© JanJaap Rypkema

    Er is weinig bekend over ABDUP, een van Nederlands oudste lobbyclubs. ABDUP bestaat uit AkzoNobel, Shell, DSM, Unilever en Philips en is kort na de Tweede Wereldoorlog opgericht. Documenten uit recente Wob-verzoeken laten zien dat ABDUP nog steeds actief is en wetten door het parlement probeert te loodsen, zoals de afschaffing van de dividendbelasting.

    Dit stuk in 1 minuut
    • Nederland kent tal van formele en informele netwerken en lobbyclubs. In het vooronderzoek ten behoeve van de Shell Papers zijn we gestuit op een lobby van de vijf Nederlandse multinationals, waarover maar weinig bekend is.

    • Ook de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) was op ABDUP gestuit, en deed al eerder een Wob-verzoek bij drie ministeries om documenten over hen op te vragen.

    • Bestudering van de – schaarse – publiek geworden documenten laat zien dat ABDUP al sinds kort na de oorlog innige banden heeft met kabinetslieden, en regelmatig met hen overlegt. Soms maakt ABDUP dan plannen hoe maatregelen en voorstellen snel door het parlement kunnen worden geloodst. Dat lukt soms, maar niet altijd.

    • Dit verhaal over ABDUP past in de serie FTM-artikelen over de onzichtbare macht van lobbyclubs. Met de publicaties over onder meer DTIB, ABDTOPConsult, Eurofi en nu ABDUP willen we in ons dossier De #Lobbycratie laten zien hoe lobby's georganiseerd zijn en hoe onderwerpen op de politieke agenda belanden.

    • In ons dossier Shell Papers willen we de verwevenheid van Shell en de Nederlandse overheid onderzoeken. Onze onderzoekspartner Platform Authentieke Journalistiek (PAJ) heeft daartoe 17 Wob-verzoeken ingediend bij meerdere ministeries, provincies en gemeentes. 

    Lees verder

    Over ABDUP – een in 1946 opgericht genootschap van AkzoNobel, Shell (de B staat voor de Bataafsche Petroleum Maatschappij, een oude benaming voor het oliebedrijf), DSM, Unilever en Philips – was weinig informatie te vinden. Terwijl de individuele leden van deze club zowat dagelijks de krant halen, is de gezamenlijke lobbyclub van deze Nederlandse multinationals vrijwel onzichtbaar, zowel in de media als in de openbare documenten van politiek Den Haag.

    Sinds begin dit jaar is er iets meer over het gezelschap bekend. Jasper van Teeffelen, onderzoeker bij de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO), vroeg via een Wob-verzoek bij drie ministeries alle documenten over ABDUP vanaf 2010 op. In april kreeg hij stukken van de ministeries van Algemene Zaken, Financiën en Economische Zaken en Klimaat.

    Zo weten we dat ABDUP regelmatig vergadert in Hotel Des Indes, een vijfsterrenhotel aan het Lange Voorhout in Den Haag, en dat de halfjaarlijkse bijeenkomsten worden opgeluisterd met een diner. Ook weten we nu dat zowel premier Mark Rutte als minister van Economische Zaken Maxime Verhagen in 2011 aanschoven, minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem in 2016 en staatssecretaris van Financiën Jan-Kees de Jager in 2007. En vooral weten we nu dat in het ABDUP-overleg gesproken wordt over beleidskwesties die de multinationals raken, van dividendbelasting tot duurzaamheid.

    Afschaffing van de dividendbelasting door de Kamer ‘loodsen’

    Het Wob-verzoek van SOMO was vermoedelijk het eerste dat specifiek op ABDUP is gericht. Vanwaar hun interesse in deze club? Van Teeffelen: ‘Het viel ons op dat ABDUP in verschillende ambtelijke documenten van het ministerie van Financiën naar voren komt als een van de lobbyclubs waarmee overleg plaatsvindt. Omdat er in openbare bronnen vrijwel niets over hen is te vinden, wilden we meer boven tafel krijgen.’

    De ceo’s van AkzoNobel, Shell, Unilever en Philips zagen ‘graag een afschaffing van de dividendbelasting per juli 2008 geëffectueerd’

    Uit eerder vrijgegeven documenten bleek dat ABDUP geregeld met leden van het kabinet overlegt, onder andere over hoe hun wensen snel en geruisloos door de Kamer kunnen worden ‘geloodst’. Zo vond op 15 oktober 2007 een ABUP-overleg plaats (de D van DSM ontbrak destijds nog) waarbij staatssecretaris van Financiën Jan-Kees de Jager aanwezig was.

