© ANP JEROEN JUMELET

    Faillissementsfraudeurs worden bijna geen strobreed in de weg gelegd: vorig jaar zijn er slechts 74 faillissementsfraudezaken bij de rechter beland terwijl duizenden systematische fraudeurs hun gang kunnen gaan. De opsporingscapaciteit bij de FIOD is begrensd op 100 duizend uur per jaar. Follow the Money voelde Jaap Timmer, projectleider Faillissementsfraude bij de FIOD, hierover aan de tand. Wat gaat er mis met de bestrijding van deze enorme fraude?

    De in stenen gehouwen nachtmerrie van menig faillissementsfraudeur is gehuisvest op de Croeselaan 14 in Utrecht, pal naast het Rabobank-hoofdkantoor. In het nagenoeg splinternieuwe Rijksgebouw de Knoop, op de plek waar ooit de Knoopkazerne van de landmacht was gevestigd, heeft de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) begin dit jaar vier verdiepingen betrokken. Na het passeren van een sluisdeur en een liftdeur blijkt de boedel van de FIOD rijkelijk gevuld te zijn met blankhouten zitjes en hip-ogende werkplekken, waarbij gebruik is gemaakt van een natuurlijk kleurenpalet. Het geheel zou niet misstaan in de zomeruitgave van Scandinavian Living.

    De vriendelijke schijn bedriegt: dit is in Nederland een van de centra in de strijd tegen faillissementsfraude. In een van de vergaderzaaltjes zit op een wat verhoogde stoel Jaap Timmer, projectleider Faillissementsfraude bij de FIOD. Hij grapt dat hij de verhoging eigenlijk niet nodig heeft. ‘Ik krijg al regelmatig van mensen te horen dat mijn zware stem en blik wat intimiderend overkomen.’ De veertiger oogt nonchalant met zijn grijs stoppelbaardje, een T-shirt en jeans. Zijn verschijning vormt een contrast met de vaak strak-in-pak-gesneden ondernemers die na een FIOD-onderzoek regelmatig verder door het leven gaan met het label ‘faillissementsfraudeur’. Denk aan ondernemers zoals Eurocommerce-baas Ger Visser, de voortvluchtige SNS-kredietkoning Roger Lips, de BV-sjacheraar Jos Wagemans en de verdachte ‘bedrijvendokter’ Roge van der W., die zich in oktober moet verantwoorden voor de rechter. FTM gaf afgelopen juli een inkijkje in de handelswijze van Van der W. en daarbij kwamen ook de knelpunten in de bestrijding van faillissementsfraude aan het licht (zie ook kader). In deze tak van fraude verdwijnt er op onrechtmatige wijze jaarlijks zeker 1 miljard euro terwijl er maar mondjesmaat fraudeurs voor de rechter verschijnen. In 2017 bijvoorbeeld waren er 74 faillissementsfraudezaken; een fractie van het werkelijke aantal.

    Complexere zaken

    De aanvoer van nieuwe opsporingsonderzoeken verloopt sinds 2012 via het Centraal Meldpunt Faillissementsfraude bij de FIOD-afdeling in Zwolle. Curatoren kunnen bij dat loket melding maken van een faillissement waarin mogelijk sprake is van fraude. Grofweg tachtig procent van de meldingen zijn relatief kleine faillissementsfraudezaken. Van ‘klein’ is sprake als de bestuurder niet aan de administratieplicht en/of inlichtingenplicht heeft voldaan en als het zaken betreft waarbij er sprake is van een onttrekking van minder dan 100 duizend euro. Deze eenvoudige zaken worden doorgeloodst naar de politie waarna een deel uiteindelijk bij de politierechter belandt. De overige 20 procent komt terecht op de FIOD-burelen. ‘Je hebt het dan over zaken waar er meer dan 100 duizend euro uit de boedel is verdwenen, waar er sprake is van recidive, waar er misbruik wordt gemaakt van buitenlandse rechtspersonen en wanneer er een samenloop is met fiscale delicten,’ legt Timmer uit.

    Faillissementsfraude in cijfers

    Faillissementsfraude is een veel groter probleem dan veelal wordt aangenomen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek concludeerde in 2016 dat er bij bijna eenderde van de faillissementen sprake is van een vorm van fraude waarbij schuldeisers worden benadeeld. Dat zou neerkomen op bijna 1000 fraudefaillissementen in 2017, ruim 1300 in 2016 en bijna 1600 in 2015. Jaarlijks wordt er waarschijnlijk voor meer dan een miljard euro aan waarde onttrokken aan boedels. De rekening komt te liggen bij de maatschappij – met als grootste benadeelde de Belastingdienst – en bij gewone leveranciers, die opeens kunnen fluiten naar hun openstaande rekeningen. Toch is de kans klein dat een faillissementsfraudeur voor de strafrechter moet verschijnen. Uit opgevraagde cijfers bij de Raad voor de Rechtspraak blijkt dat er vorig jaar slechts 74 faillissementsfraudezaken zijn voorgelegd aan de strafrechter. Daarvan werden er 43 voorgelegd aan de politierechter, wat resulteerde in 35 strafopleggingen. Daarnaast werden er 31 grotere zaken voorgedragen aan de meervoudige kamer. Daaruit volgden 28 strafopleggingen.

    De oorzaken zijn uiteenlopend: de politiek is al decennialang halfslachtig bezig en vervalt in mantra’s; bij de politie (die de eenvoudige faillissementsfraudezaken moeten oppakken) ontbreekt het volgens Hilverda aan kennis en prioriteit. De FIOD heeft wél de expertise maar níet de capaciteit en het nieuwe middel van een civielrechtelijk bestuursverbod wordt door curatoren en OM nog maar nauwelijks ingezet. Curatoren negeren vaak faillissementsfraude omdat ze voor hun onderzoek niet betaald kunnen worden en ze niet altijd aanspraak kunnen maken op de zogeheten Garantstellingsregeling van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. ‘Het resultaat is dat faillissementsfraudeurs nog steeds nauwelijks een strobreed in de weg wordt gelegd,’ concludeerde voormalig hoogleraar Faillissementsfraude Tineke Hilverda toen Follow the Money haar begin dit jaar op zocht in het gerechtshof Den Bosch waar ze momenteel fulltime werkt als raadsheer.

     

    Lees verder Inklappen

    Welke prioriteit geeft de FIOD aan faillissementsfraude?

    Jaap Timmer: ‘Binnen de FIOD wordt er serieus werk gemaakt van faillissementsfraude. Op jaarbasis besteden we er 100 duizend uur aan. Het is daarmee het op twee na grootste contingent. Op nummer 1 en 2 staan fiscale zaken en witwassen, daarna besteden we de meeste tijd aan faillissementsfraude.’

    U zei onlangs in het Friesch Dagblad dat één groot onderzoek naar faillissementsfraude soms wel 20 duizend uur kan kosten. Aan wat voor zaken moeten we dan denken?

    ‘Dat soort grote onderzoeken zijn zaken van het kaliber “bedrijvendokters” die keer op keer toeslaan met behulp van katvangers. In zulke grote onderzoeken zijn er dan ook meerdere verdachten, is er gebruik gemaakt van meerdere rechtspersonen en is er sprake van meerdere faillissementen. Dat soort complexe zaken vergt een dergelijk groot aantal uren. Dat soort zaken zijn overigens wel echt uitschieters die maar een paar keer per jaar plaatsvinden.’

    Hoe verloopt zo’n tijdrovend opsporingsproces in de praktijk?

    ‘Het begint allemaal met een melding van een curator bij ons Centraal Meldpunt Faillissementsfraude. Deze melding wordt dan bekeken en als die melding voor de FIOD kwalificeert dan komt het bij een accountmanager terecht die contact opneemt met de curator. In het geval van een bedrijvendokter zijn er vaak al meerdere curatoren geweest die melding over dezelfde persoon hebben gemaakt. We brengen dan alle informatie bij elkaar en dat resulteert in een zogeheten pre-weegdocument, het document waarmee onze Stuur- en Weegploeg Faillissementsfraude besluit of er wel of niet wordt opgespoord. Als de zaak wordt geaccepteerd dan gaat het naar de opsporing toe. Vervolgens gaan we onderzoek doen en starten we met alle voorbereidingen voor de actiedag waarop we de verdachten aanhouden. Zeker als er sprake is van veel verdachten dan wordt er voor de actiedag een heel team samengesteld. Daarna komen de verhoren en het eindprocesverbaal.’

    Merken jullie dat faillissementsfraudeurs gewiekster worden?

    ‘Dat valt wel mee. Ze schuiven misschien vaker een buitenlandse katvanger erin maar daarvan zitten we niet direct met de handen in het haar. Ze laten geld uit de boedel ook steeds op verschillende manieren verdwijnen, maar feit blijft dat de administratie niet wordt uitgeleverd aan de curator. Daar staat vier jaar voor, want het is faillissementsfraude pur sang. De curator staat daardoor buitenspel, want hij kan onttrekkingen moeilijk hard maken omdat de administratie daarover ontbreekt. Een bestuurder kan dan wel beweren dat de administratie is gestolen, maar als daar geen aangifte van is gedaan dan wordt het een onaannemelijk verhaal. En bovendien zal hij vanwege zijn informatieplicht antwoord moeten geven op vragen van de curator. Daar kun je niet echt handiger in worden.’

    De Telegraaf meldde onlangs over de grote toename van het aantal turboliquidaties om eventuele lastige curatoren te ontlopen. Staat dat bij jullie op de radar?

    ‘Fraudeurs zien turboliquidaties inderdaad als een handige mogelijkheid om van schulden af te komen. Tegelijkertijd wordt er geen curator aangesteld die onderzoek gaat doen. Voor een fraudeur is dat een ideale combinatie.’

    Maar wie gaat dat oppakken? Het valt niet onder de noemer faillissementsfraude, toch?

    Artikel 347 in het Wetboek van Strafrecht zou eventueel gebruikt kunnen worden om daartegenop te treden. Dat artikel gaat in op gevallen buiten faillissement waar de rechtspersoon “ernstig nadeel” wordt toegebracht. Maar ik ben van voorstander van – en ik sluit me aan bij Matthieu Verhoeven – de simpele oplossing van een wetswijziging. Een turboliquidatie zou alleen nog maar aangevraagd kunnen worden als er geen baten én geen schulden meer zijn. In België is de wetgeving op die manier ook al aangepast.’

    Faillissementsfraudeurs belanden regelmatig pas na vier of vijf jaar ná faillissementsdatum voor de rechter. Waardoor wordt dat lange tijdsbestek veroorzaakt?

    ‘Er zijn curatoren die heel snel melden, maar er zijn er ook die bij een faillissement uit 2012 eerst jarenlang alle civiele wegen bewandelen om geld in de boedel te krijgen. Als dat niet lukt, dan doen ze alsnog aangifte van faillissementsfraude. Daar valt geen pijl op te trekken. Bij de FIOD proberen we om zo recent mogelijke zaken op te pakken. Binnen een tijdsbestek van een jaar kunnen wij een normaal onderzoek afronden. We gaan dan niet alles onderzoeken maar proberen ons te focussen tot een of twee onttrekkingen in plaats van álles. Op een gegeven moment maken meer onttrekkingen namelijk niet meer uit voor de strafmaat.’


    "De pakkans staat en valt met de meldingen van curatoren; wij kunnen niet iets opsporen wat we niet weten"

    In het Friesch Dagblad schatte u onlangs de pakkans van een faillissementsfraudeur op 10-20 procent, terwijl voormalig hoogleraar Tineke Hilverda uitgaat van slechts 2 procent. Hoe verklaart u dat verschil?

    ‘Als je kijkt naar de pakkans op basis van de méldingen die wij ontvangen dan is het veel hoger dan 2 procent. De FIOD heeft op jaarbasis 60 tot 80 zaken in behandeling en ook de politie doet nog een substantieel aantal.’

    Maar het Centraal Bureau voor de Statistiek concludeerde in 2016 dat er bij bijna een derde van de faillissementen sprake is van een vorm van fraude. Het totaal aantal faillissementsfraudezaken zou dan jaarlijks in de duizenden belopen. Die neemt u dus niet allemaal mee in de berekening?

    ‘Wij kijken naar wat er gemeld wordt, en wat er opgespoord wordt. De pakkans staat en valt met de meldingen van curatoren; wij kunnen niet iets opsporen wat we niet weten. We moeten een redelijk vermoeden hebben. Het is daarom belangrijk dat curatoren melding maken van faillissementsfraude. Dat doen ze alleen niet altijd. In de ‘hoogtijdagen’ gingen er jaarlijks ongeveer 8 duizend bedrijven failliet. Je zou dan verwachten dat we ongeveer 2500 meldingen kregen van curatoren. Maar dat waren er nog geen 500. Dat betekent dat zo’n 80 procent van de curatoren geen melding doet van faillissementsfraude.’

    Hoe valt dat te verklaren, gezien de wettelijke meldplicht voor curatoren die vorig jaar juli is ingesteld?

    ‘Men ziet het als een meldplicht, maar dan zouden de meldingen echt omhoog geschoten moeten zijn. Maar dat zijn ze niet. Dat komt doordat er in artikel 68 lid 2 Faillissementswet staat dat de curator “beziet” of er fraude heeft plaatsgevonden, dat er contact moet worden opgenomen met de rechter-commissaris waarna hij de faillissementsfraude “kan” melden bij de bevoegde instanties. En daar zit dus een vrijwilligheid in. Ik zie het dan ook niet als een echte meldplicht.’

    Zouden er dan sancties op moeten komen? Net zoals bij bankiers die ongebruikelijke transacties niet melden bij het meldpunt?

