Als de misdaad groot genoeg is blijft ze onbestraft

    Een zakkenroller loopt kans de bak in te gaan, terwijl een hoge medewerker bij een frauderende bank een schamele boete krijgt opgelegd. Het hoog hangende fruit blijkt moeilijk te plukken.

    In De stad van God beschrijft Sint Augustinus een ontmoeting tussen een piraat en Alexander de Grote. De piraat is gevangen genomen en verschijnt aan het hof van keizer Alexander. ‘Waarom teistert u de zeeën met uw piraterij?’ vraagt Alexander aan de piraat. Waarop de piraat de aanval kiest: ‘Waarom teistert u de zeeën met uw vloot? Ik heb slechts één schip, daarom noemen ze mij een misdadiger. U heeft een hele vloot en daarom noemen ze u een keizer.’ In 1939, ruim vijftienhonderd jaar later, definieerde de criminoloog Edwin Sutherland voor het eerst witteboordencriminaliteit als ‘een misdaad begaan door iemand met een hoge maatschappelijke status tijdens zijn werk.’ Volgens Sutherland was witteboordencriminaliteit wijdverspreid en veroorzaakte het fenomeen schade die dikwijls omvangrijker was dan huis-tuin-en-keukencriminaliteit. De werkelijke omvang was echter moeilijk te staven: mensen met een hoge status blijven vaak onbestraft.

    Witteboordencrisis

    Economen en andere nadenkende mensen zien het liefst dat een financiële crisis het gevolg is van lange golven en diepe structuren, maar dikwijls speelt ordinaire witteboordencriminaliteit een belangrijke rol. Neem de val van SNS REAAL. Het was de vastgoedbank van SNS, het voormalige Bouwfonds, dat de spaarbankencombinatie de das om deed. Van alle leningen van de vastgoedbank werd tegen het einde op ongeveer een derde niet langer rente dan wel aflossing betaald. Zulke incompetentie in kredietbeleid is best een prestatie. Of was het wel incompetentie? Wie het boek Giftig krediet van NRC-journalisten Tom Kreling en Esther Rosenberg leest kan bijna niet anders dan concluderen dat ook de val van SNS samenging met de nodige witteboordencriminaliteit. Op pagina 213 leren we bijvoorbeeld dat SNS in 2011 besluit een intern onderzoek in te stellen naar fraude bij een aantal grote vastgoedprojecten. Als een extern onderzoeksbureau in Leusden, waar de vastgoedtak kantoor houdt, arriveert blijkt dat de administratie totaal niet op orde is. ʻEen groot deel is kwijt (...) documenten worden door medewerkers persoonlijk bewaard (...) e-mails van medewerkers die zijn vertrokken worden na drie maanden verwijderd.ʼ Als klap op de vuurpijl vinden de onderzoekers in de kelder een stortbak ʻvol vertrouwelijke stukkenʼ en moeten ze een medewerker, die met een doos documenten naar buiten loopt, tegenhouden. Of neem pagina 149, waarop een rapport van de interne accountant uit 2009 wordt aangehaald. De gegevens over vastgoedprojecten bleken vaak niet te kloppen. Zo constateerde de interne accountant dat er gebruik werd gemaakt van ʻfoute taxaties.ʼ En ʻgevoelige informatie over projecten wordt niet altijd aan de risicocommissie doorgegeven.ʼ Waarom zouden bankmedewerkers, die als ze in het belang van de bank werken toch zouden moeten willen dat het onderpand van leningen juist is gewaardeerd, zich baseren op foutieve dan wel verouderde taxaties? Wiens belangen dienden de bankmedewerkers van de vastgoedtak van SNS eigenlijk? Het zijn vragen die de FIOD ongetwijfeld ook heeft. Inmiddels doet deze dienst, na het interne onderzoek van SNS, ook  onderzoek naar fraude bij vastgoedprojecten. SNS zette zelf zeventien medewerkers op non-actief na een integriteitsonderzoek bij haar vastgoedbank.