    Ter tafel lag de afschaffing van de dividendbelasting. De verlaging daarvan van 25 naar 15 procent eerder dat jaar ging de multinationals kennelijk niet ver genoeg. De ceo’s van AkzoNobel, Shell, Unilever en Philips zagen ‘graag een afschaffing van de dividendbelasting per juli 2008 geëffectueerd,’ meldt het verslag. ABUP begreep dat er tegelijkertijd maatregelen nodig waren om misbruik door belastingontwijkende brievenbusmaatschappijen te voorkomen. Vandaar het totaalpakket dat ABUP voorstelde: daarin zouden naast de afschaffing van de dividendbelasting ook ‘anti-misbruikbepalingen’ worden opgenomen. Die laatsten konden dan bovendien als smeerolie dienen. Het ambtelijk verslag van de bijeenkomst beschrijft deze creatieve oplossing: ‘De ABUP’ers opperen dat dit totaalpakket wellicht door middel van een spoedprocedure door het wetgevend traject kan worden geloodst, met als argument de noodzaak van de opgenomen anti-misbruikmaatregelen.’

    Uiteindelijk ontbrak de politieke wil om dit ‘totaalpakket’ er dat jaar doorheen te jagen en zou Rutte III dat pas tien jaar later proberen, in 2017. Premier Mark Rutte belandde prompt in politieke problemen, onder meer vanwege een gebrek aan onderbouwing van zijn plan om de dividendbelasting geheel af te schaffen en het ‘vergeten’ van ambtelijke memo’s erover.

    Maar de rol van ABDUP in de dividendkwestie reikt verder. In juni 2018 ontstond ophef over een wetenschappelijk rapport dat de overheid gebruikte ter onderbouwing van de afschaffing van de dividendbelasting. Deze studie van de Rotterdam School of Management bleek gefinancierd te zijn door Shell, met VNO-NCW, Unilever, AkzoNobel, Philips en DSM als mede-opdrachtgevers, ontdekte FTM-redacteur Thomas Bollen. Wat blijkt? De betreffende studie was een ‘ABDUP en VNO/NCW project’.

    Het ‘Presidentenoverleg’ 

    Uit de gewobde documenten blijkt dat ABDUP minstens twee keer per jaar bijeenkomt: één keer met de landendirecteuren van de multinationals en hun juridisch adviseurs, en één keer in een grotere samenstelling, het zogeheten ‘Presidentenoverleg’, waarbij ook de ceo’s en derde partijen zoals leden van het kabinet aanschuiven. Wanneer een staatssecretaris, minister of de minister-president aanwezig is, wordt er gedurende anderhalf uur op uiterst gestructureerde manier over drie beleidskwesties gesproken. Het kabinetslid geeft over elk thema een presentatie van tien minuten, waarna twintig minuten overleg volgt.

    Beleidsthema’s die zoal op de agenda hebben gestaan: vestigingsklimaat, topsectorenbeleid, duurzaamheid, de Sustainable Development Goals van de VN, en een uitwisselingsprogramma van overheids- en bedrijfspersoneel.

    Wie schuift er aan bij zo’n Presidentenoverleg? In 2007 was dat staatssecretaris van Financiën Jan-Kees de Jager, in 2011 minister van Economische Zaken Maxime Verhagen, ook in 2011 minister-president Mark Rutte, in 2015 de vice-voorzitter van de Europese Commissie Frans Timmermans en in 2016 minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem. In 2013, het jaar van zijn kroning, gaf zelfs Willem-Alexander acte de présence.

    De paragraaf ‘Duurzaamheid’ uit het ambtelijke voorbereidingsdossier van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, uit het ABUP-overleg op 24 november 2011 waarbij minister Maxime Verhagen aanschoof.

    De documenten laten zien dat het Presidentenoverleg serieus is. Lagere ambtenaren bereiden het grondig voor, met factsheets over de bedrijven en hun ceo’s, samenvattingen over lopende beleidskwesties en strategische adviezen. Zo levert Financiën in 2011 Mark Rutte enkele spreekaanwijzingen over zijn fiscale agenda, ‘met de insteek dat de MP vooral terughoudend moet optreden op het fiscale dossier maar dat er wat bullets zijn gemaakt, mochten de CEO’s hem proberen wat toezeggingen te ontlokken in het [Vennootschapsbelasting]-dossier’.

