Moneyland Nederland

Belastingontwijking: leuker kunnen ze het op de Zuidas niet maken. Wel makkelijker. Lees meer

Er bestaat een wereld waarin iedereen die iets te verbergen heeft, geld kan oppotten en ongestoord kan uitgeven, zonder ooit gepakt te worden.

 

Schrijver en journalist Oliver Bullough doopte deze wereld ‘Moneyland’ en schonk ons daarmee een fantastisch concept om de schimmige offshore-wereld beter te begrijpen. Follow the Money zoekt uit welke rol Nederland speelt bij doorgeleiden van schimmige en ongeoorloofde geldstromen. Welke bankiers, fiscalisten en advocaten steken corrupte regimes, fraudeurs en oligarchen de helpende hand toe?

39 Artikelen

Beeld © Gijs Kast

In oktober 2008 redde de overheid ABN Amro met 30 miljard belastinggeld van de ondergang. De bank werd genationaliseerd en Gerrit Zalm beloofde er een brave bank van te maken. Anderhalf jaar later zette de bank, onder leiding van de oud-minister van Financiën, met Deutsche Bank en Goldman Sachs twee agressieve financieringsconstructies op. ‘Dit waren risicovolle en onverantwoorde praktijken onder leiderschap van Gerrit Zalm’.

Lees het hele verhaal (23 minuten)
Lees de korte versie (2 minuten)
Je leest een experiment: een korte versie van ons onderzoeksverhaal. Wil je liever het hele verhaal lezen? Klik dan hier.

Anshu Jain draagt een strak maatpak met een frivool geknoopte das wanneer hij op 17 januari 2011 in Amsterdam arriveert. Hij komt voor de bestuursvoorzitter van ABN Amro: Gerrit Zalm. Jain is de grote baas van de investeringsbank van Deutsche Bank en de personificatie van de agressieve Wall Street-mentaliteit die de bank sinds begin jaren negentig met succes heeft omarmd.

Zijn afdeling, die in Londen is gevestigd, creëerde wereldwijd een van de grootste omzetmachines in derivaten, de complexe financiële producten die aan de basis van de financiële crises stonden. Vooral de giftige hypotheekproducten die de bank aan investeerders verkocht, speelden daarbij een grote rol. Deutsche Bank hoefde in 2008 net niet door de Duitse overheid te worden gered. ABN Amro wel: de bank werd genationaliseerd.

Ruim anderhalf jaar voordat de overheid ABN Amro met 30 miljard van de ondergang redde, werd de ooit zo trotse bank overvallen door een hedgefonds dat de bank wilde opbreken en in delen verkopen. De biedingenstrijd die er het gevolg van is, wordt door drie buitenlandse concurrenten gewonnen, waarna de bank wordt gesplitst. Het deel van de bank dat resteert, is, wanneer Jain het hoofdkantoor aan de Gustav Mahlerlaan binnenstapt, vijf keer kleiner dan Deutsche Bank.

Begin 2011 is het nog steeds roerig op de internationale financiële markten: driekwart jaar eerder is de Griekse crisis uitgebroken. En slechts een paar maanden eerder – in november 2010 – werd bekend dat de Grieken, met behulp van complexe financiële constructies afkomstig van de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs, hebben gelogen over hun financiële positie. Wantrouwen slaat toe op de financiële markten, waardoor het moeilijk is om grote bedragen te lenen.

ABN Amro, dat elk jaar voor een bedrag van tussen de 20 en de 25 miljard euro financiering moet vinden om zaken te kunnen blijven doen, heeft daar iets minder moeite mee. Het heeft de Nederlandse staat achter zich staan en uit het jaarverslag van 2010 blijkt dat het succesvol toegang weet te vinden tot de kapitaalmarkten.

Het project waar Jain en Zalm over praten heet ‘Simba’, vernoemd naar het hoofdpersonage uit de Disney-klassieker The Lion King

De hoogste baas van de zakenbank van Deutsche Bank is in Amsterdam vanwege een bijzondere financieringsconstructie. ABN Amro zoekt naar nieuwe wegen om funding te verwerven en daarbij de kosten zo laag mogelijk te houden. Daarvoor zijn de Structured Finance-afdelingen van beide banken met elkaar in contact getreden. Op die afdelingen worden complexe constructies voor klanten opgezet om voordeel te halen uit de verschillen in wet- en regelgeving tussen landen. Vaak hebben die structuren het doel om een fiscaal voordeel te behalen.

Het financieringsproject waar Jain en Zalm over praten, heeft de codenaam ‘Simba’ gekregen, naar het hoofdpersonage uit de Disney-klassieker The Lion King. Simba is niet zomaar een financieringstransactie. Het is een uiterst complexe structuur die via Luxemburg loopt en waarmee ABN Amro alle marktrisico’s weet uit te sluiten door die elders te parkeren: met name bij de Nederlandse overheid.

‘Dear Gerrit’

Drieënhalve week na Jains bezoek aan Amsterdam stuurt hij Zalm een e-mail waarin hij zijn dank betuigt en de voormalige minister van Financiën complimenteert. ‘Dear Gerrit,’ begint Jain, ‘It was a great pleasure meeting with you in Amsterdam’.

De zakenbankier is blij dat Deutsche Bank en ABN Amro een week eerder opnieuw een belangrijke transactie hebben gedaan. ‘Project Simba is een echte partnerschapsovereenkomst die de voordelen van langetermijnfinanciering aan materiële kostenreductie paart.’ 

Ik erken en waardeer ook het vertrouwen en de langetermijnfocus die nodig zijn om samen een principal transaction aan te gaan’

‘Het is een lang en gecompliceerd proces geweest,’ vervolgt hij, ‘en ik ben onder de indruk hoe jij je Treasury/ALM- en Structured Finance-teams op het gemeenschappelijke doel hebt afgestemd. Ik erken en waardeer ook het vertrouwen en de langetermijnfocus die nodig zijn om samen een principal transaction aan te gaan.’

Een principal transaction is Wall Street-lingo voor een deal die een bank of beurshandelaar niet voor een klant, maar voor eigen rekening doet. Sinds het faillissement van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers wordt dit type transacties tot een van de dieperliggende oorzaken van de financiële crisis gerekend. Bankiers gingen massaal buitensporige weddenschappen aan om geld te verdienen voor zichzelf en voor de aandeelhouders van financiële instellingen.

Jain verheugt zich erop vaker zaken te doen met Zalm en ABN Amro. ‘Congratulations on this success and thank you for the continued partnership with Deutsche Bank. I look forward to speaking to you soon. Best regards, Anshu.

Toen Follow the Money Gerrit Zalm eerder deze week vroeg of hij enige betrokkenheid bij de Simba-transactie heeft gehad, antwoordde hij: ‘Bij mijn weten niet, nee, nee…’

 

De schatkistbewaarder

Het was minister van Financiën Wouter Bos die Gerrit Zalm eind 2008 tot bestuursvoorzitter van ABN Amro benoemde. De ambtenaren op het ministerie hebben veel vertrouwen in de man die ruim twaalf jaar de schatkistbewaarder van de staat der Nederlanden is geweest.

Maar een bankier is hij niet. De enige ervaring waarop Zalm kan bogen, heeft hij in de jaren daarvoor opgedaan als financiële man bij de piepkleine DSB Bank van Dirk Scheringa. Op de prijzige leningen die de DSB bij consumenten aan de man brengt, vaak in combinatie met verzekeringen, is dan al jaren veel kritiek. De financiële toestand van de ‘woekerbank’ uit Wognum laat eind 2008 bovendien veel te wensen over. Bos ziet zijn voorganger en leermeester niettemin als de man die het zwaar beschadigde imago van ABN Amro kan opvijzelen, en die tegelijkertijd als geen ander snapt wat de politiek van hem verlangt.

Zalms opdracht is van ABN Amro een degelijke, zelfs saaie bank te maken

Zalms benoeming wordt in VVD-kringen als een ‘meesterzet’ omschreven. Aan de andere kant van het politieke spectrum zijn de partijen kritischer: ‘Het is toch een vertegenwoordiger van het marktfundamentalisme dat heeft geleid tot de crisis,’ zegt Kamerlid Ewout Irrgang (SP). Kamerlid Kees Vendrik (GroenLinks) ziet in Zalm iemand die als minister twaalf jaar een topprestatie heeft geleverd, maar verwacht dat hij bij ABN Amro radicaal afscheid neemt van de ‘Amerikaanse bankcultuur’, van kortetermijnvisies, grote risico’s en de bonuscultuur.

Zalms opdracht is van ABN Amro een degelijke, zelfs saaie bank te maken. Als zoon van een eenvoudige handelaar in steenkool lijkt hij daarvoor uit het juiste hout gesneden. Zalm oogt in zijn doen en laten als de totale tegenhanger van zijn omstreden voorganger bij ABN Amro, Rijkman Groenink. Wanneer hij zich door de media laat fotograferen, is dat liever staand achter een flipperkast dan zittend achter zijn bureau.

In maart 2009, als Zalm een paar maanden aan bestuursvoorzitterschap van de staatsbank heeft kunnen wennen, verschijnt zijn autobiografie; De romantische boekhouder. Op de achterflap wordt hij een ‘fenomeen’ genoemd. NRC Handelsblad beschrijft hem in een recensie als ‘getalenteerd econoom, rekenwonder, zondagskind in de politiek’. De recensent prijst Zalm vanwege zijn geboekstaafde herinneringen aan zijn politieke loopbaan en geeft hem een advies: ‘Hij moet vast beginnen aantekeningen bij te houden voor deel twee: De koele bankier’.

