Accountant is spil in graaicultuur

1 Connectie

Werkvelden

Accountancy
7 Bijdragen

Puinruimen in de ‘semi-publieke’ sector is zinloos zonder aanpak van bankier en accountant, betoogt Reijer Hendrikse.

De ‘bestuurderscultuur’ in de semipublieke sector ligt terecht onder vuur. Instellingen als Amarantis en Vestia hebben er een potje van gemaakt. Een fundamentele herijking is op zijn plaats. Echter, het woord semipublieke sector legt de nadruk op de publieke kant van de zaak. Zodoende blijft de keerzijde van de medaille impliciet onderbelicht. Dit kan leiden tot onvolledige analyses en halve maatregelen. Wat volgt is een correctie.

 
Het stimuleren van de marktwerking bereikte midden jaren negentig ook de publieke sector. Zo zijn er gedurende deze periode een kleine tweehonderd instellingen – waaronder onderwijsinstellingen en woningcorporaties – zogenaamd ‘op afstand’ gezet van de centrale overheid. De ideologische onderbouwing van dit beleid heet New Public Management: een menu van managementtechnieken uit het bedrijfsleven gericht op het ‘professionaliseren’ en ‘efficiënter maken’ van de publieke zaak. 
 
Onderdeel van deze filosofie is een zelfstandig financieel beleid en risicobeheer. Naast het dichtdraaien van de subsidiekraan kregen veel instellingen het vastgoed in eigen beheer – een verkapte bezuiniging op de Rijksgebouwendienst. Zodoende verminderde Den Haag haar financiële verplichtingen en werd de sector van de staat naar de markt gestuurd.
 
Spreadsheet-management
Een aantal bestuurders heeft er in dit krachtenveld een puinhoop van gemaakt. Echter, behoudens de zelfverrijkende regenten die de media domineren proberen de meeste bestuurders zich simpelweg staande te houden in een nieuwe wereld van risico, schuld en derivaten. Nieuwe managementlagen en functies zijn gecreëerd; treasury management is inmiddels net zo belangrijk voor een onderwijsinstelling als voor een multinational. 
 
Het gevolg? Kerntaken als onderwijs en zorg sneeuwen geleidelijk onder, overvleugeld door fusiedrift, nieuwbouwplannen en de onvermijdelijke spreadsheets bestaande uit key performance indicators en risicomanagement tools. Ondanks alle aanpassingen leert de realiteit dat een aanzienlijk aantal instellingen niet over de capaciteit beschikt om de bijkomende financiële risico’s te managen. En zodoende stuurt de zogenaamd ‘zelfstandige’ sector in werkelijkheid veelal op het advies van derden. 
 
Extern advies
Door het terugtreden van de staat is de speelruimte voor de bankier en accountant structureel verruimd. Onder het motto there is no alternative, zagen veel instellingen zich genoodzaakt extern advies en financiering in te winnen. Dit alles geschiedde in een breder kader van deregulering, wat heeft geleid tot het afzwakken van toezicht, wetgeving en aansprakelijkheid. 
 
Een voorbeeld: een beetje financiering komt tegenwoordig met een pakket renteswaps – contracten waarbij de variabele/vaste rente wordt ontkoppeld van de onderliggende lening en geruild wordt tegen een alternatieve rente. De speelruimte die banken genieten om risicovolle swaps te verkopen en manipuleren is groot. Het Libor-schandaal – het manipuleren van de interbancaire rente door de grootbanken – zegt alles.
 
Verbazingwekkend is dit echter niet. Tenslotte worstelt elke bankier per definitie met een belangenconflict in de dubbelfunctie van adviseur èn tegenpartij. Denkt de bankier in zijn adviserende rol in de eerste plaats aan de behoeften van de onderwijs- of zorginstelling? Of toch eerst aan de eigen bonus? In theorie dient de zorgplicht ervoor te zorgen dat de bank meedenkt met de klant. In de praktijk pakt het dikwijls anders uit. 
 
Honderden derivaten staan inmiddels bij tientallen semi-publieke instellingen in, of buiten, de boeken. De boekhoudkundige goocheltrucs om een eventueel verlies te verhullen zijn al even curieus. Bovendien liet de Autoriteit Financiële Markten onlangs weten dat accountantskantoren te weinig ‘specialisten’ inzetten om derivatenposities gedegen te beoordelen. Je vraagt je af waarom je ze inhuurt. Maar goed, het feit dat zelfs de accountant moeite heeft met het doorgronden van renteswaps spreekt natuurlijk boekdelen. Ook binnen de accountancy, in tegenstelling tot de bankier enkel in de rol als adviseur, is het vraag of de zorgplicht toereikend is om financieel leed te voorkomen. 
 
Financiële piraterij
Het recente onderzoek naar Amarantis is deels uitgevoerd door Ernst & Young. In een feitenonderzoek heeft Ernst & Young onder andere gekeken naar de tekortschietende rol van haar drie grote concurrenten gedurende de losgeslagen fusiedrift. Sinds het uitbreken van de financiële crisis is dit in heel Europa een terugkerend fenomeen: waar één accountantskantoor tekortschiet vraagt de overheid aan de ander hoe dit mogelijk was. Keer op keer blijkt dat de accountant in kwestie te gemakkelijk de cijfers heeft ondertekend. En keer op keer komen ze er mee weg. Hoe bestaat het? 
 
Accountants fungeren als externe toezichthouders op een onderneming. Zo dienen bedrijven in ruil voor beperkte aansprakelijkheid hun cijfers te laten toetsen om de transparantie te bevorderen en faillissement te beperken. Tot eind jaren negentig opereerden de grote accountantskantoren als general partnership, de Nederlandse vennootschap onder firma, en waren alle partners gezamenlijk aansprakelijk voor de handtekening. Dit zorgde ervoor dat accountants elkaar goed in de gaten hielden: een individueel foutje was kostbaar voor allen. Dit is inmiddels geschiedenis. Het genoemde feitenonderzoek van Ernst & Young Limited Liability Partnership (LLP) verraadt het al.
 
De LLP-rechtspersoon is eind jaren negentig bedacht door PricewaterhouseCoopers te Londen en vervolgens ingevoerd in de semi-Britse jurisdictie Jersey. Nadat de Londense accountants hadden gedreigd te verkassen naar dit financiële pirateneiland kon het Verenigd Koninkrijk moeilijk achterblijven.*
 
En zo opereren de grote accountants sinds de eeuwwisseling als een rechtspersoon die het beste van twee werelden combineert: de LLP biedt de voordelen van een partnership – minder belasting, toezicht en transparantie – in combinatie met beperkte aansprakelijkheid. En mocht de accountant tegenwoordig een oogje dichtknijpen dan zijn de andere partners niet langer aansprakelijk. Het is niet zonder reden dat grote boekhoudschandalen zich sinds de eeuwwisseling hebben voltrokken. De Britse LLP wordt in Nederland volledig erkend. 
 
Criminogeen
Puinruimen in de semipublieke sector is absolute noodzaak. Echter, een exclusieve focus op de ‘graaicultuur’ en het aanpakken van bestuurders zal het tij niet doen keren: de sector opereert grotendeels in een krachtenveld van nog altijd op hol geslagen bankiers. Het huidige semipublieke speelveld is criminogeen: het nodigt uit tot zelfverrijking bij zowel publieke als private spelers, en in de praktijk lijkt het vaak een samenspel. 
 
Ook de financiële crisis is veroorzaakt door een aantal in elkaar grijpende tandwielen: falend toezicht, het ontbreken van duidelijke spelregels en ontoereikende aansprakelijkheid voor bankier en accountant. In dit licht bezien overlapt puinruimen in de semipublieke sector grotendeels met schoon schip maken in de financiële sector. Dit maakt sceptisch: de crisis woekert ruim vijf jaar voort. En we zijn bar weinig opgeschoten. 
 
 
 
*Toegang tot wetgevers beperkt zich niet tot Jersey of de Kaaiman eilanden. Ook in een EU/eurozone lidstaat als Ierland zitten de grote accountants met de internationale grootbanken in de machtigste lobbyclub van het land, de IFSC Clearing House Group, en schrijven zij regelmatig mee aan financiële en fiscale wetgeving. De Ierse Finance Act is gedurende 2012 al ruim twintig keer aangepast. Je vraagt je af hoe deze lobby in een fiscale vrijhaven als Nederland geschiedt.