    Uitgebreide details over het verloop van de ABDUP-overleggen zelf ontbreken echter in de documenten die Van Teeffelen via zijn Wob-verzoeken ontving. ‘Maar er zijn waarschijnlijk meer documenten dan ik ontvangen heb,’ zegt hij. Momenteel wacht hij op de uitkomst van een bezwaarprocedure tegen het ministerie van Financiën, waarvan hij slechts twee documenten ontving.

    ‘Boven op de berg’

    De bedrijven zelf reageren afhoudend op vragen van PAJ over ABDUP. Unilever stuurt per mail twee korte alinea’s zonder nieuwe informatie. Een verzoek om een aanvullend gesprek wordt beantwoord met ‘Hier laten we het bij’. Shell stuurt exact dezelfde alinea’s als Unilever en sluit af met ‘Hier willen we het graag bij laten’. Ook werkgeversvereniging VNO-NCW kan ons niet verder helpen en verwijst ons door naar de vijf multinationals zelf.

    ‘Hiervoor heb je een lederen fauteuil nodig, een goede sigaar en een knapperend haardvuur’

    Het gebrek aan transparantie rond ABDUP zal kenners van dit soort genootschappen niet verbazen. Politicoloog Eelke Heemskerk doet aan de Universiteit van Amsterdam al jaren onderzoek naar de voor het publiek onzichtbare clubs van de Nederlandse bedrijfselite. Tegenover de Volkskrant noemde hij ze ooit ‘consensus building factories’ waar mensen ‘ideeën afstemmen, de standpunten aftasten’. Heemskerk: ‘Hiervoor heb je een lederen fauteuil nodig, een goede sigaar en een knapperend haardvuur. Dat doe je dus in het informele circuit. Die clubs onttrekken zich aan de waarneming, en dat willen ze graag zo houden.’

    Nederland kent er naast ABDUP wel meer, schreef Heemskerk: de Vogeltjesclub, de Pijp, de Schoorsteen en de Tafelronde bijvoorbeeld; elk met een eigen agenda, traditie en samenstelling (zie kader). Kasteel De Wittenburg in Wassenaar is voor veel van deze genootschappen de favoriete ontmoetingsplek.

    Sociologie-student Laura Weijers wist enkele kenners van dergelijke genootschappen te spreken voor haar scriptie uit 2014 over ‘het informele netwerk van de Nederlandse bedrijfselite’. Ze citeerde een anonieme respondent die over ABUP en andere clubs zei: ‘Ik moet wel zeggen: de clubs waar ik over praat, dat zijn clubs die, daar hoor je nooit iets over. Er is eigenlijk zal maar zeggen, boven op de berg, het gedeelte waar niemand komt, daar opereert dat soort gezelschappen.’

    Een greep uit andere informele netwerken en genootschappen

    Informele ‘diner- en debatclubs’ waar de bedrijfselite bijeenkomt, noemt politicoloog Eelke Heemskerk ze. Hoewel dit soort genootschappen uiterst gesloten opereren, konden hij en anderen, zoals sociologie-student Laura Weijers, er een aantal in kaart brengen via anonieme respondenten. Zij noemen de volgende clubs:

    De Tafelronde is een discussiegezelschap van oud-politici, hoge ambtenaren en mensen uit het bedrijfsleven, die maandelijks politieke en maatschappelijke thema’s bespreken. Er is zeer weinig bekend over dit gezelschap. Voormalig minister van Binnenlandse Zaken Ed van Thijn en hoogleraar openbare financiën Victor Halberstadt waren lid.

    De Pijp is een besloten gezelschap van ongeveer 60 leden, en actief sinds de jaren twintig van de vorige eeuw. Het lidmaatschap is voorbehouden aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven. De leden treffen elkaar twee tot drie keer per jaar in Kasteel de Wittenburg in Wassenaar. Tot voor kort was het lidmaatschap voor het leven, maar nu moeten leden die niet langer in de top van het Nederlandse bedrijfsleven zitten, de club verlaten. Oud-Shell-topman Jeroen van der Veer was lid van de Pijp.

