In navolging van Venezuela en Zuid-Afrika heeft nu ook Indonesië het investeringsverdrag met Nederland beëindigd. Het land is de rechtszaken en miljoenenclaims zat. 'Ik wil niet dat multinationals met juridische rugdekking alles kunnen doen wat ze willen in ontwikkelingslanden als Indonesië.'

    Indonesië heeft er genoeg van. De eilandengroep gaat al haar investeringsverdragen herzien of beëindigen. Het investeringsverdrag met Nederland sneuvelt daarbij als eerste. Op 15 maart liet Indonesië weten dat ze het verdrag wil opzeggen. ‘Ik wil niet dat multinationals met juridische rugdekking alles kunnen doen wat ze willen in ontwikkelingslanden als Indonesië,’ zei president Susilo Bambang Yudhoyono.

    Indonesië is niet het eerste land dat investeringsverdragen opzegt. Steeds meer ontwikkelingslanden realiseren zich welke gevolgen de verdragen met zich meebrengen. ‘Toen ik het roer overnam als verdragsonderhandelaar in 2001, was ik geschokt wanneer ik een investeringsverdrag las,’ zei Randall Williams, directeur van de afdeling handelsbeleid en -onderhandelingen in Zuid-Afrika, tijdens een lezing op de London School of Economics. ‘Als dit een persoonlijk contract was, zou niemand hem ondertekenen. Waarom zou een staat dat dan wel doen?’ Sinds 2012 is Zuid-Afrika begonnen haar investeringsverdragen op te zeggen, net als Venezuela, Bolivia en Ecuador. En nu dus ook Indonesië. Het land wil al haar 67 investeringsverdragen opzeggen en begint met het verdrag met Nederland, dat per 1 juli 2015 zal komen te vervallen. ‘Nederland betreurt de opzegging,’ laat een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in reactie weten. ‘We hebben contact met de Indonesische autoriteiten over deze kwestie.’

    Einde van het pioniersverdrag

    De opzegging van Indonesië heeft ook symbolische betekenis: het Indonesische investeringsverdrag met Nederland was de eerste in haar soort. Voor het eerst was er in dit pioniersverdrag de mogelijkheid tot internationale arbitrage, de mogelijkheid voor ondernemingen om landen aan te klagen als hun rechten als investeerder geschaad worden door onteigening, belastingheffing, regelgeving of ander voor hen nadelig overheidsbeleid. Tot die tijd stonden in investeringsverdragen wel de rechten van investeerders opgenomen, maar was er, buiten een goed gesprek tussen diplomaten, geen manier om deze rechten af te dwingen en een schadevergoeding te krijgen.

    Maar veel investeringsverdragen bevatten dusdanig vage of brede definities van wat een investering is en in welke gevallen deze beschermd moet worden, dat er veel ruimte is voor bedrijven om een rechtszaak te beginnen. Dit leidde onder andere tot claims vanwege het uitfaseren van nucleaire energie (Vattenfall vs. Duitsland) en tabaksregulering (Philip Morris vs Uruguay).

    Afschrikwekkend

    Indonesië neemt nu stappen om dergelijke claims in de toekomst te voorkomen. In de afgelopen vijftien jaar werd het land veelvuldig aangeklaagd. Eind 2012 liepen er nog vijf zaken tegen Indonesië.

    In 2000 werd het land zich pijnlijk bewust van de financiële gevolgen van investeringsverdragen toen een arbitragetribunaal het Indonesische staatsbedrijf PT Pertamina sommeerde tot betaling van 261 miljoen dollar aan de Amerikaanse energieproducent Karaha Bodas. Karaha Bodas had op West Java een geotermische elektriciteitscentrale gebouwd, waarvan PT Pertamina de energie zou afnemen. Maar tijdens de Aziatische financiele crisis annuleerde president Soeharto het contract met Karaha Bodas. Het bedrijf kon daarop een arbitrageprocedure beginnen omdat ze officieel gevestigd waren op de Kaaiman Eilanden dat -in tegenstelling tot de Verenigde Staten- wel een handelsverdrag met Indonesië heeft.

    Een arbitragetribunaal sommeerde het Indonesische staatsbedrijf PT Pertamina tot betaling van 261 miljoen dollar
    Het vooruitzicht op nog zo’n langlopende en kostbare arbitragezaak werkte dusdanig afschrikwekkend dat Indonesië beleid heeft afgezwakt en zelfs deels heeft teruggedraaid om dit te voorkomen. Nadat de regering een verbod op dagbouwmijnen in bossen uitvaardigde, dreigden een grote groep buitenlandse mijnbouwbedrijven met rechtszaken en miljardenclaims. Het land zag zich in 2002 uiteindelijk genoodzaakt de regelgeving aan te passen. De financiële consequenties zouden simpelweg te groot zijn. ‘Er zijn investeringen gedaan voordat de nieuwe wet in werking ging. Als we dit stil leggen, eisen investeerders compensatie en Indonesië kan dat niet betalen,’ zei de Indonesische minister van milieu in een verklaring.’