Conservatieve koers

De journalistieke interesse voor Zalms loopbaan neemt toe wanneer de DSB Bank in september 2009 failliet gaat en toezichthouders De Nederlandse Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) het functioneren van de (oud-)bestuurders tegen het licht moeten houden. Aan de orde is onder meer de vraag of Zalm geschikt is om ABN Amro te leiden. Zo niet, dan kan hij weggestuurd worden, zegt minister Bos.

DNB denkt dat hij zijn werk prima kan voortzetten, maar de AFM acht Zalm niet capabel

In maart 2010 wordt het oordeel bekend: DNB denkt dat hij zijn werk prima kan voortzetten, maar de AFM acht Zalm niet capabel. Ook na veel kritiek houdt de AFM dat oordeel staande. Follow the Money publiceert later een artikel over de kwestie. Het patroon: de DSB heeft grote problemen en kampt met een zeer eigengereide eigenaar, Dirk Scheringa. Zalm, die door DNB is gevraagd om orde op zaken te stellen, grijpt op geen enkel moment in.

De commissie-Scheltema, die onderzoek doet naar de ondergang van DSB, acht Zalm echter voldoende competent. De voormalige minister van Financiën overleeft de kwestie.

Wanneer de rust is teruggekeerd, kan Zalm zich weer op zijn taak richten. Daar hoort bij dat hij zo nu en dan iets tegen een journalist zegt. In oktober 2010 laat hij zich door Management Scope interviewen. Hij benadrukt in dat gesprek de conservatieve koers van de bank: ‘We gaan dan ook geen posities meer innemen onder het motto dat wij beter dan de rest van de wereld weten wat er gaat gebeuren met de dollarkoers, de olieprijs, aandelenkoersen, enzovoort,’ zegt Zalm. ‘Uiteraard bedienen we onze klanten die aandelen en opties willen, maar we nemen niet langer zelf een positie in. We gaan alleen nog voor gematigde risicoprofielen.'

Op dat moment zijn de Structured Finance afdelingen van ABN Amro en Deutsche Bank druk bezig Simba op te tuigen.

Voor eigen rekening

Zalm krijgt van Wouter Bos de vrije hand om een nieuwe directie te formeren. Hij kiest onder andere voor voormalig staatssecretaris van Financiën Joop Wijn. Hij zal wat over is van de zakenbank gaan leiden. Het risicobeheer valt onder Wietze Reehoorn, die eerder binnen ABN Amro actief was als zakenbankier. Jan van Rutte komt van Fortis en wordt de nieuwe cfo. De afdelingen Compliance en Legal vallen onder het bestuurslid Caroline Princen. Een bijzondere keuze, want Princen heeft voor haar toetreding tot het bestuur van de bank geen enkele bancaire of juridische ervaring opgedaan. Ook op het gebied van compliance is ze nat achter de oren terwijl juist zij erop moet toezien dat alles binnen de bank volgens de wet- en regelgeving verloopt.

Dat Princen met haar geringe ervaring op exotische avonturen zal stuiten, lijkt onwaarschijnlijk. Het is immers de eis van de politiek – en Zalms uitgesproken belofte – dat de bank geen wilde dingen zal doen. De afspraken met de staat, de enig aandeelhouder, zijn vastgelegd in een Memorandum van Overeenkomst. Dat ABN Amro niet meer scherp aan de wind zal varen, is ook logisch: van ABN Amro resteert weinig meer dan een regionale spaar- en hypotheekbank met nog twee overgebleven internationale onderdelen. Eind 2010 drijft de winst van ABN Amro voor driekwart op de consumentenbank, met name op inkomsten uit hypotheken.

De kosten van de bank liggen nog steeds op een hoog niveau. Bijna 70 procent van elke euro die verdiend wordt, gaat op aan kosten. De bank doet het een stuk minder dan concurrent ING en als ABN Amro niet opnieuw een overnameprooi wil worden, moeten de kosten omlaag. Zalm mikt op een percentage onder de 60 procent. Een van de manieren om dat te doen is de inkoopkosten omlaag te brengen, oftewel: geld besparen op de funding.

Normaal gesproken zijn binnen ABN Amro de afdelingen Treasury en Asset & Liability Management (ALM) verantwoordelijk voor het binnenhalen van geld dat de uitleencapaciteit van de bank op niveau moet houden. Dat gebeurt meestal door de uitgifte en plaatsing in de markt van obligaties of een ander type schuldpapier van de bank. Voor een bank zijn dat alledaagse transacties.

Dit keer wil de afdeling Structured Finance, in samenwerking met Deutsche Bank, een bedrag van 500 miljoen euro binnenhalen, zo blijkt uit documenten waarop Follow the Money de hand wist te leggen. De afdeling is, na de samenvoeging van Fortis Bank Nederland en het deel van ABN Amro dat in 2007 door het Belgische Fortis werd opgeslokt, onder Commercial & Merchant Banking (C&MB) gevoegd. Deze afdeling valt onder de directe verantwoordelijkheid van voormalig staatssecretaris van Financiën Joop Wijn.

