© JanJaap Rypkema

ABN Amro was ook als staatsbank betrokken bij internationale dividendfraude

  • De AFM toets van prospectussen is louter formeel. Hoe zou de AFM moeten weten wat daar inhoudelijk in moet staan?
  • Brorhilker stelt de officier (??) steeds vragen. De ABN neem ik aan.
  • Wie ook weer?
  • Het ontgaat me volkomen.

Bij weinig banken werd de frauduleuze CumEx-handel zo fanatiek bedreven als bij de staatsbank ABN Amro. Het ministerie van Financiën had daar sinds 2006 gedetailleerde kennis over. Maar ook nadat het ministerie in 2008 eigenaar werd van ABN Amro, bleef de bank willens en wetens betrokken bij transacties waarmee belastingdiensten ernstig werden benadeeld. Het ministerie heeft de kennis van de fraude niet met de minister gedeeld en liet de CumEx-handel ongemoeid.

Het is 2 juli 2014 wanneer de Duitse officier van justitie Anne Brorhilker het verzoek tot een inval bij de Nederlandse staatsbank ABN Amro van een stempel voorziet. Brorhilker geeft leiding aan een team dat een 51 pagina’s tellend rechtshulpverzoek heeft opgesteld, dat naar het Landelijk Internationaal Rechtshulp Centrum (LIRC) in Zoetermeer wordt verstuurd. Het verzoek bevat gedetailleerde informatie over het strafrechtelijke onderzoek naar een van de grootste financiële schandalen uit de Duitse geschiedenis: de CumEx-fraude. Daarbij werd de Duitse belastingdienst tussen 2001 en 2016 voor tenminste 31,8 miljard euro benadeeld. Tientallen banken zijn bij het schandaal betrokken. Ze opereren vanuit Londen, Abu Dhabi, Luxemburg, Dubai, Basel en ook Amsterdam en hebben enorme bedragen aan de Duitse staatskas weten te onttrekken. Sinds de fraude in 2011 door de Duitse belastingdienst is ontdekt, zijn in vier Duitse deelstaten strafrechtelijke onderzoeken gestart. De Keulse hoofdofficier van justitie Brorhilker, uit de deelstaat Nordrhein-Westfalen, gaat het meest voortvarend te werk. Zij wil bij tientallen banken invallen doen en ABN Amro prijkt hoog op haar lijst.

In de eerste pagina’s van het rechtshulpverzoek wordt gedetailleerd uit de doeken gedaan hoe de frauduleuze transacties werken en hoe ze in listig samenspel tussen banken, investeerders en pensioenfondsen zijn opgezet. Het doel van de verdachten was dividendbelasting terug te vorderen bij de Duitse fiscus, hoewel ze wisten dat de voorwaarden voor teruggaaf ontbraken. Volgens de Keulse hoofdofficier is de Nederlandse staatsbank via het onderdeel Clearing bij de fraude betrokken. Brorhilker wil dat kantoorruimten in het Amsterdamse hoofdkantoor van ABN Amro worden doorzocht, bewijsstukken in beslag worden genomen en een verhoor van getuigen plaatsvindt.

Via het LIRC in Zoetermeer belandt het Duitse verzoek bij het ministerie van Justitie en het ministerie van Financiën. Dat zorgt onmiddellijk voor een bijzondere situatie: het ministerie van Financiën is sinds september 2008 immers de formele eigenaar van ABN Amro. Op het hoogtepunt van de financiële crisis werden Fortis Bank Nederland en de delen van ABN Amro die eerder door het Belgische Fortis waren overgenomen genationaliseerd. Daar hing een fors prijskaartje aan: 21,7 miljard euro, opgebracht door de Nederlandse belastingbetalers. Er is de overheid veel aan gelegen dat geld op een of andere manier weer in de schatkist terug te laten vloeien. Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem is van oordeel dat een beursgang daartoe de beste oplossing is. In augustus 2013 – een klein jaar voor het rechtshulpverzoek – sprak hij al nadrukkelijk de wens uit het bedrijf binnen niet al te lange tijd weer een publieke notering te bezorgen. De minister heeft daarbij een belang: een zo groot mogelijke opbrengst voor de schatkist binnenhalen. Nieuws over mannen in zwarte jassen met grote witte letters ‘FIOD’ op de rug die het hoofdkantoor van ABN Amro betreden, komt daarbij zeer ongelegen.

De FIOD voelt nattigheid

Beursgang of geen beursgang, de directeur van de FIOD, de opsporingsdienst van de Belastingdienst – ressorterend onder het ministerie van Financiën – laat het ministerie van Justitie op 1 september 2014 weten geen bezwaar te hebben tegen het Duitse rechtshulpverzoek. Bovenaan de brief staat in hoofdletters: SPOED!

Via zijn internationale netwerk vangt Stefan Stanciu de eerste zorgelijke geluiden op

De FIOD is al jaren bekend met CumEx-transacties die de Duitse staat zoveel schade hebben berokkend. Sterker: de opsporingsdienst weet tot in detail hoezeer een bedrijfsonderdeel van de huidige staatsbank daar in het verleden munt uit heeft weten te slaan. De door de Duitse justitie als crimineel aangemerkte transacties werden jarenlang vanuit hartje Amsterdam verricht. Op enkele tientallen meters van de Dam, op Rokin 55, was Fortis Global Securities Lending & Arbitrage (Fortis GSLA) gevestigd. Deze afdeling hoort vanaf eind jaren negentig bij de toonaangevende Europese spelers op het gebied van lenen en uitlenen van aandelen. GSLA speelt in op kleine oneffenheden in de markt en probeert daar winst mee te maken. Deze tak van sport wordt in de bankenwereld ‘arbitrage’ genoemd. Bankiers hebben ook gaten in fiscale wetgeving ontdekt, en daar wordt vol op ingespeeld. En daar wordt risicoloos heel veel geld mee verdiend. ‘Dividendarbitrage’ noemen ze dat, al zijn er insiders die het ‘diefstal’ noemen. De FIOD heeft GSLA al sinds het begin van de eeuw in het vizier. De dienst weet dat er met ingewikkelde fiscale transacties heel veel geld wordt verdiend, maar kan de vinger er niet precies op leggen. Pas enkele jaren later wordt de FIOD duidelijk hoe Fortis GSLA in de champions league van de internationale CumEx-handel is beland.

Bankier Stefan Stanciu krijgt eind 2004 door dat er iets vreselijk mis gaat bij zijn werkgever Fortis GSLA. Het is nota bene zijn eigen afdeling, Structured Products, waar de ellende zich voordoet. Stanciu is een Fransman met Roemeense wortels en werkt sinds 2002 bij Fortis. Op zijn kaartje staat Senior Equity Derivatives Trader. Via zijn internationale netwerk vangt Stanciu de eerste zorgelijke geluiden op. Vrienden die in Londen bij grote banken werken, vragen hem over de enorme posities die zijn relatief kleine afdeling opbouwt met het lenen van aandelen. Ze willen weten waarom Fortis bereid is prijzen te betalen die boven het marktniveau liggen.

Niet veel later hoort Stanciu van een collega van de afdeling Custody hoezeer die hem benijdt dat hij bij Structured Products zit; de collega zou er veel voor overhebben als hij met Stanciu’s baas Frank Vogel zou kunnen samenwerken. De collega beschrijft Vogel als een fantastische handelaar die in staat is miljoenen te verdienen zonder daarbij enig risico te lopen. Dat doet hij steeds zo rond april, wanneer de grote beursgenoteerde bedrijven dividenden aan hun aandeelhouders uitkeren.

Stanciu wil weten hoe zijn baas binnen een tijdsbestek van enkele dagen risicoloos miljoenenwinsten voor de bank kan boeken en begint een onderzoek. Al snel valt hem op dat bij het opzetten van de ‘risicoloze’ transacties de vaste telefoonlijnen van de bank worden gemeden. De gesprekken via deze toestellen worden standaard opgenomen en daar lijkt geen behoefte aan te zijn. In plaats daarvan worden mobiele telefoons gebruikt. En het gaat steeds om grote transacties waarbij voor miljarden aan posities worden ingenomen in aandelen als Deutsche Bank en de Zwitserse farmaceut Novartis.

Hij berekent dat ongeveer 75 procent van de inkomsten van Fortis GSLA uit frauduleuze transacties afkomstig is

Binnen enkele maanden komt Stanciu tot de conclusie dat hier een fiscale zwendel van ongekende proporties gaande is. De slachtoffers zijn vooral de Duitse en Zwitserse belastingdiensten, die via groots opgezette CumEx-transacties dividendbelasting terugbetalen zonder dat die ooit is geïnd. Het gaat om vele tientallen miljoenen euro. Ook de Nederlandse fiscus draagt bij aan de extreme winstgevendheid van de afdeling Structured Products van Fortis GSLA. Stanciu ziet hoe er via CumCum-transacties miljoenen wordt verdiend aan het strippen van dividendbelasting van Shell en Unilever. Hij berekent dat ongeveer 75 procent van de inkomsten van Fortis GSLA uit frauduleuze transacties afkomstig is.

De raming van de Fransman worden onder meer gestaafd door de gepubliceerde cijfers van de bank. Fortis GSLA valt tot 2005 onder de afdeling Information Banking. ‘Strong Q2 trading results in Information Banking due to seasonality,’ meldt het Fortis-jaarverslag van 2004. In het zogenoemde dividendseizoen dat in het tweede kwartaal valt, verdiende de afdeling 104 miljoen euro. Het kwartaal ervoor en erna is het resultaat ruim 80 procent lager.

Fortis GSLA is het meest winstgevende onderdeel van de bank en het managementteam dat onder leiding van Frank Vogel staat, sleept bijgevolg elk jaar miljoenenbonussen binnen. Vogel hoort bij best verdienende werknemers van heel Fortis. Hij verdient zelfs ruimschoots meer dan topman Jean Paul Votron.

De eerste CumEx-klokkenluider

Ook Stanciu verdient goed bij de bank, maar vindt dat de fraude tegen alle principes van het ethische bankieren indruist. In februari 2005 besluit hij zijn bevindingen binnen de bank te melden. Hij neemt een hogere manager in Brussel in vertrouwen; die adviseert hem gebruik te maken van de klokkenluidersregeling binnen Fortis. Met instemming van Stanciu deelt de Brusselse manager de melding met Filip Dierckx, lid van de raad van bestuur van Fortis, en met Anthony Smith-Meyer van de afdeling compliance. Stanciu bespreekt de kwestie de volgende ochtend met de compliance officer en spreekt af dat hij twee dagen later naar Brussel zal komen om de melding toe te lichten. Dat maakt hem tot de eerste CumEx-klokkenluider.

Zes uur later wordt Stiancu door Vogel ontslagen en mag hij onder begeleiding van manager Bas Cohen het gebouw verlaten. De volgende ochtend zit Stanciu in Brussel tegenover vier mensen om zijn verhaal te vertellen; hij krijgt te horen dat hij bescherming geniet onder de binnen Fortis geldende klokkenluidersregeling. Van de compliance-afdeling zal hij na deze ontmoeting nooit meer iets horen en de bescherming die hij via de klokkenluidersregeling zou krijgen, blijkt een wassen neus. Stanciu kan definitief naar een andere baan omzien.

‘Pas nadat duidelijk werd dat de melding van Stanciu niet op onregelmatigheden duidde, is zijn ontslagprocedure voltooid,’ liet de persvoorlichter van Fortis in 2006 aan het zakenblad Quote weten. De CumEx-transacties die Stanciu aan het licht had gebrachte, waren volgens de bank legaal. ‘De economische achtergrond van deze transacties is dat er gebruik wordt gemaakt van een fiscale mogelijkheid die voordeel op kan leveren,’ stelde Fortis in 2006. ‘Het in Duitsland gehanteerde settlementsysteem maakt het technisch mogelijk dat professionele marktdeelnemers dividend belasting terugvorderen, geheel of gedeeltelijk (afhankelijk van jurisdictie) over dezelfde aandelen.’

Er kon geen twijfel over bestaan: CumEx was volgens de bank volkomen legaal

‘Sommige dingen in de financiële wereld klinken gek en lijken raar,’ zei Frank Vogel in 2006 tegen Quote. ‘Maar als het loopt als een eend en het kwaakt als een eend, ja sorry, dan is het gewoon een eend.’ De vermeende legitimiteit werd onderstreept door zijn toenmalige advocaat Remco Verkerke. Er kon geen twijfel over bestaan: CumEx was volgens de bank volkomen legaal. Verkerke: ‘Nico Zwikker, de directe compliance officer van GSLA, ging zelfs mee naar klanten om uit te leggen dat de transacties in de haak waren.’

De nieuwe staatsbank en (oud)politici

Diezelfde Nico Zwikker wordt later hoofd compliance van ABN Amro, en mag vanaf 2009 helpen de nationalisatie van de bank in goede banen te leiden. Als hoofd van de compliance-afdeling beoordeelt Zwikker of de activiteiten van de staatsbank overeenstemmen met de geldende wet- en regelgeving. Hij moet dus nagaan of de staatsbankiers zich netjes gedragen en geen onoorbare fratsen uithalen. Dat is een belangrijke taak. Nederlandse burgers zijn daar sinds financiële crisis van 2008 bezorgder over dan ooit. Het waren immers de banken die de crisis hadden veroorzaakt en vervolgens door belastingbetalers moesten worden gered. De nationalisatie van ABN Amro had de Nederlandse belastingbetaler liefst 21,7 miljard euro gekost. Zwikker zou, als voormalig compliance-officer van GSLA, terdege op de hoogte moeten zijn van de reputatierisico’s die de frauduleuze CumEx-handel met zich mee kon brengen: een staatsbank die belastingdiensten willens en wetens benadeelt, speelt een uiterst gevaarlijk spel.

De grote operatie om de genationaliseerde onderdelen van Fortis en ABN Amro te integreren wordt geleid door voormalig minister van Financiën Gerrit Zalm. Hij heeft eerder als hoofdeconoom en als financieel directeur bij de in moeilijkheden verkerende DSB Bank van Dirk Scheringa ruim een jaar bancaire ervaring opgedaan. De DSB is in vergelijking met ABN Amro een piepkleine bank, maar volgens minister Wouter Bos is Zalm de ideale man om de Nederlandse delen van Fortis in de staatsbank te integreren. Een van die onderdelen is dus Fortis GSLA, dat in 2006 Global Securities Financing Group (GSFG) is gaan heten.

Zalm lijkt de juiste achtergrond te hebben om korte metten te maken met frauduleuze CumEx-praktijken binnen de staatsbank. Als minister van Financiën was hij de baas van de FIOD. De opsporingsdienst is uitstekend op de hoogte van wat zich allemaal bij Fortis GSLA heeft afgespeeld: begin 2006 mocht Stefan Stanciu op uitnodiging van de FIOD het verhaal over de CumEx-zwendel uitgebreid uit de doeken doen, zegt zijn toenmalige raadsman tegen FTM. De FIOD bevestigt dat zij destijds door de klokkenluider zijn geïnformeerd over de CumEx-transacties bij Fortis. Zodoende was de kennis over het frauduleuze handelen van een onderdeel van de nieuwe staatsbank binnen het ministerie van Financiën – de nieuwe eigenaar van de bank – dus ruimschoots aanwezig. Onbekend is of die kennis ook met de politiek verantwoordelijke mensen werd gedeeld.

‘Dat is voorzover ik mij kan herinneren, niet aan mij voorgelegd. Maar u weet ook dat het geheugen zeer feilbaar is’

‘Ik ken het schandaal uit Duitsland, uit de media, en daar houdt het mee op,’ zegt Jeroen Dijsselbloem, voormalig minister van Financiën, over CumEx. ‘Ik weet niet of ABN Amro of onderdelen van de bank zich daarmee bezig hebben gehouden. Dat is voorzover ik mij kan herinneren, niet aan mij voorgelegd. Maar u weet ook dat het geheugen zeer feilbaar is.’

Of Gerrit Zalm als minister van Financiën wellicht zélf kennis van de CumEx-handel had? ‘Dat zou ik niet durven zeggen,’ zegt hij tegen FTM. ‘Dat viel destijds in de portefeuille van de staatssecretaris.’ Zalm bedoelt Joop Wijn (CDA). Voor hij staatssecretaris werd, werkte Wijn vier jaar voor ABN Amro; nadat hij in 2007 de politiek verliet, werd hij opnieuw bankier, nu bij de Rabobank. In 2009 haalt Zalm hem naar ABN Amro, waar Wijn plaatsneemt in het transitieteam dat de nationalisatie in goede banen moet leiden. Wijn treedt in april 2010 toe tot de raad van bestuur van de bank en wordt de baas van ABN Amro Corporate Banking. Zo wordt hij de directe leidinggevende van Bas Cohen, manager van ABN Amro GSFG (het vroegere GSLA); via een manager ertussen rapporteert hij aan Wijn. Ook de ABN Amro Clearing Bank onder valt onder Wijns verantwoordelijkheid. En dat is precies het onderdeel waarvoor de Duitse justitie in 2014 zoveel belangstelling heeft dat zij de Amsterdamse kantoren van deze bankdivisie wil laten doorzoeken. Wijn laat weten dat hij niets kan zeggen omdat hij aan geheimhouding is gebonden.

Wat is precies de rol van een clearingbank?

Bij de meeste financiële transacties is er behoefte aan clearing en settlement, het afwikkelen van mutaties. Bij clearing worden soortgelijke transacties tegen elkaar weggestreept, zodat er een saldo kan worden berekend. Bij transacties tussen meerdere partijen is het wenselijk als een centraal aanspreekpunt tegoeden en tekorten bijhoudt. Het klinkt ingewikkeld, maar het principe is alledaags.

Heeft een studentenhuis een gemeenschappelijke pot voor huishoudelijke uitgaven, dan zal elke deelnemer soms iets toevoegen aan zijn saldo (als er boodschappen zijn gedaan); als er gegeten is, gaat er iets van het saldo af. Een clearingbank houdt al die mutaties realtime bij, zodat iedereen altijd weet wat zijn saldo is (de ‘huislijst’). Dit is de definitie van ‘clearing’. Bij aandelen komt het voor dat een bank meerdere koop- verkoopopdrachten indient voor een bepaald aandeel, terwijl een andere bank dit ook doet. Een clearing house zorgt ervoor dat orders aan elkaar gekoppeld worden, zodat ze snel en veilig kunnen worden afgewikkeld.

Settlement’ is het daadwerkelijke afwikkelen en juridisch rechtsgeldig maken van transacties. De deelnemers aan het systeem moeten erkennen dat het saldo dat de clearingbankopgeeft klopt, en storten als er tekorten zijn. De clearingbank moet in dat geval daadwerkelijk geld bewaren; dat kunnen contanten of girale gelden zijn. Een custodian of ‘bewaarbedrijf’ zorgt voor de administratieve bewaring van gelden en waardepapieren, zoals aandelen waar dividend op wordt betaald. Een bank kan ook verantwoordelijk zijn voor clearing – dus berekeningen uitvoeren voor derden – zonder dat zij de onderliggende stukken echt beheert.

Een bedrijf als de ABN Amro Clearing Bank (AACB) kan dus meerdere diensten aanbieden rondom de aandelenhandel, zeker als het enorme transacties zijn die in een flits afgewikkeld moeten worden – kenmerkend voor dividendstrippen. Uit het strafdossier hebben we geleerd dat de AACB bekend stond als een bank voor handelaren die wilden strippen. Voor een succesvolle, grote stripactie kan de AACB nog twee andere diensten aanbieden: de verkoop van het derivaat en eventueel zelfs een krediet.

Bij strippen verkoopt een buitenlandse aandeelhouder zijn stukken aan een handelaar die wil strippen. Om dat te laten slagen, moet de aandeelhouder die dividend terugvraagt in hetzelfde land zitten. Daarom spreken twee aandelenhandelaren af dat ze stukken tijdelijk verkoper aan de handelaar die in het thuisland zit. Laten we er een echt voorbeeld bijpakken, dat komt uit boekhouding van Deutsche Bank. Een voor ons onbekende Duitser (we noemen hem Günther) heeft daar een aandelenrekening met veel aandelen Aegon, de Nederlandse verzekeraar.

In een zeker jaar is Aegon voornemens om eind april dividend uit te keren. Günther heeft 5.716.000 aandelen Aegon. Tegen een koers toen van 10,325 euro zijn die 59 miljoen waard. Günther is zeer vermogend, of mogelijk is hij een professionele partij, zoals een pensioenfonds.

Omdat Aegon op het punt staat een paar dubbeltjes dividend per aandeel uit te keren, zeggen we dat het aandeel ‘zwanger’ is van de dividenduitkering. Günther verkoopt nu de aandelen ‘cum’ (met) dividend aan de Nederlander. Aegon betaalt de Nederlander het dividend en houdt daar 15 procent op in, het percentage voor de dividendbelasting. In dit voorbeeld gaat het om 514.440 euro. De Nederlander kan dat meteen terugvragen van de fiscus. Als de verkoop vlak voor het dividend betalen niet was gebeurd, dan had deze teruggaaf niet gedaan kunnen worden. Door de snelle verkoop die geen ander doel dient dan in te spelen op de teruggaaf van dividendbelasting, is de Nederlandse overheid hier voor 514.440 euro benadeeld.

De koop van aandelen die toevallig net ‘zwanger’ zijn van dividend, is natuurlijk niet verboden, laat staan opvallend. Wat de banken wél had moeten opvallen, is dat de betreffende aandelen een paar dagen later weer worden verkocht aan dezelfde eigenaar, in dit geval Günther. Maar de bank verdient ook aan het terugverkopen.

Een clearing bank zorgt dus voor clearing, het koppelen van mensen en hun transacties; het settlement, de daadwerkelijke juridische afwikkeling; en vaak ook het custody, het administratieve bewaren van de aandelen. Als het aandeel door dit kanaal van A naar B zijn verplaatst, moet het ook weer terug: dat wordt geregeld met het derivaat, een zogeheten future voor de Over-The-Counter (OTC) markt. Dat is de niet gereguleerde markt voor grote partijen, buiten de bekende optie- en aandelenbeurzen om. De future, een contract tot leveren van aandelen, zorgt ervoor dat Günther exact hetzelfde aandelenpakket weer terugkrijgt, tegen een gunstige prijs. Zo profiteert hij ook een beetje, een beloning voor het meedoen aan de hele opzet.

Maar AACB (of ABN Amro) deed meer. In dit voorbeeld koopt de Nederlander voor 59 miljoen euro aan aandelen, maar dan moet hij dat geld wel even op zijn rekening hebben. Uit het strafdossier maken we op dat een beperkte club banken, zoals ABN Amro en het Australische Macquarie, handelaren van krediet voorzagen als ze die 59 miljoen euro niet hadden. Voor het opzetten van dit hele kanaal, een noodzaak voor een succesvolle stripactie, vraagt de bank natuurlijk een vergoeding en bij een krediet een forse rente. Uit de voorbeelden die we hebben ingezien – en die Justitie in Duitsland tot actie hebben aangezet – blijkt dat banken ver wilden gaan.

Lees verder Inklappen

Compliance en risicoprofielen

Als ABN Amro had gewild, had de bank – zodra zij staatsbezit werd – kunnen stoppen met het strippen van dividenden en het faciliteren van dit type transacties van klanten. Maar dat deed de bank niet. Hoewel Duitsland in 2007 en 2009 wettelijke maatregelen treft om CumEx tegen te gaan, resteren er nog steeds mogelijkheden om de risicoloze winsten op te strijken waarmee de belastingdiensten worden benadeeld. Van die mogelijkheden tot het uitvoeren van ‘dividendarbitrage’ maakt onder andere de ABN Amro-afdeling van Bas Cohen gretig gebruik.

Pas in november 2012 wordt afscheid genomen van de zogenoemde ‘Delta One Trading Desk’ waar Cohen leiding aan geeft. Delta One is feitelijk een voortzetting van de frauduleuze arbitrage-praktijken die bij Fortis GSLA tot ontplooiing kwamen. Een woordvoerder van de bank liet de vakwebsite Securities Lending Times in januari 2013 weten dat de bank grote risico’s liever meed. ‘We hebben besloten dat Delta One-arbitrage niet langer bij ons risicoprofiel past.’ Voor mensen die snappen hoe Delta One-arbitrage werkt, is dat het toppunt van ironie. De essentie van de CumEx-handel is immers dat er risicoloos geld wordt verdiend – ten koste van de belastingdiensten.

Zakenbank Macquarie zag ABN Amro als een concurrent die in staat was om  ‘maatwerk’ te leveren voor CumEx-transacties

Ook na de nationalisatie blijft de bank een actieve speler in het financieren van CumEx-deals, zo blijkt onder andere uit het Duitse strafdossier waarvan FTM grote delen kan inzien. De Australische zakenbank Macquarie zag in ABN Amro een van de weinige concurrenten die in staat waren om het benodigde ‘maatwerk’ te leveren om CumEx-transacties te financieren. Uit het strafdossier blijkt tevens dat de ABN Amro Clearing Bank ook na de nationalisatie nog altijd transacties afhandelt die gerelateerd zijn aan CumEx en CumCum. Aan het hoofd van de clearing bank staat bovendien een manager die daar al sinds eind jaren negentig werkt. Hij weet exact hoe het CumEx- en CumCum-spel wordt gespeeld en hoe er geld mee wordt verdiend. Daarnaast bezit de staatsbank nog een trits dochters die actief betrokken zijn bij het dividendstrippen en waarbij de ABN Amro Clearing Bank ook een rol speelt. Een daarvan is de Luxemburgse vennootschap Kirchberg Investment Management SARL. Dat bedrijf wordt bemand door een team dat al jaren in de CumEx-handel actief is en zijn sporen bij Fortis GSLA ruimschoots heeft verdiend. De mannen – Frank Hodyas en Paul White – zijn voorts persoonlijk bevriend met Bas Cohen, manager van ABN Amro GSFG en de Delta One Trading Desk.

Ook Nico Zwikker, hoofd compliance, kent Hodyas en White nog goed uit de tijd dat hijzelf CumEx-transacties bij klanten aanprees. Hodyas en White nemen in april 2010 een aantal dochters van ABN Amro over, waaronder Kirchberg. Ze doen dat via een zogenoemde management buy-out. Daarmee staan deze directe dividendstripactiviteiten voor het eerst buiten de bank. Dat betekent echter niet dat ABN Amro het spel opgeeft. ABN Amro Clearing Bank blijft, onder het toeziend oog van Zwikker, met de dividendstrippende ex-dochters zakendoen door de transacties te af te wikkelen en zelfs te financieren. En daar worden bij CumEx-deals doorgaans zeer royale transactievergoedingen voor betaald.

De Duitse officier van justitie Brorhilker stelt in haar rechtshulpverzoek over bewijzen te beschikken die aantonen dat ABN Amro Clearing Bank betrokken is bij CumEx-handel. Het betreft effectentransacties die de bank heeft uitgevoerd voor fondsen die door de hoofdverdachten worden gebruikt om de Duitse belastingdienst te misleiden. Het rechtshulpverzoek bevat een overzicht van mensen en vennootschappen die door de Duitse justitie als hoofdverdachten worden gezien. Op die lijst staan ook enkele klanten van de ABN Amro. Bijvoorbeeld de Brit Grenville Solomon, een van de directeuren van Zeta Financial Partners (ZFP) uit Dubai. ZFP bankiert ook bij de vestiging van ABN Amro in het emiraat, zo blijkt uit de stukken die in bezit zijn van FTM.

De bank gaat naar de beurs

De zwarte jassen van de FIOD hoeven niet bij ABN Amro Clearing Bank (AACB) aan de Amsterdamse Gustav Mahlerlaan binnen te vallen. Het verzoek wordt door een officier van justitie van het Functioneel Parket afgewezen. Hij meent dat een vrijwillige informatieoverdracht volstaat. Nadat een zevenkoppige delegatie van ABN Amro onder begeleiding van top-advocaat Joost Italianer de vordering in ontvangst heeft genomen, krijgen de FIOD-medewerkers op 24 oktober 2014 uiteindelijk een harddisk met informatie overhandigd die ze naar Keulen kunnen sturen. De door Brorhilker gewenste getuigenverhoren gaan niet door. Twee van de bankiers blijken niet voor de AACB te werken en een ander is actief voor de Londense tak van de clearingbank. Dat blijkt een valide reden om een verhoor te kunnen afwijzen. Als de officier van justitie ze wil horen, zal ze een nieuw rechtshulpverzoek moeten indienen. In Engeland.

Zes dagen later blaast minister Dijsselbloem de geplande beursgang van de bank af

In maart 2015 bericht Het Financieele Dagblad over fraude bij het kantoor in Dubai. Bijna de gehele top van het ABN Amro-kantoor is ontslagen: ze zouden hebben meegewerkt aan fraude door Indiase private-bankingklanten. Minister Dijsselbloem is niet door de bank op de hoogte gesteld van de affaire in Dubai. Anderhalve week later verschijnt het jaarverslag van de staatsbank; er ontstaat commotie wanneer blijkt dat zes van de zeven topbestuurders bij de bank een salarisverhoging hebben gekregen. De publieke verontwaardiging is groot: het gaat hier om een staatsbank. Minister Dijsselbloem zegt dat salarisverhogingen juridisch zijn te verdedigen, ‘maar moreel is het slecht te begrijpen.' Zes dagen later blaast hij de geplande beursgang van de bank af. Dat besluit kan op politieke bijval rekenen, ook van Dijsselbloems partijgenoot Henk Nijboer (PvdA): ‘Een ABN op eigen benen moeten we kunnen vertrouwen. Dat gaat duidelijk niet vanzelf. Terwijl medewerkers worden ontslagen en ondernemers moeilijk krediet krijgen, stelt de top het eigen financieel gewin voorop.’ Later treedt ABN Amro-commissaris Peter Wakkie terug en zien de bestuurders af van hun beloning.

Gerrit Zalm blijkt tussendoor ook nog eens een brief van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) te hebben gehad, onthult het FD diezelfde maand: ABN Amro krijgt een 'onvoldoende' voor de aanpak van corruptierisico's. ‘Integriteit is dé risicofactor voor banken,’ schrijft de krant later. Na een opmerkelijk korte periode neemt Dijsselbloem eind mei toch het besluit om de bank nog voor het einde van het jaar naar de beurs te brengen.

Ruim voor de beursgang, op 11 augustus 2015, komt weer een werknemer ABN Amro in opspraak. ‘Justitie verdenkt ABN-bankier van miljoenenfraude,’ schrijft Het Financieele Dagblad. Die bewuste bankier is Willem Pieter V., directeur bij de ABN Amro Clearing Bank. Volgens de bank zouden de activiteiten van V. ‘buiten het zicht’ hebben plaatsgevonden. Wat het FD niet weet, is dat de acties van de ABN-bankier verband houden met dividendstrippen, zo laten anonieme bronnen FTM recentelijk weten. Een woordvoerder van het Openbaar Ministerie bevestigt dat: ‘In het onderzoek waar je naar informeert gaat het om een verdachte die in het buitenland, met in het buitenland beursgenoteerde fondsen, winst heeft behaald met transacties aangaande dividendstripping.’

De Keulse officier van justitie heeft inmiddels haar aandacht gevestigd op de Duitse tak van de AACB in Frankfurt. Op 27 oktober 2015 krijgt de clearingbank het verzoek haar inzage te geven in de handelsdata van een aantal vennootschappen die gelieerd zijn aan hoofdverdachte Zeta Financial Partners (ZFP) Dubai. De bank belooft te zullen meewerken.

ABN Amro maakt al wel  een reservering van 150 miljoen euro voor eventuele claims

Op 27 oktober klinkt ook het officiële startschot voor de beursgang van ABN Amro. Over de belangstelling van de Duitse justitie voor ABN Amro Clearing Bank is nog niets uitgelekt; ook het beursprospectus meldt er niets over. Onder het kopje ‘Discussions with tax authorities in Switzerland and Germany’ wordt wel kort melding gemaakt van de CumEx-activiteiten die de betreffende belastingdiensten grote schade hebben berokkend:

De Groep [ABN Amro, red.] heeft informatieverzoeken van autoriteiten ontvangen met betrekking tot dergelijke klantcontacten in het verleden, en het kan niet worden uitgesloten dat de Groep in de toekomst mogelijk wordt beïnvloed door officiële onderzoeken. De Groep zou kunnen worden onderworpen aan verzoeken om belasting en rente te betalen, evenals mogelijke andere sancties, die van materieel belang kunnen zijn.

Er is al een reservering van 150 miljoen euro gemaakt voor eventuele claims. Wat niet in het prospectus staat, is dat ook onderdelen van de bank zelf – met name Fortis GSLA en de ABN Amro Clearing Bank – direct betrokken zijn geweest bij CumEx-transacties. Wel wijst het prospectus op de dividendarbitrage-activiteiten van twee buitenlandse dochters, een in Duitsland en een in Luxemburg. Die dochters waren inmiddels verkocht. Hoe ze heetten en wanneer ze werden verkocht, vermeldt het prospectus niet; vragen van FTM daarover wenst ABN Amro niet te beantwoorden. Door eigen onderzoek achterhaalt FTM wie de Luxemburgse dochter is: Kirchberg Investment Management. En die dividendstrippende dochter doet ten tijde van de beursgang nog gewoon zaken met de ABN Amro Clearing Bank.

In Duitsland besteedt de pers dan al enkele jaren veelvuldig aandacht aan CumEx, en is duidelijk dat de jacht op de fraudeurs is ingezet. Maar in Nederland is er geen journalist of analist die het onderwerp op de agenda zet. De passages in het prospectus vallen niemand op.

De beursgang op 20 november 2015 is volgens Gerrit Zalm een ‘mijlpaal’. De introductie verloopt naar tevredenheid en de bank is na ruim zeven jaar weer terug op de Amsterdamse beurs. De verkoop van de eerste 20 procent van de aandelen van de bank levert de schatkist 3,3 miljard euro op.

De Luxemburgse dochter

De beantwoording van de vragen die Brorhilker vlak voor de beursintroductie aan de clearingbank in Frankfurt stelde, verloopt minder voortvarend. Ondanks de toezegging dat de bank volledig zou meewerken, blijkt dat in de praktijk niet gemakkelijk te zijn. Eind november, een maand na haar verzoek inzage te krijgen in de handelsdata van ZFP Dubai, krijgt officier Brorhilker van ABN Amro Clearing Bank Frankfurt te horen dat de Amsterdamse en Londense collega’s geen data kunnen leveren. Verschaffing daarvan druist volgens de bank in tegen het Nederlandse en Britse recht. Als ze die data wil krijgen, zo suggereert de AACB in Amsterdam en Londen, heeft Brorhilker een rechtshulpverzoek nodig.

De bank heeft ‘ineens’ waargenomen dat er handelstransacties plaatsvinden die tegen de ‘principles of fair and orderly trading’ ingaan

De Keulse officier laat zich niet uit het veld slaan. In januari 2016 klopt ze opnieuw aan bij de AACB, nu met vragen over een serie vennootschappen die in 2010 nog volle dochters van de ABN Amro waren, waaronder Kirchberg Investment Management uit Luxemburg. In februari 2016, een maand nadat Brorhilker weer bij de bank aanklopte, legt ABN Amro Clearing Bank juist deze Kirchberg-bedrijven handelsbeperkingen op. De bank heeft ‘ineens’ waargenomen dat er handelstransacties plaatsvinden die tegen de zogeheten ‘principles of fair and orderly trading’ ingaan. Oftewel: de Kirchberg groep voert zaken uit die geen daglicht kunnen velen.

Twee weken later verbreekt de bank de relatie met de groep Kirchberg-vennootschappen. In haar opzeggingsbrieven stelt de AACB dat Kirchberg handelsstrategieën hanteert die onverenigbaar zijn met het risicoprofiel van de bank. Ze doen er aan ‘dividendstrippen’, stelt ABN Amro. Maar de voormalige dochterbedrijven van ABN Amro voeren deze strategieën al vele jaren zo uit. De bank heeft daar nooit een probleem van gemaakt; die heeft tot nu toe altijd alle transacties afgewikkeld en gefinancierd. Aangezien het bestaan van de Kirchberg-groep gebaseerd is op deze handelspraktijken, nemen ze een driest besluit: ze slepen de ABN Amro voor de rechter.

Op 25 februari 2016 kruisen in de Amsterdamse rechtbank de ABN Amro en een aantal van voormalige dochters de degens. Kirchberg heeft tot eind juni de tijd om een andere clearingbank te vinden, tot die tijd eist de groep ‘dat het AACB in elk geval zal worden verboden verdergaande beperkingen op te leggen dan zij de afgelopen vijf jaar jegens de Kirchberg Group in praktijk heeft gebracht.’ Zonder die garantie vreest de Kirchberg-groep voor de continuïteit van haar bedrijf, zo blijkt uit het vonnis van de rechtbank. ABN Amro verzet zich tegen die eis: zij ‘wenst geen activiteiten te faciliteren die verband kunnen houden met dividendstripping. Dat is handel in aandelen die belastingontwijking beoogt. In Nederland en ook in andere Europese landen wordt deze handel in toenemende mate bestreden. De fiscus kan zich onder omstandigheden ook verhalen op degenen die de transacties hebben gefaciliteerd.’ De bank betoogt voorts dat ‘indien er sprake is van dreigende discontinuïteit, dat [komt] doordat de Kirchberg Group zelf door marktmisbruik en belastingontduiking maatschappelijk ongewenst gedrag vertoont.’

ABN Amro wordt door de rechter in het gelijk gesteld. De bank heeft immers ‘een eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid om te voorkomen dat ontoelaatbare transacties plaatsvinden’.

Commotie in Duitsland

Eind 2015, begin 2016 wordt in Duitsland duidelijk hoeveel banken bij het CumEx-spel zijn betrokken en welke schade de schatkist erdoor heeft opgelopen: circa 32 miljard euro. Het ‘dividendstrippen’ brengt de Duitse gemoederen steeds meer in beweging. Er worden politieke debatten gevoerd: de overheid moet zorgen dat het geld bij de banken wordt teruggehaald. In februari besluit de Bondsdag tot een parlementaire enquête.

De enquêtecommissie is hardnekkig. Ze weet vrijwel zeker dat die documenten bij ABN Amro moeten liggen

In augustus 2016 vraagt deze parlementaire onderzoekscommissie documenten op bij de vestiging van ABN Amro in Frankfurt. Op 17 augustus laat de bank via haar advocaat weten dat de betreffende documenten zich niet in Frankfurt of in Amsterdam bevinden. Maar de enquêtecommissie is hardnekkig. Ze weet vrijwel zeker dat die documenten bij ABN Amro moeten liggen. Op 8 september 2016 besluit de commissie het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken in te schakelen: dat moet aan Nederland vragen of ABN Amro bereid is de gevraagde documenten te leveren. Het verzoek valt uiteindelijk op de deurmat van het hoofdkantoor in Amsterdam. Maar ABN Amro reageert niet. Een woordvoerder van de bank laat FTM weten: ‘De bank is zeer terughoudend om op vrijwillige basis vertrouwelijke (klant, bank) informatie te verstrekken. Hier kunnen belangen van derden in het geding komen en forse aansprakelijkheidsrisico’s uit voortvloeien. Het verzoek waaraan FTM refereert was afkomstig van een openbare onderzoekscommissie (niet van een autoriteit) en had geen juridische grondslag.’

Ook de Duitse financiële toezichthouder Bafin komt in beweging en stuurt vele honderden banken en vermogensbeheerders een vragenlijst. Ook ABN Amro ontvangt de lijst. De hoofdvraag: heeft uw bank in de periode 2000-2012 rond dividenddatum transacties verricht waarbij er meerdere keren dividendbelasting werd teruggevorderd?

Het nieuws over de vragenlijst van de toezichthouder wordt in Nederland opgepikt: de Telegraafonthult in maart 2016 dat ABN Amro voorkomt op een lijst van banken die zich mogelijk hebben beziggehouden met dividendfraude. ‘Van justitie heeft de bank naar eigen zeggen niks te vrezen,’ schrijft de krant. ‘“Wij zijn in deze kwestie niet onder verdenking gesteld,” aldus een woordvoerder. Maar volgens ingewijden speelde ABN Amro een veel duisterder rol dan het nu doet voorkomen.’ Ook Het Financieele Dagblad heeft het nieuws over de grootschalige fraude met CumEx-transacties in het vizier. De woordvoerder van ABN Amro meldt 'in nauw en goed contact met de Duitse autoriteiten over deze kwestie' te staan en verwijst naar de reservering van 150 miljoen euro die in het beursprospectus stond vermeld.

In november volgt meer nieuws over frauduleuze praktijken bij de bank die nog steeds voor het grootste deel staatsbank is. Het Financieele Dagblad heeft documenten waaruit blijkt dat de Duitse vennootschap ‘Mainhattan Finance & Trading GmbH – het vroegere Fortis-onderdeel GSLA Finance Holding GmbH in Frankfurt – in oktober 2012’ voor 98 miljoen euro is aangeslagen door de Duitse fiscus wegens ‘illegaal dividendstrippen in de periode 2007-2009’. ABN Amro laat het FD wederom weten ‘in nauw en goed contact’ met de Duitse autoriteiten te staan. ‘We zijn transparant en werken volledig en constructief mee met de autoriteiten.’

Brorhilker is het beu

In Keulen zit iemand die daar anders over denkt. De vragen van officier van justitie over ZFP Dubai en de Kirchberg-vennootschappen vallen in droge aarde, die de bank slechts overgiet met verbale welwillendheid, zo blijkt uit de correspondentie die de Keulse officier van justitie in oktober 2017 met ABN Amro begon. Via andere bronnen weet Brorhilker dat de bank wel degelijk over de gezochte informatie beschikt, maar de bank traineert maandenlang. Brorhilker stelt de officier steeds vragen over de Kirchberg-groep: vennootschappen die eerder volle dochters waren. Wanneer ABN Amro opnieuw talmt, wordt Brorhilker het beu. Eind maart 2018 wijst ze ABN Amro erop dat weigerachtige getuigen door de politie gedwongen kunnen worden medewerking te verlenen. Dat heeft effect. De advocaat van de bank verontschuldigt zich en laat weten dat de bank intern niet heeft kunnen reconstrueren hoe de vergissing is gemaakt om zo lang te dralen.

Binnen het ministerie van Financiën was zowel voor als ten tijde van de nationalisatie gedetailleerde kennis voorhanden over de CumEx-transacties. FTM wilde weten of deze informatie tot op het hoogste niveau werd gedeeld. Werd minister Dijsselbloem ten tijde van de nationalisatie door zijn ambtenaren geïnformeerd over de frauduleuze praktijken binnen de bank? Wat heeft het ministerie ondernomen om de frauduleuze dividendarbitrage na de nationalisatie tegen te gaan? Niet veel, zo blijkt uit de antwoorden die FTM van het ministerie ontving. ‘De informatie waar FTM naar verwijst is nooit gedeeld met de minister omdat de afdelingen die indertijd bij de nationalisatie betrokken waren er niet mee bekend waren.’

Op de vraag of Gerrit Zalm en Joop Wijn, oud-bestuurders van ABN Amro, tijdens hun bewindsperiode bij het ministerie van Financiën zijn geïnformeerd over de frauduleuze praktijken bij het toenmalige Fortis, komt geen eenduidig antwoord: ‘In zijn algemeenheid geldt dat bewindspersonen niet actief betrokken zijn bij fiscale aangelegenheden van individuele belastingplichtigen.’

Reactie ABN Amro:

‘We werken volledig mee aan de onderzoeken van de autoriteiten en we zijn transparant,’ laat de ABN Amro-woordvoerder bij herhaling weten.

De mededelingen in het prospectus over ABN Amro Clearing Bank gaan niet over het onderzoek van de Duitse officier van Justitie. Het betreft volgens de ABN Amro-woordvoerder ‘een algemene beschrijving van risico’s van het clearing bedrijf en is niet specifiek geschreven op het cum/ex dossier.’

‘De risico’s over het cum ex dossier die destijds bekend waren, zijn op een andere plek in die prospectus beschreven’ De woordvoerder verwijst daarbij naar 295 (en 296 red.).’

Op specifieke vragen wenst de bank niet in te gaan. ‘Het onderzoek van de Duitse autoriteiten loopt nog. Als je specifieke vragen hebt, kun je je mogelijk tot hen richten.’

Jan Willem Hoevers van de Brauw Blackstone Westbroek, advocaat van ABN Amro:

‘Wij kunnen over individuele dossiers helaas geen mededelingen doen.’

Lees verder Inklappen
Reacties van genoemde mensen:

Jeroen Dijsselbloem en Gerrit Zalm, beiden voormalig minister van Financiën:

Over het rechtshulpverzoek over de gewenste inval bij de bank in 2014 kan oud-minister Jeroen Dijsselbloem zich niets herinneren en vragen over het prospectus zijn niet aan hem besteed. Dijsselbloem: ‘Ik kan daar geen antwoord op geven. Het kan zijn dat ik in mijn 5 jaar als minister van Financiën over CumEx ben geïnformeerd, maar dat weet ik niet meer.’

Gerrit Zalm laat weten dat hij kennis had van CumEx, van de vroegere CumEx-activiteiten van onderdelen van de bank en ook van de belangstelling van de Duitse justitie voor enkele van die onderdelen. ‘Wat misschien interessant is om te doen, is kijken wat daarover in het beursprospectus staat,’ zegt Zalm. Verder wil hij er niet op ingaan: ‘Ik zit niet meer bij ABN Amro. Vragen over de bank verwijs ik door naar ABN Amro.’

Joop Wijn (via de woordvoerder van zijn huidige werkgever Adyen):

‘Dhr. Wijn kan zich de journalistieke belangstelling voor dit onderwerp goed voorstellen en zou u ook graag van dienst zijn met de beantwoording van uw vragen, maar hij wordt daarin helaas beperkt door een geheimhoudingsplicht. Als voormalig staatssecretaris is hij gebonden aan een wettelijke geheimhoudingsplicht die onverkort van kracht is gebleven na afloop van zijn ambtstermijn (en secundair ook aan het staatsrechtelijke gebruik om geen publieke uitspraken te doen op het directe terrein van een ambtsopvolger).

Met betrekking tot ABN Amro is de heer Wijn gebonden aan een Non-Disclosure verplichting (zoals gebruikelijk bij ABN Amro) en aan het bankgeheim. De heer Wijn realiseert zich dat dit teleurstellend kan overkomen, maar hoopt op uw begrip voor de wettelijke beperkingen waarmee hij nu eenmaal te maken heeft. Hij laat weten altijd op een verantwoordelijke wijze te hebben gehandeld.

Twee openbare feiten kunnen voor uw aannames en duiding van belang zijn:

1: De heer Wijn werd pas per 1 juli 2010 operationeel verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken bij enkele voormalige onderdelen van Fortis Bank Nederland. Tot die tijd was hij (in de zg. transitie-fase voorafgaand aan de fusie) toebedeeld aan ABN Amro N-share. Hij maakte geen deel uit van de RvB van Fortis Bank Nederland en had geen zeggenschap over de bedrijfsvoering.

2: Het Tax-department viel gedurende de gehele periode onder de CFO.’

Voormalig hoofd compliance van ABN Amro Nico Zwikker:

Nico Zwikker zit in de auto en wordt verrast als FTM hem op 30 oktober belt met vragen over zijn rol bij Fortis GSLA. ‘Het is even wat moeilijk voor me en u verrast me een beetje,’ zegt Zwikker. Hij belooft terug te bellen. De vragen krijgt hij ook per mail toegestuurd. Terugbellen doet hij niet. Enkele dagen later zegt hij dat hij per mail zal reageren. Dat gebeurt niet. Zwikker krijgt twee keer een deadline toegestuurd. Na het overschrijden van de eerste antwoordt hij: ‘Ik ben mij nog aan het beraden.’ Lang na het verstrijken van de tweede deadline laat hij het volgende per mail weten: 'Na overweging van uw verzoek wil ik u graag in deze kwestie verwijzen naar mijn voormalige werkgever, ABN Amro.'

Lees verder Inklappen
Reacties van ministerie en toezichthouders:

De Autoriteit Financiële Markten (AFM):

Vraag van FTM: Is de toezichthouder nog steeds van mening dat het prospectus van ABN Amro de informatie bevatte waardoor beleggers een verantwoord oordeel konden vellen over de bank en de risico's die ze liep?

‘Het prospectus is door de AFM getoetst en vrijgegeven,’ zegt een woordvoerder. ‘Dat betekent dat we menen dat er voldoende informatie in staat om de markt goed te informeren.’

De Nederlandsche Bank (DNB):

DNB oefent prudentieel toezicht uit. Dat houdt in dat zij zich vooral bezighoud met de stabilieit van de financiële sector. Oftewel: ervoor zorgen dat banken niet omvallen. Het gedragstoezicht wordt door de AFM uitgevoerd. Binnen het wettelijk kader waarbinnen DNB opereert is er echter wel enige ruimte om gedragingen van financiële instellingen aan de orde te stellen. Ook DNB let erop dat deze bedrijven een integere en beheerste bedrijfsvoering kennen en heeft oog voor de maatschappelijke betamelijkheid waarmee deze organisaties te werk gaan.

Vraag van FTM: Het is FTM inmiddels duidelijk dat DNB goed van de CumEx handel op de hoogte was. Heeft DNB afgelopen 15 jaar Nederlandse financiële instellingen op enigerlei wijze trachten te ontmoedigen om deze handelsstrategieën uit te voeren? Op welke manier heeft DNB dat gedaan? Is DNB tevreden over de resultaten die het daarmee behaalde?

Antwoord DNB: 'DNB is de laatste vijftien jaar bij herhaling tegen transacties aangelopen, waarvan het duidelijk is dat die uitsluitend fiscaal gericht zijn en niet stroken met de geest van de wet. Wij hebben altijd laten blijken dat dit niet de bedoeling kan zijn.'

Ministerie van Financiën:

De genoemde informatie is opgenomen in het prospectus uit november 2015. In het prospectus is onder meer op pagina 295 informatie opgenomen over de gesprekken met de Duitse autoriteiten en de onderzoeken van de Duitse autoriteiten. In het prospectus is ook aangegeven dat er informatieverzoeken zijn geweest en dat ABN AMRO verzocht kon worden belasting te betalen. Ook in de jaarverslagen van 2015, 2016 en 2017 is informatie opgenomen over de gesprekken met de Duitse autoriteiten. In de jaarverslagen wordt aangegeven dat ABN AMRO hiervoor een voorziening getroffen heeft.

ABN AMRO dient op basis van het eerste lid van artikel 5:13 Wft alle gegevens in het prospectus op te nemen die van belang zijn voor het vormen van een verantwoord oordeel door potentiële beleggers. Dit betreft bijvoorbeeld gegevens over het vermogen, de financiële positie, het resultaat en de vooruitzichten van de uitgevende instelling. Verder dient in het prospectus vermeld te worden of de verantwoordelijkheid voor de in een prospectus verstrekte informatie berust bij de uitgevende instelling, haar leidinggevend of toezichthoudend orgaan of het bestuur, de aanbieder, de aanvrager van de toelating tot de handel op een gereglementeerde markt of de garant (artikel 5:13, derde lid, Wft).

In het geval van het prospectus van ABN AMRO lag de verantwoordelijkheid voor de inhoud van het prospectus bij de onderneming (zie ook pagina 128 van het prospectus). Om die reden was het prospectus in het proces richting beursgang in november 2015 geen onderdeel waarvoor goedkeuring van de minister noodzakelijk was. Het ministerie van Financiën was niet verantwoordelijk voor het prospectus en was er daarom beperkt bij betrokken. ABN AMRO heeft het prospectus voorafgaand aan publicatie in november 2015 gedeeld met het ministerie van Financiën. Het was niet de taak van de staat als aandeelhouder om voor te schrijven wat in het prospectus diende te worden opgenomen. De minister moest wel goedkeuring geven aan onder andere besluiten over het aantal te plaatsen aandelen, het vaststellen van de prijs en de allocatie van aandelen. De AFM toetst of het prospectus, conform de prospectusverordening, alle verplichte informatie bevat en of het prospectus consistent en begrijpelijk is.

Lees verder Inklappen

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Arno Wellens

Gevolgd door 1012 leden

Wandelende rekenmachine. Schrijft over de euro en belastingontduiking en kamerplanten.

Volg Arno Wellens
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Over de auteur

Eric Smit

Gevolgd door 1430 leden

Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

Volg Eric Smit
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Over de auteur

Siem Eikelenboom

Gevolgd door 226 leden

Siem Eikelenboom werkte eerder als onderzoeksjournalist bij Zembla, Nova en het Financieele Dagblad.

Volg Siem Eikelenboom
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

The CumEx Files

Gevolgd door 1748 leden

Hoe banken en brokers Europese belastingdiensten voor miljarden beroofden.

Volg dossier