    Harde les

    In 2012 kwam het wel tot een arbitragezaak tussen Indonesië en een mijnbouwbedrijf. Het Britse Churchill Mining PLC was actief in het gebied Oost Kutai. Tot 2010, toen de vergunningen van het bedrijf door de lokale overheden werden ingetrokken. Onterecht, zo meent Churchill Mining. Nadat de nationale rechtbank de claim afwees, begon het bedrijf een internationale arbitrageprocedure en eist nu 1 tot 2 miljard dollar compensatie. Ondanks de bezwaren van Indonesië dat de investering van Churchill niet onder het investeringsverdrag vallen, besloot het tribunaal in februari 2014 dat het wel degelijk jurisdictie heeft.

    Het besluit liet Indonesie bepaald niet onberoerd.  Volgens de minister van Economische Zaken, Hatta Rajasa, moet de Churchill-zaak een les zijn voor Indonesie dat voorzichtigheid geboden is bij het verlenen van vergunningen aan (buitenlandse) investeerders. Ook president Susilo Bambang Yudhoyono sprak zich al eerder fel uit nadat Churchil Indonesiëie daagde voor het tribunaal. ‘Laat ons niet verliezen of aan de verkeerde kant zitten, want dan zullen de implicaties enorm zijn.’

    Onverwachte opzegging?

    In hoeverre de beslissing van Indonesië voortkomt uit het verliezen van de eerste fase van de Churchill-zaak is niet duidelijk, wel is het opvallend te noemen dat het Nederlandse verdrag als eerste sneuvelt. Nederland is  de vijfde grootste investeerder in Indonesië met 16,7 miljard euro aan investeringen, waarvan naar schatting zo’n 14,5 miljard door brievenbusmaatschappijen.

    De opzegging komt bovendien een kleine vier maanden nadat minister-president Mark Rutte een bezoek bracht aan Indonesië om de handelsrelaties tussen beide landen te versterken waarbij Hatta Rajasa, de Indonesische minister van Economische Zaken, nog de verwachting uitsprak dat het handels- en investeringsvolume door Nederlandse bedrijven binnen vijf jaar zou verdubbelen. Daarnaast hoopte Indonesië de uitvalsbasis worden voor Nederlandse ondernemingen om de Aziatische markt te betreden.

    Ondermijning van de democratie

    Ondanks dat het vooral ontwikkelingslanden zijn die voor een arbitragetribunaal worden gedaagd, klinken er in Europa inmiddels ook zorgen over potentiële claims van buitenlandse investeerders. De Europese Commissie onderhandelt momenteel met de Verenigde Staten over een nieuwe vrijhandelsverdrag — de Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP).  Hierin krijgen investeerders naar verwachting ook de mogelijkheid om overheden te dagen voor een internationaal arbitragetribunaal.

    Duitsland heeft inmiddels kenbaar gemaakt arbitragemogelijkheden absoluut buiten het verdrag te willen houden

    Het leidde tot kritiek vanuit verschillende lidstaten waaronder Nederland en Frankrijk. Duitsland heeft inmiddels kenbaar gemaakt arbitragemogelijkheden absoluut buiten het verdrag te willen houden.

    Sinds het verdrag van Lissabon (2009) vinden de onderhandelingen over investeringsverdragen op Europees niveau plaats en kunnen lidstaten niet meer zelfstandig een verdrag afsluiten met een land buiten de EU.

    Daarnaast wil de EU op den duur alle individuele verdragen vervangen door Europese verdragen. Tot nog toe beperkt de EU zich echter tot de grootste handelspartners India, Canada, Rusland, de Verenigde Staten waardoor de tientallen bilaterale investeringsverdragen die Nederland heeft afgesloten vooralsnog blijven bestaan. De vraag is voor hoe lang. Met de opzegging van Indonesië staat de teller inmiddels op drie voor Nederland.

    De beëindiging van het investeringsverdrag met Nederland betekent niet dat Indonesië definitief van potentiële claims af is. Het verdrag bevat een ‘survival clause’, waardoor investeringen gemaakt voor 1 juli 2015 nog vijftien jaar beschermd zullen zijn. De Indonesische ambassade was niet bereikbaar voor een reactie.

     

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jesse Frederik

    In de zomer van 2011 ontvingen we per email een open sollicitatie van de 22-jarige Jesse Frederik uit Nijmegen die zichzelf o...

    Volg Jesse Frederik
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Over de auteur

    Jessica de Vlieger

    Er zijn maar weinig meisjes die een voorliefde voor prosecco en jurkjes weten te combineren met een passie voor rekenkundige...

    Volg Jessica de Vlieger
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Internationale vrijhandelsverdragen

    Gevolgd door 417 leden

    Tegen vrije handel tussen burgers, landen en continenten valt weinig in te brengen. Grote internationale vrijhandelsverdragen...

    Volg dossier