Advocaat Jurgens doet aangifte van oplichting tegen hoogleraar Jaap Koelewijn

    De rechtszaak over Aegon's Sprintplan escaleert tot in politiebureaus van Sneek en De Bilt. Hoogleraar Jaap Koelewijn: 'Jurgens is niet goed bij zijn hoofd'.

    Volgens de Amsterdamse advocaat Luc Jurgens zijn de forensische accountant René ter Haar en hoogleraar Jaap Koelewijn 'paladijnen van Aegon' en is hij door het tweetal 'opgelicht'. Hij meent het serieus. Jurgens deed in juli in Sneek aangifte bij de politie tegen Ter Haar, afgelopen dinsdag deed hij in het Utrechtse De Bilt aangifte tegen Koelewijn. De aangifte betreft enkele door Ter Haar gemaakte rapportages en een door de bekende hoogleraar Koelewijn afgegeven opinie over het Spaarbeleg Sprintplan. De rapporten en de opinie moesten als onderbouwing van de rechtszaak dienen die Jurgens namens de Vereniging Consument & Geldzaken tegen Aegon voert. Het geleverde werk was zogezegd niet geheel naar tevredenheid van Jurgens: 'Ze hebben op evident verkeerde wijze gerapporteerd'. En na lang nadenken concludeerde de advocaat dat dit opzettelijk is gebeurd, vandaar de oplichting. Jurgens deed ook aangifte van valsheid in geschrifte en poging tot misleiding van rechters. In het geval van Koelewijn heeft hij de aangifte aangescherpt tot opzetwitwassen en schuldwitwassen. Jurgens doelt hierbij op de schuld van Aegon.  

    'Bedrog, zwendel, oplichting'

    Ter Haar en Koelewijn - hij was ooit de auteur van het AFM-rapport over aandelenlease-constructies - nemen beide ver afstand van de aanklachten die Jurgens hen voor de voeten heeft geworpen. 'Ik heb een opinie geschreven', zegt Koelewijn die ook columnist van het Financieele Dagblad is. 'daar kun je het mee oneens zijn, maar je kunt er niet door worden oplicht. Volgens Jurgens maak ik ook deel uit van een complot. Ik vrees dat hij niet helemaal goed bij zijn hoofd is'. Ter Haar kan in eerste instantie om redenen van zijn beroepsethiek inhoudelijk weinig zeggen. De forensische accountant van het kantoor 4iTrust voert bovendien een rechtszaak tegen Jurgens vanwege door hem deels onbetaald gelaten rekeningen en deze zaak noopt hem tot terughoudendheid. Dit wil Ter Haar echter hebben gezegd: 'Ik sta volledig achter mijn rapport'.  

    Jaap Koelewijn Jaap Koelewijn: 'Door een opinie kun je niet worden opgelicht'

      Advocaat Luc Jurgens daarentegen is iemand die graag hard mag uithalen. Jurgens behartigt de slepende procedure die de Vereniging Consument & Geldzaken (VCG) tien jaar geleden tegen de verzekeringsfirma Aegon aanspande. Onderwerp van de procedure is het vermaledijde beleggingsproduct Sprintplan waarmee Aegon-dochter Spaarbeleg eind jaren negentig de betekenis van het begrip financiële innovatie wist te verrijken. Mensen met kleine beurzen werden in de gelegenheid gesteld op fiscaal gunstige wijze met geleend geld (rente: 8% of meer) te beleggen in een soort beleggingsfonds waarvan nooit duidelijk werd waar het precies in belegde. Om de klanten zekerheid te geven, bevatte Sprintplan ook een garantieconstructie waardoor mensen niet met een restschuld achter konden blijven. Dit prijzige opaque product pakte voor Aegon uitstekend uit (er werden er ongeveer 120 duizend van verkocht), maar bleek voor de beleggers een iets minder gunstige afloop te kennen: VCG meent dat beleggers een schade van ongeveer 700 miljoen euro hebben geleden. Geld dat volgens VCG en Jurgens in de zakken van de verzekeraar is beland. Vandaar het juridische gevecht. Jurgens vatte in september 2012 in een zitting tegen Aegon zijn opvatting over de creativiteit van de verzekeraar als volgt samen: 'Briljant, maar het is wel oplichting'. Zeer tot tevredenheid van merendeel van het talrijke aanwezige publiek vonkte het vocabulaire van Jurgens daarna nog herhaaldelijk met woorden als 'bedrog', 'zwendel' en 'oplichting'.  

    'Bedrieglijke overcreditering'

    De kern van de 'oplichting' van Aegon zit hem volgens Jurgens in het feit dat Aegon op papier grote bedragen uitleende aan zijn klanten - in totaal 1,681 miljard euro - maar daar slechts een klein deel van belegde. Dit in tegenstelling tot wat er in de prospectussen stond vermeld. Aegon had dus helemaal niet zoveel uit hoeven lenen om hetzelfde product Sprintplan te kunnen leveren, luidt de analyse van de advocaat die daarin wordt gesteund door de Nijmeegse professor Geert Braam. Conclusie: 'bedrieglijke overcreditering'. Om deze lijn van betoog te onderbouwen, had Jurgens in 2011 de forensische accountant René ter Haar ingeschakeld om analyses van de jaarverslagen van het Spaarbeleg Garantiefonds (1998) en het Aegon Garantiefonds (1999-2009) te maken. Dit om een harde uitspraak te kunnen doen waarin het Aegon Garantiefonds het geld had belegd. Ter Haar kwam niet geheel onbeslagen te ijs, zijn kantoor 4iTrust deed al eerder onderzoek naar wat Aegon werkelijk met het ingelegde geld van Sprintplanbeleggers uithaalde. De advocaten van Aegon blijven bij herhaling stellen dat er in obligaties is belegd. Volgens het rapport van Ter Haar blijkt dat uit de door hem onderzochte documenten 'niet valt af te leiden of het vermogen van het garantiefonds geheel of gedeeltelijk wordt belegd' en in welke specifieke financiële instrumenten met welke omvang (Daarover zal binnenkort duidelijkheid ontstaan, want in mei oordeelde het Amsterdamse hof in een tussenvonnis dat Aegon precies moet laten zien waarin het heeft belegd). Het rapport vermeldt ook dat uit de inhoud van de onderzochte jaarverslagen blijkt dat er naast opties ook in zero-coupon obligaties is belegd. Datzelfde schrijft ook Jaap Koelewijn in zijn opinie van januari 2012. Die analyse deugde niet volgens Jurgens en hij schakelde hoogleraar Geert Braam in voor een second opinion. Braam - Associate Professor of Accounting aan de Radboud Universiteit Nijmegen (hoogleraar volgens Koelewijn) en tevens registeraccountant - promoveerde ooit op de jaarverslaglegging van beleggingsinstellingen.  
    'Ter Haar en Koelewijn hadden nooit dat oordeel in hun rapporten moeten zetten'  
    Braam produceerde in 2012 een rapport over de jaarverslagen van de garantiefondsen en recentelijk voegde hij daar nog een analyse van de rapporten van Ter Haar en Koelewijn aan toe. Het oordeel van Braam is vernietigend: 'Of Ter Haar en Koelewijn waren niet of niet voldoende deskundig en hadden dat onder weigeren van de deelopdracht aan de opdrachtgever Mr. L.C.M. Jurgens moeten laten weten, of Ter Haar en Koelewijn hebben om hen moverende redenen willens en wetens onjuist gerapporteerd op het punt van de beleggingen van het Fonds in obligaties, meer in het bijzonder zero-coupon obligaties'. Het zijn de rapporten van Braam die Jurgens ook heeft gebruikt als onderbouwing van zijn aangifte bij de politie. Braam vindt het vreemd dat het geschil tussen Ter Haar en Jurgens zo ver is geëscaleerd, maar hij heeft begrip voor het standpunt van Jurgens. 'Net zoals controlerend accountant Ernst & Young over die misleidende jaarverslagen van Aegon nooit een goedkeurende verklaring af had mogen geven, zo hadden Ter Haar en Koelewijn nooit dat oordeel in hun rapporten moeten zetten,' zegt Braam. 'Die obligaties zijn niet gekocht, het staat niet in de jaarverslagen. Punt.'  

    Tuchtklacht

    Koelewijn meent dat Braam met zijn oordeel laat zien dat hij over derivaten 'veel te weinig deskundigheid' in huis heeft. 'Wat in mijn opinie staat is lesboekmateriaal waar hij kennelijk niets van heeft begrepen. Braam heeft ook een ondeugdelijk oordeel over mijn werk geveld zonder enig wederhoor te hebben gepleegd. Daarmee kun je in de sfeer van de laster terecht komen'. Koelewijn - die intussen zijn advocaat heeft geraadpleegd - wijst ook op de eerdere aangiftes die Jurgens deed tegen de directie van Aegon en de advocaten van Allen & Overy, het kantoor dat Aegon in deze zaak bijstaat. De aangiften werden niet ontvankelijk verklaard. 'Jurgens heeft laten zien dat hij overal bommen gooit met aangiften,' zegt Koelewijn. 'Zonder succes. Ik weeg dit mee in mijn oordeel over wat ik hier uiteindelijk mee ga doen.' Ter Haar: 'Deze affaire met Jurgens is nu eenmaal kort samen te vatten als een zaak waarin Jurgens mij onder druk heeft gezet om mijn rapportage naar zijn wensen aan te passen en toen ik dat niet deed, weigerde hij mij te betalen en is hij lelijke dingen gaan roepen.' Anders dan Koelewijn heeft Ter Haar inmiddels actie ondernomen een tuchtklacht ingediend bij de deken van de orde van advocaten in Amsterdam, Germ Kemper. Jurgens haalt zijn schouders er over op. 'Het zij zo'. Volgens advocaat komen Koelewijn en Ter Haar niet verder dan het ridiculiseren van zijn aangifte en door op de man te spelen. 'De heren gaan niet op het feit in dat ze iets hebben opgeschreven dat absoluut niet klopt'. Over de zin van zijn aangifte heeft Jurgens ook een duidelijk idee: 'Van nut zou kunnen zijn, om mens en samenleving te waarschuwen tegen deze lieden, die tegen betaling rapporten schrijven terwijl ze een verborgen agenda hanteren.'

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Eric Smit

    Gevolgd door 2926 leden

    Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

    Volg Eric Smit
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren