© Rosa Snijders

Jeugdzorg in het rood

Gemeenten kregen de taak jeugdzorg goedkoper en beter te regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis? Lees meer

De gemeenten zouden jeugdzorg dichterbij, efficiënter en uiteindelijk ook goedkoper gaan regelen. Het tegenovergestelde gebeurde: het aantal zorgaanbieders is gestegen van 120 in 2014, naar zo’n 6.000 nu. En inmiddels ontvangt één op de tien Nederlandse kinderen een vorm van jeugdzorg.

 

In de zomer van 2020 was voor veel gemeenten de maat vol. Ze gaven zoveel geld aan jeugdzorg uit, dat zij het financieel niet meer konden bolwerken. Den Haag moet met meer budget over de brug komen, luidde de boodschap.

Maar is geld het enige probleem? Onder de werktitel "Jeugdzorg in het Rood” doet Follow the Money onderzoek naar de geldstromen in de jeugdzorg. In deze gids loodsen we je langs de belangrijkste bevindingen.

36 Artikelen

Afgewezen zorgaanbieders glippen weer binnen via de achterdeur

Instellingen waar de zorg onder de maat is gebleken, of fraude is vastgesteld, worden door het ministerie van Justitie gewoon ingeschakeld voor forensische zorg, zoals de resocialisatie van tbs’ers. Door het versnipperde zorgsysteem – dat onder vijf verschillende wetten valt – ontbreekt het aan een eenduidige aanpak van aanbieders die in de fout zijn gegaan. Zorgbedrijven ‘shoppen’ van de ene naar de andere wet en zijn nauwelijks te stoppen, zo blijkt uit onderzoek van Follow the Money en de Gelderlander.

Dit stuk in 1 minuut
  • De zorg is in 2015 gedecentraliseerd en ‘opgeknipt’ in meerdere wetten. De gemeente is verantwoordelijk voor uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet, de zorgkantoren voor de Wet langdurige zorg (Wlz), de zorgverzekeraars voor de Zorgverzekeringswet en het ministerie van Justitie en Veiligheid voor de Wet forensische zorg.
  • Elke wet kent eigen inkooporganisaties die bepalen met welke zorgaanbieders zij in zee gaan en een contract afsluiten.
  • Uit onderzoek van Follow the Money en de Gelderlander blijkt dat de verantwoordelijke partijen langs elkaar heen werken. Zo verbreekt de gemeente Arnhem een contract met een zorgbedrijf omdat er zorgwekkende signalen zijn over de kwaliteit, terwijl Zorgkantoor Menzis zijn contract met datzelfde bedrijf gewoon handhaaft.
  • Ook als een zorgverzekeraar fraude vaststelt, heeft dat niet automatisch gevolgen voor de zorgcontracten die dat bedrijf heeft met het ministerie van Justitie of gemeenten. 
  • Door strenge privacyregels kunnen de betrokken partijen niet of nauwelijks informatie met elkaar delen. Zorgbedrijven profiteren hiervan en kunnen ongehinderd eindeloos doorgaan – al dan niet onder een nieuwe naam.
  • Niet alleen privacyregels staan in de weg; instanties zijn ook laks, zeggen deskundigen. Zij noemen het onverantwoord dat het ministerie van Justitie zorgbedrijven niet zorgvuldiger screent. Hierdoor kunnen tbs’ers voor hun resocialisatie terechtkomen bij aanbieders die niet de juiste expertise hebben.
Lees verder

Drugsbezit, stelen, bedreiging met een nepwapen, bedreiging met een echt wapen. Geen zaken die thuishoren in een instelling waar kwetsbare (jong)volwassenen beschermd wonen. Toch ontdekken inspecteurs van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden bij een aangekondigd bezoek in 2017 een opsomming van dergelijke incidenten in de administratie van Stichting OnderDak in Oosterbeek.

Onvoldoende, oordelen de inspecteurs over de veiligheid van de bewoners. OnderDak, aanbieder van zorg aan (jong)volwassenen met complexe psychiatrische problemen, krijgt zes maanden de tijd voor verbetering. De regionale Inspectie bezoekt in de jaren erna meerdere locaties van de zorginstelling. Telkens blijkt dat niet wordt voldaan aan de wet- en regelgeving en krijgt het bedrijf een hersteltermijn opgelegd. In maart 2019 trekt de landelijke Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) haar conclusie: ‘Stichting OnderDak heeft onvoldoende zicht op de organisatie van de zorg waardoor de kwaliteit, continuïteit en veiligheid van zorg onvoldoende is gewaarborgd.’

Na twee jaar louter slechte beoordelingen is voor Arnhem de maat vol. De gemeente legt OnderDak van juni tot en met november 2019 een cliëntenstop op: het zorgbedrijf mag geen nieuwe cliënten meer aannemen. Aan het eind van dat jaar spreekt de landelijke Inspectie het vertrouwen uit dat OnderDak zich voldoende heeft verbeterd. Er moet wel aandacht blijven voor ‘verbetermaatregelen’. Maar de gemeenten – die verantwoordelijk zijn voor de inkoop van zorg bij aanbieders als OnderDak – hebben dat vertrouwen niet meer. 

Dossier

Dossier: Jeugdzorg in het rood

Volg dit dossier

De regio Arnhem moet bovendien het mes zetten in haar bestand van 900 zorgaanbieders met een inkoopcontract. Een jaar lang hebben de elf gemeenten in de regio gesleuteld aan strengere eisen. Tijdens een nieuwe inkoopronde schrijven 480 zorgaanbieders zich in voor een contract. De regionale inkooporganisatie (Sociaal Domein Centraal Gelderland, SDCG) wijst op grond van die strengere eisen in 2020 zeventig aanbieders af. Stichting OnderDak is er daar één van.

Dat de regio Arnhem de samenwerking met OnderDak verbreekt, is voor het ministerie van Justitie en Veiligheid geen halszaak: de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd vertrouwt immers op verbetering. Eind 2019 verlengt het ministerie zijn contract met de instelling, die sinds 2017 in opdracht van de Dienst Justitiële Inrichtingen forensische zorg biedt aan (ex)gevangenen en (ex)tbs'ers

Ook Ede, Zutphen en de gemeenten in de regio Achterhoek handhaven hun contracten met de Arnhemse zorgaanbieder. In Nijmegen blijft OnderDak – als onderaannemer van zorginstelling Pluryn – 28 cliënten begeleiden. En van het Menzis Zorgkantoor mogen mensen die langdurige zorg nodig hebben hun persoonsgebonden budget (pgb) nog altijd gebruiken om bij OnderDak zorg in te kopen. 

Ton terugbetalen

Ook het zorgkantoor van de coöperatieve zorgverzekeraar VGZ had pgb-cliënten bij Stichting OnderDak. Uit een brief in handen van de Gelderlander en Follow the Money blijkt dat VGZ in juli 2020 fraude vaststelt. Vijf jaar lang declareerde OnderDak zorg die niet geleverd is, schrijft VGZ. OnderDak erkent dat er te veel uren in rekening zijn gebracht, zo blijkt uit de brief. Het zorgkantoor bemiddelt drie cliënten naar een andere aanbieder, drie vertrekken er op eigen kracht. OnderDak zal aan VGZ minimaal bijna een ton terug moeten betalen. 

Stichting OnderDak is niet het enige zorgbedrijf dat de regionale inkooporganisatie afwijst voor een nieuw contract, maar elders gewoon aan de bak blijft. Zo krijgt de Arnhemse zorginstelling Nourzorg in 2019 door de gemeente een cliëntenstop opgelegd. Na onderzoek verbreekt de regionale inkooporganisatie de samenwerking en dwingt Nourzorg alle cliënten met een indicatie op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) over te dragen aan een andere aanbieder. ‘We richten ons nu op een andere doelgroep,’ zegt bestuurder Nordin Elkhannaji. ‘Cliënten uit de Wet langdurige zorg (Wlz) en justitiële klanten.’ Een contract met het ministerie van Justitie kreeg Nourzorg namelijk wél.

"Mensen met ernstige stoornissen komen in de laatste fase van hun tbs in instellingen die niet de juiste expertise bieden of waar de beveiliging onder de maat is"

Zo ook Zorggroep Kans, waarmee de regio Arnhem na jarenlang zorgelijke signalen te hebben ontvangen, het contract verbreekt. Nog geen maand later verlengt het inkoopbureau van Justitie en Veiligheid zijn contract met de instelling, die dat moment net is overgenomen door een Belgische investeerder. Het bedrijf heet inmiddels Enso Zorg en richt zich nu vooral op cliënten uit de Wet langdurige zorg (Wlz), voor wie wordt betaald door zorgkantoren als Menzis, waarmee voorganger Kans al sinds 2016 een contract had. Enso Zorg zegt in een reactie dat het zich in de regio Arnhem niet meer voor een nieuw gemeentelijk contract heeft ingeschreven en dat bij de meest recente inspectie de zorg op orde is bevonden.

‘Niets geleerd van Michael P.’

Het is zorgelijk dat het ministerie van Justitie zo toeschietelijk is met het aangaan van zorgcontracten met instellingen die al langer onder vuur liggen, zegt tbs-deskundige Jos Poelmann, voorheen directeur van de Pompekliniek in Nijmegen. ‘Als je er ex-delinquenten plaatst, moet je de bedrijven extra goed screenen. Het verbaast me heel erg dat dit niet gebeurt. Als de plaatsing niet goed is, kunnen er ongelukken gebeuren. Dan neem je maatschappelijke risico’s.’

Van Michael P., de tbs’er die Anne Faber in 2017 om het leven bracht, heeft Justitie niets geleerd, stelt Poelmann. Hij vraagt zich af hoe het bestaat dat zorgkantoren, Justitie en gemeenten zo verschillend omgaan met hetzelfde zorgbedrijf. ‘Het lijkt er sterk op dat deze instanties elkaar niet informeren.’

‘Het is gewoon onverantwoord,’ zegt tbs-advocaat Jan-Jesse Lieftink. ‘Justitie screent zorgaanbieders niet vooraf. Dit betekent dat mensen met vaak ernstige stoornissen in de laatste fase van hun tbs terechtkomen in zorginstellingen die helemaal niet de juiste expertise kunnen bieden of waar de beveiliging onder de maat is.’

Zorgkantoor Menzis gaat niet in op vragen over zijn contacten met het ministerie van Justitie. De inkooporganisatie van de regio Arnhem zegt dat Justitie zich nog nooit heeft gemeld voor inlichtingen over de kwaliteit van Gelderse zorgaanbieders. 

Het ministerie overlegt wel regelmatig met gemeenten. Maar als die weigeren een zorgbedrijf te contracteren, dan is dat voor Justitie onvoldoende reden om een overeenkomst te beëindigen. ‘Wel zijn deze signalen aanleiding om het contractmanagement met een zorgaanbieder te intensiveren, hetgeen afgelopen periode ook bij Stichting OnderDak is gebeurd,’ zegt een woordvoerder. Justitie heeft op dit moment bij vijftien zorgbedrijven een ‘verbetertraject’ lopen.

Zorgaanbieders kunnen gebruikmaken van vijf zorgwetten, met elk een andere inkopende partij: gemeenten, verzekeraars, zorgkantoren en het ministerie van Justitie. Het probleem is dat deze partijen door de strenge privacyregels niet of nauwelijks signalen met elkaar mogen delen over de zorgbedrijven met wie ze zakendoen. Tot hun frustratie: ‘In de oude AWBZ-regeling mochten zorgkantoren nog allerlei informatie opvragen om goed fraudeonderzoek te kunnen doen,’ zegt Elsenore Rinkel, manager fraude en controle van Menzis. ‘Sinds de invoering van de Wet langdurige zorg (Wlz) in 2015 mag dit niet meer. Dat betekent dat wij geen informatie bij gemeenten op kunnen vragen en zij mogen die ons ook niet aanbieden. Tot onze grote onvrede.’


Elsenore Rinkel, Menzis

"Wij mogen bij de gemeenten geen informatie opvragen en zij mogen die ons niet aanbieden – tot onze grote onvrede"

Elk zorgkantoor en elke gemeente maakt uiteindelijk een eigen afweging om wel of geen onderzoek in te stellen naar een zorgbedrijf. Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit Maastricht, wijt de versnipperde aanpak aan de vrijheid van zorgkantoren, verzekeraars en gemeenten. ‘Het is ook een soort laksheid. Er wordt niet de moeite genomen het uit te willen zoeken.’

Keuzevrijheid

Als een zorgbedrijf geen contract krijgt met een gemeente of zorgkantoor, is er nog een uitweg: het persoonsgebonden budget (pgb). Nadat het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) een indicatie geeft voor de Wet langdurige zorg is een cliënt vrij om die te verzilveren bij wie hij wil. Iemand die hij kent, een zorgbedrijf of zelfs een familielid. De cliënt betaalt die zorgverlener dan uit zijn pgb. Een uitkomst voor afgewezen zorgaanbieders, want geen bemoeienis van zorgverzekeraars en inkoopbureaus en geen strenge contracteisen. Het enige dat telt, is of de pgb-houder klant wil zijn. ‘Of die cliënten vrijwillig blijven, kunnen wij niet altijd achterhalen,’ zegt Elsenore Rinkel van Menzis. ‘We krijgen ook signalen dat cliënten onder druk worden gezet om te blijven.’

Persoonsgebonden budget

Gemeenten kunnen voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet een persoonsgebonden budget geven maar ze hebben – net als de zorgkantoren – weinig grip op de besteding ervan. ‘Als cliënten voor een pgb kiezen, dan houdt onze verantwoordelijkheid grotendeels op. Wij gaan niet over de kwaliteit van de pgb-zorg’, zegt Elsenore Rinkel van Zorgkantoor Menzis. ‘Daar is de cliënt zelf verantwoordelijk voor.’

Uit een rapport van het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) over ‘zorgverwaarlozing’ in instellingen voor beschermd en begeleid wonen, blijkt dat gemeenten en zorgkantoren weinig mogelijkheden hebben om een pgb te weigeren. In Arnhem mag een aanbieder die eerder door een regionale inkooporganisatie voor een contract is afgewezen geen pgb-zorg verlenen. Maar de aanbieder die zich niet inschrijft voor een contract mag dat wel. 

Hoewel de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) stelt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het toezicht op pgb’s, controleert Arnhem ze niet. ‘Onze toezichthouders zijn hier wel bevoegd voor, maar wij leggen de prioriteit bij de gecontracteerde aanbieders,’ zegt een woordvoerder van de gemeente.

Zelfs de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd houdt de handen af van pgb-zorg. Hoofdinspecteur Korrie Louwes: ‘Wat voor ons schrijnend is om te zien, is dat er kwetsbare budgethouders zijn die minder – of mindere kwaliteit – zorg krijgen dan waar ze recht op hebben. Wij kunnen weinig aan zorgverwaarlozing doen, omdat de budgethouder zelf een handtekening zet voor de geleverde zorg. Het systeem gaat ervan uit dat een budgethouder weet wat hij doet als hij die handtekening zet. Het is aan de verstrekkers om te beoordelen of een budgethouder in staat is om een pgb te beheren. Het is een bewuste keuze van de politiek om de regie zoveel mogelijk bij de budgethouder te laten. Wij kunnen hier als toezichthouder weinig mee doen.’

Ook Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit Maastricht, wijst naar de politiek. Volgens hem kunnen de uitwassen blijven bestaan doordat de politiek geen keuze durft te maken. ‘Niemand durft z’n vingers te branden aan het pgb. Dat geeft cliënten de vrijheid om de eigen regie te nemen. Maar heel vaak wordt een pgb gegeven aan mensen die dat volstrekt niet zelf kunnen beheren en die vallen in handen van verkeerde aanbieders.’

Follow the Money publiceerde zondag 28 maart een uitgebreid interview met Korrie Louwes, hoofdinspecteur Jeugd en Maatschappelijke Zorg bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Lees verder Inklappen

In de regio Arnhem bevindt zich ook Mesa Zorg, een instelling met kleinschalig woonvormen voor jongeren en (jong)volwassenen, met vestigingen in Herveld, Tiel en Zetten. De teamleider en de eveneens zorg verlenende eigenaar hebben niet de juiste opleiding, constateerde de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) al begin 2017. Aan het einde van dat jaar trekken klokkenluiders aan de bel bij Omroep Gelderland: minderjarigen zitten bij Mesa tussen drugsgebruikers. Na nieuwe inspecties adviseert de Veiligheidsregio uiteindelijk dat de instelling geen nieuwe cliënten meer aanneemt en dat huidige cliënten worden overgeplaatst. De landelijke Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de GGD Gelderland-Zuid staan beide achter de bevindingen van de Veiligheidsregio, zo is te lezen in een mail in handen van Follow the Money en de Gelderlander. 

De gemeenten nemen het advies echter niet over. Er komt een tijdelijke cliëntenstop, maar Mesa krijgt opnieuw de kans zich te verbeteren – waarna het bedrijf verder mag. 

Het breidt zelfs uit – met een gezinshuis en een moeder-en-kindhuis (’t Herenhuis) in Tiel. Bij ‘t Herenhuis zijn de zaken niet op orde, oordeelt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in december 2020. Het gaat nota bene om dezelfde zaken die zij ook in 2017 al kritiseerde: de bestuurder, directeur en locatiemanager beoordelen of bepaalde hulp passend is, terwijl geen van drieën een zorgopleiding heeft. Er worden ook ongeschoolde en onervaren medewerkers ingezet. De gemeente Westervoort besluit vervolgens een van haar jongeren bij het gezinshuis weg te halen. ‘Wij hebben grote zorgen over de benodigde kwaliteit,’ schrijft een medewerker van de gemeente aan Mesa.

Van de elf gemeenten in de zorgregio Arnhem mag Mesa inmiddels geen zorg meer leveren. Volgens eigenaar Sabine van Meurs omdat haar visie en die van de zorgregio Centraal Gelderland te ver uit elkaar liggen. Ze schreef zich om die reden niet meer opnieuw in voor een contract.


Sabine van Meurs, Mesa Zorg

"Het is mijn bedrijf, ik bepaal hier samen met de cliënten wat er gaat gebeuren"

De regionale inkooporganisatie eist nu van Mesa dat het zijn cliënten voor 31 maart overplaatst, maar Van Meurs zet de hakken in het zand: ‘Wij hebben hier iets opgebouwd, dat ga ik niet gratis van de hand doen. Het is mijn bedrijf, ik bepaal hier samen met de cliënten wat er gaat gebeuren.’ Van Meurs vindt dat de regionale inkooporganisatie te veel macht heeft. ‘Veel andere kleine bedrijven worstelen daar ook mee. Met zoveel regels waar zo’n lage vergoeding tegenover staat, zijn wij beter af zonder die inkooporganisatie.’

Eigenaar Van Meurs sloot inmiddels een overeenkomst met een andere zorgaanbieder, een die nog wel een contract heeft met de zorgregio Centraal Gelderland. Deze aanbieder neemt de betwiste hulpverlening van haar over. Tijdelijk, als het aan Van Meurs ligt. Want om de zorg toch weer in eigen hand te kunnen nemen, probeert ze haar cliënten onder te brengen in de Wet langdurige zorg (Wlz). Voor tien bewoners heeft Van Meurs een nieuwe indicatie aangevraagd. Als dat lukt, mogen ze via een persoonsgebonden budget zelf zorg inkopen. ‘Onze cliënten willen graag bij ons blijven. Op deze manier proberen wij dat voor elkaar te krijgen.’

Het is tegen het zere been van Menzis, die tot tweemaal toe een contract met Mesa Zorg weigerde: ‘Ik vind het bizar dat afgewezen zorgbedrijven hun cliënten in de Wlz proberen te krijgen,’ zegt Elsenore Rinkel. ‘Als dat gebeurt, melden we het bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).’

‘Niet pluis’-signalen

Waar OnderDak, Nourzorg en Mesa Zorg de beslissing van de zorginkopers uiteindelijk accepteren, sleept zorgbedrijf Boriz in Velp in december 2020 de regionale inkooporganisatie voor de rechter. Boriz probeert op dat moment al zeven maanden een contract te bemachtigen. ‘Elf keer is er een verzoek geweest voor aanvullende informatie,’ zegt Iris Neddaoui-Docter, de advocaat van Boriz. ‘Telkens moest er weer andere informatie geleverd worden. In onze ogen is de inkooporganisatie op zoek gegaan naar gronden om Boriz af te wijzen.’

De tijd dat de regio Arnhem nauwelijks kwaliteitseisen stelde, is inderdaad voorbij. Ze bracht het aantal zorgaanbieders in 2020 terug van 900 naar 400 en Boriz viel daarbij buiten de boot. Volgens de inkooporganisatie omdat de zorginstelling onvoldoende en te laag gekwalificeerd personeel inzet voor de cliënten die er beschermd wonen. Boriz denkt dat de organisatie gewoon van het bedrijf af wil. ‘Vooral omdat het proces zo lang duurde,’ zegt eigenaar Syb Kops. ‘En bij ieder gesprek werd er andere aanvullende informatie gevraagd.’

Dat ligt toch wat anders, zegt Janny Kuijpers van Sociaal Domein Centraal Gelderland. ‘Het is niet de bedoeling dat wij zorgondernemers afwijzen omdat hun neus ons niet aanstaat. Maar soms hebben we wel signalen dat het ergens niet goed zit, zonder dat we het hard kunnen maken.’ In zulke gevallen doen we een quickscan, zegt Kuijpers. Als zo’n snelle check ‘niet pluis’-signalen oplevert, volgt ‘intensieve monitoring’. ‘Dat betekent dat we onderzoek doen, veel gesprekken voeren en de administratie nalopen. Het kan zijn dat een aanbieder zich dan precies gaat gedragen zoals wij willen, of dat we het contract verbreken.’

Boriz staat al langer in de schijnwerper. In 2015 meldden cliënten zich bij Omroep Gelderland met verhalen over onterechte declaraties. ‘Er werden veel meer uren geschreven dan dat er zorg werd geboden,’ zegt de vrouw die destijds één van deze cliënten bijstond. ‘De begeleider had geen geschikte opleiding en kwam regelmatig niet opdagen.’ 

De vrouw kaartte de kwestie aan bij de wijkteams. De gemeente Arnhem ging niet op onderzoek uit, maar Zorgkantoor Menzis wel. Menzis ontkent noch bevestigt dat het om fraude ging maar nam na controle wel maatregelen: Zo moest Boriz in 2015 een onbekend bedrag terugbetalen. De jaarrekening van 2018 maakt duidelijk dat Boriz dan opnieuw in de buidel moet tasten: VGZ eist 42.000 euro terug wegens onrechtmatigheden bij pgb-declaraties. Boriz spant een rechtszaak aan, die twee jaar later wordt geschikt. Uit de jaarrekening van 2019 blijkt dat er uiteindelijk 80.000 euro is terugbetaald.  

Hoge verdiensten

In december 2020 sleept Boriz de inkooporganisatie van de regio Arnhem voor de rechter. Het zorgbedrijf krijgt van die organisatie geen contract voor het aanbieden van beschermd wonen, omdat na controle is gebleken dat het niet genoeg personeel inzet. Ook de kwaliteit van het personeel is een probleem. De regionale inkooporganisatie heeft daarnaast bezwaren tegen de hoge verdiensten van het management en de hoge kosten die het bedrijf in rekening brengt. De twee directeuren verdienden in 2019 samen 256.000 euro. Sinds 2015 keerde het bedrijf 2 ton winst uit. In de jaren ervoor meer dan 4 ton. Boriz moet met een plan van aanpak op de proppen komen, waarin het beschrijft hoe de overwinsten terugvloeien naar het sociaal domein. 

‘Je bent gewoon ondernemer, maar dat is in de zorg een beetje vies hè?’

Boriz-bestuurder Syb Kops: ‘Ik heb gewoon een bedrijf. Als het minder met mij gaat, zeggen mensen dat het een ondernemersrisico is. Dan kan ik niet bij de gemeente aankloppen voor extra geld. Toen het minder ging, heb ik de tent met eigen middelen overeind gehouden. Je bent gewoon ondernemer, maar dat is in de zorg een beetje vies hè?’

Hoewel het plan van aanpak uiteindelijk voldoet, krijgt Boriz geen contract meer voor het aanbieden van beschermd wonen. ‘Wij hebben ze meerdere kansen gegeven,’ zegt de advocaat van de inkoopafdeling. ‘Maar Boriz beschikt gewoon niet over voldoende bekwame medewerkers.’

De rechter is het ermee eens dat Boriz wordt afgewezen voor het aanbieden van de zwaarste vorm van beschermd wonen. Het bedrijf mag wel lichtere vormen van groepswonen en ‘zelfstandig wonen met intensieve begeleiding’ blijven bieden. Dit betekent dat Boriz cliënten moet overplaatsen, althans die cliënten die zorg ontvangen via de gemeente. Zij die binnen zijn gekomen via het zorgkantoor mogen er blijven. ‘Wij kunnen het onderzoek van de gemeente niet zomaar overnemen,’ zegt Elsenore Rinkel van het Zorgkantoor Menzis. ‘Wij werken met een andere wet, en binnen deze Wet langdurige zorg gelden andere regels. Wij zullen zelf aan moeten tonen dat Boriz aan onze regels voldoet.’

Inmiddels heeft het zorgbedrijf toch een manier gevonden om de gemeentelijke cliënten binnenboord te houden. Boriz verlaagde in overleg met het wijkteam en de regionale inkooporganisatie de ‘zorgzwaarte’ van zijn bewoners: ze hebben voortaan minder intensieve zorg  nodig. Woonden er eerst tien mensen beschermd, nu krijgen de meesten hulp vanuit een groepswoning van Boriz of krijgen zij begeleiding aan huis. 

Het snoeien in de hoeveelheid contracten gaat dus niet zonder slag of stoot. De komende jaren zet de inkooporganisatie in op de controle op de naleving van de contractafspraken. Door de aangescherpte eisen en voorwaarden kan er, volgens de organisatie, sneller worden ingegrepen dan in de afgelopen jaren. Uiteindelijk zal het een kat en muisspel blijven. Want zelfs als de Inspectie, na alle verplichte tijdrovende onderzoeken, een bedrijf sluit, kan de zorgaanbieder een nieuw bedrijf beginnen, onder een nieuwe naam. ‘Heel onrechtvaardig en ontzettend frustrerend,’ zegt Rinkel, manager fraudebestrijding bij Menzis. ‘Maar dat is de realiteit waar we het mee moeten doen.’

Informatie-uitwisseling tussen zorginstanties

Het Wetsvoorstel bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (Wbsrz) moet zorginstanties specifieke grondslagen bieden voor uitwisseling van (persoons)gegevens om fraude te bestrijden. 

De gegevensuitwisseling zal plaatsvinden via het Waarschuwingsregister zorgfraude. Om tot een ‘gerechtvaardigde overtuiging’ van fraude te komen, moeten instanties een protocol volgen. De Autoriteit Persoonsgegevens moet over dat protocol zijn gehoord en het moet door de minister van Volksgezondheid zijn goedgekeurd. De term gerechtvaardigde overtuiging komt uit de rechtspraak en houdt in dat er sprake is van een op bewijzen gestoelde zwaardere verdenking dan een ‘redelijk vermoeden’ van fraude.

In het wetsvoorstel wordt het ook mogelijk gemaakt dat instanties in een vroeger stadium gegevens uitwisselen, namelijk bij een ‘signaal’ van fraude, waarvoor minder zwaar bewijs nodig is. Dergelijke signalen kunnen de instanties niet onderling uitwisselen, maar via een nog op te richten Stichting Informatieknooppunt zorgfraude waarin alle signalen samen moeten komen van de betrokken instanties: de Inspectie SZW, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de Nederlandse Zorgautoriteit, het Centrum Indicatiestelling Zorg, de Sociale Verzekeringsbank, Belastingdienst, FIOD, gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars. Het Informatie Knooppunt Zorgfraude stuurt de signalen door naar de instantie die wettelijk verantwoordelijk is voor de aanpak van fraude, zoals het zorgkantoor, de zorgverzekeraar of de gemeente. Die beslissen zelf of er een onderzoek wordt ingesteld.

Het wetsvoorstel Wbsrz ligt op dit moment in de Tweede Kamer. Wanneer het wordt behandeld, is nog niet bekend.

Lees verder Inklappen