• Met je klant baar het casino.

Zorgwethouder Eugène van Mierlo spreekt schande van de extreem hoge winsten in de Almelose thuiszorg. Toch legt hij op geld beluste ondernemers geen strobreed in de weg. Sterker nog, hij weet ze zelfs niet te signaleren. FTM deed wederom een opmerkelijke ontdekking in zijn gemeente.

Dit stuk in 1 minuut
  • Het Almelose thuiszorgbedrijf Anahid behaalde over boekjaar 2017 een winst van 66,8 procent. Raadsleden uit de Twenste gemeente waren verbijsterd en vroegen om opheldering; zorgwethouder Eugene van Mierlo sprak schande van de hoge winst.
  • De zaak Anahid staat niet op zichzelf: FTM kwam nog een thuiszorgbedrijf uit Almelo op het spoor met een opmerkelijk hoge winst. Dit bedrijf, Take Care geheten, rapporteerde over 2017 een resultaat van 714.049 euro op een omzet van 1.266.573 euro. Na aftrek van de vennootschapsbelasting bleef er van die winst nog 541.873 euro over. In 2016 was de winst nog hoger.
  • Toch legt Van Mierlo gehaaide ondernemers geen strobreed in de weg: er blijkt geen controle te zijn. Tot nu toe zijn de winsten bij Take Care onder de radar gebleven.
  • De situatie in Almelo is opvallend, maar niet uniek. Veel gemeenten hebben het moeilijk met hun rol als toezichthouder. Lokale overheden krijgen steeds meer verantwoordelijkheden toegeschoven door de decentralisatie van zorgtaken.
  • Met name kleinere gemeenten staan voor een lastige opgave: investeren in een controleapparaat staat meestal niet hoog op hun prioriteitenlijstje, met als gevolg dat gemeenschapsgeld makkelijk in de zakken van gehaaide ondernemers vloeit.
Lees verder

Eugène van Mierlo (CDA) werkte ruim achttien jaar bij de brandweer. In zijn vrije uren was hij lid van de Almelose gemeenteraad. Kort na de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 werd hij gevraagd om wethouder te worden; daarop besloot Van Mierlo zijn brandweerslang aan de wilgen te hangen. Sinds juni van dit jaar is hij als wethouder verantwoordelijk voor de dossiers Zorg, Wmo en Duurzaamheid.

Dat is geen geringe opgave, want het water staat Almelo aan de lippen. Jaarlijks krijgt de stad 62 miljoen euro van het Rijk om alle taken in het sociaal domein — zoals uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) — te organiseren. Maar dat bedrag is niet toereikend: structureel moet de Twentse gemeente 6,9 miljoen euro bijpassen.

De tekorten zijn zo hoog opgelopen dat Almelo sinds 2016 onder preventief toezicht van de provincie Overijssel staat. Aan Van Mierlo en zijn collega’s de taak om wel uit te komen met de middelen van het rijk. Liefst zo snel mogelijk.

In de eerste weken na zijn aantreden kon de wethouder pronken met het succes van de ‘Twentse aanpak’. Samen met Enschede had Almelo namens alle Twentse gemeenten een plan uitgedacht om de pgb-fraude terug te dringen. Een persoonsgebonden budget zou alleen nog worden uitgekeerd wanneer de cliënt, de zorgaanbieder en de gemeente dat de beste optie vinden. Het aantal uitgekeerde pgb's voor beschermd wonen is hierdoor gedaald: van 500 in 2015 naar 110 in 2017. Sociaal kwetsbare mensen krijgen niet langer een pot met geld om zelf zorg in te kopen, maar worden aangespoord om gebruik te maken van een door de gemeente gecontracteerde instelling. Men veronderstelt daarbij dat gecontracteerde aanbieders ten alle tijden een doelmatige besteding van gemeenschapsgeld nastreven. Dat betekent onder meer dat zorgbestuurders geen dikke winst opstrijken. Van Mierlo zou spoedig ontdekken dat de werkelijkheid anders is.

Almelo staat goed bekend

‘Ik wil als een paal boven water hebben staan dat de gemeente Almelo een doelmatige besteding van zorggelden ontzettend belangrijk vindt,’ zegt de wethouder tegen FTM. ‘Die modules waarop we ons toezicht in het sociaal domein hebben geënt, staan bij onze collega’s in het land goed bekend. Onze mensen van de Sociale Recherche Twente worden vaak gevraagd in landelijke overleggen om te vertellen hoe de Almelose aanpak in elkaar steekt. Dat vond ik als nieuwe wethouder op dit dossier fijn om te horen. Die aanpak is door het vorige college ingezet. Ik zet dat werk voort, maar met een extra tandje erbij.’ 

Zorgondernemers in Almelo hebben volop mogelijkheid om royale winsten te incasseren

Ondoelmatige besteding van gemeenschapsgeld is de wethouder een doorn in het oog. ‘Je moet eigenlijk geen winst mogen maken op de inzet van zorggelden. Zeker niet als die buitenproportioneel is.’ Op de vraag welke winstpercentages voor hem wél acceptabel zijn, antwoordt hij: ‘Dat weet ik niet. Ik vind het ook niet aan mij om daar wat van te vinden.’

Volop mogelijkheden voor dikke winst

Hoewel de wethouder er schande van spreekt, hebben zorgondernemers in zijn stad volop mogelijkheid om royale winsten te incasseren. Afgelopen zomer werd de pas aangetreden Van Mierlo opgeschrikt door een aantal voorbeelden daarvan. Follow the Money ontdekte dat het Almelose thuiszorgbedrijf Anahid, in 2017 een winst van 66,8 procent haalde. Dat is absurd hoog: in 2016 was het gemiddelde resultaat in de thuiszorg vóór belasting 3,9 procent. Maar Anahid boekte op een omzet van 1,4 miljoen euro liefst 919.780 euro winst; 6 ton daarvan werd als dividend uitgekeerd aan bestuurder en enig aandeelhouder Nver Dermovsesian. 

Een deel van Anahids werk wordt door de gemeente gefinancierd via de Wmo. Van het geld dat ze met haar onderneming verdient, kocht ze onder meer drie huizen en twee bedrijfspanden. Tussen september 2014 en juni 2018 spendeerde ze in totaal 704.000 euro aan onroerend goed. Medewerkers van Anahid kwamen er echter bekaaid vanaf. Oud-personeelsleden toonden FTM salarisstrookjes waaruit bleek dat zij minder betaald kregen dan de cao voorschrijft. Na onze publicatie ontstond commotie in de gemeenteraad van Almelo 

De hoge winsten in de thuiszorg, en van Anahid in het bijzonder, werden ook elders in Overijssel onderwerp van debat. De PvdA-afdelingen in Dinkelland, Hof van Twente, Hengelo en Enschede stuurden hun gemeentebesturen een brief. ‘Wat wordt er gedaan om exorbitante winstuitkeringen in de thuiszorg te bestrijden? Wij willen zo snel mogelijk weten waar dit soort uitvreters actief zijn en hoe we van ze afkomen.’ Ook landelijk roerde de PvdA zich. Kamerlid John Kerstens stelde vragen aan Bruno Bruins, minister voor Medische Zorg, die verantwoordelijk is voor het toezicht op winsten in de zorg en het naleven van de Wet Normering Topinkomens (WNT).

Geen afspraken over winst

In de contracten tussen zorgaanbieders en gemeente Almelo staan geen afspraken over de hoogte of bestemming van eventuele winst. Maar bij een winst van tweederde van de omzet moeten er toch alarmbellen afgaan? Van Mierlo: ‘Het valt wel op. Maar we moeten ook goed kijken hoe die geldstromen lopen. Als een deel via de zorgverzekeringswet gaat, kunnen wij daar ons ongenoegen wel over uiten, maar dan is het kennelijk de Rijksoverheid die de wetgeving niet op orde heeft. Daarnaast kan het zijn dat sommige ondernemers hun werk goed organiseren.’ Maar de gemeente kwam pas in actie nadat FTM de zaak aan het licht had gebracht;. Bovendien kan ‘goed organiseren’ de hoge winst van Anahid niet verklaren; we lieten eerder al zien dat de omzet van Anahid onmogelijk is, gezien de uurtarieven voor wijkverpleging en de personele bezetting van het bedrijf. Wanneer we de wethouder daarover doorvragen, antwoordt hij dat het hem ‘onwaarschijnlijk’ lijkt dat efficiënte bedrijfsvoering in deze kwestie de enige verklarende factor is.

Barsamian rijdt op kosten van de zaak in een Mercedes GLC-250D

Eind augustus raakte Nina Barsamian, sinds 2013 commissaris bij Anahid, in opspraak. Barsamian heeft een eigen zorgbedrijf, Victorie Hulp- en Dienstverlening. Met dertig cliënten en twaalf medewerkers, van wie vijf in vaste dienst, is Victorie een kleine speler op de Twentse markt. De cliënten – allen jongvolwassenen – kampen onder meer met verslavingen of psychische aandoeningen. Vakbond FNV vroeg de gemeente Almelo vorig maand om de bedrijfsvoering van Victorie onder de loep te nemen. Volgens de FNV vloeit een ‘onevenredig groot deel’ van het zorgbudget in de zakken van bestuurder Barsamian. Uit het meest recente jaarverslag blijkt dat zij een salaris ontving van 174.804 euro: bijna een derde van de omzet.

Mercedes van de zaak

Wim van der Hoorn, bestuurder van FNV zorg en welzijn, sprak er bij RTV Oost schande van. ‘En dan heb ik het nog niet eens over haar lease-Mercedes en -Citroën en haar riante pensioenopbouw. Met boekhoudkundige trucjes lijkt het op papier of mevrouw Barsamian onder de Balkenende-norm blijft, maar in de praktijk gaat ze er overheen. Dat wordt betaald met gelden van gemeenten en zorgverzekeraars.’ 

Barsamian rijdt op kosten van de zaak in een Mercedes GLC-250D uit 2017, met een cataloguswaarde van 81.772 euro. Daarmee bezoekt ze ook het casino: ze werd er aan de goktafel gesignaleerd met één van haar cliënten. Foto’s van het uitstapje werden door een anonieme bron gedeeld met RTV Oost. Niet alleen de gokspelletjes zijn de FNV een doorn in het oog; innige contacten met cliënten zijn een schending van de beroepscode. Barsamian heeft inmiddels gereageerd op de berichten: volgens haar gaat het om ‘laster verspreid door een loverboy’. Deze ‘loverboy’ zou een relatie hebben gehad met een cliënte van Barsamian.

De Sociale Recherche Twente doet momenteel onderzoek naar Anahid en Victorie. Van Mierlo verwacht de bevindingen spoedig op zijn bureau. ‘Het is eerder een kwestie van weken dan van maanden.’ Meer wil hij voorlopig niet kwijt. Eerder meldde Van Mierlo de gemeenteraad dat, gezien hun capaciteit, de sociale recherche geen ruimte heeft voor een grootschalig onderzoek naar de besteding van zorggeld:

Wij zetten ons in om uitwassen tegen te gaan. (…) Facturen worden door ons uitbetaald voor zover deze conform de door ons gestelde indicatie zijn. Daarnaast hebben wij toezicht en handhaving, in regionaal verband, georganiseerd bij de Sociale Recherche Twente (SRT). Toezicht wordt daarbij signaal gestuurd opgepakt. Een grootschalig fraudeonderzoek naar zorgverleners en -bemiddelaars past niet binnen de huidige beschikbare capaciteit, echter wij werken aan een plan om de werkwijze bij toezicht en handhaving aan te scherpen.’

Geen controle

Hoewel de wethouder liefst ziet dat aanbieders geen winst maken op zorgindicaties, is er geen controlesysteem om excessen op te sporen. Dat terwijl dergelijk onderzoek weinig om het lijf heeft: het raadplegen van de jaarrekening volstaat, een eenvoudige handeling voor een ambtenaar met wat boekhoudkundige kennis. Omdat de gemeente onvoldoende capaciteit heeft, besloot FTM het overzicht met gecontracteerde zorgaanbieders zelf eens onder de loep te nemen. 

Almelo regelde de inkoop van hulp en ondersteuning voor kwetsbare inwoners niet zelfstandig, maar deed dat in samenwerking met veertien Twentse gemeenten. Uit een steekproef van de lijst met gecontracteerde aanbieders blijkt dat de meeste organisaties een winst behaalde van hooguit enkele procenten- zoals gebruikelijk is in de Nederlandse zorg. 

We kwamen daarbij ook een bekende tegen van de twee eerdere genoemde thuiszorgbedrijven: Take Care V&R Thuiszorg BV, in 2011 opgericht door het Armeense echtpaar Vartan Arjekian en Reem Arjekian-Janho. Boeken zij even goede resultaten als die twee andere zorgorganisaties? ‘Al onze medewerkers zijn zelf van allochtone afkomst en begrijpen daardoor de specifieke behoeften van allochtone zorgvragers,’ meldt  de website. Voor huishoudelijke hulp, ondersteuning bij persoonlijke verzorging, verpleging of een gezellige activiteit kunnen zorgbehoevende ouderen terecht bij Take Care. Het bedrijf had in 2017 gemiddeld negen werknemers in dienst, omgerekend naar een voltijds dienstverband.

Take Care: ruim 50 procent winst

Het gaat de ook deze thuiszorgorganisatie voor de wind. Over 2017 rapporteerde Take Care een resultaat van 714.049 euro op een omzet van 1.266.573 euro. Na aftrek van de vennootschapsbelasting bleef er van die winst nog 541.873 euro over. Voor de samenwerkende Twentse gemeenten zou dat geen nieuws horen te zijn: in 2016 was de winst nog hoger. Toen behaalde Take Care, na aftrek van belasting, een resultaat van 698.399 euro op een omzet van 1.250.882 euro – een winst van 55,8 procent. Toch zegt wethouder Van Mierlo het bedrijf niet persoonlijk  te kennen wanneer we navraag bij hem doen.

Dat de winst in 2017 lager uitviel ten opzichte van 2016, komt door een forse stijging van de personeelskosten. Opvallend is dat deze investering in extra menskracht niet heeft geleid tot een stijging van de omzet; die is nagenoeg gelijk gebleven. Desalniettemin hebben de bestuurders in de afgelopen jaren een mooie spaarpot opgebouwd. Meneer en mevrouw Arjekian hebben bij de ING een zakelijke spaarrekening waarop 2.030.863 euro staat, zo staat op pagina 9 van de jaarrekening.

Gemeenten worstelen met toezicht

Verreweg het grootste deel van de omzet – 718.165 euro – haalt Take Care uit de Wmo: geld van de gemeente voor hulp en persoonlijke ondersteuning. Als alles meezit, behoort Take Care in 2019 weer bij het rijtje gecontracteerde aanbieders. ‘We zijn nu bezig om weer een contract te krijgen. Dat gaat gewoon digitaal, net als twee jaar geleden. Je moet alleen wat formulieren invullen,’ vertelt de heer Arjekian op vriendelijke toon. Als we hem vervolgens vragen naar de winst van zijn bedrijf slaat de stemming om. ‘Dat gaat niemand wat aan. Ik ben niet verplicht om tegenover een journalist te antwoorden. Wie zegt mij trouwens dat u een journalist bent? Wij hoeven ons niet te verklaren.’ Vervolgens doet Arjekian er het zwijgen toe. Oproepen werden niet meer beantwoord.

De situatie bij Take Care lijkt sterk op die bij Anahid en Victorie. Niet alleen door de opmerkelijk hoge winst, maar ook omdat al deze bedrijven klein van omvang zijn en relatief geringe bedragen declareren bij verschillende gemeenten en verzekeraars. Zo komt het dat tot voor kort niemand vragen stelde over de aanzienlijke resultaten die zij boeken. Daarnaast worden de ondernemers achter deze bedrijven met elkaar verbonden door hun Armeense afkomst. Waarbij Anahid en Take Care die afkomst gebruiken om klanten te werven. Met Armeens en Arabisch sprekend personeel richten zij zich op ouderen die gebrekkig Nederlands spreken en die daardoor moeite hebben om hun weg te vinden binnen het zorgstelsel. 

Die cliënten vinden ze vaak dichtbij huis, want Almelo kent een grote Armeense gemeenschap. En ook daar slaat de vergrijzing toe. Men treft elkaar op zondag in de Armeens Apostolische Kerk of tijdens activiteiten van de Armenian General Benevolent Union. Voor de ouderen biedt dit uitkomst. Een nadeel kan zijn dat hierdoor een sterke afhankelijkheidsrelatie ontstaat. Daardoor worden mogelijke negatieve ervaringen met de zorg niet gemeld bij een gemeente of andere verantwoordelijke instantie. Terwijl zulke signalen belangrijk zijn voor de controle op kwaliteit en rechtmatige besteding van zorggeld.

De situatie in Almelo is opvallend, maar niet uniek. Veel gemeenten hebben het moeilijk met hun rol als toezichthouder. Lokale overheden krijgen steeds meer verantwoordelijkheden toegeschoven door de decentralisatie van zorgtaken. Voorbeelden daarvan zijn de jeugdzorg en hulp aan huis voor kwetsbare ouderen. Aan wethouders de opdracht om die hulpverlening niet alleen beter, maar ook goedkoper te organiseren. De korting op het overgehevelde Wmo-budget is gemiddeld 11 procent. Voor de jeugdzorg viel het totale budget zelfs 15 procent lager uit. Dat begint te knellen. 

‘Er is een geheel nieuw stelsel ontstaan’

Bijna een op de vier Nederlandse gemeenten, 88 van de 380, heeft nu een aanvraag lopen bij het Fonds tekortgemeenten om de ontoereikende budgetten voor de jeugdzorg en Wmo te compenseren. Er is eenmalig 200 miljoen euro beschikbaar, maar waarschijnlijk is dit niet genoeg. Juist dan zou je verwachten dat gemeenten beter controleren wat er met hun Wmo-gelden gedaan wordt.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hield daarom eerder al een pleidooi voor betere controle en strengere straffen: ‘Er is een geheel nieuw stelsel ontstaan, met veel verschillende regelingen en zorgpakketten. En dan zijn er altijd mensen met minder goede bedoelingen die denken: zolang er onvoldoende toezicht wordt gehouden, probeer ik de komende jaren een graantje mee te pikken,’ zei de directeur van het kenniscentrum Handhaving en Naleving van de VNG in dagblad Trouw.

Zonder signalen geen onderzoek

Met name kleinere gemeenten staan voor een lastige opgave. Investeren in een controleapparaat staat meestal niet hoog op hun prioriteitenlijstje. Toezicht op zorggeld is daarmee een ondergeschoven kindje. Met als gevolg dat gemeenschapsgeld makkelijk in de zakken van gehaaide ondernemers vloeit. De controle die er wel is, richt zich met name op fraude met pgb’s. Daar is relatief veel aandacht voor, aangezien deze regeling vrij gemakkelijk te misbruiken is. Zo vertelde VNG-woordvoerder Angela de Jong aan FTM: ‘Eigenlijk zijn gemeenten er altijd te laat bij, want controleren of het budget aan zinnige zorg is besteed, gebeurt veelal achteraf. De budgethouder is zelf verantwoordelijk voor de hulp die wordt ingekocht en dus ook voor de kwaliteit ervan. Het vooraf toetsen van de zorgaanbieders waarmee budgethouders in zee gaan is lastig gebleken in de afgelopen jaren. Er worden te weinig eisen gesteld aan zorgaanbieders, waardoor controle moeilijk, ja bijna onmogelijk is. Want als je aan de voorkant niet afspreekt wat de kwaliteit moet zijn, waar controleer je dan op?’

Maar hebben gemeenten door de fixatie op pgb-fraude wel voldoende oog voor wat er in eigen huis gebeurt? Een fraudeonderzoeker, die door verschillende gemeenten in het land wordt ingeschakeld als expert, erkent dat er te weinig gedaan wordt om misbruik en fraude op andere terreinen te bestrijden. Zij wil liever niet met naam en toenaam genoemd worden,omdat publiekelijk kritiek uiten haar in de problemen kan brengen bij haar opdrachtgevers.‘Ik maak onderdeel uit van een team waarbij zorgfraude onderzocht wordt. Alle gemeenten realiseren zich langzamerhand dat de Wmo fraudegevoelig is. Schrikbarend uiteraard dat dit besef nu pas doordringt, maar er is nog te weinig jurisprudentie, durf vanuit gemeenten of juist beleid om deze zorgfraude daadkrachtig op te pakken. Daarnaast is er een enorm tekort en gebrek aan mensen met de juiste kennis.’

In Almelo moeten op dit moment drie sociaal rechercheurs toezien op de 168 aanbieders waarmee de gemeente een contract heeft. Het is de bedoeling dat dit team in 2019 wordt uitgebreid met twee rechercheurs. Tot die tijd blijven de toezichthouders ‘signaalgestuurd’ werken. Zolang er niet geklaagd wordt, zijn gehaaide zorgondernemers dus veilig.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Jeffrey Stevens

Gevolgd door 713 leden

Jaagt op mensen en systemen die de Nederlandse zorg schade toebrengen.

Volg Jeffrey Stevens
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Zorgcowboys

Gevolgd door 4094 leden

Er zijn veel manieren om meer geld te verdienen in de zorg dan gerechtvaardigd is. In dit dossier gaan we op jacht naar zogen...

Volg dossier