Hoogleraren van de Universiteit van Amsterdam tijdens de Dies Natalis.

Belastingontwijking: leuker kunnen ze het op de Zuidas niet maken. Wel makkelijker. Lees meer

Er bestaat een wereld waarin iedereen die iets te verbergen heeft, geld kan oppotten en ongestoord kan uitgeven, zonder ooit gepakt te worden.

 

Schrijver en journalist Oliver Bullough doopte deze wereld ‘Moneyland’ en schonk ons daarmee een fantastisch concept om de schimmige offshore-wereld beter te begrijpen. Follow the Money zoekt uit welke rol Nederland speelt bij het doorgeleiden van schimmige en ongeoorloofde geldstromen. Welke bankiers, fiscalisten en advocaten steken corrupte regimes, fraudeurs en oligarchen de helpende hand toe?

57 artikelen

Hoogleraren van de Universiteit van Amsterdam tijdens de Dies Natalis. © Robin van Lonkhuijsen / ANP

Amsterdamse universiteit niet transparant over sponsors hoogleraren Belastingrecht

De Universiteit van Amsterdam verzweeg vijftien jaar dat een leerstoel aan de afdeling fiscaal recht deels werd gefinancierd door belastingadvieskantoor Loyens & Loeff, dat bovendien de hoogleraar voor die leerstoel leverde. Een ander Zuidaskantoor, EY, betaalt jaarlijks tonnen voor een andere leerstoel waarvoor het eveneens de hoogleraar levert. Dit blijkt uit documenten die Follow the Money heeft verkregen na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.

Wat kost een positie als hoogleraar op een universiteit? Veel professoren zullen zeggen: tijd. Het is lang studeren, veel onderzoek doen en veel artikelen schrijven. Maar afgaande op een brief van accountants- en advieskantoor Ernst & Young Belastingadviseurs (EY) aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) voldoet een zak met geld ook voor een ‘bijzonder’ hoogleraarschap. Bijzonder hoogleraren worden doorgaans gesponsord. 

Dat mag, maar dan gelden wel regels, zoals een sollicitatieprocedure om de beste kandidaat te vinden. En enige transparantie. Maar daar schort het hier aan, blijkt uit onderzoek van Follow the Money. Met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) kwamen documenten boven waaruit blijkt dat sponsors van leerstoelen zelf de hoogleraar naar voren schuiven, en dit wordt niet altijd vermeld door de universiteit.

‘Wij hebben met belangstelling kennis genomen van het structuurrapport en de profielschets voor de leerstoel Belastingheffing digitale economie,’ schrijft een medewerker van Ernst & Young Belastingadviseurs op 2 maart 2021 aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam (UvA). ‘Uit gesprekken met Daniël Smit hebben wij vernomen dat hij kandidaat is om deze leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam te bekleden en tevens dat hij hier ook graag toe bereid is.’

‘Wij zijn van mening dat Daniël Smit een uitstekende kandidaat is om invulling te geven aan deze leerstoel’ 

Het begin van deze brief is al opvallend. Hoe EY aan het rapport en de profielschets voor de leerstoel aan UvA is gekomen, wordt niet duidelijk uit de stukken die Follow the Money heeft verkregen. Wel ontvingen we de hierboven geciteerde brief over EY-partner Daniël Smit, tot op dat moment ook verbonden aan de universiteit in Tilburg.

EY toont zich enthousiast: ‘Wij zijn eveneens van mening dat Daniël Smit een uitstekende kandidaat is om invulling te geven aan deze leerstoel.’ Om dat te onderstrepen wil het kantoor de portemonnee trekken. Ze zijn bereid Smit te detacheren, wat inhoudt dat hij bij de UvA komt te werken, maar dat EY zijn salaris betaalt. ‘Naast deze beschikbaarstelling [zijn we in beginsel bereid om ons te committeren aan] een jaarlijkse financiële bijdrage van 25.000 euro.’ Dat alles voor een periode van vijf jaar. 

Het is een gulle gift, salarissen van een partner bij kantoren als EY lopen al snel in de vele tonnen euro’s, en daar komt nog eens 125.000 euro bovenop. Voorwaarde is dat Smit de leerstoel vervult en in dienst blijft bij Ernst & Young Belastingadviseurs. Hier begint het te knellen, vertellen meerdere collega-hoogleraren van binnen en buiten de UvA. Een onderzoekende professor aan een universiteit dient onafhankelijk onderzoek te kunnen doen. Maar als Smit iets doet wat EY niet bevalt en zijn baan daardoor verliest, is hij ook hoogleraar af, onder deze voorwaarden.  

Wat ook knelt is dat aan de benoeming van een hoogleraar een sollicitatieprocedure vooraf dient te gaan. Daar lijkt in de door EY voorgestelde constructie geen ruimte voor. In de brief is weliswaar sprake van een benoemingsadviescommissie, maar het belastingadvieskantoor is gevraagd om daarvoor ‘twee kandidaten aan te leveren’.

Smit werkt bij EY, wordt voorgedragen door EY, betaald door EY en in zijn benoemingscommissie zitten ook nog eens twee EY-collega’s. Wat kan er nog fout gaan?  

Weinig. Op 30 augustus van dit jaar plaatst de UvA op haar website een persbericht dat Smit is benoemd tot bijzonder hoogleraar Belastingheffing digitale economie. ‘De bijzondere leerstoel is ingesteld namens de in februari 2020 opgerichte Stichting tot Bevordering van Onderwijs en Onderzoek aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid,’ aldus het persbericht.

EY laat weten dat het helemaal niet raar is dat het zelf partners tot hoogleraar lanceert 

De woordvoerder van UvA stelt dat er geen sprake was ‘dat EY Smit naar voren schoof als kandidaat voor een hoogleraarspositie’. ‘Dit betekent ook dat er geen sprake was van de voorwaarde dat alleen bij de kandidatuur van Smit de leerstoel “gesponsord” zou worden.’

De woordvoerder van de UvA stelt dat niet is gevraagd om twee EY-leden voor de benoemingsadviescommissie. ‘De UvA heeft laten weten dat, zoals gebruikelijk bij bijzondere leerstoelen, het driekoppig curatorium de commissie zou vormen, dus dat we daarvoor maar één naam nodig hadden van EY, naast de twee collega’s uit onze eigen geledingen.’

Dit staat haaks op wat in de brief van EY staat, en vindt verder geen grond in de documenten die Follow the Money ontving in het kader van de Wob. De woordvoerder van EY vertelt ook een ander verhaal: ‘EY sponsort deze bijzondere leerstoel uit waardering voor de wetenschappelijke loopbaan van Smit. Voor zijn benoeming is geen andere kandidaat in beeld.’

EY laat weten dat het helemaal niet raar is dat het zelf partners tot hoogleraar lanceert. ‘De benoeming tot hoogleraar is de bevestiging van een hoge inhoudelijke wetenschappelijke kwaliteit,’ legt de woordvoerder van het accountantskantoor uit. ‘De combinatie van universiteit en praktijk levert kruisbestuiving op voor zowel de hoogleraar als EY. Voor een aantal collega’s is het de wens om een wetenschappelijke carrière te combineren met een adviescarrière binnen EY. Door dit aan te bieden stimuleren en behouden we talent voor de organisatie.’

‘Smit was in de periode voorafgaande aan zijn benoeming aan de UvA reeds hoogleraar in Tilburg,’ verklaart de woordvoerder van de UvA de vlotte benoeming verder. ‘Bij de sectie Belastingrecht werd hij gezien als een bij uitstek geschikte kandidaat om invulling te geven aan de ambities op het gebied van belastingheffing en de digitale economie, een speerpunt van de UvA in onderwijs en onderzoek.’ Volgens de UvA is het belangrijk voor studenten dat toppers uit de praktijk betrokken zijn bij het onderwijs.

Uitzonderlijk

‘Het komt vaker voor dat toezeggingen door werkgevers worden gedaan om een kandidaat – in deeltijd – aan de universiteit ter beschikking te stellen,’ stelt een hoogleraar (op voorwaarde van anonimiteit), die vaak integriteitskwesties onderzoekt. ‘Minder vaak komt het voor dat daarnaast ook nog extra een geldbedrag wordt geschonken. Voor zover mij bekend is het uiterst uitzonderlijk dat EY door de UvA is gevraagd om twee kandidaten voor de Benoemingsadviescommissie voor te dragen.’ 

‘Bij het laatste gaat de UvA wat mij betreft over de schreef,’ vervolgt deze hoogleraar. ‘De selectie en benoeming hoort louter op academische gronden plaats te vinden en daar hoort een sponsor als EY niet bij te worden betrokken. De beschreven situatie zie ik dan ook als een inbreuk op de wetenschappelijke integriteit van de UvA.’ Daarbij tekent deze hoogleraar aan dat hij niet weet of het conform de regels van de UvA is toegestaan of juist verboden.  

Die regels over transparantie en sponsoring zijn niet helder, afgaande op de notitie Hooglerarenbeleid van de UvA. Over de kwestie of een sponsorschap moet worden vermeld en, zo ja, hoe, wordt niet gerept. Ook in de code Wetenschappelijke Integriteit die in 2018 is opgesteld, staat niets over vermelding van sponsorschappen. Wel schrijft de code voor dat wetenschappers transparant en onafhankelijk dienen te zijn.

‘Ik zou als bestuurder van een rechtenfaculteit nooit akkoord gaan met zo’n benoemingsprocedure over iemand die zelf reeds de indruk heeft dat zijn benoeming de facto al rond is’

Ook Rob van Gestel, hoogleraar theorie en methode van wetgeving en methoden van juridisch onderzoek aan de Tilburg University, vindt het ‘een vreemde gang van zaken’. ‘De benoemingsadviescommissie dient nog ingesteld te worden, en daarin zouden vervolgens kennelijk ook twee leden van EY plaatsnemen. Hoe kunnen deze twee leden volstrekt onafhankelijk en onpartijdig oordelen over de kwaliteiten van hun eigen medewerker in vergelijking tot de capaciteiten van mogelijke andere kandidaten?’

Van Gestel tekent aan dat de reactie van de UvA op deze brief niet bij de stukken zit. ‘Ik zou als bestuurder van een rechtenfaculteit echter nooit akkoord gaan met zo’n benoemingsprocedure over iemand die kennelijk zelf reeds de indruk heeft dat zijn benoeming de facto al rond is. Op mij wekt dit te veel de indruk dat er geen daadwerkelijk open competitie plaatsvindt. Daar kan een faculteit natuurlijk voor kiezen, maar dan lijkt mij dat je daarover open moet zijn, en niet een benoemingsprocedure arrangeren, waarin andere kandidaten in feite geen kans maken.’

De UvA-woordvoerder meldt dat altijd wordt gelet op de onafhankelijkheid, ook bij fiscaal recht

Smit laat weten dat hij zijn wetenschappelijk onderzoek altijd in volledige vrijheid kon doen. ‘Ik ben in mijn wetenschappelijke publicaties altijd transparant geweest over mijn dienstverband met EY. De afgelopen twintig jaar heb ik nooit toestemming aan EY gevraagd ten aanzien van mijn wetenschappelijke publicaties en ik ben ook nooit door EY aangesproken op de inhoud van mijn publicaties. In mijn wetenschappelijke publicaties hanteer ik altijd een objectief tot stand gekomen normatief kader waarop ik mijn analyses en aanbevelingen baseer.’

De woordvoerder van de UvA meldt dat altijd wordt gelet op de onafhankelijkheid, ook bij fiscaal recht: ‘De wetenschappelijke integriteit mag niet in het geding zijn. Wij hebben geen enkele indicatie dat dit bij het Amsterdam Centre for Tax Law het geval zou zijn geweest, of dat de onafhankelijkheid van ons onderwijs of onderzoek in het geding is geweest. Benoemingsprocedures van hoogleraren zijn altijd zorgvuldig gevolgd en besluiten over aanstelling zijn onafhankelijk genomen, op basis van advies van een benoemingscommissie, voorstel van de decaan en beoordeling van het bureau van de rector.’


Jan van de Streek, hoogleraar Belastingrecht in Leiden

Loyens & Loeff heeft geen invloed gehad op mijn onderzoek, maar wilde dat wel. Om die reden heb ik mijn dienstverband opgezegd

Een ander geluid komt van Jan van de Streek, tegenwoordig hoogleraar bij de vakgroep fiscaal recht in Leiden, voorheen in Amsterdam. Uit de Wob-stukken blijkt dat zijn leerstoel in Amsterdam toentertijd werd gesponsord door Loyens & Loeff, een groot Zuidaskantoor van fiscaal advocaten. ‘Loyens & Loeff heeft geen invloed gehad op mijn onderzoek, maar wilde dat wel,’ zegt Van de Streek. ‘Om die reden heb ik mijn dienstverband per 1 september 2017 opgezegd.’

Cashless society

De door EY betaalde Smit gaat als bijzonder hoogleraar meewerken aan onderzoeken in het kader van het CPT-programma. CPT staat voor Cashless, Platform-based and Technology-driven society. De vakgroep fiscaal recht onderzoekt in dit kader ‘hoe belastingstelsels ontworpen en gestructureerd kunnen worden’ voor cashless betaalmethoden, online platforms en digitale technologieën, zoals Artificial Intelligence (AI) en blockchain,’ meldt de website van het project. 

Het CPT-project wordt gesponsord door Netflix (550 duizend euro verdeeld over vier tranches), Microsoft (eenmalig 20.000 euro ), EY (276.000 euro in vier tranches), de Nederlandse vereniging van Belastingadviseurs NOB (eenmalig 10.000 euro), Nederlandse Vereniging Internationaal Belastingrecht (10.000 euro eenmalig) en twee Italiaanse advocatenkantoren, Gatti Pavesi Bianchi Ludovici en Maisto e Associati (120.000 euro in vier tranches respectievelijk 120.000 euro in drie tranches). 

De melding van deze sponsoring vond overigens pas plaats na het indienen van het Wob-verzoek door Follow the Money op 14 juli 2021. Terwijl het contract met het Italiaanse Gatti Pavesi Bianchi Ludovici stamt uit december 2020, dat van Maisto e Associati uit januari 2020, het contract met Netflix uit februari 2021, en de gift van  Microsoft kwam op 8 maart dit jaar. EY sprong pas laat bij, op 5 oktober dit jaar.

Initiatiefnemer van dit CPT-project is een andere UvA-hoogleraar, Dennis Weber. Hij heeft een aanstelling van 0,5 fte en is tevens voorzitter van de vakgroep fiscaal recht. Uit de dankzij de Wob vrijgegeven documenten blijkt dat ook hij financiële banden heeft met de fiscale advieswereld. Zijn leerstoel wordt al vanaf het begin in 2006 gesponsord door Loyens & Loeff.

Terugwerkende kracht

Weber maakt pas sinds september dit jaar (nadat Follow the Money het Wob-verzoek deed) melding van deze sponsoring. Daarvoor meldde hij wel gelieerd (‘affiliated’) te zijn aan Loyens & Loeff, maar niet dat hij werd gesponsord. Op de vraag waarom het nooit duidelijk op de website van de UvA stond vermeld, komt een ontwijkend antwoord: ‘In het algemeen geldt dat nevenfuncties en financiering van de leerstoel vermeld staan op de website,’ aldus de woordvoerder van de UvA.

Toch komt het vaker voor bij de UvA dat sponsors niet worden vermeld, blijkt uit de reactie van hoogleraar fiscaal recht Jan van de Streek, die van Amsterdam naar Leiden trok. In de Wob-stukken zit een factuur van de UvA aan Loyens & Loeff voor 15.000 euro als bijdrage aan Van de Streeks leerstoel.

‘Als ik terugkijk op deze gang van zaken, meen ik dat ik niet met de financiering [van Loyens & Loeff voor mijn leerstoel, red.] had moeten instemmen, en dat ik, eenmaal ermee ingestemd, die financiering had moeten vermelden op de website van de UvA en onder publicaties.’

Ook opvallend is dat de aanstelling van Weber in 2008 met terugwerkende kracht, vanaf 2006, is omgezet in een hoogleraarschap. In 2016 wordt dat bevestigd en wordt met terugwerkende kracht vanaf 2006 zijn titel buitengewoon hoogleraar omgezet naar ‘gewoon’ hoogleraar. Zonder gevolgen voor de sponsoring door Loyens & Loeff.

‘Het met terugwerkende kracht iemand benoemen tot hoogleraar: dat heb ik nog nooit gezien en is uiterst uitzonderlijk’

‘Een gesponsorde leerstoel is een gewone leerstoel (en omgekeerd: een gewone leerstoel kan gesponsord zijn), dus er was geen reden waarom die omzetting gevolgen zou hebben voor de sponsoring,’ legt de woordvoerder van UvA uit.

‘Aangezien vanaf dat moment het grootste deel van de aanstelling van Weber werd bekostigd door de faculteit, lag het voor de hand  om de leerstoel om te zetten van een bijzondere in een gewone leerstoel,’ verklaart de woordvoerder van de UvA. ‘Aangezien op dat moment (nu niet meer) de Stichting nog steeds voor 0,2 fte bijdroeg, is gekozen voor de constructie van een gesponsorde (gewone) leerstoel.’

‘Uit de stukken blijkt dat pas in 2016 het voorstel uit 2008 inzake de leerstoel met terugwerkende kracht (2006) wordt bekrachtigd,’ analyseert de anonieme hoogleraar die zich bezighoudt met integriteit. ‘In feite wordt daarmee tien jaar na dato de leerstoel feitelijk ingesteld. Dat is heel bijzonder. Het met terugwerkende kracht iemand benoemen tot hoogleraar: dat heb ik nog nooit gezien en is uiterst uitzonderlijk.’

‘Vreemd dat die gewone leerstoel dan wel een gesponsorde leerstoel blijft met allerlei nieuwe afspraken met de sponsor,’ zegt Van Gestel van de Tilburg University. ‘Ik begrijp niet waarom dit is gedaan. De invloed van de sponsor blijft immers. Bijzondere hoogleraren hebben minder bevoegdheden, maar of dat hier bepalend is geweest, weet ik niet. Ik ga niet speculeren over wat hier achter zit.’

‘Prestige is voor kantoren als EY en Loyens Loeff de reden dat ze graag medewerkers aan de universiteit hebben werken’

Een andere anonieme collega wil wel speculeren: ‘Gewoon hoogleraar is prestigieuzer dan buitengewoon hoogleraar. Prestige is voor kantoren als EY en Loyens Loeff de reden dat ze graag medewerkers aan de universiteit hebben werken. Een opinie is meer waard als die van een professor komt dan van een doctorandus. Het verhoogt de marktwaarde.’ 

De woordvoerder van EY formuleert het anders. Het financieren van leerstoelen betekent ‘dat vaktechnisch inhoudelijke kwaliteit doorwerkt in de kwaliteit van de dienstverlening die EY aan zijn klanten levert’. 

Maar het heeft ook een breder doel, benadrukt de EY-woordvoerder: ‘Als onderdeel van onze purpose delen wij inzichten over fiscale ontwikkelingen actief met de maatschappij. Dat doen we door het inzetten van een veelheid aan middelen, variërend van whitepapers en workshops tot aan het geven van interviews. Hoogleraren leveren hieraan een bijdrage door praktijkkennis te verrijken met wetenschappelijke kennis.’

Links bolwerk

Opmerkelijk is de wetenschappelijke kennis die sponsor Netflix zoekt. Volgens het contract met de UvA voor het CPT-project (de Cashless, Platform-based and Technology-driven society) dringt de streaminggigant aan op de ontwikkeling van werkbare systemen voor belastinginning van internetbedrijven voor Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen. Kenners twijfelen aan de oprechtheid van deze uitgestoken hand van Silicon Valley aan ontwikkelingslanden. De andere sponsors lijken hier ook helemaal niet op aan te sturen.

‘Fiscaal recht lijkt meer een verlengstuk van de adviespraktijk dan op een onafhankelijke vakgroep van een universiteit’

De UvA heeft de reputatie van een links bolwerk, maar de afdeling fiscaal recht staat binnen het veld bekend als libertair. ‘Ze zitten erg op zaken als privacy, rechtsbescherming, de reikwijdte van het ‘misbruikbegrip’, rechtsongelijkheid en discriminatie van buitenlandse partijen ten opzichte van Nederlandse,’ zegt een universitair medewerker die anoniem wil blijven. ‘En bovenal: zo min mogelijk belasting betalen. Het zit nogal in de neoliberale, rechtse hoek. Dat mag natuurlijk, dat is ook goed, er moet academisch debat zijn met verschillende standpunten. Maar als je kijkt naar wie het financieren, EY, Loyens Loeff, Netflix, Microsoft, dan lijkt het meer een verlengstuk van de adviespraktijk dan (op) een onafhankelijke vakgroep van een universiteit.’

Daniel Smit bijvoorbeeld toonde zich altijd groot voorstander van afschaffing van dividendbelasting, zo blijkt uit zijn optreden voor een Tweede Kamercommissie, een interview met Nieuwsuur en met vakblad Tax Live. Smits baas bij het CPT-project, Dennis Weber, verklaarde in een opiniestuk in het FD  dat hij het maar raar vond dat een bedrijf gevestigd in een belastingparadijs geen recht heeft op coronasteun in Nederland. Dit is wat libertaire fiscalisten bedoelen met ‘discriminatie’ en ‘rechtsongelijkheid’. 

De brief van de Nederlandse Vereniging Internationaal Belastingrecht waarin ze 10.000 euro toezeggen aan het project, is helder: de gift is bedoeld voor onderzoek naar the influence of technology on taxpayers rights

Het gedachtengoed komt ook duidelijk naar voren in een video dat het project begeleid.

In een voorbeeld (op circa 1 minuut in de video) gaat het over een leraar Engels die via het fictieve Amerikaanse platform Teachers.com via internet bijles geeft aan studenten in landen in Afrika. Daarmee verdient hij 6.000 euro per maand (dat lijkt veel maar voor een partner van een kantoor als EY of Loyens & Loeff is dat een magere bijverdienste).

Wanneer de leraar Engels dat bedrag niet opgeeft bij de fiscus, is hij belastingontduiker. Wie moet waar belasting betalen, en hoe voorkomen we belastingfraude? Bijvoorbeeld als het platform Teachers.com bijhoudt waar het geld verdiend wordt en waar het terechtkomt, zodat het die bedragen doorgeeft aan de betrokken belastingdiensten. En dat leidt naar de cruciale vraag: is dat niet in strijd met de privacy van de leraar?

‘Dit gaat niet om een onderzoek in dienst van het algemeen belang, maar van belastingontwijkende bedrijven’   

‘Dit gaat volgens mij in werkelijkheid over dat “platformen” als Teachers.com, – lees Netflix, eBay, Amazon – geen country-by-country reporting zouden hoeven doen,’ vermoedt de anonieme onderzoeker. ‘Dan hoeven ze niet in elk land bij te houden wat de omzet daar is. Let in de video vooral ook op de vraag of dat bijhouden van informatie voor belastingdiensten niet de concurrentiepositie van platformen zou mogen aantasten. Dit gaat niet om een onderzoek in dienst van het algemeen belang, maar van belastingontwijkende bedrijven.’

Met dank aan Bas van Beek

De reactie van de UvA op de benoemingen van Daniël Smit en Dennis Weber:

De gehele reactie van de UvA over de benoeming van Smit:

'Constructies waarbij een in de praktijk werkzame kandidaat aan de Universiteit tot hoogleraar wordt benoemd zijn onderdeel van het hooglerarenbeleid van de UvA en zijn ook bij andere universiteiten gebruikelijk; vooral in de vorm van deeltijdaanstellingen, bijzonder hoogleraren of gesponsorde leerstoelen. Samenwerking tast de onafhankelijkheid van de werving niet aan.

Voor de invulling van dergelijke hoogleraarposities wordt ofwel open geworven, of er kan een bepaalde kandidaat in beeld zijn die voor de functie bij uitstek geschikt is; in dat laatste geval wordt een zogenaamde verkorte procedure gevolgd, zonder open werving.

Smit was in de periode voorafgaande aan zijn benoeming aan de UvA reeds hoogleraar in Tilburg. Bij de Sectie Belastingrecht werd Smit gezien als een bij uitstek geschikte kandidaat om invulling te geven aan de ambities op het gebied van belastingheffing en de digitale economie, een speerpunt van de UvA in onderwijs en onderzoek.

Daaropvolgende gesprekken met Smit hebben geleid tot het voorstel voor benoeming aan de UvA, onder dezelfde voorwaarden waarvan sprake was tijdens zijn benoeming aan de UvT. Er is dus geen sprake van dat EY hem naar voren schoof als kandidaat voor een hoogleraarspositie.

Dit betekent ook dat er geen sprake was van de voorwaarde dat alleen bij de kandidatuur van Daniel Smit de leerstoel ‘gesponsord’ zou worden. Er waren geen contacten met EY over mogelijke kandidaten, vanaf het begin was het proces gericht op benoeming van Smit.

Zoals bij alle hooglerarenbenoemingen aan de UvA en de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, is ook bij Smit gebruik gemaakt van de normale procedure, die bestaat uit:

  1. Een positief advies van de Vaste Commissie voor hooglerarenbenoemingen over de wenselijkheid van de instelling van de leerstoel en een verkorte procedure met de kandidaat (op basis van een voorstel vanuit de sectie Belastingrecht);
  2. Het akkoord van het College van Bestuur op de vestiging van de leerstoel, een verkorte procedure met de kandidaat en de samenstelling van het curatorium, tevens de benoemingsadviescommissie;
  3. Een gesprek van de benoemingsadviescommissie met de kandidaat, gevolgd door een positief advies van de benoemingsadviescommissie aan de decaan,
  4. Een beoordeling van het advies door de Vaste Commissie voor hooglerarenbenoemingen;
  5. Voorstel aan het CvB gebaseerd op het gehele dossier.

Deze procedure is gericht op het bewaken van de kwaliteit van alle kandidaten voor hoogleraren, en is in het geval van Daniel Smit geheel gevolgd.

Met betrekking tot het doen van onafhankelijk onderzoek:

  • Alle medewerkers van de faculteit zijn gebonden aan de richtlijnen voor wetenschappelijke integriteit; deze gelden onverkort voor bijzondere hoogleraren.
  • Vanuit EY zijn geen eisen gesteld over wat Smit wel of niet mag onderzoeken.
  • Smit vervult bij EY een wetenschappelijke / onderzoekersfunctie en bedient geen zakelijke klanten.
  • Op de websites van UvA en ACTL staan samenwerkingen en nevenfuncties vermeld.

Alle benoemingsprocedures zijn zorgvuldig gevolgd en besluiten over aanstellingen zijn onafhankelijk genomen.

Smit is gezien zijn uitgebreide staat van dienst, als hoogleraar en onderzoeker in Tilburg en auteur van meer dan honderd publicaties, bij uitstek geschikt geacht, vandaar ook de gekozen verkorte procedure. Binnen de Faculteit der Rechtsgeleerdheid wordt conform universitair beleid gewerkt met benoemingsadviescommissies en een onafhankelijk daarvan functionerende vaste commissie voor hooglerarenbenoemingen; deze adviseren de decaan voordat de decaan een voorstel voor benoeming doet. Dit voorstel voor benoeming wordt vervolgens ook nog zelfstandig door het bureau van de rector beoordeeld.

Zoals hiervoor vermeld was er geen sprake van een andere kandidaat; vanaf het begin was de inzet te bezien of de Faculteit der Rechtsgeleerdheid kon komen tot een aanstelling van Smit omdat dat hij de expertise had die benodigd was om dit speerpunt in het onderwijs en onderzoek van de UvA in te vullen.'

De gehele verklaring van de UvA over de aanstelling van Weber:

'In 2005 heeft het College van Bestuur ingestemd met vestiging bijzondere leerstoel Europese Ondernemingsbelastingen vanwege de Stichting Loyens & Loeff European (Tax) Law Support fund. In de daarop volgende procedure is door acht zusterfaculteiten vooraf de naam van Dennis Weber genoemd als mogelijke kandidaat. Uit de open werving kwam Weber naar voren als de meest geschikte kandidaat; hij is vervolgens benoemd als bijzonder hoogleraar voor 0,2 fte.

Na benoeming is het aantal uren waarvoor Weber hoogleraarstaken vervult door de toenmalige sectievoorzitter uitgebreid; de splitsing van uren in een UD(universitair docent)-deel en een hoogleraarsdeel bleek in de praktijk niet werkbaar en is onder huidig UvA beleid ook niet meer mogelijk. De uitbreiding van het aantal uren werd aanvankelijk echter niet geformaliseerd in een uitbreiding van de omvang van het hoogleraarschap van 0,2 naar 0,5. Deze situatie is later gecorrigeerd, waarbij het UD schap verviel en het bijzonder hoogleraarschap van 0,2 met facultaire middelen werd uitgebreid naar 0,5.

Aangezien vanaf dat moment het grootste deel van de aanstelling van Weber werd bekostigd door de faculteit, was het aangewezen om de leerstoel om te zetten van een bijzondere in een gewone leerstoel. Aangezien op dat moment (nu niet meer) de Stichting nog steeds voor 0,2 bijdroeg is gekozen voor de constructie van een gesponsorde (gewone) leerstoel.

Deze constructie – dat een externe partij een interne kandidaat sponsort – past binnen het UvA hooglerarenbeleid.'

Lees verder Inklappen