Aan economie valt niet te ontsnappen

    David Hollanders schetst het wanhopig economische wereldbeeld van de Franse schrijver Michel Houellebecq

    Het enige dat bij Michel Houellebecq zijn afkeer van socialisme evenaart is zijn minachting voor liberalisme. En het enige groter dan beide tezamen, is zijn overtuiging dat elke politieke discussie überhaupt zinloos is. De grond voor deze weinig optimistische politieke visie, is het door en door economische wereldbeeld van Houellebecq. Bij hem is alles economie. 
     
    De wereld als markt en strijd
    Begin jaren negentig voorspelde filosoof Francis Fukuyama het einde van de geschiedenis. Het liberalisme, en de economische uitdrukking ervan: het kapitalisme, hadden hun intrinsieke waarde, gebaseerd op vrijheid en democratie, en hun superieure economische prestaties, gebaseerd op technologie , innovatie en ondernemerschap, afdoende bewezen. Het communisme had zichzelf definitief gediscrediteerd, en ook overigens was er geen alternatief politiek-economisch stelsel denkbaar. De geschiedenis had gesproken. Wat nog zou resten, waren de laatste stuiptrekkingen van groepen die niet mee wilden of konden met de onvermijdelijke modernisering, globalisering en liberalisering van de wereld. Nauwelijks serieus te nemen achterhoedegevechten die hoe dan ook gedoemd waren te mislukken.
     
    Eén van die achterhoedegevechten wordt gevoerd door de eenmansguerrilla Michel Houellebecq. En het betreft hier een strijd die wel degelijk ernstig te nemen valt, al is het mislukken van tevoren inbegrepen. Met het door de titel samengevatte werk De wereld als markt en strijd zette hij in 1994 de aanval in. Zijn kritiek op het liberalisme is dat vrijheid onvermijdelijk leidt tot ongelijkheid. Dat moge wellicht belegen klinken. De crux evenwel is dat het Houellebecq niet gaat om de ongelijkheid dat sommige mensen drie auto’s hebben en anderen slechts één. Het gaat om ongelijkheid op het gebied van het laatste taboe van de seksualiteit. Een gebied waarop tegenwoordig alles besproken kan worden en -soms tot het onsmakelijke toe- ook wordt, behalve één zaak: ‘de doodeenvoudige vraag of je in de smaak valt of niet.’
     
    Veroordeeld tot masturbatie
    In dat boek zet de verteller, duidelijk Houelllebecq zelf, in een lange maar inzichtelijke passage de ideeën uiteen die programmatisch zijn gebleken voor zijn schrijverschap: ’Net als het ongebreidelde economisch liberalisme, en om vergelijkbare redenen, leidt het seksueel liberalisme tot verschijnselen van volstrekte verpaupering. Sommigen vrijen elke dag; anderen vijf of zes keer in hun leven, of nooit. Sommigen vrijen met tientallen vrouwen; anderen met geen enkele. Dat heet ‘de wet van de markt’. In een economisch stelsel waar ontslag verboden is, kan iedereen wel min of meer zijn plek vinden. In een volkomen liberaal economisch stelsel vergaren sommigen enorme rijkdommen; anderen kwijnen weg in werkloosheid en armoede. In een volkomen liberaal seksueel stelsel hebben sommigen een afwisselend, opwindend seksleven; anderen zijn veroordeeld tot masturbatie en eenzaamheid. Het economisch liberalisme is de uitbreiding van het gebied van de strijd, de uitbreiding ervan naar alle leeftijden en alle klassen van de samenleving. Op dezelfde manier is het seksueel liberalisme de uitbreiding van het gebied van de strijd, de uitbreiding ervan naar alle leeftijden en alle klassen van de samenleving. (..) Bedrijven vechten om sommige jonge mannen; mannen vechten om sommige jonge vrouwen.’ 
     
    Houellebecq moet waarschijnlijk zelf niet tot één van de jonge, begerenswaardige mensen gerekend worden. Misschien moet daar maar over gezegd worden dat frustratie eloquent maakt. Het zou verder afleiden van zijn boodschap. Het gezegde luidt dat politiek nooit gaat waarover het gaat. En dat is de kern van Houellebecq zijn kritiek. Het liberalisme gaat niet waarover het werkelijk gaat. De culturele en seksuele revolutie in de jaren ’60 leidde tot een nietsontziende strijd op het seksuele vlak waarbij geldt dat de winnaar alles krijgt. Dat is leuk voor de winnaars. En daarmee zijn we aanbeland bij een algemene kritiek op het kapitalisme, dat het leuk is voor de winnaars. De verliezers kunnen er veelal minder enthousiasme voor opbrengen. 
     
    Ooit stelde een toenmalige minister voor om militairen op een missie niet alleen met tanks, blauwe helmen en geestelijke begeleiders te omringen, maar ook met prostituees. Dat voorstel kon niet op politieke steun rekenen. Staat Houellebecq evenwel de toepassing van dit voorstel op de hele samenleving voor? Dat is zo een gekke gedachte niet. In een wereld waarin alles te koop is, is liefde dat wellicht ook. Mogelijk biedt juist het marktmechanisme, al dan niet geflankeerd door wat overheidssteun voor de man met de kleine beurs, uitkomst. Betaalde liefde heeft bij Houellebecq toch al alle kenmerken van een pleonasme.
     
    Ideale ruilsituatie
    Het is precies die gedachte die in zijn uiterste consequentie uitgewerkt wordt in zijn roman Platform. Hierin zet de hoofdpersoon, wederom in alles sprekend de schrijver zelf, met zijn vriendin een reisbureau op voor ‘erotische reizen’. Het principe van het reisbureau luidt: ’aan de ene kant zie je honderdduizenden westerlingen die alles hebben wat ze willen, maar geen seksuele bevrediging meer kunnen vinden: ze zoeken, ze zoeken onophoudelijk verder, maar ze vinden niets, en daar worden we doodongelukkig van. Aan de andere kant zie je miljarden individuen die niets hebben, die omkomen van de honger, jong sterven, in erbarmelijke omstandigheden leven en niets anders meer hebben om te verkopen dan hun lichaam en hun onbedorven seksualiteit. Het is zo klaar als een klontje: dit is een ideale ruilsituatie.‘ Deze laatste drie woorden vormen de uitkomst, wanneer de logica van de economie tot het uiterste wordt doorgevoerd. Deze apologie van het sekstoerisme zal evenwel menigeen ongemakkelijk stemmen. Dat ongemak moet te maken hebben met de overtuiging dat er waarden zijn die het economische ontstijgen en niet door binnen de economie te formuleren zijn. En daarmee komen we wederom bij een algemene kritiek op het liberalisme, dat het ethiekloos is. Dat het niets te zeggen heeft over wat goed leven betekent.
     
    Hoe dan ook, Houellebecq’s probleem met deze ruilsituatie is niet zozeer de vraag of het verwerpelijk is, zijn probleem is dat het belangrijkste, om precies te zijn: de essentie, niet geruild worden kan. ‘Het hoofddoel van de seksuele zoektocht is namelijk niet genot, maar narcistische zelfbevrediging.’ Zelfs als het plan van de oud-minister van economische zaken op grote schaal overgenomen zou worden, het zou geen oplossing zijn. Betaalde liefde blijkt een contradictio in terminis.
     
    En er is meer. Zelfs voor de winnaars heeft Houellebecq slecht nieuws. Driftbevrediging schept korte tijd geluk maar uiteindelijk ook weer ongeluk. Geluk is mogelijk, zeker, maar het zal altijd van korte duur blijken. Dat is de inzet van zijn roman, Mogelijkheid van een eiland, dat samengevat wordt door deel van een gedicht uit het boek: ‘Ik heb altijd geweten/Dat liefde kon bestaan/En dat ik haar zou kennen/kort voor ik dood zou gaan.’ Liefde is een eiland in de tijd. Een eiland dat uiteindelijk onbewoond blijkt te zijn. Er komt een dag dat iets, als is het maar de dood, je zal scheiden van je geliefde. Al is de afwijzing de dood vaak te snel af.
     
    Bestrijden van links
    Hieruit zou gemakkelijk het beeld kunnen ontstaan dat Houellebecq links of marxist is. Dat zou een misvatting zijn, zoals blijken moge uit zijn eigen woorden: ‘omschreef ik mezelf als ‘communist, maar geen marxist’; de fout van het marxisme is geweest dat men meende alleen de economische structuren te hoeven veranderen en dat de rest dan vanzelf zou volgen. De rest, dat hebben we gezien, is niet gevolgd. Dat bijvoorbeeld jonge Russen zich zo snel hebben aangepast aan het weerzinwekkende klimaat van een maffioos kapitalisme, komt doordat het vorige regime er niet in is geslaagd het altruïsme te propageren. En dat komt weer doordat het dialectisch materialisme op dezelfde onjuiste filosofische premissen berust als het liberalisme, en dus per definitie niet in staat is tot een altruïstische moraal te komen.’ 
     
    Op andere plekken gaat Houellebecq nog verder als het over modern links gaat. Niets is in zijn ogen zo noodzakelijk als het bestrijden van links. Is de kapitalist scrupuleus, de salonsocialist is hypocriet, handelaar in beloften die niet waargemaakt worden kunnen. Gelijkheid is een vrome leugen, want ‘Het begrip gelijkheid heeft geen enkel fundament bij de mens.’ De ongelijkheid is existentieel en onvermijdelijk, onttrekt zich aan enige politieke interventie. En daarmee sluit de cirkel zich. Houellebecq zijn ideaal, gelijkheid, blijkt een onbereikbaar ideaal. Eigenlijk blijkt liberalisme noch socialisme het probleem te zijn. De mens is het probleem.
     
    Houellebecq zijn gezichtspunt is uiteindelijk religieus: ‘Alle kwaad is biologisch, en staat los van elk denkbare maatschappelijke verandering’. Verlossing is niet van deze wereld. Het menselijke lot valt niet te veranderen zonder de menselijke aard te veranderen. En dat is de laatste en radicale stap waarmee Houellebecq zich buiten elke politieke discussie plaatst: de mens zelf moet veranderen. Het gaat niet om de maakbaarheid van de samenleving maar om de maakbaarheid van de mens. 
     
    Begeerte is zinloos en pijnlijk, ascese ook
    De door Houellebecq bewonderde Schopenhauer meende dat ascese, belangeloos medelijden met de wereld, de oplossing voor mens zijn ongeluk zou kunnen zijn. Ook die mogelijkheid wijst Houellebecq evenwel af in zijn bekendste boek Elementaire Deeltjes. Hierin vindt een confrontatie plaats tussen iemand, Bruno, die tegen alle hoop in blijft jagen op het geluk en een personage dat besluit zich buiten die wereld te plaatsen. Ook degene die zich wil onthechten, faalt; hij vindt niet de gewenste rust en sereniteit. Ondanks dat een personage Michel heet, is het opvallend genoeg het enige boek waarin één van de hoofdpersonages niet gelijk te stellen valt aan de schrijver. De twee personages vormen samen het dilemma van Houellebecq zelf. Begeerte is zinloos en pijnlijk. Ascese en wereldverzaking uiteindelijk ook.
     
    De maakbaarheid van de mens blijkt uiteindelijk letterlijk genomen te moeten worden. Hij schetst in Elementaire Deeltjes een verre toekomst waarin de mens tot een nieuwe, niet-individualistische soort gekloond is. Een wereld waarin mensenlichamen één grote erogene zone vormen, en een handdruk reeds voldoende is om in fysieke extase te raken. Hij schets een gedroomde toekomst waarin de reclameleus van het reisbureau uit Platform waarheid geworden is: ’omdat genieten je goed recht is’. Een toekomst waar als het aan Houellebecq ligt, mensen gelukkig zullen zijn, eindelijk. De overeenkomsten tussen deze toekomst met het paradijs zijn groot en ook niet toevallig. Houellebecq verwacht geen enkel heil van het hiernumaals. En getuige zijn laatste boek de Kaart en het gebied verwacht hij zelfs geen heil meer van kunst en literatuur. In dat boek wordt een schrijver, Michel Houellebecq, vermoord. Daar het boek een sombere visie op kunst geeft, is er weinig fantasie voor nodig dat Houellebecq hiermee ook de laatste door hem aan literatuur toegekende functie -het formuleren van de tegenstrijdigheden waardoor een mens verscheurd wordt, niet om de wereld te begrijpen, maar om zich er een weg in te vinden- niet meer relevant.
     
    Naar verluidt doopte Thomas Carlyle in de 19e eeuw economie tot the dismal science. Bij Houellebecq is deze door economen als geuzennaam overgenomen aanduiding verworden tot een bittere waarheid. De waarheid van een apolitieke mensenhater en een gedesillusioneerde profeet, behept met een door en door economisch wereldbeeld.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    David Hollanders

    Docent politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam.

    Volg David Hollanders
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren