Beeld © JanJaap Rypkema

Ook in de Nederlandse collegezaal luistert de Partij mee

De ACSSNL is de grootste Chinese studentenvereniging van Nederland. Om ervoor te zorgen dat studenten zich hier thuis voelen, organiseert de vereniging zelfs datingevenementen. Maar aan die praktische hulp zit een keerzijde.

Dit stuk in 1 minuut
  • De ACSSNL helpt Chinese studenten in Nederland met allerlei praktische zaken, zoals het verkrijgen van huisvesting en een visum. Ook organiseert ze banenmarkten en nieuwjaarsborrels.
  • Het is een typische studentenvereniging, met één verschil: ze wordt gesponsord door de Chinese ambassade.
  • Als bestuurslid van de vereniging hopen studenten later carrière te maken in China, bij de Chinese overheid, de CCP of staatsbedrijven.
  • Door de nauwe banden met de ambassade opereert de vereniging als controle-apparaat voor overzeese burgers. Studenten worden aangemoedigd ‘verdachte activiteiten’ bij de ambassade te melden; critici van het regime houden hun mond uit angst voor represailles.
  • Internationale universiteiten zijn niet opgewassen tegen deze bedreiging van de academische vrijheid. Ze zorgen voor te weinig praktische begeleiding van Chinese studenten, waardoor ze de studenten in de richting van deze verenigingen duwen.
Lees verder
Frederique vraagt door

Wanneer Elzat bijna tien jaar geleden vanuit China naar Nederland verhuist, breekt voor hem een eenzame periode aan. De verschillen in cultuur zijn groot, Nederlands spreekt hij nog nauwelijks. Hij vindt maar moeilijk aansluiting bij de Nederlandse jongeren in zijn omgeving.

Als hij via WeChat ontdekt dat er in Nederland een vereniging bestaat voor Chinese studenten, weet hij: dit is zijn kans om nieuwe mensen te leren kennen. Ook de leuke feestjes en het vele gratis eten zijn voor hem als student mooi meegenomen.

De vereniging is er niet zomaar een. Met 17 afdelingen verspreid over 9 provincies is de Association of Chinese Students and Scholars in the Netherlands (ACSSNL) met afstand de grootste Chinese studentenvereniging in Nederland. Ze bestaat al zo’n dertig jaar en heeft zich tot doel gesteld zorg te dragen voor de ruwweg 4.500 Chinese studenten en 400 Chinese promovendi die in Nederland wonen. Daartoe organiseert de vereniging onder meer pingpongtoernooien, dimsumworkshops, banenmarkten en galafeesten.

Ook bij praktische zaken die je als Chinese student in Nederland moet regelen – denk aan huisvesting of een visum – biedt de ACSSNL hulp. Op haar website vinden studenten handige informatie over onderwerpen als het openbaar vervoer, verkeersregels en plekken waar je boodschappen kunt doen.

Zelfs in de liefde kan de vereniging haar leden een handje helpen. In 2018 bracht de ACSSNL Chinese studenten vanuit Utrecht, Leiden en Delft samen voor een speeddating-event. De leden lunchten samen en speelden bordspelletjes. Sloeg de vonk over, dan werden er nummers uitgewisseld.

Een vertrouwde en veilige plek voor Chinese jongeren die in Nederland hun weg moeten vinden, zo lijkt het. Maar achter de schermen is meer aan de hand. Studenten met een afwijkende mening zijn bang om zich uit te spreken. Degenen die dat wel doen, moeten vrezen voor de Chinese Communistische Partij.

Dossier

Dossier China

Wat betekent de opmars van China voor Nederland en Europa?

Volg dit dossier

Tranen voor het vaderland

Voor Elzat wordt al snel duidelijk dat de organisatie een strakke interne hiërarchie kent. ‘In de verenigingen hadden mensen geen respect voor elkaar,’ vertelt hij. ‘De voorzitters of secretarissen denken dat ze heel veel macht hebben. Ze behandelden ons niet als medemens, maar als werknemers.’

Hij herinnert zich in het bijzonder een confrontatie, toen hij hielp bij het organiseren van een klein festival. ‘We kwamen een product tekort. Dat was de schuld van een leverancier, maar de voorzitter gaf ons de schuld. “Waarom zijn jullie zo dom!”, schreeuwde hij.’

Als de bestuursleden van de ACSSNL iets vragen, dan kun je dat maar beter doen. Dat ervaart ook Ming, een andere Chinese student die in Nederland woont.

In oktober 2018 brengt de Chinese premier Li Keqiang een werkbezoek aan Nederland. De ACSSNL roept haar leden op om Li een warm welkom te geven, maar Ming voelt er weinig voor om met vlaggen te zwaaien en te zingen.

Maar de bestuurders van haar lokale vereniging geven het niet zomaar op. Tenzij je écht een goed excuus hebt, kun je er maar beter zijn, luidt de boodschap. Ming moet veinzen dat ze ziek is om onder de druk uit te komen.

Uiteindelijk zingen zo’n 150 Chinese jongeren Li toe bij zijn aankomst in Nederland. Patriottische liederen als ‘Ode aan het moederland’ en ‘Mijn moederland’ passeren de revue; grote spandoeken heten de premier namens de ACSSNL welkom.

Een ander evenement waarop Ming niet zit te wachten, maar waar ze zich toch gedwongen voelt heen te gaan: een filmavond ter ere van de 70e verjaardag van de Volksrepubliek op 1 oktober 2019. Bij 10 Nederlandse vestigingen van bioscoopketen Pathé draait die avond My People, My Country, een Chinese propagandafilm die speciaal voor de gelegenheid gemaakt is.

De film beschrijft in zeven korte verhalen de belangrijkste historische gebeurtenissen sinds de oprichting van de Volksrepubliek in 1949. Eén fragment speelt zich bijvoorbeeld af in 1997, tijdens de overdracht van Hongkong van het Verenigd Koninkrijk aan China. In de film zijn de bewoners lyrisch over hun ‘terugkeer’ naar het vasteland. Over de groep Hongkongers die helemaal niet op die hereniging zit te wachten, wordt met geen woord gesproken. 

Volgens Ming zaten mensen ‘met tranen op de wangen’ de film te kijken: ‘Zo geroerd waren ze door de zogenaamde grootheid van het vaderland.’

Nauwe banden met Beijing

Dergelijke uitingen van vaderlandsliefde komen vaker voor bij de ACSSNL. Zo bepalen de statuten van de vereniging dat de ACSSNL tot doel heeft ‘de leden aan te sporen hard te werken en het vaderland te dienen.’ Van leden van de lokale subverenigingen wordt verwacht dat zij ‘een warme liefde voor het vaderland koesteren en de goede naam en de eer van het vaderland stand houden.’

Niet geheel verrassend heeft de ACSSNL zeer nauwe banden met de Chinese overheid. Ze is onderdeel van een wereldwijd internationaal netwerk van ‘officieel erkende’ Chinese studentenverenigingen (CSSA’s) en ontvangt sponsoring van de Chinese ambassade in Den Haag.

Volgens de website van de ambassade is die sponsoring bedoeld voor het organiseren van bijzondere evenementen. De ambassade trekt de portemonnee onder andere voor een jaarlijks ‘talentforum en gala’, waar het Chinees nieuwjaar wordt gevierd.

Er komen meer overheidsinstanties op de evenementen en in de uitingen van de ACSSNL. Op haar website rekruteert ze bijvoorbeeld ‘talenten’ voor de Nanjing University of Aeronautics and Astronautics en de Nanjing University of Information Technology. Beide universiteiten staan internationaal bekend als instanties die gelinkt zijn aan het Chinese militaire apparaat en de veiligheidsdiensten.

In april 2021 organiseert de vereniging een online bijeenkomst waar Chinese studenten in Nederland zich alvast kunnen oriënteren op een toekomstige baan bij een bedrijf in China. Volgens de webpagina organiseert de ACSSNL het evenement samen met onder andere het Chinese ministerie van Onderwijs, de Chinese staatsomroep en de jongerentak van de Chinese Communistische Partij (CCP).

Voor Chinese studenten die een positie binnen een staatsbedrijf of de overheid ambiëren, kan een bestuursfunctie bij de lokale Chinese studentenvereniging bovendien een mooi opstapje zijn. Dat zegt Zhang, een PhD-student in het Britse Cambridge. Ook in die stad is een Chinese Students & Scholars Association; Zhang woont af en toe de evenementen bij. Vrienden en kennissen van hem zijn lid.

‘Ze bootsen de stijl na van Chinese bureaucraten of bedrijven,’ vertelt de PhD-student. ‘Dan zeggen ze dingen als “Chairman, please have your seat. Do you need anything? Do you want water?”’

De studentenverenigingen nemen niet alleen de gebruiken van de Partij over. Regelmatig zijn ook standpunten te horen die rechtstreeks uit Beijing lijken te komen.

Zo staan in de welkomstbrochure van de ACSSNL naast praktische tips ook advies voor studenten die ‘de eer van hun vaderland willen verdedigen’. Dat er ‘bepaalde uitspraken’ over het vaderland worden gedaan, is volgens de ACSSNL een gevolg van de snelle groei van China. De vereniging raadt haar nieuwe leden aan te ‘zeggen dat je trots bent op het vaderland en dat je hoopt dat China geaccepteerd en gerespecteerd wordt door het buitenland’.

Op haar sociale-mediakanalen geeft de vereniging zelf het goede voorbeeld. Wanneer China en de Filipijnen in 2016 ruziën over de eigendomsrechten van eilanden in de Zuid-Chinese Zee, roept de ACSSNL studenten op om hun handtekening te zetten onder een open brief die de Chinese positie verdedigt. Op Facebook noemt de vereniging het ‘de heilige plicht van elke Chinees om de nationale territoriale en maritieme soevereiniteit te verdedigen.’

Zwijgen uit voorzorg

In november 2019 verschijnt in het Groningse universiteitsblad UKrant een interview waarin een Duitse student vertelt over haar ervaringen tijdens de studentenprotesten in Hongkong. Die protesten gaan over een wetsvoorstel dat de uitlevering van ‘criminele verdachten’ aan het Chinese vasteland mogelijk maakt. De vrijheid van meningsuiting in de staat wordt daarmee drastisch ingeperkt.

In het interview laat de student zich kritisch uit over de harde wijze waarop de door Beijing aangestuurde oproerpolitie de jonge demonstranten aanpakt. De Groningse afdeling van de ACSSNL reageert woedend: ‘Geen enkele buitenlandse regering, organisatie of persoon heeft het recht zich te mengen in de interne Chinese overheidszaken,’ schrijft de vereniging in een statement op haar website.

Wanneer een anonieme Chinese student zich in diezelfde periode in de UKrant kritisch uitlaat over China, gaan in WeChat-groepen van de ACSSNL berichten rond van medestudenten die zijn identiteit willen achterhalen. ‘Kennen we niet nog een CCP-informant in Groningen?’, vraagt er één.

De opmerking is luchtig van aard, maar de onderliggende realiteit is dat niet. De Chinese regering beschouwt ook overzeese burgers als onderdeel van haar invloedssfeer. Critici van de CCP worden ook buiten China gevolgd en bedreigd, evenals ‘anti-Chinese groepen’ als Oeigoeren en Falun Gong-aanhangers. In China achtergebleven familieleden worden regelmatig geïntimideerd.

Dat weten de studenten hier in Nederland ook. Meerdere Chinese studenten vertellen FTM dat ze bang zijn om kritiek te uiten op de CCP. De Hongkongse Sarah gaat niet naar politieke evenementen over de onafhankelijkheid van Hongkong, hoe graag ze ook zou willen. Ze vermijdt alle contact met Chinezen en Hongkongers en houdt in de les haar mening over politiek gevoelige onderwerpen voor zich wanneer er een Chinese student aanwezig is.

Die zelfcensuur past ze vooral toe uit angst dat ze ooit gearresteerd zal worden. ‘Ik weet dat de autoriteiten Instagram-posts en vooral Facebook-posts bijhouden als bewijs, en dat lessen soms worden gemonitord. Als je dan een controversiële mening uit, kan dat worden gerapporteerd bij de Chinese autoriteiten,’ zegt ze. De nieuwe Nationale Veiligheidswet in Hongkong maakt het mogelijk om zware straffen uit te delen voor activiteiten die de macht van Beijing ondermijnen. Uit voorzorg doet Sarah er liever het zwijgen toe.

Elzat herkent Sarahs angst voor het Chinese regime: zijn Oeigoerse afkomst maakte dat hij moest vluchten uit China. Bij de ACSSNL voelde hij zich in eerste instantie veilig, zolang hij zijn afkomst maar niet verraadde. ‘Stockholmsyndroom,’ noemt hij het nu. ‘Een Han-Chinees meisje sprak zich in de groep uit tegen seksisme in vacatures van Chinese bedrijven. Dat was al een probleem,’ vertelt hij. ‘Ze kreeg veel bagger over zich heen, omdat ze “verwesterd” zou zijn. Laat staan dat ik daar zou aankomen met: “ik ben Oeigoer.”’

Toen hij kennissen uit de vereniging hoorde praten over Oeigoeren en ‘dat ze het verdienen om opgesloten te worden,’ durfde Elzat zeker niets meer te zeggen. Uiteindelijk stapte hij uit de vereniging: ‘Hoe kon ik hier de Chinese bevolking helpen, terwijl zij daar mijn mensen in concentratiekampen zetten?’

Klikken bij de ambassade

Deze week, op 30 juni 2021, publiceerde de ngo Human Rights Watch een lijvig rapport met de naam ‘They Don’t Understand the Fear We Have’. Daarin concludeert Human Rights Watch dat een kleine maar vocale groep Chinese extreem-nationalistische studenten in Australië verantwoordelijk is voor structurele bedreigingen en (cyber)pestgedrag aan het adres van Chinese studenten en academici met een ‘afwijkende’ mening. De angstcultuur die dat teweeg brengt, zorgt ervoor dat Chinese studenten en academici zelfcensuur plegen. Volgens de ngo doen de betreffende universiteiten in Australië niet genoeg om de academische vrijheid en de veiligheid van de studenten te waarborgen.

‘Van deze organisatie word je geen lid. Hij is zo dominant, je zit er gewoon in’

In het rapport komen studenten aan het woord die direct gemonitord, bedreigd en gechanteerd worden, zowel door de Chinese overheid als door hun medestudenten. De CSSA’s spelen daarin volgens Human Rights Watch een belangrijke rol: ze communiceren actief met de ambassade en verklikken 'dissidente' studenten.

Ook in Nederland komt het meermaals voor dat de ACSSNL haar leden oproept om ‘verdachte activiteit’ of ‘ruis’ van 'anti-Chinese krachten' te melden bij de ambassade. In één zo’n oproep, gedaan tijdens de protesten in Hongkong in 2019, haalt de vereniging de Universiteit van Busan (Zuid-Korea) aan als voorbeeld van hoe het moet. Aan die universiteit zouden Chinese studenten ‘aanstootgevende’ posters hebben gemeld bij de ambassade, waarna de universiteit de posters verwijderde.

In een andere WeChat-post waarschuwt de vereniging haar leden voor ‘cults’ als de Falun Gong, die ‘uiterst gevaarlijk’ zouden zijn. Ook hier luidt het advies om foto’s te maken van verdachte activiteiten en aangifte te doen bij de ambassade.

Chinese ambassades gebruiken ‘betrouwbare’ studenten graag als kliklijn, bevestigt oud-diplomaat Chen Yonglin. ‘In Sydney stuurde het consulaat een paar studenten om deel te nemen aan de jaarlijkse herdenking van het Tiananmen-bloedbad door de lokale Chinese gemeenschap, zodat ze informatie uit de eerste hand konden verzamelen. Sommige studenten meldden zich vrijwillig, maar de ambassade droeg de leiders van de lokale CSSA sowieso op om rond te kijken.’

Chen heeft van binnenuit meegemaakt hoe dat proces in zijn werk ging: tussen 2001 en 2005 was hij bij het Chinese consulaat in Australië verantwoordelijk voor political affairs. Zijn rol was om onderzoek te doen naar ‘vijf giftige groeperingen’: groepen die vijandig zouden staan tegenover China, zoals Oeigoerse activisten en democraten.

Chen voelde zich zo bezwaard over zijn werk, dat hij in juni 2005 het consulaat ontvluchtte en politiek asiel aanvroeg in Australië. Voor hij defecteerde, werkte hij nauw samen met de onderwijstak van de Chinese ambassade. Die voorzag hem van inlichtingen over de Chinese studentenverenigingen. Chen zegt dat de onderwijstak de bestuursleden van de verenigingen zelf goedkeurde, om zo de controle over de verenigingen te houden. ‘Ze lieten ons weten wat er speelde, en verzekerden ons: “Deze jongen is heel goed.”’

Consulaat zet 'betrouwbare studenten' in om Falun Gong tegen te werken

Chen Yonglin voorziet ons van documenten die hij zelf uit het consulaat heeft meegenomen. In een van de documenten staat de strategie van de ambassade om Chinese Falun Gong-aanhangers zwart te maken en in de gaten te houden: 

  1. Het [scheldwoord verwijderd] karakter van Falun Gong actief beschrijven aan studenten in het buitenland, en hen uitnodigen waar mogelijk propaganda op hun instituten te verspreiden.
  2. ‘Wanneer we films vertonen aan overzeese studenten: films spelen die kritisch staan tegenover de Falun Gong.’ 
  3. ‘Alle Chinese studentenverenigingen voorzien van materiaal dat de Falun Gong bekritiseert.’ 
  4. ‘Een paar betrouwbare studenten zoeken die ons kunnen helpen om de situatie te begrijpen,’ 
  5. ‘Indien mogelijk, op speciale dagen (wanneer Falun Gong activiteiten heeft), zet studenten in om hun acties tegen te gaan. De studenten kunnen lokale Chinezen helpen om banners te maken en borden te tonen die de Falun Gong bekritiseren.’
Lees verder Inklappen

Tiananmen

Dat uitgerekend studentenverenigingen anno 2021 een verlengstuk van het controleapparaat van de CCP zijn geworden, is gerust ironisch te noemen. Ruim dertig jaar geleden waren zulke verenigingen immers bijna verantwoordelijk voor de val van het regime.

Tussen half april en begin juni 1989 bezetten duizenden studenten en andere burgers het Tiananmenplein in Beijing, waar ze tegen corruptie en voor meer democratische vrijheden protesteerden.

Bang om de controle te verliezen, sloeg de CCP hard terug. De noodtoestand werd uitgeroepen en op 4 juni openden soldaten het vuur op de demonstranten, een gebeurtenis waarbij honderden tot duizenden mensen het leven lieten. In de nasleep ervan voerde de CCP zuiveringen uit, waarbij veel gematigde mensen van hun post verdwenen en werden vervangen door hardliners.

Er gebeurde in de jaren na de Tiananmen-protesten ook iets anders: over heel de wereld werden officiële Chinese studentenverenigingen opgericht.

‘Die gebeurtenis [de protesten, red.] veroorzaakte voor een golf van nieuwe afdelingen op campussen over de hele wereld,’ zegt Azië-onderzoeker James To tegen FTM. Hij heeft vanuit Nieuw-Zeeland veel onderzoek gedaan naar de Chinese overzeese diaspora. ‘Pretty much om de Chinese studenten te controleren, en deze verenigingen te gebruiken voor pro-Beijing activiteiten.’

‘De Communistische Partij vreesde dat uit het buitenland democratische ideeën zouden terugkomen,’ zegt Casper Wits, universitair docent Oost-Aziëstudies aan de Universiteit Leiden. ‘Dat moest gemanaged worden met "Verenigd Front-activiteiten": beïnvloedingscampagnes ten gunste van de CCP in binnen- en buitenland. In het westen zijn die gericht op derden, om een pro-China geluid in het publieke debat te bevorderen, maar ook op de Chinese diaspora.’

Sinds Xi Jinping in 2013 president werd, zijn de teugels nog strakker aangetrokken. Wits: ‘Sinds het aantreden van president Xi is de staat veel meer bezig met ideologisch management dan in het verleden. Dat zie je ook in China zelf: er is bijvoorbeeld veel minder ruimte voor academische vrijheid dan voorheen. Dat moet zich, aldus de Chinese regering, ook uitbreiden naar Chinezen in het buitenland.’

Als praktijkvoorbeeld noemt Wits de CSSA in Canada, waar studenten van de vereniging er openlijk voor uitkwamen dat ze een kritische Oeigoerse activist hadden verklikt bij het Chinese consulaat in Toronto. Studenten van de vereniging zouden bovendien een speech van de activist verstoord hebben door te schreeuwen en haar te filmen.

De greep van de ambassades op Chinese studentenverenigingen is strakker geworden sinds Xi’s regime, zo blijkt uit verschillende rapporten en verklaringen van studenten in binnen- en buitenland. In het rapport China’s invloed op het onderwijs in Nederland (2020) schrijven onderzoekers van het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael: ‘De ambassade is vanaf het begin betrokken geweest bij de activiteiten van de ACSSNL, maar in de afgelopen jaren is de betrokkenheid verder toegenomen. Deze ontwikkeling is het gevolg van een toenemende bemoeienis van de Chinese overheid met Chinese studenten in het buitenland.’

Universiteiten falen 

‘Van deze organisatie word je geen lid’, zegt Human Rights Watch-onderzoeker Yaqiu Wang. ‘Hij is zo dominant, je zit er gewoon in.’

Wang behandelt CSSA-gerelateerde zaken voor de ngo. Zelf is ze opgegroeid in China; ook maakte ze gebruik van de diensten van van een Chinese studentenvereniging toen ze in de Verenigde Staten studeerde.

Het grootste probleem is volgens haar niet zozeer dat de studenten vanwege de CSSA’s allemaal actief met de Chinese overheid zullen meewerken, maar dat mensen zich over het algemeen minder durven uit te spreken.

‘Mensen zijn bang om gerapporteerd te worden aan de overheid, of lastiggevallen te worden door nationalistische studenten,’ aldus Wang. ‘Die angst is alomtegenwoordig. Studenten durven zich niet meer uit te spreken. Ik ken zelfs incidenten waarbij professoren in de VS, die als ze weten dat studenten erg nationalistisch zijn, soms moeilijke onderwerpen vermijden. ’

Volgens Wang heeft het geen zin om de CSSA’s te verbieden: dat zou alleen maar een verdere beperking van de academische vrijheid betekenen. In plaats daarvan vindt ze dat universiteiten buitenlandse studenten beter moeten begeleiden, zodat Chinese studenten de CSSA’s niet meer nodig hebben om er hun weg te vinden. Ook stelt Wang voor dat universiteiten een veilige plek creëren waar studenten hun verhaal kunnen doen en kritiek kunnen uiten.

Echt lukken wil dat nog niet, zegt Wang: universiteiten falen volgens haar ‘enorm’ in de ondersteuning van buitenlandse studenten.

Nederlandse universiteiten lijken de CSSA’s überhaupt niet scherp op hun radar te hebben. Wanneer we bij alle Nederlandse universiteiten vragen welke Chinese studentenverenigingen er zijn, noemt slechts één — Leiden — de ACSSNL.

Wanneer we specifiek naar de ACSSNL vragen, zeggen de TU Delft en Universiteit Utrecht dat de vereniging niet officieel door hen erkend wordt. Toch raden zowel Delft als Utrecht de lokale tak van de ACSSNL enthousiast aan op hun website.

Docent Casper Wits stoort zich eraan dat universiteiten niet kritisch kijken naar de invloed van China in het Nederlandse onderwijs. Mijns inziens zou er meer aandacht moeten zijn voor de ACSSNL, vanwege hun intimiderende werking op Chinese en Hongkongse studenten — dat is min of meer hun hoofdfunctie. Er zou ook meer aandacht voor Chinese invloed in het algemeen moeten zijn. Maar ik denk dat men ervoor kiest vooral de positieve kanten van samenwerking en uitwisseling met China te zien.’

Wits ziet in zijn eigen werk dat sommige studenten bang zijn om colleges over gevoelige onderwerpen te volgen, bijvoorbeeld over de onafhankelijkheid van Hongkong. Toch ziet hij ook veel kritische, vrije geesten in zijn lessen, die niet bang zijn om hun mening te uiten – tijdens de lessen, of gewoon tegen hem. ‘Voor mij is dat echt een inspiratie.’