    De Schoorsteen is een vergelijkbaar gezelschap als de Pijp, maar minder exclusief. Niet alleen de top van het Nederlandse bedrijfsleven, maar ook bestuurders en ceo’s van minder prominente bedrijven mogen lid worden. Net als de Pijp zijn de voornaamste activiteiten van de Schoorsteen diners in Kasteel de Wittenburg, waarbij leden lezingen houden.

    De Vogeltjesclub ontstond in 1970 op initiatief van de toenmalige minister van Economische Zaken, Roelof Nelissen (KVP). Het idee was om informele gesprekken te organiseren tussen EZ en het bedrijfsleven over ‘onderwerpen verband houdende met de ontwikkeling van de economie in het algemeen en meer in het bijzonder van de industrie bedrijvigheid’. E.G.G. Werner, Shell-directeur en coördinator chemicaliën, was één van de allereerste ‘vogeltjes’. Volgens de NRC organiseerde EZ drie keer per jaar een diner voor verschillende groepen bestuurders en werd de club in 2013 opgeheven. Toenmalig minister Henk Kamp vond dat hij bestuurders al voldoende tegenkwam op andere bijeenkomsten.

    De Klos werd opgericht door Co de Koning, indertijd werkzaam bij organisatiebureau Horringa en de Koning (later opgegaan in de Boston Consulting Group). De Klos heeft vooral jonge bestuurders uit het bedrijfsleven als leden; zij kunnen nieuwe deelnemers aandragen. Ze treffen elkaar tijdens diners in De Kastanjehof (de Lage Vuursche) of tijdens externe activiteiten, zoals bijvoorbeeld een bedrijfsbezoek aan Shell. Na de dood van oprichter De Koning in 2011 hebben andere leden de activiteiten van De Klos voortgezet.

    Het Gezelschap van Esveld komt sinds 2000 zo’n vier keer per jaar bij elkaar op initiatief van de VNO-NCW. De ongeveer vijftien leden – waaronder ministers en ceo’s uit het Nederlandse bedrijfsleven – komen bijeen in Hotel des Indes in Den Haag. Tijdens het diner wordt gesproken over politieke ontwikkelingen in Nederland.

    Het Studiegezelschap voor Economische Politiek is een informeel netwerk opgericht in 1931. Het bestaat uit ongeveer 190 leden uit de top van de publieke en private sector. Het gezelschap komt zes keer per jaar bijeen op Kasteel de Wittenburg voor een diner met aansluitend presentaties. Zo sprak toenmalig Shell-president-directeur Dick Benschop tijdens een bijeenkomst over energiepolitiek.  

    Dit is slechts een kleine greep uit de netwerkorganisaties waarin het bedrijfsleven elkaar treft. Zo zijn er bijvoorbeeld ook de Heeren Seventien (voor ondernemers die in Friesland zijn geboren), de Koninklijke Industrieele Groote Club, de Kruiwagen, de Haagsche Club (de oudste herensociëteit van Den Haag), de Haagse Schouw en de Koning Willems Kringen (voor lobbyisten). FTM publiceerde vorig jaar een serie artikelen over de Dutch Trade and Investment Board, een informeel publiek-privaat overlegorgaan dat in 2004 werd opgericht.

    Lees verder Inklappen

    Ontstaan uit zorg over Duitse dochters

    Sporadisch verschijnen er berichten over die onzichtbare bergtop waarop ABDUP bivakkeert. In het werk van historici Ben Wubs en Martijn Lak is de ontstaansgeschiedenis deels te vinden. De Nederlandse multinationals AKU (een voorloper van AkzoNobel), Shell, Unilever en Philips hadden voor WOII elk grote dochterondernemingen in Duitsland. Tijdens de oorlog verloren ze de controle over het kapitaal en het bestuur van hun Duitse dochters; na de oorlog wilden ze die controle zo snel mogelijk terug.

    Maar de Amerikanen en Britten hadden West-Duitsland onder curatele gesteld, de Sovjets Oost-Duitsland, en zij legden de grootbedrijven daar allerlei financiële beperkingen op. Martijn Lak legt uit met welk doel: de geallieerden wilden het Duitse grootbedrijf, dat zij als sponsor en handlanger van Hitler zagen, opbreken en tegelijkertijd het kapitaal van buitenlandse investeerders beschermen. Bovendien dreigde er een Duitse kapitaalheffing te worden ingevoerd om het herstel van de oorlogsschade te financieren - de zogeheten Lastenausgleich.

    Jaren verstreken zonder dat er knopen werden doorgehakt over het Duitse grootbedrijf, en al die tijd hadden de vier Nederlandse multinationals geen toegang tot of controle over hun Duitse takken. Bovendien vreesden ze dat de dekartelisatiepolitiek van de Geallieerden en de Lastenausgleich ook hun dochters zou treffen. Onterecht, vonden ze: waarom zouden Nederlandse bedrijven moeten boeten voor Duitse oorlogsschade?

    Tijd voor een verenigd front. De vier Nederlandse bedrijven, die al sinds de jaren dertig af en toe informeel bijeenkwamen, voerden hun eerste ABUP-overleg op 31 oktober 1946. Max Steenberghe, die tussen 1935 en 1941 onder meer minister van Economische Zaken en minister van Financiën was, trad op als de eerste voorzitter van de informele raad, beschrijft Lak. Via ABUP lobbyden de bedrijven voor vrijstelling van de geallieerde anti-grootbedrijfspolitiek en de Lastenausgleich.

    Max Steenberghe(midden) pratend op een terras; 1934. Fotograaf onbekend, collectie Spaarnestad.

    Uiteindelijk viel het met de dekartelisatie wel mee, legt Lak uit: de VS hadden belang bij een economisch sterk West-Duitsland als buffer tegen de Sovjet-Unie. In 1952 werd besloten buitenlandse dochters zes jaar vrijstelling van de Lastenausgleich te geven. De Nederlandse multinationals waren tevreden.

    De gevluchte Nederlandse regering werd in Londen opgevangen in de Britse kantoren van Unilever en Shell

    Wat historicus Lak al opviel: de lijntjes tussen ABUP en de Nederlandse overheid waren zeer kort. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren de regering en de multinationals letterlijk naar elkaar toe gegroeid; de gevluchte Nederlandse regering werd in Londen opgevangen in de Britse kantoren van Unilever en Shell. Bovendien waren er persoonlijke relaties: de eerste ABUP-voorzitter, Max Steenberghe, was goed bevriend met Hans Hirschfeld, regeringsadviseur van Buitenlandse Zaken en verantwoordelijk voor het beleid jegens Duitsland. Dat ze elkaar bij de voornaam noemden en Steenberghe (een conservatieve katholiek) in 1961 op de begrafenis van Hirschfeld (niet katholiek) sprak, was indertijd hoogst ongebruikelijk.

    Dat is in elk geval één traditie die behouden is binnen ABDUP: elkaar tutoyeren en elkaars voornamen gebruiken, ook in formele brieven. Philips-directeur Harry Hendriks voegde met pen ‘Beste Maxime’ toe aan de brief waarmee hij de minister van Economische Zaken bedankte voor zijn aanwezigheid bij een ABDUP-overleg in 2011. Unilever-directeur Paul Polman opende zijn officiële uitnodiging aan premier Rutte voor een ABDUP-overleg in 2017 met ‘Beste Mark’.

    Belastingverdragen

    Over ABUPs activiteiten nadat de oorlogskwesties waren beslecht, is weinig te vinden. De naam van het genootschap duikt in slechts twee beleidsdossiers op: het Nederlandse stelsel van belastingverdragen, dat ons land de reputatie van belastingparadijs en doorsluisland opleverde, en perikelen rond de Wet op de Arbeidsongeschiktheidverzekering (WAO).

    De interesse van individuele ABDUP-partijen in belastingverdragen kent een lange geschiedenis. Zo achterhaalde historicus Tijn van Beurden dat Unilever, Shell en Philips al in de jaren zestig lobbyden rond en belangen hadden in de belastingverdragen van het als belastingparadijs bekend staande Curaçao, waar Shell al sinds 1918 een olieraffinaderij had.

    In 1993 werd ABUP nadrukkelijk genoemd als gesprekspartner bij de vernieuwing van het belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten. De VS ergerden zich al jaren aan het feit dat het belastingverdrag uit 1948 met Nederland, in 1955 uitgebreid met de Antillen, een doorsluisroute creëerde voor belastingontwijkende multinationals, met verliezen voor de Amerikaanse schatkist als gevolg. Een strenger belastingverdrag moest dit tegengaan.

    ‘De multi's waren veel beter op de hoogte van het verloop van de onderhandelingen dan de Kamer’

    In het ABUP-overleg stond het belastingverdrag met de VS ‘de laatste jaren steeds hoog op de agenda,’ schreef NRC-journalist Cees Banning in 1993, nadat Nederland en de VS een definitief akkoord hadden gesloten. Een (anonieme) Nederlandse afgevaardigde mopperde tegen Banning: ‘De multi's waren veel beter op de hoogte van het verloop van de onderhandelingen dan de Kamer.’ Het resultaat was een verdrag met een aantal anti-misbruikbepalingen, maar ook belangrijke fiscale toezeggingen voor de multinationals, zoals op het gebied van ‘verrekende prijzen’ en het door de multinationals zo verfoeide systeem van ‘unitary taxation’.

    Ook in latere jaren sprak ABDUP mee over de Nederlandse belastingverdragen, blijkens overheidsdocumenten die in 2016 publiek werden. ABDUP leverde bijvoorbeeld input voor de ‘Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2011’, waarmee Nederland de basis legde voor alle toekomstige belastingverdragen. De Tweede Kamer had de regering verzocht deze notitie op te stellen vanwege de wederom toenemende ophef over het misbruik van Nederlandse belastingverdragen voor belastingontwijking. Een ambtelijk memo uit oktober 2011 noemt de suggesties van ABDUP ‘een nuttige steun in de rug bij het opstellen van de NFV’. Een van de suggesties van ABDUP die de uiteindelijke notitie haalde, was de ‘arbitragebepaling’. Die vormt in feite een rem op de autonomie van nationale overheden om maatregelen tegen belastingontwijking in te voeren. Volgens de bepaling kunnen bedrijven dit soort maatregelen via arbitragezaken buiten de nationale rechtspraak om, aanvechten en terugdraaien.

    Het WAO-misbruik

    De meest mysterieuze kwestie waarin ABUP genoemd wordt, is wel het vermeende misbruik van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidverzekering (WAO) door Unilever en andere ABUP-partijen in de jaren zeventig en tachtig.

    Een ex-topmanager van Unilever, Wiero Beek, trok in 1993 aan de bel. Hij beschuldigde zijn voormalige werkgever en andere ABUP-partijen ervan dat ze personeel massaal via de wao lieten afvloeien. Dit alles met het doel om menselijke arbeid door machines te vervangen en zodoende, in de woorden van Beek, ‘de sociale kassen te tillen’. De bedrijfsgezondheidsdienst van Unilever zou aan het werk zijn gezet om personeel vlotjes arbeidsongeschikt te verklaren. Het overkwam Beek zelf: hij werd na gezondheidsklachten volledig arbeidsongeschikt verklaard. Opmerkelijk, aangezien hij later weer bij Unilever aan de slag ging.

    ABUP ‘vormt een soort schaduwregering’, stelde Beek

    Het misbruik zou vanuit ABUP, VNO-NCW en in samenspraak met FNV-voorzitter Wim Kok zijn geïnitieerd. ABUP ‘vormt een soort schaduwregering’, stelde Beek, een club waarin volgens hem nooit notulen werden opgesteld. ‘De ABUP trad nooit zelf naar buiten. De conclusies werden doorgesluisd naar het Verbond van Nederlandse Ondernemingen, het VNO,’ aldus Beek.

    In een parlementaire enquête over de sociale-verzekeringswetten in 1993 zou Wim Kok ontkennen dat ABUP en de FNV geheime afspraken over de wao zouden hebben gemaakt. ‘Weet u of die vier bedrijven überhaupt met elkaar een overlegstructuur hadden?’ vroeg de commissie vervolgens. Kok: ‘Dat weet ik niet.’ Wel zou hij ooit – ‘ik weet werkelijk niet in welk jaar’ – hebben gehoord van een overlegverband tussen de vier. ‘Ik heb toen begrepen en dat later nog bevestigd gehoord, dat dit vooral betrekking had op een soort gezamenlijke belangenbehartiging in Brussel, dus als het ging om de belangen van de grote multinationale onderneming.’

    De parlementaire enquête maakte duidelijk dat wao-uitkeringen jarenlang te soepel waren verstrekt. In de nasleep ervan werd het toezicht op de uitvoering vergroot. Over de eventuele rol van ABUP in de kwestie werd niet verder gesproken.

    De Tafelronde: ‘het zwaarste netwerk’

    Allerlei lobby-successen van de grootste multinationale ondernemingen toeschrijven aan ABDUP, is te kort door de bocht. Zoals politicoloog Heemskerk al beschreef: er zijn wel meer van dit soort genootschappen. Bovendien is ABDUP mogelijk niet eens de meest gewichtige in zijn soort. Toen Laura Weijers een aantal ‘insiders’ van deze clubs interviewde, zei een van haar respondenten: ‘De Tafelronde was in mijn beleving het zwaarste netwerk dat er voor handen lag.’

    SOMO-onderzoeker Van Teeffelen: ‘De precieze invloed van ABDUP is inderdaad lastig te bepalen, maar het is tekenend voor het gebrek aan transparantie over lobbies in Nederland dat er zo weinig over deze clubs bekend is. We hebben met het debacle rond de dividendbelasting kunnen zien hoe invloedrijk lobby’s kunnen zijn, dus het is hoog tijd dat de politiek eens echt inzicht verschaft in hoe er gelobbyd wordt en met wie waarover gesproken wordt.’

    Tijd voor een nieuwe Wob, naar de Tafelronde bijvoorbeeld? Van Teeffelen: ‘Ik wacht eerst het bezwaar over de ABDUP-wob af. Bij Financiën  moet meer liggen dan de twee documenten die ze nu hebben vrijgegeven.’

    Dit artikel van het Platform Authentieke Journalistiek (PAJ) is geschreven door Bas van Beek, Alexander Beunder en Merel de Buck.

    Wederhoor en reacties

    Reactie Unilever: ABDUP (AkzoNobel, Shell, DSM, Unilever en Philips) bestaat sinds het eind van de tweede wereldoorlog en de bedrijven komen op gezette tijden bijeen om in een informele setting onderwerpen waar grote wereldwijd opererende multinationals mee te maken hebben te bespreken. Dit kan variëren van sponsorverzoeken tot thema’s als het onderwijs in Nederland, het klimaat, geopolitieke ontwikkelingen en Europese integratie.

    Eén keer per jaar vindt het zogenoemde Presidentenoverleg plaats. Tijdens dit overleg zijn naast de Nederlandse landenmanagers van de bedrijven (die bij de reguliere bijeenkomsten aanwezig zijn) en indien relevant vertegenwoordigers van bepaalde functies (zoals de juridische en HR functies) ook de CEO’s van de vijf bedrijven aanwezig. Er worden dan ook gasten uitgenodigd om bij te dragen aan de maatschappelijke discussies.

    Reactie Shell: ABDUP bestaat sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog. De bedrijven komen op gezette tijden bijeen om in een informele setting onderwerpen te bespreken waar grote, wereldwijd opererende bedrijven mee te maken hebben. Dit kan variëren van sponsorverzoeken tot thema’s als (techniek)onderwijs, de energietransitie en geopolitieke ontwikkelingen.

    Eén keer per jaar vindt het ‘Presidentenoverleg’ plaats. Tijdens dit overleg zijn naast de Nederlandse landenmanagers van de bedrijven (die ook bij de reguliere bijeenkomsten aanwezig zijn) en indien relevant vertegenwoordigers van bepaalde functies, ook de CEO’s van de vijf bedrijven aanwezig. Er worden dan ook gasten uitgenodigd om bij te dragen aan de maatschappelijke discussies.

    Hier willen we het graag bij laten.

    Reactie VNO-NCW: Over Abdup kan ik vrij kort zijn; ‘de genoemde bedrijven zijn lid bij VNO-NCW, maar Abdup is een informele groep van deze groep ondernemingen zelf en staat verder los van VNO-NCW.’

    Dus wil je meer weten over wat ze precies doen kan je beste even rechtstreeks contact met de bedrijven zoeken.

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Platform Authentieke Journalistiek

    Gevolgd door 452 leden

    Het Platform Authentieke Journalistiek wil met kritische berichtgeving een bijdrage leveren aan een eerlijkere samenleving.

    Volg Platform Authentieke Journalistiek
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    De #Lobbycratie

    Gevolgd door 1540 leden

    Leven we in een lobbycratie of is lobbyen een wezenlijk element van een gezonde democratie? Zeker is dat de lobbywereld wordt...

    Volg dossier