens keert die het overbodige eigen vermogen als “superdividend” uit aan de overnemende partij. Als dit superdividend belastingvrij wordt, is er een extra prikkel tot roekeloos gedrag.’ En: ‘De meest agressieve en roekeloze fondsen zoeken meestal “belastingvriendelijke” landen op, die geen dividendbelasting heffen. Juist voor hen wordt het straks extra aantrekkelijk om Nederlandse bedrijven te kopen.’

De knoppen raken op

Een interessante vraag die Jan van de Streek stelt in zijn bijdrage aan de Tweede Kamer hoorzitting: waarom juist de dividendbelasting afschaffen, en niet de vennootschapsbelasting? ‘De grote vraag is wat mij betreft waarom nou juist de afschaffing van de dividendbelasting wordt ingezet om het fiscale vestigingsklimaat voor onze eigen Nederlandse multinationals te verbeteren. Is dat soms omdat zij nauwelijks vennootschapsbelasting betalen, zodat een (verdere) verlaging van het winstbelastingtarief voor hen geen zin heeft?’

Wat Van de Streek zich hier hardop afvraagt, is of de andere fiscale knoppen die als lokkertje gebruikt zouden kunnen worden al zo ver zijn uitgedraaid (en de effectieve belasting zo laag is) dat de dividendbelasting als enige mogelijke prikkel nog aanwezig is. Zijn vraag gaat eigenlijk over de afnemende meeropbrengst van de fiscale cadeautjes aan het grootbedrijf. Je kunt alles wel naar beneden blijven schroeven en afschaffen, maar wanneer zijn je mogelijkheden op?

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Frans Bieckmann

Publicist, schrijver en onderzoeker

Lees meer

Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

Volg Frans Bieckmann
Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren
Over de auteur

Rodrigo Fernandez

Onderzoeker bij SOMO; schrijft over hervorming van financiële markten, monetair beleid en belastingen.

Lees meer

Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

Volg Rodrigo Fernandez
Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

De #Lobbycratie

Gevolgd door 765 leden

Leven we in een lobbycratie of is lobbyen een wezenlijk element van een gezonde democratie? Zeker is dat de lobbywereld wordt...

Lees meer

Volg dit dossier en blijf op de hoogte via e-mail

Volg dossier