    Struikrover Scheringa

    SNS is geen uitzondering. Sutherland schreef zijn artikel in de nadagen van de Grote Depressie, toen bleek dat menig succesvol ondernemer zijn vermogen niet altijd in lijn met de wet had vergaard. Eenzelfde patroon zien we in het heden. Dirk Scheringa ontving in 2009 nog een ondernemersprijs, om datzelfde jaar zijn DSB Bank failliet te zien gaan. We weten nu dat het verdienmodel van DSB, in de woorden van de curatoren, was gebaseerd op ‘structurele schending van de zorgplicht’. De jaarrekening die de bank publiceerde bevatte ‘ernstige tekortkomingen’. En de bank werd gebruikt om de hobby’s van Scheringa te financieren, terwijl deze leningen nooit terugbetaald konden worden. De financiële en emotionele schade die Scheringa en trawanten aanrichtten, is enorm. Toch treden we in Nederland lang niet zo hard op tegen zulke witteboordencriminelen als tegen de doorsnee zakkenroller. Toegegeven, Scheringa zal waarschijnlijk zijn vermogen kwijtraken door zijn wanbestuur. Maar zal hij ooit net als een reguliere inbreker de cel in verdwijnen? Vooralsnog wandelt hij vrolijk rond in het sprekerscircuit.

    De kosten van criminaliteit

    Financiële excessen worden in Nederland sowieso niet hard aangepakt. Voor foutieve hypotheekverstrekking in 34 van de 34 onderzochte dossiers kreeg DSB van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) slechts een boete van 120.000 euro. Tussen 2008 en 2012 deelde de AFM 3,71 miljoen euro aan boetes uit (0,22 euro per Nederlander). Ter vergelijking, de Amerikaanse SEC gaf in die periode 9,1 miljard euro aan boetes (29 euro per inwoner). Volgens onderzoek van SEO bedroeg de directe materiële schade van vermogensdelicten (diefstal, inbraak en dergelijke) jaarlijks ongeveer 2,7 miljard euro. Een grote kostenpost, maar de schade van veel financiële schandalen overtreft dit bedrag ruimschoots. Zo schat econoom Arnoud Boot de schade van de woekerpolisaffaire op 20 à 30 miljard euro. Verzekeraars kwamen in 2008-2009 een regeling overeen die bepaalt dat ze een fractie van dat bedrag (ongeveer 2,5 miljard euro) aan compensatie zullen bieden. Het is moeilijk onderzoek doen naar een multinationale onderneming. En juist daarom blijft witteboordencriminaliteit vaak onbestraft of onderbestraft. De vastgoedfraudezaak, het grootste witteboordenproces van het afgelopen decennium, heeft de FIOD-ECD ruim 270.000 manuren werk gekost. En eigenlijk werd alleen het laaghangend fruit aangepakt. Zo dook tijdens het vastgoedfraudeproces een onverklaarbare spookfactuur op van 680.000 euro van tv-presentator en makelaar Harry Mens. Mens, nog immer elke zondagochtend in zijn volle incompetente glorie op de beeldbuis te aanschouwen, moest uiteindelijk 100.000 euro boete betalen en 650.000 euro overmaken aan de Rabobank voor geleden schade. Schuld hoefde hij niet te bekennen. Hoofdverdachte in het vastgoedfraudeproces Jan van Vlijmen zei dat zijn werkwijze heel gebruikelijk was in de vastgoedsector. Natuurlijk is Van Vlijmen niet geschoond van enig eigenbelang, maar ongetwijfeld sprak hij deels de waarheid. Of al die vastgoedlijken ooit uit hun stoffige kast komen donderen is nog maar zeer de vraag. Het functioneel parket, met zijn 350 medewerkers, heeft er simpelweg niet de capaciteit voor. De piraat van Augustinus had het goed gezien: als de misdaad groot en structureel genoeg is, blijft zij onbestraft.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jesse Frederik

    In de zomer van 2011 ontvingen we per email een open sollicitatie van de 22-jarige Jesse Frederik uit Nijmegen die zichzelf o...

    Volg Jesse Frederik
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren