AFM: bank moet betalen als derivatendossier niet op orde is

Heeft de bank het dossier bij Bijzonder Beheer niet op orde, dan is er volgens de AFM geen probleem. Maar is het rentederivatendossier niet op orde, dan heeft de bank volgens de toezichthouder wél een probleem.

De AFM presenteerde dinsdag een langverwacht rapport over rentederivaten in het mkb. Twee weken later dan gepland. Oorzaak voor dit uitstel, zo liet de toezichthouder doorschemeren, was onder meer dat enkele banken niet bij naam en toenaam wilden worden genoemd. Dat gebeurde ook niet - met één uitzondering: Rabobank. Dat is de enige bank die nog tot het eind van het jaar nodig heeft om zijn 8.000 rentederivaten opnieuw door te lichten.
AFM keert redenering over Bijzonder beheer volledig om in derivatendossier
De toezichthouder publiceerde vorige week ook een rapport over Bijzonder Beheer, dat vrijwel tegelijkertijd onder vuur werd genomen. Er is een opmerkelijk verschil tussen de beide rapporten. Bij Bijzonder Beheer vond de toezichthouder geen enkele 'onredelijke maatregel' van de bank, ook al concludeerde de AFM dat 'vooral gespreksverslagen en schriftelijke communicatie van de klant aan de bank in veel dossiers ontbraken.' De banken kregen ondanks deze gebrekkige dossiervorming het voordeel van de twijfel. In het rapport over de rentederivaten keert de AFM die redenering volledig om: 'Als de dienstverlening daardoor [door het ontbreken van documenten in het dossier, red] niet meer reconstrueerbaar is, ligt het voor de hand dat de bank de klant tegemoet komt bij financiële schade.'

Nog vrijwel geen compensatie

Het is de vraag of, en in welke mate, die compensatie er ook daadwerkelijk komt. De banken hebben iets meer dan de helft van alle rentederivatendossiers van de drieduizend 'kwetsbare' klanten (bijvoorbeeld de klanten die in Bijzonder Beheer zitten) opnieuw onder de loep genomen, maar hebben nog vrijwel geen compensatievoorstellen gedaan (minder dan honderd). Aan het einde van dit jaar moeten alle klanten die financiële schade hebben geleden door hun derivaat, en waar de bank steken heeft laten vallen, gecompenseerd zijn, zo stelt de AFM.
'Ik ben nog geen enkele herbeoordeling tegengekomen waar ik tevreden over was'
De toezichthouder stelt dat een flink deel van de herbeoordelingen in eerste instantie onder de maat was, maar dat er na ingrijpen door de AFM een flinke verbetering heeft plaatsgevonden. Inmiddels zijn vrijwel alle herbeoordelingen 'goed' of 'voldoende,' constateerde AFM-bestuurder Harman Korte tevreden vast op een persconferentie. Advocaat Hester Bais is daar echter sceptisch over. 'Ik ben nog geen enkele herbeoordeling tegengekomen waar ik tevreden over was. In sommige gevallen wordt de herbeoordeling ook weggemoffeld in een gesprek of een brief, zonder dat de klant doorheeft dat er een herbeoordeling heeft plaatsgevonden.' Volgens de AFM hebben banken in 43 procent van de onderzochte dossiers geconstateerd dat er problemen zijn, of 'bevindingen', zoals de AFM het officieel noemt in haar rapportage. In die gevallen zijn klanten bijvoorbeeld niet goed voorgelicht over de precieze werking van een rentederivaat. De toezichthouder haast zich echter om te zeggen dat dit geen representatieve steekproef is, omdat eerst de probleemdossiers zijn onderzocht.

'Kans op collectieve aanpak minder waarschijnlijk'

In de persconferentie liet Harman Korte zich ook uit over de kans op collectieve klachten van mkb'ers tegen de banken. Pieter Lijesen kondigde vorig jaar al een massaclaim aan tegen de Rabobank, en sinds dit jaar probeert ook Pieter Lakeman om claims tegen ABN Amro en Rabobank te bundelen. Volgens Korte hangt veel af van de daadwerkelijke compensatie die banken later dit jaar gaan bieden. Maar als die net zo goed is als de herbeoordelingen die banken tot nu toe hebben gedaan, 'dan lijkt mij dat de kans tot collectieve aanpak voor 14.000 ondernemers, of voor een deel daarvan, minder waarschijnlijk.' De noodzaak van een dergelijke massaclaim zou daarmee volgens hem 'voor een groot deel redelijkerwijs zijn weggenomen.' Pieter Lijesen is niet onder de indruk van de opmerkingen van de AFM-bestuurder. 'Wat mij verbaast is dat dat hij zich hier in gaat mengen. Het is aan de rechter om daarover te beslissen. Hij moet wel op zijn eigen stoel blijven zitten.'

Zicht op afgekochte swaps

Ondernemers die hun renteswap meer dan een jaar geleden al hebben (moeten) afkopen, vielen tot nu toe buiten het onderzoek van de AFM. Dat leidde tot veel kritiek, omdat deze ondernemers vaak flink hebben moeten betalen om van hun derivaat af te komen: gemiddeld ging het medio vorig jaar om een bedrag van zo'n 10 procent van de omvang van de lening. De 'niet-professionele' mkb'ers hadden derivaten met een gemiddelde omvang van 1,5 miljoen euro, waardoor het afkoopbedrag al snel 100.000 tot 200.000 euro bedroeg. Nu wil de AFM echter wél zich krijgen op deze groep, zo gaf de toezichthouder aan.
Mogelijk al 150 tot 200 miljoen afgetikt door mkb'ers
Ook deze dossiers moeten dus worden herbeoordeeld. Dat is opmerkelijk, omdat deze ondernemers eerder bijvoorbeeld ook al werden uitgesloten van een gang naar het Kifidloket voor rentederivaten. De AFM zegt nog niet alle informatie binnen te hebben, maar stelt dat er tussen januari 2012 en 1 april 2014 ten minste 1265 rentederivaten vroegtijdig zijn afgekocht. 1162 ondernemers hebben daarvoor geld moeten betalen. Het is moeilijk om te stellen hoeveel deze ondernemers in totaal hebben betaald voor het afkopen van deze derivaten. Hoe langer de looptijd, hoe zwaarder een derivaat over het algemeen 'onder water' staat. Maar wie zijn derivaat afkocht in de tijd dat de rente nog iets hoger stond dan nu, is daarentegen weer wat goedkoper uit. Een simpele rekensom, waarbij wordt gerekend met de gemiddelde omvang van een derivaat (1,5 miljoen), een negatieve waarde van 10 procent (peildatum medio vorig jaar) en 1162 afgekochte contracten, komt al snel uit op zo'n 150 tot 200 miljoen euro die ondernemers aan banken hebben betaald om van hun derivaten af te komen. Naast de 1162 gevallen, zijn er ook nog 103 derivaten afgekocht die juist een positieve marktwaarde hadden, en waarbij de ondernemer dus geld kreeg van de bank.

Nieuwe cijfers

De AFM komt in haar rapport ook met enkele nieuwe cijfers. - Vorig jaar meldde de AFM dat er zo'n 17.000 derivaten waren gekocht door zogeheten 'niet-professionele' mkb'ers. Nu blijkt het te gaan om 17.600 derivaten, gekocht door 14.316 ondernemingen. - Van die contracten is in ruim 5 procent van de gevallen sprake van een overhedge. Het derivaat sluit daarbij niet goed aan op de lening. Het derivaat loopt bijvoorbeeld langer door, of is groter dan de lening. - Ruim 10 procent van de mkb'ers  met een derivaat zit bij Bijzonder Beheer, de ziekenboeg van de bank. Het gaat om 1586 ondernemingen. Vorig jaar meldde de toezichthouder nog dat het om 1400 mkb'ers ging. - Banken verkochten niet alleen 'simpele' rentederivaten, zoals swaps of rentecaps, maar ook veel complexere, zoals extendibele leningen. Voor het eerst is er nu inzicht in de omvang van dat probleem. Medio vorig jaar stonden er 1268 complexe rentederivaten uit bij niet-professionele mkb'ers.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Joris Heijn

Joris Heijn (1985) studeerde Internationale Betrekkingen in Groningen, maar wilde eigenlijk liever journalist worden. Deed da...