Eerste hulp bij aardappelziekte: bioboer vs gentechneut

  • "patent-tering" Onbedoeld neem ik aan maar wel toepasselijk.

Twee partijen claimen een gezonde en duurzame resistente aardappel te kunnen maken. Wie wint? De klassieke gewasveredelaar met natuurlijke methodes of de technoloog die in het laboratorium een nieuw aardappelras in elkaar zet?

Een akker in Wageningen is in tweeën verdeeld. Op beide helften groeien aardappelen. Maar daartussen gaapt een diepe kloof: hier staan twee radicaal verschillende denkrichtingen in gewasveredeling tegenover elkaar, kort samen te vatten als ‘natuurlijk’ en ‘technologisch’. De twee varianten op dit aardappelveld vormen een onderdeel van langlopende projecten met het doel resistente eigenschappen tegen de aardappelziekte Phytophthora in de gewassen terecht te laten komen.

De ene akkerhelft is beplant in het kader van een onderzoek genaamd ‘BioImpuls’ van het Louis Bolk Instituut, een onderzoeksinstituut met wortels in de antroposofie. In de beginjaren lag de focus op onderzoek in de biodynamische landbouw. Inmiddels richt dit instituut zich op biologische en duurzame landbouw in het algemeen. Dit project loopt tot en met 2019 en heeft een budget van 275 duizend euro per jaar. In tegenstelling tot het DuRPh-project heeft BioImpuls ook commerciële partners.

Op de andere helft van de akker werden tien jaar lang aardappelen verbouwd in het kader van het onderzoeksproject DuRPh (Duurzame Resistentie tegen Phytophthora) van de Wageningen Universiteit (WUR). DuRPh eindigde in het najaar van 2015. Het werd gefinancierd door de oude FES-gelden (Fonds Economische Structuurversterking) en had een budget van 1 miljoen euro per jaar. Dit onderzoek is daarmee het meest omvangrijke project in Europa waarin is getracht door genetische modificatie resistenties toe te voegen aan aardappelen.

Kostenpost

Phytophthora, ook bekend als ‘de aardappelziekte’. Het is een hardnekkige killer die zich makkelijk verspreidt én aanpast. De schimmelziekte kan ‘zwemmen’ en weet zich snel te verspreiden in natte zomers, zoals die van 2012. De ziekte weet complete oogsten aan te tasten. Akkerbouwers kunnen de ziekte te lijf met bestrijdingsmiddelen en dat gebeurt in de gangbare landbouwpraktijk dan ook op grote schaal. Meer dan de helft van alle bestrijdingsmiddelen in de Nederlandse akkerbouw wordt ingezet om Phytophthora tegen te gaan. Maar biologische boeren mogen dergelijke middelen niet gebruiken, zij zijn genoodzaakt de zieke gewassen weg te branden en hun verlies te nemen.

Ecoloog Bert Lotz van de WUR werkte mee aan het project met de genetisch gemodificeerde gewassen. ‘Boeren bespuiten nu jaarlijks tot wel vijftien keer hun akkers met bestrijdingsmiddelen om de ziekte te voorkomen. Het verlies van een lagere oogst plus de kosten voor het opruimen van de bestrijdingsmiddelen tegen Phytophthora in Nederland bedragen tussen 100 miljoen euro per jaar. Wereldwijd is dat 8 tot 9 miljard euro per jaar.’ De gedeelde belangen van de verschillende landbouwvormen zijn dus groot.