De afdeling ontwerpt ook transacties waarbij de bank zelf als tegenpartij optreedt, dus voor eigen rekening. Dat druist in tegen de beloften die Zalm publiekelijk heeft gedaan

Als er één afdeling is waar de bloedgroepen van de twee banken vanaf de nationalisatie worden gemengd, is dat het kleine Structured Finance. De afdeling bestaat uit een team van nog geen vijftien mensen, waarin een aantal belangrijke werknemers van zowel ABN Amro als Fortis zijn opgenomen. Enkele mensen van de afdeling hebben al een lange relatie met medewerkers van de gelijknamige afdeling van Deutsche Bank. De afdeling ontwerpt ook transacties waarbij de bank zelf als tegenpartij optreedt, dus voor eigen rekening, zo blijkt uit vertrouwelijke documenten die Follow the Money heeft ingezien. Dat druist in tegen de beloften die Zalm publiekelijk heeft gedaan.

Sterfhuis Simba

In Luxemburg wordt speciaal voor de deal met Deutsche Bank een vennootschap opgericht: Simba Finance. De vennootschap is een zogenoemd special purpose vehicle (SPV). Dit type vennootschap wordt vaker ingezet bij gestructureerde transacties en is legaal, maar wordt ook geregeld misbruikt om schulden buiten het zicht van beleggers te houden. Het bekendste voorbeeld waarbij dat misging: Enron. Andy Fastow was het financiële genie achter de constructies van het Amerikaanse energiebedrijf en zat een gevangenisstraf van 6 jaar uit. 

Simba heeft een bijzonder doel: het is een bankruptcy remote vehicle. In gewoon Nederlands betekent het dat Simba Finance failliet kan gaan zonder dat het consequenties heeft voor de hoofdvestiging van ABN Amro. Een soort sterfhuis, voor als de rendementen van de constructie tegenvallen. En dat is precies waarmee ABN Amro rekening houdt.

Hoe is Simba opgezet?

De gekozen constructie zorgt ervoor dat ABN kunstmatige verliezen lijdt, die de bank vervolgens kan afschrijven bij de Belastingdienst.

Het broertje van Simba is in Amsterdam gevestigd en heet Simba Finance bv. Deutsche Bank leent in totaal 2 miljard euro aan de Simba’s: 550 miljoen aan de Luxemburgse Simba, 1450 miljoen aan de Nederlandse. Uiteindelijk vloeit er 500 miljoen euro door naar boven; daarmee koopt ABN Amro zijn eigen obligatie.

Beide leningen van Deutsche bank zijn gekoppeld aan een beursindex die door Deutsche Bank zelf is samengesteld. Als het goed gaat met de index, zal het rentepercentage voor de bank omlaag gaan en verdient ABN Amro aan de transactie. Als het slecht gaat met de index, dan gaat het rentepercentage omhoog. In de Simba-transactie is dat maximaal 8 procent, veel hoger dan de rente op de geldmarkt. Dan levert de constructie een aanzienlijk verlies op voor de Nederlandse Simba, maar de afspraak met Deutsche Bank is dat zij die verliezen op zich zal nemen.

Wat betreft de Luxemburgse Simba: dankzij de complexe structuur is het mogelijk dat ABN Amro het verlies daar in als fiscale aftrekpost kan opvoeren, zonder dat dit tot een zichtbaar verlies voor de bank zal leiden.

Het is bovendien een asymmetrische constructie: ze is met een hefboom ontworpen, zodat een verlies op de index extra hoge rentekosten oplevert dat, dankzij de kunstmatig gecreëerde fiscale aftrekposten, extra voordelig voor de bank zal uitpakken. En dus: extra nadelig voor de Nederlandse Belastingdienst.

De bank loopt geen markt- of kredietrisico. De risico’s die er wel zijn: een slimme inspecteur van de Belastingdienst die de truc doorziet en afkeurt, en de schade aan de reputatie van de bank als de constructie onverhoopt bekend wordt.

Lees verder Inklappen

Niet aan de Belastingdienst voorleggen

Hans van Horzen is directeur van de afdeling Tax bij ABN Amro. Hij beoordeelt of de Simba-transactie in de haak is. Hij was zelf ooit belastinginspecteur en maakte na een jarenlang verblijf bij KPMG in 1998 de overstap naar ABN Amro. In een interview uit 2008 vertelt hij over zijn ervaringen met het ministerie van Financiën toen hij als belastingadviseur bij KPMG werkzaam was.

‘Ze lieten me dan schoorvoetend binnen en keken me aan alsof ik een soort oplichter was,’ zegt Van Horzen. ‘Nu, als tax director van ABN Amro, zwaaien de deuren op het ministerie voor me open en krijg ik een kopje koffie. Met de Belastingdienst zijn de verhoudingen altijd goed geweest.'

Voor de deal waar hij in januari 2011 zijn goedkeuring aan geeft, hoeft hij niet eens bij de Belastingdienst op de koffie, vindt hij. Volgens Van Horzen hoeft Simba niet aan de fiscus te worden voorgelegd. Zijn argumentatie, blijkens documenten die Follow the Money heeft ingezien: het betreft een normale bedrijfsactiviteit. Er wordt funding voor de bank verworven, en als er sprake is van een ‘normale bedrijfsactiviteit’, hoeft de fiscus niet eerst een vinkje te zetten. Als daaraan wordt voldaan en het ook ‘binnen het goedgekeurde risicobeleid van de bank’ past, hoeft ook de enig aandeelhouder – de Nederlandse overheid – niet te worden ingelicht. De afdeling risicobeheer van Wietze Reehoorn en de afdeling compliance, die onder leiding staat van de onervaren Caroline Princen, zijn dezelfde mening toegedaan.

‘Een structured finance transactie moet in een wereld zonder belastingen nog steeds voordeel bieden’ – Tax Policy Paper van ABN Amro

De vraag is hoe serieus Van Horzen en team-Zalm de interne ‘tax policy’ nemen. In het vertrouwelijke Tax Policy Paper van ABN Amro staat beschreven aan welke richtlijnen de bankiers zich moeten houden. Vanzelfsprekend wordt er ook een hoofdstuk gewijd aan structured finance-transacties. Die moeten aan de ‘hoogste standaarden’ voor verantwoordelijk en prudent bankierschap voldoen. Ze moeten de toets der kritiek van zowel de fiscus als de samenleving kunnen doorstaan.

Dat betekent dat ze alleen mogen worden uitgevoerd indien er werkelijk een valide bedrijfsgrondslag is, en niet slechts een aantrekkelijk belastingvoordeel. Oftewel: ‘Een structured finance transactie moet in een wereld zonder belastingen nog steeds voordeel bieden.’ En: elke transactie moet van te voren worden gescreend, om te bepalen in welke mate zij voldoet aan de zogenoemde substance over form-eis. Voldoet een constructie daar niet aan, dan bestaat het risico dat de Belastingdienst later besluit de gecreëerde fiscale aftrekposten af te wijzen.

‘Fiscaal trapezewerk’

Follow the Money legde de constructie voor aan hoogleraar belastingrecht Jan van de Streek. Hij spreekt van een structuur ‘waar de agressieve fiscale planning vanaf druipt’. 

‘ABN Amro is blootgesteld aan het risico van een hoog oplopende rentelast en daarmee in potentie een grote fiscale aftrekpost,’ zegt Van de Streek. ‘Normaal zijn kosten die je maakt natuurlijk aftrekbaar, ook hoge kosten. Maar in dit geval hebben de hoge rentekosten een kunstmatig karakter omdat ze tot een verlies lijden dat uiteindelijk economisch niet wordt geleden. Als de indexlening slecht uitpakt voor Simba, is het verlies via de fiscale eenheid aftrekbaar bij ABN Amro.’

‘De kans dat een rechter door deze agressieve vorm van belastingplanning heen prikt en het geheel als fraus legis beoordeelt, schat ik op ten minste 70 procent’

‘Ingebakken in de constructie is echter dat de schuld aan de Deutsche Bank, die het verlies financiert, aan het einde van de rit niet hoeft te worden terugbetaald door Simba. Door fiscaal trapezewerk wordt voorkomen dat de eerder afgetrokken verliezen fiscaal weer worden teruggenomen bij Simba of ABN Amro. De Deutsche Bank lijkt er ook goed uit te springen, want die is gecompenseerd door een hoge rente. De kans dat een rechter door deze agressieve vorm van belastingplanning heen prikt en het geheel als fraus legis beoordeelt, schat ik op ten minste 70 procent.’

Het oordeel van de Leidse hoogleraar druist volledig in tegen dat van belastingadviseurs Loyens & Loeff, het kantoor dat ABN Amro in 2011 inhuurde om een legal opinion over Simba te geven. Het kantoor levert begin 2011 een 21 pagina’s tellend document. Volgens Loyens & Loeff is het ‘hoogst onwaarschijnlijk’ dat de fiscale autoriteiten de constructie, of onderdelen ervan, als fraus legis zullen aanmerken.

De kans bestaat dat de aan de beursindex gekoppelde lening een positief resultaat laat zien. In zijn legal opinion schat Loyens & Loeff die kans op groter dan 50 procent. Dat betekent dat er ook minstens 50 procent kans is dat er, in een wereld zonder belastingen, een bestaansgrond is voor de transactie en dat de bank zich kan beroepen op een bedrijfsgrondslag voor de constructie. Daarom meent Hans van Horzen dat hij Simba niet aan de fiscus hoeft voor te leggen.

Goldman Sachs en Pumbaa

De instantie die de transacties goedkeurt, is het Investment Committee. Niemand van de raad van bestuur heeft er zitting in, maar de commissie heeft wel mandaat om over de complexe en mogelijk riskante structured finance-transacties te oordelen. Twee weken voordat Zalm Anshu Jain ontvangt, krijgt de raad van bestuur de notulen van de vergadering van deze commissie.

Dat is slechts ter informatie. De risicoprocessen lijken niet op orde: de transactie hoeft niet ter goedkeuring aan de raad van bestuur en de toezichthoudende rvc te worden voorgelegd. Dat moet pas vanaf een drempelwaarde: wanneer er sprake is van een investering met eigen geld van 50 miljoen of meer. Een lening van 2 miljard euro via een agressieve fiscale structuur via Luxemburg valt daar niet onder. Team Zalm vindt het ook niet nodig tijdens de vergadering vragen te stellen over de aard en risico’s van deze transactie. Simba wordt ‘voor kennis aangenomen’.

De ‘drempelwaarde’ is ook de reden dat NL Finance Investments (NLFI), de stichting die namens de Nederlandse staat het belang in ABN Amro beheert, niet wordt geïnformeerd. Dat er een obligatie van 500 miljoen wordt uitgegeven, wordt binnen de bank weliswaar voorgelegd aan de daarvoor bestemde commissie van de rvc – de Risk & Capital Commissie – maar hen wordt niet verteld dat deze uitgifte onderdeel zal uitmaken van een complexe belastingstructuur.

Wietze Reehoorn, de chief risk officer van ABN Amro – hij moet de risico’s van de bank als geen ander in beeld hebben – zegt tegen Follow the Money dat hij ‘pas achteraf bij het dossier betrokken is geraakt’. Hij vermoedt pas ‘vanaf 2013/2014’.

Uit documenten blijkt echter dat Reehoorn op 6 december 2011 bij de raad van bestuur hoogstpersoonlijk de tweede Lion King-transactie toelicht: Pumbaa, vernoemd naar het knobbelzwijn uit de Disneyfilm. Ditmaal gaat het om een deal met de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs. De transactie heeft vrijwel dezelfde structuur, die via Luxemburg naar Amsterdam loopt, alleen koopt ABN Amro nu voor 1 miljard euro eigen leningen in. Goldman Sachs verschaft daarvoor in totaal 2,17 miljard aan leningen en ook die zijn gekoppeld aan een fictieve beursindex. 

Pas in het najaar van 2015 worden de Lion King-transacties een prominent onderwerp in de raad van bestuur en de raad van commissarissen. Maar dan is er al veel bij de bank gebeurd.

’Zero tolerance’

In maart 2015 onthult Het Financieele Dagblad dat ABN Amro enkele maanden eerder vrijwel de gehele top van het filiaal in Dubai naar huis heeft gestuurd. De reden: grootschalige fraude bij de private banking desk, die onder de verantwoordelijkheid van bestuurslid Chris Vogelzang valt. De publicatie van de zakenkrant luidt een zeer roerige maand in, net nu de beursgang van de staatsbank aanstaande is.

Zalm schrijft Dijsselbloem direct dat binnen de bank een ‘zero tolerance-beleid wordt toegepast om de naleving van alle toepasselijke regels te waarborgen’

Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) haast zich te zeggen dat de toestanden in Dubai niet tot uitstel van ABN Amro’s herintroductie op het Damrak zullen leiden. Zalm schrijft Dijsselbloem direct een brief waarin hij meldt dat binnen de bank een ‘zero tolerance-beleid wordt toegepast om de naleving van alle toepasselijke (interne, lokale en internationale) regels, waaronder de hoge standaarden voor klantacceptatie en -transacties, te waarborgen’.

De brief is net verzonden wanneer een nieuwe rel losbreekt: uit het jaarverslag van de bank blijkt dat zes van de zeven leden van de raad van bestuur – Zalm is de uitzondering – een flinke salarisverhoging krijgen. Het nieuws leidt tot verhitte discussies en politieke debatten, waardoor Dijsselbloem zich eind maart genoodzaakt ziet de beursgang voorlopig af te blazen.

Een dag na die bekendmaking is het opnieuw raak. Het Financieele Dagblad onthult dat de staatsbank van toezichthouder De Nederlandsche Bank een onvoldoende krijgt voor de aanpak van corruptierisico’s, zo blijkt uit een vertrouwelijke brief waar de krant de hand op wist te leggen. 

Het is de zoveelste compliance-kwestie die de bank parten speelt. Caroline Princen, onder wier verantwoordelijkheid de compliance valt, heeft nota bene een half jaar eerder ook al – in overleg met Zalm – een gezamenlijk witwasonderzoek van de bank en Justitie getorpedeerd. Zalm was bevreesd voor slechte publiciteit, zo zal onderzoek van Follow the Money later uitwijzen.

Naheffingen

Dijsselbloem benadrukt dat ‘rust en vertrouwen’ cruciaal zijn om de beursgang later dat jaar alsnog doorgang te laten vinden. Maar dan dreigen nota bene ambtenaren van zijn eigen ministerie roet in het eten te gooien.

In de nazomer van 2015 meldt de Belastingdienst zich bij ABN Amro. De inspecteur heeft de Simba- en Pumbaa-transacties eens goed tegen het licht gehouden. De aan de indices van Deutsche Bank en Goldman Sachs gekoppelde leningen hebben zware verliezen veroorzaakt, en daarmee riante fiscale aftrekposten opgeleverd. De fiscus wenst niet langer akkoord te gaan met deze aftrekposten. ABN Amro zal de daardoor te weinig betaalde belasting alsnog moeten afdragen, en de positieve kasstromen uit de toekomstige aftrekposten kan de bank wegstrepen. In totaal kan dat oplopen tot een post van honderden miljoenen.

De kwestie komt op 5 november – vijftien dagen voor de geplande beursgang – in de vergadering van het Audit Committee aan de orde. Zalm, Reehoorn en cfo Kees van Dijkhuizen zijn aanwezig en horen een meer dan verbaasde Rik van Slingelandt, voorzitter van de raad van commissarissen, informeren naar de gesprekken met de Belastingdienst. Hoe kan het dat er mogelijk voor honderden miljoenen naheffingen zullen volgen? Hoe komt het dat de raad van commissarissen hier niets van afweet? Zalm houdt zijn mond. Van Dijkhuizen antwoordt dat het kwesties uit het verleden zijn, maar dat blijkt al snel niet te kloppen.

Wanneer Reehoorn wordt gevraagd of het transacties voor klanten waren, antwoordt hij bevestigend. Ook dat blijkt niet te kloppen. Reehoorn moet dan toegeven dat ABN Amro zelf de klant was en dat het een transactie betrof waarin de bank voor eigen rekening had opgetreden – als principal

Van Slingelandt concludeert dat de transacties bewust zijn opgeknipt, waardoor de raad van commissarissen zich geen beeld heeft kunnen vormen van de risico’s. Hij voelt zich misleid en roept de volgende ochtend om half acht de gehele raad van commissarissen bijeen voor een spoedvergadering. Er zal grondig onderzoek moeten plaatsvinden. Commissaris Olga Zoutendijk zal dat onderzoek leiden, besluit de raad van commissarissen.

‘Een verkeerde inschatting’

Alle verslagen, notulen, voorstellen inzake de Lion King-transacties worden verzameld. De interne veiligheidsafdeling van ABN Amro, Security Intelligence Management (SIM), wordt ingezet om forensisch onderzoek te doen.

Michael Enthoven, voorzitter van staatsaandeelhouder NLFI, is onaangenaam verrast wanneer hij over Simba en Pumbaa te horen krijgt. Hij is van mening dat de bank de afspraken in het Memorandum van Overeenstemming heeft geschonden. Dit type structured finance-transacties passen niet in de normale bedrijfsuitoefening en het gematigde risicobeleid van de bank.

Elf jaar na het afsluiten van de Simba-transactie beaamt Gerrit Zalm dat. Hij stelt dat de bank mogelijk ‘een verkeerde inschatting’ heeft gemaakt, nadat Follow the Money hem er vragen over stelt. Paste de transactie bij het risicoprofiel van de bank? Zalm: ‘Met the benefit of hindsight zeg ik: dat past niet.’ In 2011, toen hij Anshu Jain de hand schudde, drong dat kennelijk niet tot hem door, dat gebeurde later pas. ‘Nadat duidelijk was hoe het in elkaar stak. Nadat ook de Belastingdienst bezwaar maakte.’

De governance is volgens de raad van bestuur formeel correct gevolgd en de transacties voldeden aan de interne regels die toen golden

In februari 2016, toen de uitkomsten van het onderzoek naar Simba en Pumbaa met de commissarissen in een vergadering van het Risk & Capital Committee worden besproken, trok hij echter een andere conclusie. Zalm en de overige leden van de raad van bestuur concluderen, ondanks een lijvig rapport waarin alle feiten over de agressieve belastingplanning rond de twee fundingtransacties worden beschreven, tot de conclusie dat er niets aan de hand is. De governance is volgens hen formeel correct gevolgd en de transacties voldeden aan de interne regels die toen golden. Een beroep op het zero tolerance-beleid is niet relevant, want er speelde volgens team-Zalm niets.

Zalm acht het nu logisch dat hij destijds zo tegen de zaak aankeek: ‘Uiteraard verdedig je het belang van de bank,’ zegt hij. ‘Maar als je de film zou hebben teruggedraaid, dan zou je dat risico niet hebben gelopen.’

De voormalige bestuursvoorzitter licht zijn standpunt nader toe: ‘Toen probeerden we de belangen van de bank te verdedigen, ook jegens de Belastingdienst. Het bleek dus een transactie met risico’s te zijn. Als je je dat van te voren goed had gerealiseerd, had je die risico’s niet genomen. Wat niet wilt zeggen dat je niet probeert die transactie te verdedigen. Je gaat niet onnodig financieel schade aan de bank toebrengen. Je interne lijn moet consistent zijn met de verdediging richting fiscaliteit.’

Uiteindelijk onthult Het Financieele Dagblad eind november 2016 de omvang van de fiscale naheffingen die verband houden met Simba en Pumbaa: 142 miljoen euro.

‘Geen concrete informatie, geen antwoorden’

Voormalig commissaris Annemieke Roobeek kijkt met gemengde gevoelens terug op de kwestie-Lion King: ‘We opereerden in deze zaak als RvC in een dikke mist, waar je geen greep op kreeg. Er was geen gedetailleerde informatie vooraf en er kwamen later geen antwoorden op concrete vragen. Het risico op reputatieschade werd niet meegenomen, het ging om geld verdienen.’ Roobeek vraagt zich af waar het ‘moreel kompas’ van de raad van bestuur op stond afgesteld. ‘Het was stuitend om te zien dat de raad van bestuur, met Zalm voorop, wel luisterde, maar bewust niet handelde. Voor hen was alle informatie wel beschikbaar, maar die werd de raad van commissarissen bewust onthouden.’

Roobeek: ‘Het probleem was het falend leiderschap van Gerrit Zalm in het hart van het interne bancaire functioneren. Door de raad van commissarissen niet te betrekken bij dergelijke complexe constructies, ondermijnde hij onze toezichthoudende functie. Hij heeft als bestuursvoorzitter niet actief gehandeld op onze vragen en er was niemand in de raad van bestuur die er weerstand tegen bood.’

‘Het probleem was het falend leiderschap van Gerrit Zalm in het hart van het interne bancaire functioneren.’

'Het was een zeer complex dossier waar de raad van commissarissen en met name Olga Zoutendijk enorm veel tijd aan heeft besteed om de waarheid – voor zover dat echt lukte met de beperkt verkregen informatie – boven tafel te krijgen,’ zegt voormalig commissaris Frederieke Leeflang. ‘Dat werd haar niet in dank afgenomen door Zalm en Reehoorn en heeft ook geleid tot spanningen. Het was niettemin haar taak en die van de RvC. Zoutendijk heeft hetgeen werd aangetroffen ook aan de toezichthouders gemeld. Als raad van commissarissen hebben wij nadien zeer expliciet gemaakt dat (soortgelijke) belastingconstructies absoluut niet toelaatbaar waren en zeker niet voor de toekomst.' 

‘Deze agressieve belastingconstructies kwamen eind 2015 aan het licht,’ laat voormalig (president-)commissaris Olga Zoutendijk weten. ‘Ik heb toen grondig onderzoek gedaan en misstanden gevonden. Ik heb aan de bel getrokken, ook bij De Nederlandsche Bank als toezichthouder, maar consequenties bleven uit. Ik was niet de enige in de raad van commissarissen die zich zorgen maakte over risicovolle en onverantwoorde praktijken onder leiderschap van Gerrit Zalm. Meer wil ik niet zeggen op dit moment, misschien dat ik dat later nog eens doe.’

Reacties en wederhoor

ABN Amro:

De bank laat weten dat het ‘niets heeft toe te voegen’ aan wat de bank eerder over de transacties naar buiten heeft gebracht. Dat hoogleraar belastingrecht Jan van de Streek stelt dat er waarschijnlijk sprake is van ‘fraus legis’, is volgens de bank ‘geen feit, en is gedeeltelijk ook speculatief’. ‘Feit is dat ABN AMRO de fiscale gevolgen van de transacties in 2015 en 2016 met de belastingdienst in goed overleg heeft besproken en afgestemd.’

Ministerie van Financiën:

‘Zoals bekend heeft de Belastingdienst een fiscale geheimhoudingsplicht en doet zij geen uitspraken over individuele belastingplichtigen. Het is aan (het bestuur van) de bank om haar fiscale beleid vorm te geven. De minister staat hierbij als aandeelhouder op afstand. In algemene zin geldt voor alle bedrijven in Nederland, maar in het bijzonder voor staatsdeelnemingen en banken, dat zij dienen te voldoen aan wet- en regelgeving en dat zij zich daarbij bewust dienen te zijn van hun maatschappelijke positie en niet de randen van de wet dienen op te zoeken.

In de Relationship Agreement met NLFI staat: “geen goedkeuring is vereist voor besluiten omtrent: structured finance transacties, voor zover deze transacties vallen binnen de normale bedrijfsuitoefening, en binnen de het goedgekeurde risicobeleid van de vennootschap”.’

De Nederlandsche Bank:

‘Vanwege de wettelijke toezichtvertrouwelijkheid mogen wij niet ingaan op vragen over individuele instellingen. In algemene zin kunnen wij wel zeggen dat wij meldingen altijd serieus nemen en een onderzoek zullen instellen als wij daar aanleiding toe zien.’

Gerrit Zalm:

Zalm verwijst FTM in tweede instantie door naar ABN Amro. Hij geeft geen commentaar op de bevinding dat hij in 2011 inhoudelijke kennis had van het project Simba en later ook Pumbaa.

Lees verder Inklappen