© ANP Jerry Lampen

In de huidige kabinetsperiode hebben minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ruim 600 gesprekken gevoerd op hun ministerie. Dat blijkt uit de agenda’s van beide bewindspersonen, die onlangs na een Wob-verzoek openbaar werden gemaakt. Wat vertellen de cijfers? En vooral: wat vertellen ze niet?

Een Wob-verzoek van de Volkskrant maakt het voor het eerst mogelijk om de agenda’s van ministers en staatssecretarissen onder de loep te nemen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Europese Commissie, geeft de Nederlandse regering geen systematisch inzicht in de agenda’s van bewindspersonen. Tot dusver was dus onbekend welke personen en organisaties wel en niet bij de Nederlandse ministers en staatssecretarissen over de vloer kwamen. De gegevens die nu bekend zijn gemaakt, geven hierover voor het eerst een indicatie — al blijft er nog veel onduidelijk.

Verschillen

In bijna drie jaar tijd voerden Schippers en Van Rijn ten minste 616 gesprekken met externe partijen en politici. 259 personen en organisaties hadden één of meerdere afspraken in het Castalia, een van de gezichtsbepalende gebouwen van Den Haag, waarin het ministerie is gehuisvest.

Tussen de minister en de staatssecretaris bestaan een aantal verschillen. Het aantal gesprekspartners van Schippers en Van Rijn tussen november 2012, het begin van Rutte-II, en december 2015 is nagenoeg gelijk, respectievelijk 126 tegenover 133. De staatssecretaris heeft echter veel meer gesprekken gevoerd. Van Rijn kreeg 349 keer bezoek, terwijl Schippers 267 afspraken had. Het verschil was vermoedelijk iets kleiner geweest als Schippers specifieker antwoord had gegeven op de vragen over haar agenda. Waar Van Rijn aangeeft welke organisaties bij een gesprek betrokken zijn, geeft Schippers geregeld niet meer dan een algemene vermelding over een gesprek met zorgverzekeraars of werkgevers. Het blijft dan onduidelijk met hoeveel partijen de minister spreekt, en om wie het gaat. Dit is een van de onvolkomenheden van de vrijgegeven agenda’s.

Een ander belangrijk aspect dat ontbreekt is het gespreksonderwerp. We weten dus niet of vervolgafspraken over hetzelfde of heel andere onderwerpen gingen, al valt er bij een aantal veel voorkomende gesprekspartners wel een reden voor hun bezoek te bedenken. Zo is de belangenvereniging voor gemeenten, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), van alle partijen het meeste bij het ministerie langs geweest, namelijk 32 keer. Van Rijn nam al deze gesprekken voor zijn rekening. Het grote aantal bezoeken is weinig verrassend, omdat Van Rijn verantwoordelijk is voor een van de grootste decentralisatieoperaties ooit, waarbij de gemeenten de jeugdzorg en de langdurige zorg op hun bordje krijgen.

Opvallend aan de agenda van Van Rijn is dat er veel politici op staan. Veelal gaat het om zorgwoordvoerders van coalitiegenoten of de zogenoemde ‘constructieve oppositie’. PvdA’er Otwin van Dijk is van alle politici veruit het vaakst bij VWS geweest, wel zestien keer. Dat komt niet alleen om dat hij als Kamerlid zaken als langdurige zorg, AWBZ en het PGB — Van Rijns hoofdpijndossier — in zijn portefeuille heeft. Van Dijk heeft zich ook hard gemaakt voor de ratificatie van het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap en voor de wettelijke verplichting om voorzieningen en gebouwen voor hen toegankelijk te maken. Dit voorstel werd niet met groot enthousiasme ontvangen in de coalitie.

Bij geen van de gemelde afspraken is duidelijk wie er precies aanschuift

Schippers heeft vooral afspraken gehad met de grote spelers uit de zorgsector. Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de belangenvereniging voor de verzekeraars, is de voornaamste gesprekspartner van de minister. Bij geen van de gemelde afspraken is duidelijk wie er precies aanschuift. We weten dus bijvoorbeeld niet of oud-ChristenUnie-voorman André Rouvoet, tegenwoordig voorzitter van ZN, op zijn oude werkplek is langs geweest om de belangen van zijn nieuwe werkgever te behartigen.

Geen vervolg

De vrijgegeven informatie roept dus meer vragen op dan ze beantwoordt en biedt in ieder geval geen inzicht in de invloed die organisaties en personen op het beleid van het ministerie proberen uit te oefenen. Dat komt niet alleen doordat er veel wezenlijke informatie over de afspraken ontbreekt, maar ook omdat gegevens over gesprekken met lager geplaatsten op het ministerie niet zijn bekendgemaakt, terwijl veel invloed op beleid niet op het allerhoogste niveau wordt uitgeoefend. Een ontmoeting met een minister kan dan een kennismakingsgesprek zijn, of juist een laatste poging om iets gedaan te krijgen.

Wel geven de agenda’s een patroon weer, maar dat ziet er niet heel verrassend uit. Zo is het niet bepaald opzienbarend dat de grote spelers in de zorg zich met grote regelmaat op het ministerie melden, aangezien ze voor de bewindspersonen onmisbaar zijn bij het maken van beleid. Veel nieuwe inzichten biedt de openbaarmaking van de agenda’s dus niet, maar dat was ook niet de bedoeling. Tekenend is wel dat de bewindspersonen aan de openbaarmaking geen vervolg hebben gegeven door er een structureel beleid van te maken. Na het publiceren van de betrekkelijk summiere agendagegevens is het weer stil geworden bij VWS.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Pieter van der Lugt

Gevolgd door 246 leden

Pieter van der Lugt (1990) studeerde politicologie aan de Radboud Universiteit. Tijdens zijn studie zette hij zijn eerste sta...

Dit artikel zit in het dossier

Zorglobby

Gevolgd door 401 leden

Follow the Money hield enkele maanden geleden samen met Yournalism een grote crowdfunding-actie om een onderzoek te starten n...

Volg dossier