Bert Lotz, ecoloog Wageningen Universiteit

"Het verlies van een lagere oogst plus de kosten van het spuiten van de bestrijdingsmiddelen tegen Phytophthora bedragen wereldwijd tussen de 8 en 9 miljard euro per jaar"

Tweemaal genetische modificatie

Bij het genetisch modificeren van gewassen wordt onderscheid gemaakt tussen twee vormen; cisgenese en transgenese. De wetenschappers van de WUR hebben gebruik gemaakt van de eerstgenoemde vorm, waarbij alleen gebruik gemaakt mag worden van verwante planten. Lotz: ‘Sommige wilde aardappelrassen uit Mexico en Zuid-Amerika bevatten verschillende resistenties tegen de ziekte Phytophthora. Het resultaat van het onderzoek is dat we drie van die resistenties hebben weten over te plaatsen naar de aardappel die wij eten.’ Bij de andere vorm van genetische modificatie, transgenese, worden eigenschappen van een totaal andere plantensoort of zelfs dier overgeplaatst. Op deze manier voegt Monsanto, het notoire boegbeeld van de genetische modificatie, een gen toe aan zijn gepatenteerde gewassen, die resistent zijn tegen de door hetzelfde bedrijf ontwikkelde onkruidverdelger Roundup.

De onderzoekers hebben drie firewalls van een familielid van de aardappel in hun aardappels gebouwd, waardoor het jaren zou duren voordat de Phytophthora de resistenties weet te ontcijferen. Zodra de aardappelteler weet dat de eerste twee sloten op de deur opengebroken zijn, kan er alsnog gespoten worden. De teler hoeft dan nog maar een kwart van de oorspronkelijke jaarlijkse hoeveelheid bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Daarmee is de aardappel volgens de onderzoekers ‘duurzaam resistent’, waarmee ze bedoelen dat deze resistentie lang overeind blijft.

Ontwikkeltijd

Cisgenese is een meer natuurlijke techniek dan de transgenese van Monsanto en anderen. Op dezelfde akker als het DuRPh-project, wordt op een biologische manier gezocht naar mogelijkheden om resistenties tegen Phytophthora in te bouwen in eetbare rassen. Ook hier wordt resultaat geboekt. Het project staat onder leiding van hoogleraar biologische plantenveredeling Edith Lammerts van Bueren van het Louis Bolk Instituut. ‘De hoogste prioriteit van BioImpuls is een antwoord te vinden voor Phytophtora. Maar wij kijken ook naar andere ziektes en willen meer en betere rassen ontwikkelen.’

Onderzoeker Ronald Hutten van de WUR is naast DuRPh ook verbonden aan BioImpuls. ‘DuRPh en BioImpuls staan in principe helemaal los van elkaar. We hebben wel eens gezamenlijk de resultaten gepresenteerd omdat we dezelfde belangen hebben. DuRPh heeft in feite een bestaande aardappel ‘opgeplust’, wij zijn in BioImpuls bezig om nieuwe, betere rassen te ontwikkelen door gebruik te maken van de klassieke veredelingsmethode.’ Dat doen de onderzoekers door systematisch te werk te gaan. Genetische modificatie kan heel gericht worden toegepast, in de klassieke veredeling worden zo veel mogelijk wilde aardappelrassen met elkaar gekruist. ‘We kruisen 500 planten per jaar, dat levert in totaal 60.000 verschillende planten per jaar op.’

‘We kruisen 500 planten per jaar, dat levert in totaal 60.000 verschillende planten per jaar op’

De klassieke veredeling is een trager proces dan genetische modificatie. Dat komt doordat via klassieke veredeling ook ongewenste eigenschappen van wilde aardappelen worden overgedragen. Er moet dan weer verder gekruist worden om die ongewenste eigenschappen er uit te filteren. Al met al duurt het volgens BioImpuls tien tot twaalf jaar voordat er via de klassieke veredelingsweg een product de markt op kan. Het kostte DuRPh zes jaar om de aardappel met drie resistenties te ontwikkelen. Volgens Hutten zijn dat ‘twee sterke en een minder sterke resistentie. Op de markt zijn er momenteel aardappelen met één sterk en één minder sterk slot op de deur.’

BioImpuls heeft sinds de start van het project acht verschillende rassen met tenminste één extra resistentie tegen Phyophtora weten te kruisen. Lammerts van Bueren is hoopvol over de planten die nu op de akker van BioImpuls staan: ‘We hebben derdejaars klonen in de pijplijn die al drie of vier sterke resistenties hebben. In het meest gunstige geval zijn die over vijf tot zeven jaar klaar om als product verkocht te worden.’

Ronald Hutten is van mening dat de manier waarop het DuRPh-project is uitgevoerd niet onveiliger is dan de manier waarop BioImpuls te werk gaat: ‘Bij BioImpuls gooien we alle natuurlijke genen op een hoop. Het enige waar naar gekeken wordt is of de natuurlijke gifstoffen van aardappels onder een bepaalde niveau blijven. Niemand die zich afvraagt wat er zich allemaal in die nieuwe genen afspeelt. Bij genetische modificatie wordt er heel specifiek een gen toegevoegd. Iedereen heeft het over de effecten op de lange termijn, maar ik heb nog nooit een onderzoek gezien dat aantoont dat er daadwerkelijk gezondheidsrisico’s zijn op die termijn.’ Lammerts van Bueren erkent de beperkte controle in klassieke veredeling, maar benadrukt dat het kruisen van gewassen een natuurlijk proces is.


Ronald Hutten, onderzoeker Wageningen Univeriteit

"Bij genetische modificatie wordt er heel specifiek een gen toegevoegd. Iedereen heeft het over de effecten op de lange termijn, maar ik heb nog nooit een onderzoek gezien dat aantoont dat er daadwerkelijk gezondheidsrisico’s zijn op die termijn"

De oplossing

Steeds meer landen buiten de EU nemen het besluit om genetisch gemodificeerde gewassen toe te laten op de akkers. Het DuRPh-project toont aan dat er via GMO's sneller een antwoord aan resistenties kan worden gegeven dan via klassieke veredeling.

Het is waarschijnlijk het heetste hangijzer in de discussie over de voedselvoorziening en voedselveiligheid. Europa is mondiaal gezien het meest terughoudend in de toelating van GMO's. Momenteel wordt alleen een maïsgewas van Monsanto toegestaan op Europese akkers, deze plant maakt zelf een giftige stof aan waardoor de maïsboorder, een rups die de plant aanvreet, dood gaat. De EU heeft onlangs besloten dat lidstaten zelf mogen bepalen of ze GMO's, die door de EU zijn goedgekeurd, toelaten. Momenteel zijn Spanje, Tsjechië en Portugal de landen die de bt-maïs van Monsanto accepteren op hun grondgebied.

De EU heeft onlangs besloten dat lidstaten zelf mogen bepalen of ze GMO's toelaten

In andere delen van de wereld wordt anders naar genetische modificatie gekeken. Zo is 90 procent van de soja uit de Verenigde Staten genetisch gemodificeerd. Milieuactivisten en onderzoekers van de New York University waarschuwen voor de effecten van modificatie op langere termijn, er zou te weinig bekend zijn over de mogelijk onomkeerbare effecten op het milieu. Daarom pleit de groep om het ‘voorzorgsprincipe’ te hanteren. Hun angst is onder andere dat virussen zoals Phythophthora zich zo weten te ontwikkelen dat ze meerdere resistenties kunnen doorstaan. Als dat gebeurt creëer je een soort superschimmel.

Landen als China en Bangladesh zoeken hun heil nu ook in GMO's. China heeft onder leiding van president Xi Jinping de ambitie uitgesproken om zelf GMO-gewassen te ontwikkelen. Volgens een artikel in The Economist is de Chinese markt al overspoeld met GMO's. Bangladesh lijkt ook te zijn omgegaan in de discussie. Het land is een pilotproject gestart met resistente aubergines, gewassen vervaardigd door Monsanto. De regering geeft een aantal boeren de zaden ervan. Journalist en ecomodernist Hidde Boersma publiceerde onlangs een verhaal over de aubergines in Bangladesh.

Patent op een plant

Eén van de grootste bezwaren van biologische akkerbouwers tegen het genetisch aanpassen van gewassen is de patenttering van de planten die daar het resultaat van zijn. Door ook de technologieën te patenteren voorkomen zij dat andere kwekers aan de gang kunnen gaan met de nieuwe gewassen. Dit in schril contrast met het traditionele kwekersrecht, dat iedereen toestaat het nieuwe materiaal verder te veredelen. Door de patentering van GMO’s ontstaan volgens de biologische sector grote sociaaleconomische machtsblokken. Bedrijven als Monsanto hebben het geld en het alleenrecht om bepaalde producten te ontwikkelen. Ook zouden door de resistentie tegen bestrijdingsmiddelen monoculturen ontstaan die op lange termijn juist kwetsbaarder zijn voor ziektes zoals Phytophthora.

Bedrijven als Monsanto hebben het geld en het alleenrecht om bepaalde producten te ontwikkelen

De EU kwam zelf niet tot een eenduidig beleid voor genetische modificatie of de volgende ontwikkeling doet zich alweer aan. Vorig jaar kwam er een wetenschappelijke doorbraak in het modificeren van DNA. De veelbelovende techniek heet CRISPR/Cas9. De methode zorgt ervoor dat er letterlijk geknipt en geplakt kan worden met stukken DNA. Zonder sporen achter te laten.

Om de haverklap verschijnen nieuwe publicaties over dit onderwerp. Volgens universitair docent Stan Brouns van de WUR, zijn ‘de technische mogelijkheden haast onuitputtelijk.’ Het is volgens hem in theorie mogelijk om alle gewassen resistent te maken tegen ziektes zoals Phytophthora. Bert Lotz kijkt ook naar de mogelijkheden van deze technologie: ‘Er is één gen in het DNA van rijst dat altijd een achterdeur openlaat voor ziektes, CRISPR-Cas kan hier een oplossing voor zijn. Door alleen dit gen te veranderen blijft de rijst gezond.’

De techniek biedt de wetenschap de kans om genetische modificatie breder geaccepteerd te krijgen, zonder de controverse van patentrechten. Toch is er momenteel een felle strijd gaande in de rechtbank gaande om wie de ontdekking van de methode mag claimen. Een onderzoeksteam van de Universiteit van Berkeley, onder leiding van Jennifer Doudna staat hier tegenover Emmanuelle Charpentier van het Max Planck Instituut in Berlijn. Het team van Doudna vroeg als eerste het patent aan, maar de rechten om het commercieel te exploiteren werden in 2014 toegekend aan een derde partij onder leiding van Feng Zhang van het Broad Institute en het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Het is nog onduidelijk hoe de wetenschappers de techniek willen exploiteren.

1 + 1 = 3?

Onderzoek waarbij GMO's worden gekruist met klassieke aardappelen is nog nooit gedaan. De biologische leer is te dogmatisch in het weren van GMO’s. ‘Ik krijg die vraag vaker’, vertelt Lammerts van Bueren, ‘het is een roep om hybride vormen van landbouw. Die zijn er op het gebied van GMO’s niet, maar in bredere zin wel. Zo kijkt nu twee derde van de Nederlandse aardappeltelers naar biologische manieren om hun akkers te verbeteren. Ik noem dat "duurzaam gangbaar". Het is ook juist goed dat we op verschillende manieren naar een oplossing toewerken. Laten we alsjeblieft zo veel mogelijk verschillende wegen naar Rome bewandelen.’ WUR-collega Bert Lotz deelt die mening.

'Laten we alsjeblieft zo veel mogelijk verschillende wegen naar Rome bewandelen'

De technieken om gewassen te modificeren gaan steeds harder en bieden een snellere oplossing voor de voedselzekerheid. Een uitkomst voor landen als Bangladesh, waar de bevolking snel groeit en het land door klimaatverandering kwetsbaarder is voor schimmels zoals Phytophthora. Genetische modificatie is de snelle route naar Rome. De biologische landbouw komt er ook, maar de gulden middenweg wordt niet bewandeld.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Sem van den Brink

Schrijft voor Follow the Money over Wageningen en alles wat daarmee te maken heeft.

Volg Sem van den Brink
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren