Haagse aasgieren azen op uw pensioen

3 Connecties

Onderwerpen

Pensioen Kabinet-Rutte I

Organisaties

Overheid
9 Bijdragen

Om belastinginkomsten naar voren te trekken, wil de Nederlandse regering zijn klauwen zetten in de grootste Nederlandse geldpot: het pensioen. Terecht heeft de Eerste Kamer deze financiële aasgier terug in zijn kooi geschopt, schrijft senator Kees de Lange.

Aasgieren tref je in Nederland bijna uitsluitend in dierentuinen aan, en dat is maar goed ook. Bekende vertegenwoordigers van deze categorie aaseters zijn vooral de vale gier en de lammergier. Helaas bestaat er ook een verderfelijke subsoort die zich steeds meer over ons land verspreidt: de financiële aasgier. Overal waar geld te vinden is, zie je tegenwoordig dit onaantrekkelijke gedierte boven de geldpotten cirkelen. En groot geld trekt grote aasgieren aan: de Nederlandse overheid bijvoorbeeld. Een bespiegeling over onze pensioenen en de rol van de overheid daarbij. In de pensioenpotten van Nederland is ongeveer 1000 miljard euro opgeslagen. Dat uitgestelde loon dient slechts voor één doel: het uitbetalen van zo goed mogelijke pensioenen. Dat klinkt eenvoudig en dat is het natuurlijk ook. Probleempje is alleen dat de grote pensioenfondsen bestuurd worden door werkgevers en vakbonden, en dat de deelnemers voor wie het uitgestelde loon bedoeld is niets te zeggen hebben. De sociale partners in de bedrijfstakpensioenfondsbesturen hebben het juridisch eigendomsrecht over de pensioenpotten en hebben binnen ruime grenzen alle zeggenschap over beleggingsbeleid en het vaststellen van de pensioenpremies. Door alle lucratieve baantjes die zij in de pensioenwereld vervullen, hebben zij een groot persoonlijk belang bij hun plek op het pensioenpluche. De deelnemers hebben alleen maar trekkingsrechten en moeten maar afwachten wat er uiteindelijk hun kant op komt. In de directe zin speelt de overheid hierin geen enkele rol.  

Onzinnige voorstellen

De overheid op afstand, daar kan geen redelijk mens tegen zijn. Echter, er is een aantal fundamentele redenen waarom de overheid toch een doorslaggevende invloed bezit op het gespaarde pensioenvermogen. Merkwaardig genoeg is daarbij een zwak kabinet als het huidige een grotere bedreiging dan een sterke regering. Bovendien, en dat helpt ook niet, zijn de sociale partners sterk verdeeld. Het werkgeversfront bestaat niet meer, met een VNO en een MKB die elk hun eigen weg gaan en waarvan de voorlieden elkaar voor rotte vis uitmaken. De vakbonden zijn al veel langer tot op het bot verdeeld en vertegenwoordigen nog slechts een slinkende groep autochtone mannen van boven de 50. Door de uitermate zwakke positie van regering en sociale partners rest hun alleen nog maar om elkaar in een stevige omklemming te houden. Want als er één valt, vallen ze alle drie. De regering is dan ook niet in een positie voorstellen van de sociale partners op pensioengebied terzijde te schuiven, zelfs niet als het om onzinnige voorstellen gaat. En dan vraag je weer af wie er eigenlijk dit land regeert. Omgekeerd zijn de sociale partners niet in een positie om oneigenlijke druk van de overheid op beleggingsbeleid, investeringsbeleid en premiebeleid zo maar te weerstaan.  
Zou het niet geweldig zijn om de banken van die slechte leningen te verlossen door ze bij de pensioenfondsen te deponeren?
Er is een tweede reden waarom de overheid in het pensioendossier niet genegeerd kan worden. De overheid als wetgever bakent immers wel de fiscale grenzen af waarbinnen ons pensioensysteem zich kan bewegen. De hoogte van de fiscale vrijstelling bepaalt namelijk of een regeling in de praktijk wel of niet uitgevoerd kan worden. Bij die fiscale vrijstelling geldt de omkeerregel. Pensioenpremie wordt geheven zonder dat er belasting over wordt ingehouden. Afrekenen met de belastingdienst vindt pas plaats tegen de tijd dat het pensioen ook echt wordt uitgekeerd. Op termijn zal dus zo’n 40 procent van wat zich momenteel in de pensioenkassen bevindt, via belastingheffing naar de overheid stromen. Maar zoveel geduld kan de huidige regering niet opbrengen.   Er is de regering veel aan gelegen om maatschappelijke pijnpunten met geld uit de pensioenkassen aan te pakken. Zo zijn er bij banken enorme problemen die mede ontstaan zijn door het verstrekken van veel te hoge hypotheken in een kelderende huizenmarkt. Zou het niet geweldig zijn om de banken van die slechte leningen te verlossen door ze bij de pensioenfondsen te deponeren? Kan er met pensioengelden niet een soort hypotheekbank opgericht worden?   Natuurlijk zou het antwoord van ieder pensioenfondsbestuur dat bij zinnen is moeten zijn dat zoiets hun taak niet is, en zou de vraag moeten rijzen wie bij het aangaan van dergelijke verplichtingen harde garanties verleent. En als de overheid al garanties zou geven, waarom zouden die dan niet direct aan de banken gegeven kunnen worden? Kortom, een duister dossier, maar onder druk van de regering worden sociale partners momenteel snel vloeibaar. Ook investeringen van de pensioenfondsen in Nederlandse infrastructuur vallen in dezelfde categorie. Wie garandeert namelijk een fatsoenlijk rendement? Zo zijn er veel vragen en weinig antwoorden.  

Potverteren

En dan de voorgestelde wetgeving om de fiscale aftrek in te dammen, toekomstige pensioenen drastisch te beperken, en vervolgens te hopen op een premieverlaging en stimulering van de koopkracht van mensen met een baan. Zoals gezegd, over dat laatste heeft de overheid geen zeggenschap. Het gaat feitelijk om een creatieve vorm van potverteren waarbij inkomsten voor de overheid naar voren worden gehaald en de pensioenfondsen minder kunnen sparen om de pensioenen van de jongeren van nu op termijn uit te betalen. Het Centraal Plan Bureau had onder stringente en zeer optimistische aannamen becijferd dat de jongeren van nu toch nog een redelijk pensioen konden opbouwen, mits ze veel langer dan thans het geval is aan één stuk bij het zelfde pensioenfonds zouden sparen en premie betalen. Dat de maatschappelijke werkelijkheid van vandaag een andere is,was men voor het gemak maar even vergeten.   Allerlei maatschappelijke en beroepsorganisaties (b.v. pensioenadviesbureau Mercer) liepen dan ook tegen het wetsvoorstel te hoop. Coalitiepartners VVD en PvdA in de Tweede Kamer die het drukker hebben met overleven dan met nadenken, namen de voorstellen aan, zonder enige steun van de oppositie. In de Eerste Kamer afgelopen dinsdag 8 oktober viel uiteindelijk het doek. Voor de voorstellen bestaat geen meerderheid en de regering kan terug naar de tekentafel. Maatschappelijk stagnatie, onzekerheid bij miljoenen burgers, en frustratie zijn het gevolg. En hoe het verder moet, niemand die het weet.   Door de enorme fouten die door het duo Rutte/Samsom gemaakt zijn bij de laatste kabinetsformatie is niet aan de opdracht voldaan om een kabinet te formeren dat op een meerderheid kan rekenen in de Staten-Generaal. Voor het gemak was men kennelijk vergeten dat ook de Eerste Kamer van diezelfde Staten-Generaal deel uitmaakt. Reeds toen is door velen gewaarschuwd voor de gevaren van de gekozen constructie. Nu deze waarschuwingen terecht bleken en we nu met de feitelijke brokken zitten, verkiezen regering en coalitiepartijen de Eerste Kamer de schuld te geven. Echter, de Senaat doet gewoon zijn werk en stuurt zoals hij altijd doet slechte wetsvoorstellen terug. Als de overheid zich niettemin als aasgier wenst te gedragen, dan moet dat zonder medewerking van de Eerste Kamer. En dat is dan meteen ook het enige sprankje goede nieuws dat in de huidige crisis valt te ontwaren.   Kees de Lange Senator Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF)  

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Kees de Lange