    ‘Mwoah... je moet ook kijken naar de maximale 100 duizend uur die we tot onze beschikking hebben. Als er vijf keer zoveel meldingen binnenkomen, dan krijgen we meer curatoren die hun zaken niet bij ons kwijt kunnen. Ik weet niet of dat dan zo stimulerend zal werken.’

    Zijn jullie volledig afhankelijk van de meldingen van curatoren of bewandelen jullie ook andere wegen?

    ‘Als wij in de media een curator zien opduiken die zegt dat er mogelijk sprake is van faillissementsfraude dan gaan onze accountmanagers de curator actief benaderen. Daarnaast krijgen we bij het Centraal Meldpunt Faillissementsfraude niet alleen meldingen van curatoren binnen, maar ook wel eens van schuldeisers. We nemen dan ook altijd contact op met de betreffende curatoren om te horen wat hij geconstateerd heeft.’

    Curatoren klagen regelmatig dat ze hun uren bij fraudefaillissementen niet vergoed krijgen. Zijn de bestaande regelingen zoals de Garantstellingsregeling eigenlijk wel toereikend om ze aan te sporen om onderzoek en aangifte te doen naar faillissementsfraude?

    ‘Wij gaan niet over de Garantstellingsregeling dus daar kan ik niets over zeggen. Curatoren krijgen via het Centraal Meldpunt Faillissementsfraude wel een urenvergoeding voor het doen van aangifte van faillissementsfraude. Ze kunnen maximaal 5 uur declareren en dat wordt in de praktijk altijd betaald als de melding is omgezet in een aangifte. Dat lijkt me ook eerlijk naar de curatoren, want zij steken er tenslotte tijd in.’

    Hoe kunnen curatoren worden aangezet worden om meer betrokkenheid te tonen bij faillissementsfraudezaken?

    ‘We moeten met elkaar “in gesprek blijven” en open staan voor elkaars mogelijkheden en onmogelijkheden. Het is belangrijk om zo snel mogelijk naar een curator te gaan om de zaak te bespreken. Het komt soms ook voor dat de curator meegaat met een doorzoeking om te kijken naar de aanwezige vermogensbestanddelen. Zij zijn dan aanwezig om te kijken waar beslag op gelegd kan worden. En wij kijken wat we aantreffen met betrekking tot de waarheidsvinding.

    De Fraudespreekuren zijn ook een goede manier om meer samen te werken. Met de curator bespreken we dan eerst de civielrechtelijke mogelijkheden. En als dat niets oplevert, of als de faillissementsfraude dermate ernstig is, raden we de curator aan om melding en aangifte te doen. Het is vervolgens belangrijk om curatoren te laten weten wát er uiteindelijk met hun gemelde zaak is gebeurd. Curatoren kunnen ermee leven als een zaak niet wordt opgepakt mits ze het maar te horen krijgen. We zijn daar heel sterk in: onze accountmanagers nemen altijd contact op met de curator om te laten weten wat er mee wordt gedaan.’

    Toch is niet iedereen gelukkig met de gemaakte keuzes vanwege het capaciteitstekort. Een curator heeft onlangs zelfs een artikel 12 procedure gestart om het Openbaar Ministerie te dwingen om een faillissementsfraudeur voor de rechter te slepen.

    ‘Ik heb daar met de curator over gesproken en hij snapt dat er keuzes gemaakt worden. Met 100 duizend uur kunnen we niet alle zaken oppakken. Zijn zaak is erbuiten gevallen en dat is natuurlijk vervelend.’

    Het aanbod aan fraudefaillissementen is groot. Hebben jullie behoefte aan meer capaciteit voor faillissementsfraudezaken?

    ‘Dat is niet aan ons om te beslissen. Dat is in eerste instantie aan de politiek. Voor alle vormen van fraude zou het aantal uren natuurlijk omhoog geschroefd kunnen, dat geldt ook voor faillissementsfraude. Met 100 duizend uur kunnen we genoeg zaken draaien die impact hebben en waar de maatschappij last van heeft. De FIOD is er om de goede zaken eruit te pakken. We willen dat grote faillissementsfraudeurs niet alleen gepakt worden voor de schending van de administratie- en inlichtingenplicht, maar ook voor de grote onttrekkingen die ze hebben gedaan.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dennis Mijnheer

    Gevolgd door 685 leden

    Ontspoorde bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg Dennis Mijnheer
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    In de greep van de curator

    Gevolgd door 499 leden

    In 2014 gingen er bijna 10 duizend bedrijven en personen failliet. De gevolgen zijn vaak groot: toeleveranciers moeten nog ma...

    Lees meer

    Volg dit dossier en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg dossier